Op haar 150ste verjaardag is het operapersonage Carmen nog altijd springlevend. Van hyperseksueel en gevaarlijk ontwikkelde ze zich tot autonoom en geëmancipeerd, zoals in La Révolution de Carmen van Opera2Day. Maar valt de rebelse dame ooit te vatten?
is redacteur van de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over voedsel en cultuur.
Je kunt haar uittekenen in clichés: grote oorbellen onder zwart krulhaar, een strokenrok en een opzichtig decolleté. De castagnetten krijg je erbij. Carmen uit de gelijknamige opera heeft zich veel Spaanse folklore moeten laten welgevallen, maar tegenwoordig kijkt niemand meer op als ze in jeans of in combat dress op het podium verschijnt. Het verhaal veranderde niet, de tijdgeest en de interpretatie wel.
Vaststaat dat Carmen op haar 150ste verjaardag – de eerste opvoering was in 1875 in Parijs – nog altijd springlevend is. Mede dankzij evergreens als de Habanera en het Lied van de Toreador voert het werk van de Franse componist Georges Bizet (1838-1875) al jaren de internationale opera-hitlijst aan, volgens het culturele data-instituut Operabase, afwisselend met Verdi’s La traviata en Mozarts Die Zauberflöte. In september voert Opera2day in Den Haag een bewerkte Carmen-versie op, La Révolution de Carmen.
In de loop van anderhalve eeuw is het verhaal van Carmen door de handen gegaan van duizenden operaregisseurs, choreografen, musical-, theater- en filmmakers, en vonden evenzoveel Carmens de dood. Haar verhaal kan niet worden verteld zonder plotspoiler: Carmen wordt vermoord. Doodgestoken door een aanbidder die zich het hoofd op hol heeft laten brengen door de vrijgevochten Roma-vrouw, en die daarna door haar wordt gedumpt.
Deze Don José laat zijn jeugdliefde Micaëla, de deugdzaamheid zelve, in de steek voor de temperamentvolle Andalusische. Nadat Carmen, werknemer in een tabaksfabriek, ervan wordt beschuldigd een opstand aan te wakkeren in de fabriek, en een andere vrouw aanvalt met een mes, moet ze vluchten. De verliefde Don José helpt haar ontsnappen. Carmen troont hem mee naar een smokkelaarskamp. Intussen flirt ze met de stierenvechter Escamillo, waarna Don José door het lint gaat.
Je kunt een vleug 19de-eeuwse romantiek zien in het drama en spreken van een crime passionel, een daad uit blinde wanhoop door een man met een gebroken hart. Bekijk het met 21ste-eeuwse ogen en de eerste associatie is femicide, met wraak als motief.
Na de première in 1875 kwam er geen mededogen uit de zaal maar afkeuring, en niet vanwege Bizets verleidelijke muziek. Een onafhankelijke vrouw die haar leven in eigen hand neemt, die ongeremd haar seksuele begeerte volgt, was ongehoord en schandelijk. Eén recensent leek het nodig ‘haar te muilkorven en een einde te maken aan haar provocatieve heupstoten door haar in een dwangbuis te stoppen’.
Er moet iets farizeïsch in hem hebben gescholen, want het kan niet anders of veel mannen hadden een erotische fantasie zien voorbijkomen op het podium. Ze konden zich gelegitimeerd – cultuur tenslotte – aan haar sexy verschijning vergapen. Zeker de Habanera-aria – ‘Liefde is een rebelse vogel die niemand kan temmen’ – werd vaak door regisseurs aangegrepen om Carmen zo veel mogelijk uit de kleren te krijgen.
Bizet en zijn mede-tekstschrijvers waren verrast door de negatieve reacties. Carmen behoorde tenslotte niet tot het establishment. Als Spaanse Roma-vrouw die zich ophield met schorriemorrie stond ze ver af van het operapubliek; ze vormde geen directe bedreiging voor de goede zeden. Bovendien herstelt Don José de gewenste sociale orde door Carmen – de losbandige, de verrader, de Roma – om te leggen.
‘In opera’s als La traviata en Carmen zagen mensen zichzelf’, zegt dramaturg en operakenner Willem Bruls. ‘Ze herkenden alledaagse dingen zoals huiselijke ruzies, emoties, hun eigen lust en verlangen, maar het mocht vooral niet te dichtbij komen.’ Het was daarom veilig om het verhaal in Spanje te situeren. ‘Gevoelsmatig hoorde Spanje in die tijd niet bij Noordwest-Europa. In Spanje begon de wereld van de Ander. In die zin past Carmen in het oriëntalisme.’
Bizet had zijn werk gebaseerd op de roman Carmen (1845) van de Franse schrijver Prosper Mérimée (1803-1870). Die had op reis in Spanje het verhaal over een Roma-vrouw opgedaan en overgoten met een emmer romantiek. Volgens de Spaanse Roma-activist Pastora Filigrana, vorig jaar te gast in debatcentrum De Balie in Amsterdam, heeft het personage Carmen weinig te maken met de Roma-wereld, en is het vooral ontsproten aan een heteroseksuele mannenfantasie.
De traditionele Roma-gemeenschap is patriarchaal en hiërarchisch. De even hyperseksuele als gevaarlijke Carmen vertegenwoordigt bovendien het idee van een door de natuur geschapen, exotische schoonheid, betoogt Filigrana, en dat is ronduit ontmenselijkend en racistisch.
Maar Carmen ging mee met de tijd, ze emancipeerde. Niet toevallig verloor de onafhankelijke Spaanse vanaf de jaren zestig haar kwade reputatie als egoïstisch loeder uit de onderklasse. Vrouwen veroverden meer maatschappelijke ruimte, doorbraken sociale conventies en gingen hun seksuele fantasieën achterna. Francesco Rosi voert in zijn film Carmen uit 1984 een vrouw op met okselhaar, een feministisch statement.
Dansscholen konden in die tijd de vraag niet aan van vrouwen die de flamenco wilden leren. Toreador, en garde. Klakkerdeklakkerdeklak. Carmen was niet langer een 19de-eeuws antimodel, ze was verpopt tot voorbeeld van autonomie en emancipatie.
De stap naar de vrouwenstrijd van nu is daarom een logische. Carmen-regisseurs spelen in op de strijd van vrouwen om over hun eigen lijf te kunnen beschikken. De Amerikaanse operaregisseur Lydia Steier gaf Carmen in 2019 dat zelfbeschikkingsrecht door haar soeverein te laten kiezen voor zelfdoding.
Een jaar eerder had de Italiaan Leo Muscato de rollen omgedraaid: hij liet Carmen, uit zelfverdediging, Don José doodschieten. Conservatief Italië reageerde gepikeerd. ‘Politieke correctheid heeft de geesten van links volledig vertroebeld’, reageerde de latere premier Giorgia Meloni op sociale media.
Maar is Carmen wel een feminist, een revolutionair? Zusterlijke solidariteit toont ze niet, ze krijgt het aan de stok met vrouwelijke collega’s in de tabaksfabriek.
Operaregisseur Lotte de Beer, directeur van de Volksoper Wien, komt er al psychologiserend ook niet helemaal uit. ‘Ik begrijp haar niet. Ik zie haar levensdrift, ik snap dat ze niet twaalf uur per dag in een verstikkende fabriek wil werken, ik begrijp dat ze niet met een jaloerse man wil leven, maar ze maakt nergens duidelijk wat ze dan wél wil. Als personage is ze geschapen voor een bourgeois publiek in de 19de eeuw, dat een vrouw wilde zien die leeft buiten de regels, maar die op het einde moet sterven zodat de wereld weer klopt.’
In haar Carmen-regie dit jaar voor de Volksoper Wien speelt De Beer met de identiteit van Carmen. De hoofdpersoon draagt een neutrale zwarte overall, zodat iedereen zijn eigen Carmen kan fantaseren.
In recente Carmen-versies wordt, met de actualiteit op de achtergrond, geregeld ingespeeld op haar positie als verschoppeling. Carmen is als buitenstaander met een sterke vrijheidsdrang te modelleren tot een moderne outlaw in een setting van avontuur en realistisch gevaar.
