is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Uit de golf van voetbal die het sportland overspoelt sinds de herstart van de competities duikt af en toe een superieure andere sporter op met een prestatie die mogelijk te weinig aandacht krijgt. Terug dus naar vrijdagavond, naar het Heizelstadion in Brussel. Een beetje ongezellige, grijze bak. Niet helemaal, maar goed gevuld voor atletiekwedstrijden in de zogenoemde Liga van de Diamanten, om eens een goede vertaling te gebruiken.
Een Nederlander vliegt door de laatste bocht en laat iedereen achter met zijn eindsprint in vurig tempo: 3.30,58 op de 1.500 meter. Beste tijd van het jaar, wereldwijd. Zevenmijlslaarzen op de mijl. Het gebeurt tijdens de lange aanloop naar de wereldkampioenschappen in Tokio, volgende maand.
Atletiek, hemeltje, dat was altijd al een grote sport, maar de tegenwoordige prestaties van Nederlanders zijn soms van een niveau dat bijna niet meer te bevatten is, en dan niet alleen als Femke Bol en Lieke Klaver aan de start verschijnen. Al die lopers, werpers en meerkampers vooral; het is alsof ze elkaar massaal hebben aangestoken met het topsportvirus.
Rennen om het hardst is het mooiste onderdeel, alleen al door die klassieke, simpele beweging, nog veel basaler dan fietsen, zwemmen of voetballen. Even een stukje rennen, al is het maar om de bus te halen, daarvan knappen zelfs niet-renners op.
Nee, dan Niels Laros, beroepsrenner. Hij heeft de gave om zich helemaal leeg te hollen, totdat hij eventjes knallende koppijn heeft na afloop. Zie die race over 1.500 meter in Brussel, tijdens de Ivo van Damme Memorial, genoemd naar de Belg die een geweldenaar was op de middenafstanden.
Niels Laros is een telg van Marcel Laros en Sandra Hofmans, voormalige topatleten. Zijn talent is zogezegd genetisch bepaald, zoals je dat bijna dagelijks ziet op de Nederlandse voetbalvelden, van Van Bommel tot Koeman. Welke ouders willen nou geen betere uitgave van zichzelf als nageslacht, al is het maar om de evolutie te eerbiedigen?
Laros is zo goed dat het bijna beangstigend is, dat het eigenlijk alleen nog maar kan tegenvallen in de toekomst. Rustig aan hè, schijnt manager Jos Hermens hem geregeld te adviseren, want Laros is pas 20 jaar en met 18 meldde hij zich al aan de wereldtop. Hij liep als tiener doodleuk naar de zesde plaats in de finale van de Olympische Spelen in Parijs.
Rustig aan is ook moeilijk voor dergelijke supertalenten, want die willen de wereld veroveren, en dergelijke grootsheid is niet aan leeftijd gebonden. Het kan nooit te vroeg zijn in het leven van de topsnelheid.
Hij vliegt dus bijna tijdens die laatste 200 meter, op deze vrijdag in Brussel, en neemt op het laatste stukkie meer dan een tel afstand van de Amerikaan Yared Nuguse en de Keniaan Phanuel Koech. ‘Laros vernietigt de rivalen’, zegt de Engelstalige commentator wild van enthousiasme, culminerend in een langgerekt ‘wauw’.
Zelf blijft hij rustig na afloop – in elk geval ná de finish luistert hij een beetje naar Hermens. Hij gaat nog even trainen op hoogte, in de Zwitserse Alpen, om zijn herstelvermogen te verbeteren. Dan reist hij naar Tokio, voor een sprint à la Bol.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns