Home

De correspondent Spanje maakte ‘ernstige journalistieke fouten’, maar dat is niet het hele verhaal

Soms is een quote of een beschrijving van een gebeurtenis te mooi om waar te zijn. Dan past die zo perfect in een verhaal, dat een eindredacteur er aan de auteur een vraag over stelt. Dat gebeurde niet bij een reportage van 20 juli over hoe techgiganten met nieuwe datacenters op het Spaanse platteland het water voor de boeren wegslurpen. Een interessant verhaal, maar geen grote onthulling van de correspondent in Spanje. De passage met één boer was sterk: „Ze stelen al het water”, zegt boer Chechu, gehesen in een versleten groene overall. „Door klimaatverandering is het elk jaar aanpoten met ons gewas. Maar nu moeten we óók concurreren met miljardenbedrijven. Dat is een strijd die ik als kleine boer niet kan winnen.”

Maar de boer heeft dit nooit tegen de correspondent gezegd. En een versleten groene overall heeft-ie niet.

Het was een grote schok voor de NRC-redactie toen dat aan het licht kwam door het weblog GeenStijl, met dank aan een tipgever die wist, of het gevoel had, dat er iets aan het verhaal niet klopte. In een verhaal in The Guardian uit april kwam boer Chechu ook voor, maar met achternaam en in een andere plaats dan de dateline bij het stuk in NRC suggereerde. Het weblog stelde vragen aan de hoofdredactie van NRC die liet weten, na ruggenspraak met de correspondent, dat de boer in zijn woonplaats was bezocht. Maar toen GeenStijl met een filmpje van Chechu op de proppen kwam waarin hij ontkende NRC gesproken te hebben, gaf de correspondent toe ernstig in de fout te zijn gegaan. Kort na de GeenStijl-publicatie verscheen een bericht op nrc.nl: NRC onderzoekt werkwijze correspondent Spanje.

Bronnen fingeren

Dit is mijn eerste bijdrage als nieuwe ombudsman. Twee weken eerder dan de bedoeling was. De kwestie met de correspondent raakt de redactie zo diep dat ik niet wilde wachten. Want woensdag zijn de eerste resultaten bekendgemaakt; de correspondent heeft sinds maart 2022 in zeker acht artikelen „ernstige journalistieke fouten” gemaakt. Die variëren, zo meldde de hoofdredactie, van het fingeren van bronnen of het fabriceren van citaten tot het niet vermelden van familiebanden met bronnen of het weglaten van bronvermelding. De samenwerking met de correspondent is beëindigd. Om haar te beschermen, werd haar naam niet genoemd, hoewel die makkelijk is terug te vinden. Omdat wij anderen vaak de maat nemen, had ik een andere afweging gemaakt. „We zitten in de business van namen noemen”, riep een oud-collega eens.

Integriteit en transparantie zijn kernwaarden van redacteuren, aldus de NRC Code – de leidraad voor onze journalistiek. Daarom een persoonlijke kanttekening: ik was tot vorige week buitenlandredacteur en een directe collega van de Spanje-correspondent. In de 1,5 jaar dat ik er werkte hadden we niet veel contact met elkaar, maar ik was gesteld op haar geraakt en had de indruk dat ze steeds beter haar draai begon te vinden. Ook ik had niet door dat er iets niet goed zat.

Journalisten die citaten en bronnen verzinnen, die situaties fingeren, die, kortom, bedrog plegen: het komt vaker voor, van The New York Times tot Der Spiegel, van de Volkskrant tot Trouw. De geschiedenis van NRC kent ook enkele affaires, waarbij het opvallend vaak over stukken uit het buitenland ging. Een beroerd moment voor de redactie was toen in 2017 bleek dat de ervaren Oscar Garschagen als correspondent in China in de fout was gegaan. Hij had twee jaar voor zijn pensioen onder meer citaten zonder bronvermelding overgenomen en fictieve personages geconstrueerd van meerdere sprekers. NRC berichtte destijds online en in de krant uitvoerig over de zaak – te uitvoerig vonden sommige collega’s – na een diepgaand onderzoek waar de correspondent goed aan had meegewerkt.

Zorgvuldig

Dat onderzoek was een blauwdruk voor de aanpak van de afgelopen weken. Net als toen doken dit keer een adjunct-hoofdredacteur en de chef buitenland in het werk van de correspondent, met medewerking van de betrokkene, maar dat verliep niet altijd makkelijk. Na lezing van het voorlopige interne onderzoek kan ik niet anders dan concluderen dat zorgvuldig is gekeken naar de 190 artikelen die zij tussen oktober 2021 en juli 2025 alleen schreef, dat tientallen bronnen zijn gesproken en dat terecht bij de acht artikelen in het online-archief wordt vermeld dat niet kan worden ingestaan voor de journalistieke integriteit.