Ze werd een vrouw uit een armoeiige flatwijk die opduikt in een Zuid-Amerikaans guerrillakamp, (opera van Sebastian Baumgarten, 2011). Een ongedocumenteerde migrant uit Mexico die door een tunnel de VS binnenkomt en haar Don José vindt in de persoon van een burgerwacht (film van Benjamin Millepied, 2023). Een arbeider in een wapenfabriek omringd door drugssmokkelaars en rodeorijders (opera van Carrie Cracknell, 2025).
De 19de-eeuwse zedenprekers konden niet vermoeden dat Carmen zou uitgroeien tot een opera waarin uitgerekend mannelijk wangedrag aan de kaak zou worden gesteld zoals misogynie, seksueel geweld of femicide. Evenmin voorzagen ze dat het zichtbaar maken van genegeerde subculturen – of het nu Roma zijn, illegalen, prostituees of daklozen – tot de politiek geëngageerde agenda van opera- en theaterregisseurs zou gaan horen.
Hoewel het werk nog vaak is te zien met alle Spaanse toeters en bellen, is Carmen meer dan andere operapersonages geschikt om de hedendaagse vrouwenstrijd te verbeelden, volgens Willem Bruls.
‘Na de libertijnse 18de eeuw moest het persoonlijke seksuele leven worden herontdekt – er heerste inmiddels een nogal victoriaanse seksuele moraal’, zegt hij. ‘Carmen is een vrijgevochten personage, en zet voor het eerst rolpatronen op zijn kop. Dat is ook nu nog aansprekend.’
Zijn favoriete versie? Die van Charlie Chaplin uit 1915: de film A Burlesque on Carmen. Nadat Carmen is vermoord, staat ze weer op, terwijl Don José zijn mes laat zien aan het publiek: een fopmes. ‘Chaplin, wiens moeder Roma was, laat zien dat hij het niet eens is met de afloop, dat geweld niet de enige uitweg is.’
Opera2day , La Révolution de Carmen, 3 t/m 14/9, Amare, Den Haag.
Carmen van Lotte Beer is in september en oktober nog te zien in de Weense Volksoper, en daarna weer vanaf april.
Carmen verplaatst zich van Sevilla naar de Commune van Parijs.
Een radicaal andere benadering van Carmen kiest regisseur Serge van Veggel in in zijn nieuwe productie voor Opera2day, La Révolution de Carmen. Hij laat het Spaanse verhaal voor wat het is, en maakt van Carmen een revolutionaire leider tijdens de Commune van Parijs in 1871. De Franse beweging kwam in opstand tegen de oude, conservatieve politiek in de nasleep van de Frans-Pruisische oorlog (1870-1871).
De opera wordt zo een politieke analogie van de gebeurtenissen die Bizet zelf had meegemaakt, en bewust of onbewust in zijn werk heeft meegenomen, volgens Van Veggel. ‘Alle posities van dit conflict zitten in de opera’, zegt hij. ‘De soldaten bijvoorbeeld, Bizet was net zelf soldaat geweest. Ook in zijn dagen wilde de elite de oude orde herstellen, maar de arbeiders kwamen in verzet.’
Van Veggel somt een reeks overeenkomsten op, waaronder de vaste ontmoetingsplek van de revolutionairen, Café de Madrid – de smokkelaars in Carmen hadden hun pleisterplaats in de herberg van Lillas Pastia.
Onder de communards waren veel vrouwen. Een van de rebellenleiders was Louise Michel, die uiteindelijk werd opgepakt en zo onschadelijk gemaakt door de conservatieve krachten. ‘Onze Carmen is een mix van mensen, onder wie Louise Michel.’
Het Vlaamse orkest B’Rock begeleidt de opera op historische instrumenten. In Tania Kross heeft Carmen een ervaren vertolker. Een bijzonder bijrolletje – zonder zang – is weggelegd voor Alain Caron. De Frans-Nederlandse tv-kok speelt Lillas Pastia, de herbergier bij wie de rebellen samenscholen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant