De Zitting Wie organiseren de bomaanslagen op woningen? Mustafa en Benjamin werden dankzij de Snapchat-geschiedenis van twee veroordeelde bommenleggers opgespoord.
De ene verdachte is 19, de andere 21 – de jongens die ze het vuile werk zouden hebben laten doen 17 en 18. Die kregen eerder al jeugdstraffen van 40 tot 120 dagen. Maar tegen de 21-jarige Mustafa wordt vandaag vier jaar geëist, waarvan één voorwaardelijk. Onder meer wegens ‘criminele uitbuiting’ van twee tieners.
Bommenleggers komen vaker voor de rechter, meestal omdat ze op heterdaad worden betrapt. Maar de organisatoren minder snel: die opereren vaak digitaal en anoniem. Mustafa en Benjamin (19) zaten al drieënhalve maand in voorarrest, waar hun telefoongesprekken werden afgeluisterd die nu als bewijs dienstdoen.
Benjamin krijgt uitstel, omdat z’n advocaat met vakantie is. De plaatsvervanger leest zachtjes en licht hakkelend een betoog voor („van m’n collega”). Of Benjamin uit voorlopige hechtenis kan worden vrijgelaten? Hij wil na de zomer aan een opleiding beginnen. De rechtbank weigert dit na een korte schorsing. Zijn belangen zijn niet bijzonder genoeg: jonge mensen die aan een studie willen beginnen, dat komt vaker voor.
Het tweetal wordt onder meer verdacht van het uitlokken van een aanslag op een woning, het voorbereiden van brandstichting in een auto en van het werven van twee minderjarigen, die naar een doelwit werden gestuurd met bommen in hun auto. Alles werd geregeld via Snapchat. Als de explosieven voortijdig waren afgegaan, hadden de tieners dat niet overleefd.
De jongens zaten dus ’s avonds op een parkeerplaats met bivakmutsen op en een handdoek over hun kenteken. Dat viel op. Het in brand steken van een auto elders was al wel gelukt, bleek uit een filmpje op hun telefoon. Als ze beide klussen wisten te klaren (met gefilmd bewijs) dan ontvingen ze 1.900 euro.
De voorbereiding kon de politie teruglezen in Snapchat. Zo kwam ze uit bij Mustafa en Benjamin. De zittingstijd gaat op aan het interpreteren van de Snapchat-conversaties. Mustafa is door een van de daders aangewezen als opdrachtgever. En Mustafa geeft ook toe dát hij in de chatgroep meedeed, samen met een aantal onbekend gebleven personen. Maar brandstichting en bommen? Daar heeft hij niets mee te maken.
Was hij in de chat het tweetal aan het regisseren? Mustafa ontkent. Dat met ‘pakketten’ bommen werden bedoeld, kwam niet bij hem op, zegt hij. Hij was voor de chat gevraagd om een beetje op z’n vriend te kunnen „passen”. Maar wat bedoelde hij dan met de vraag „hoe ver ben je nu?” en later met „hij is er”? Dat uitgerekend vlak voor én vlak na de brandstichting een groupcall is gehouden: de rechter vindt het opvallend.
Mustafa werd al veroordeeld voor onder meer mishandeling, bedreiging en diefstal. De reclassering noemt zijn situatie ‘zorgelijk’. Hij heeft geen werk, geen dagbesteding en zo’n 30.000 euro schuld. Een deels voorwaardelijke straf is alleen mogelijk met een reeks beperkende voorwaarden. De reclassering ziet dat alleen zitten als Mustafa verklaart gemotiveerd te zijn. Eerdere afspraken na een jeugdstraf kwam hij niet na. Nu zegt hij gehoorzaam ja tegen eventuele voorwaarden, „als ik word veroordeeld”. Hij heeft wel zorgen. Binnenkort krijgt hij een knieprothese, een gevolg van leukemie, waarvoor hij onder controle staat. „Na de revalidatie zie ik het wel weer zitten.” Hij moet genoeg geld verdienen om z’n ziektekostenverzekering te kunnen betalen, beseft hij.
Zijn advocaat bepleit vrijspraak, vooral omdat het bewijs deels rust op de verklaring van één van de eerdere aangehouden daders, die „heel veel belang” heeft om de schuld af te schuiven. Verder rust de zaak op de interpretatie van twee zinnetjes van Mustafa in de chat. De échte opdrachtgever kan ook best een andere chatter zijn geweest, die niet allemaal zijn gevonden. Er is evenmin forensisch bewijs. En verder: „Jonge mensen zeggen gekke dingen online”.
Was ik maar eerder uit die groep gestapt, verzucht Mustafa ten slotte, die steeds zegt „heel goed te snappen” waarom de rechter zoveel merkwaardig vindt. Maar hij kan het ook niet uitleggen, want „ik kan het niet goed onder woorden brengen”.
Twee weken later veroordeelt de rechtbank Mustafa tot de geëiste straf: vier jaar cel, met aftrek van voorarrest en één jaar voorwaardelijk. Plus een heel pakket voorwaarden bij vrijlating: meldplicht, behandeling, contact- en locatieverboden met verdachten en slachtoffers, dagbesteding, inzage in sociaal netwerk en schuldhulpverlening.
De rechtbank acht alle feiten bewezen. Het veroorzaken van ontploffingen is „tegenwoordig aan de orde van de dag” en daarmee een grote bedreiging van de rechtsorde. Dat Mustafa geen openheid van zaken gaf, weegt ook zwaar. Hij deinsde er niet voor terug anderen in zeer ernstig gevaar te brengen. Waren de bommen bijvoorbeeld te vroeg afgegaan, in de auto, dan was de dood van de aanslagplegers „een gegeven” geweest.
Op de standpunten van de verdediging gaat de rechtbank niet in. Het recidive-risico van Mustafa zou gemiddeld zijn.
In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.
Source: NRC