De papieren krantenlezer kwam er nog wat bekaaid vanaf: in het bericht in de editie van donderdag worden de acht artikelen niet benoemd en ze zijn in de krant (nog) niet gecorrigeerd. Het voorlopige verslag bevat nog wat onhelderheden en over enkele artikelen kunnen zich nog betrokkenen melden. De hoofdredactie benadrukt dat het onderzoek nauwgezet wordt afgerond. Dat moet ook: voor de artikelen in het archief moet NRC kunnen instaan.

„De betrouwbaarheid van NRC-journalistiek is ons meest kostbare goed”, zei hoofdredacteur Patricia Veldhuis woensdag. Met de harde conclusie dat de correspondent NRC in diskrediet heeft gebracht en dat zij het vertrouwen van collega’s heeft geschaad, zou ik mijn eerste bijdrage kunnen eindigen. Maar dat zou niet terecht zijn.

Journalistieke publicaties, stelt de NRC Code, zijn het product van een collectief: auteurs, eindredacteuren, chefs en hoofdredactie. In ingelaste bijeenkomsten deze week, en op de werkvloer, was er natuurlijk boosheid. Maar de meeste vragen en opmerkingen gingen over wat de redactie fout kan hebben gedaan en wat beter kan. De correspondent Spanje – die ook Portugal en Marokko covert – had ervaring bij de NOS, kende Spanje goed en spreekt Berber en Arabisch. Maar was ze vier jaar geleden ondanks deze achtergrond niet te snel, na twee introductieweken op de redactie, aan het eenzame en zware bestaan van correspondent begonnen? Had ze niet eerst meer ervaring als schrijvend journalist moeten opdoen? Is de beloofde begeleiding met name in haar eerste jaren wel waargemaakt? Had ze niet de pech dat ze lang geen bureauredacteur had in Amsterdam, met wie je veel contact hebt? Hoe goed is eigenlijk de eindredactie van de vele reportages die we onder tijdsdruk maken? Moeten eindredacteuren niet veel meer aan factchecking doen? En houden we ons met anonieme citaten wel altijd aan de NRC Code (alleen in uitzonderlijke gevallen, als sprake is van risico van persoonlijke of professionele schade)?

Dat zijn allemaal terechte vragen, die zeker niet allemaal voor de redactie positief beantwoord kunnen worden. De lessen die de hoofdredactie wil trekken, lijken op die van de affaire-Garschagen. Artikelen moeten beter worden gedocumenteerd en die aantekeningen moeten lang worden bewaard, redacteuren moeten elkaar in een open cultuur makkelijker kunnen bevragen over hun werk. Allemaal ook in 2017 gezegd. De (hoofd)redactie moet zich dat aantrekken.

Te veel hooi

En de betrokkene zelf? Ze is er kapot van, maar wil toch donderdag bellen. „Ik heb fouten gemaakt. Dat erken ik.” Ze begrijpt dat NRC transparant moet zijn over de fouten, maar moest het zo prominent? „We weten allemaal hoe het werkt als je zo’n bericht op de voorpagina van de site zet. Ik ben net 32 geworden. Ik moet nog verder.” Waarom ze in de fout ging? Ze nam te veel hooi op haar vork, ze legde zichzelf veel druk op om te presteren en voelde zich niet altijd veilig om te vertellen dat dingen niet lukten. De begeleiding was pas het laatste jaar goed, en ja, achteraf was het beter geweest als ze langer op de redactie in Amsterdam had gewerkt dan twee weken. „Ik was geen krantenjournalist.”

Krijgt de lezer geen excuses, vroeg iemand op een redactiebijeenkomst. Dat was niet nodig omdat het bericht dat was gepubliceerd leest als een excuus, vond de hoofdredactie. Dit stuk is dat ook, wat mij betreft. En de correspondent zegt, ondanks de emoties, aan het einde van ons gesprek: „Het spijt me echt oprecht dat ik de collega’s van de buitenland-redactie en van heel NRC in deze rare positie heb gebracht.”

Herman Staal

Reacties: ombudsman@nrc.nl

De ombudsman opereert onafhankelijk; zijn oordeel is persoonlijk en niet dat van de (hoofd)redactie. Kijk hier voor de statuten van de ombudsman. Wilt u rechtstreeks reageren op artikelen of audioproducties van NRC, dan kunt u een brief van maximaal 200 woorden mailen aan opinie@nrc.nl.

Source: NRC

Previous

Next