Home

In het zuiden van Madagaskar is eindelijk stroom – en dat is niet te danken aan de overheid

Met toestemming van de straatarme Malagassische regering sluit de private sector de plattelandsbevolking van Madagaskar aan op een zonnestroomnet. Met name in het droge zuiden van de eilandstaat leidt die aanpak tot een gigantische transformatie.

is correspondent Afrika van de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.

Zodra de schemering valt, gaan in Mangily de muziekboxen aan. Flitsende roze en groene neonlichten schieten door de oranjeroze lucht. Eronder dreunt een mengelmoes van Malagassische hiphop en afrobeat uit de talloze barretjes en winkeltjes aan de N2, de enige geasfalteerde weg die dwars door dit kustdorp in het zuidwesten van Madagaskar loopt. Bij het stalletje van Jean Zandasikadarison (22) wordt de muziek kort onderbroken door de typerende drietoon van een Windows-computer. ‘Even een USB-stick aansluiten’, lacht hij verontschuldigend.

Vanuit zijn houten hutje runt Zandasikadarison een soort videotheek. ‘Deze films heb ik op m’n laptop staan’, legt hij uit, terwijl hij naar de muur achter hem wijst, die volhangt met geprinte dvd-hoesjes. Tegen een kleine betaling sleept hij de bestanden met zijn muis op de telefoons en USB-sticks die zijn bezoekers in zijn laptop prikken. De zaken lopen prima. ‘Er zijn steeds meer mensen met stroom, en dus met telefoons, tv’s en laptops’, zegt Zandasikadarison.

Mangily is pas in 2021 aangesloten op een klein stroomnetwerk, dat draait op zonne-energie. ‘Een paar jaar geleden was het hier donker en uitgestorven’, grijnst Zandasikadarison. ‘Maar kijk nu eens om je heen!’ Hij wijst naar de barretjes met flitsende lichten aan de overkant. ‘Overal zijn nu mensen, het bruist. Eindelijk leven wij ook in 2025.’

Kloof

In Madagaskar, een eiland zo groot als Frankrijk dat ten zuidoosten van het Afrikaanse continent ligt, heeft slechts 36 procent van de bevolking elektriciteit. In plattelandsgebieden is dat nog minder: daar is maar 15 procent aangesloten op het stroomnetwerk. Dat komt vooral door geldgebrek in de eilandstaat, een van de armste landen ter wereld. Jirama, het verlieslijdende staatsenergiebedrijf van de Malagassische overheid, is financieel niet in staat om het elektriciteitsnet verder uit te breiden. Daardoor is overheidsstroom slechts beschikbaar in een paar grote steden in het midden en noorden van Madagaskar.

Historisch gezien krijgt het uitgestrekte zuiden van het eiland, dat door de Malagassiërs de Grand Sud wordt genoemd, weinig aandacht van de machthebbers in de noordelijker gelegen hoofdstad Antananarivo. Hun focus ligt op de ontwikkeling van het tropische en weelderige noorden, dat vanille en cacao exporteert, en veel toeristen trekt. Het Grote Zuiden zien veel inwoners van de hoofdstad als een armoedig, achtergesteld gebied vol criminaliteit.

De kloof tussen het groene noorden en het droge zuiden wordt vergroot door de negatieve gevolgen van klimaatverandering. Cyclonen en extreme regenval hebben desastreuze gevolgen, zeker omdat de cycloonseizoenen worden afgewisseld met perioden van langdurige, extreme droogte. Bomen worden tot overmaat van ramp al decennialang gekapt voor brandhout, waardoor de aarde is verschraald en verwoestijning optrad.

In 2021 en 2022 stond het Grote Zuiden zelfs op het randje van wat ‘de eerste klimaathongersnood’ werd genoemd: meer dan 1 miljoen mensen (een derde van de totale bevolking) hadden grote moeite om genoeg te eten te krijgen.

Transformatie

Toch vindt er in het Grote Zuiden ook een revolutionaire transformatie plaats. Want waar de overheid het gebied links liet liggen, zagen tientallen bedrijven er juist grote kansen. Zij investeerden in kleine elektriciteitscentrales die op zonne-energie werken, waardoor meer dan 360 dorpen verspreid over het hele land de afgelopen jaren voor het eerst betrouwbare stroom kregen. Die investeringen worden toegestaan door de overheid, wetende dat staatsbedrijf Jirama geen stroom aan kleinere dorpen en steden kan leveren.

Zo kreeg ook Mangily in 2021 een ‘minizonne-energiesysteem’ van elektriciteitsbedrijf Anka. Twee kilometer landinwaarts staan op een droog veld vol bosjes en baobabbomen 32 zonnepanelen en vier zeecontainers vol accu’s en apparatuur te draaien. Een handvol kabels leidt de stroom via bovengrondse palen richting het dorp.

‘Deze panelen drijven de groene energietransitie in Mangily en omstreken’, zegt Lance Etarana (30), manager van dit kleine zonnepark. Hij opent de deuren van een van de zeecontainers, die vol staat met de accu’s die stroom opslaan als die niet wordt gebruikt. ‘Villages’, staat op een geel labeltje dat in een van de containers boven een grote, rode knop is geplakt. ‘Als ik deze knop omzet, gaat in vijf dorpen de stroom uit’, zegt Etarana.

Bedrijvigheid

Wie vanaf het zonnepark de N2-weg naar Mangily neemt, kan goed zien wie wel en wie niet op het netwerk is aangesloten. Naast de pompende luidsprekers van filmhandelaar Jean Zandasikadarison staat de werkplaats van meubelmaker Fidy Rakotozafy (35), die dankzij de stroom die Anka tegen betaling levert eindelijk zwaar elektrisch gereedschap kan gebruiken en daardoor meer meubels in minder tijd kan maken.

‘Deze apparaten verbruiken onwijs veel stroom’, legt Rakotozafy uit, leunend tegen zijn vervaarlijke zaagmachine. Tot de komst van het zonnepark waren dieselaggregaten de enige bron van stroom in het dorp. Maar de dieselprijs is hoog op Madagaskar. Rakotozafy zou die naar zijn klanten moeten doorberekenen. ‘Dan zouden mijn meubels zo duur worden dat niemand ze wil hebben.’

Gezondheidszorg

De komst van stroom zorgt niet alleen voor meer bedrijvigheid, ook de gezondheidszorg is er in Mangily op vooruitgegaan, zegt hoofdverloskundige Martina Josuée Sitraka (34). Ze werkt in een kleine kliniek, waar haar tienkoppige team van voornamelijk jonge vrouwen filmpjes op hun smartphone aan het kijken is wanneer Sitraka langsloopt. ‘Ja, we kunnen nu ook onze telefoons opladen’, lacht ze, ‘maar de komst van stroom is vooral onmisbaar voor het aanbieden van essentiële gezondheidszorg.’

Sitraka wijst op apparaten die op stroom zijn aangesloten: computers, telefoons, een grote, blauwe koelkast waar vaccins in worden bewaard en een kastje waarin allerhande medisch gereedschap wordt gedesinfecteerd. In de bevalkamer van de kliniek blijft ze staan naast een afgeragde stoel, waaraan twee beugels zijn bevestigd die de benen van een zwangere vrouw omhoog moeten houden. ‘Als er vroeger in het holst van de nacht zwangere vrouwen naar de kliniek kwamen, moesten we de bevalling bij kaarslicht doen’, zegt ze terwijl ze een vies gezicht trekt. ‘Godzijdank hebben we nu apparatuur en lampen.’

Kikkersprong

De transformatie van Mangily staat niet op zichzelf: over het hele Afrikaanse continent zijn zonne-energiebedrijven bezig om stroom naar plattelandsgebieden te brengen. In Kenia, Nigeria, Oeganda en Zambia lopen soortgelijke projecten. Op het Afrikaanse continent is nog een grote stap te maken. Volgens de Verenigde Naties zijn er wereldwijd 733 miljoen mensen zonder toegang tot elektriciteit; 567 miljoen van hen leven in Sub-Saharaans Afrika. De VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP stelt in rapporten dat zogenoemde minigrids op zonne-energie grote potentie hebben, ‘zeker nu de kosten van zonnepanelen dalen en er steeds meer innovatieve bedrijfsmodellen in de private sector ontstaan’.

Volgens de Franse energie-expert Louis Tavernier, die onderzoek doet naar de energiemarkt van de eilandenstaat, kunnen Afrikaanse landen als Madagaskar met de kleinere elektriciteitscentrales op zonne-energie een ‘kikkersprong’ maken, waarbij de aansluiting op het reguliere stroomnet wordt overgeslagen. ‘Toch is het wel de bedoeling van de Malagassische overheid dat de netwerken uiteindelijk op het reguliere stroomnet worden aangesloten’, zegt hij aan de telefoon vanuit Parijs. Dat is een eis van de overheid: op die manier heeft Madagaskar over tientallen jaren een functionerend stroomnetwerk.

Tavernier vergelijkt het met een tolweg: een vooraf bepaalde periode mogen de bedrijven geld verdienen aan het netwerk dat zij leveren, daarna wordt het aangelegde stroomnetwerk onderdeel van het nationale stroomnet. Hij vindt de minigrids en de soortgelijke, kleine zonneparken die andere Afrikaanse landen aanleggen een fantastische uitvinding. ‘Het is enorm goed voor het klimaat, maar zeker ook voor het aanjagen van de ontwikkeling van het land.’

Prijzig

Toch is niet iedereen in Mangily in staat om aan te haken bij de nieuwe ontwikkeling. ‘Ik zou ook wel stroom willen’, zegt de 67-jarige houtskoolverkoper Lakula Lazarile. Ze wenkt naar de stroomkabels die boven haar handelswaar hangen. ‘Maar zoals het gros van de mensen hier kan ik dat niet betalen, het is veel te duur.’

Hoewel stroom populair is, koken de meeste mensen in het dorp nog op een mix van gesprokkeld of gekapt brandhout, of op de houtskool die Lazarile verkoopt. ‘Ik weet dat houtskool slecht is voor het milieu’, mompelt ze. ‘Maar onze familie is arm, we hebben geen keus.’

De stroom in Mangily is inderdaad prijzig: de elektriciteit die Anka daar aanbiedt is ongeveer vier keer duurder dan wat inwoners van de hoofdstad Antananarivo betalen aan staatsbedrijf Jirama. ‘Dat komt doordat onze stroom niet is gesubsidieerd’, zegt Camille André-Bataille, de oprichter en eigenaar van energiebedrijf Anka. ‘In bijna alle landen ter wereld wordt elektriciteit hevig gesubsidieerd’, zegt ze, ‘maar in Madagaskar krijgt alleen de stroom van Jirama staatssteun.’

‘We zijn een bedrijf dat winst moet maken’, zegt André-Bataille. ‘We stimuleren groene stroom, en vinden het belangrijk dat mensen geen bomen meer kappen en op hout koken.’ Anka, uitsluitend actief in het Grote Zuiden, zet daarom samen met ontwikkelingsbanken en non-gouvernementele organisaties ontwikkelingsprogramma’s op. ‘Maar die investeerders willen gewoon rendement terugzien. De tijd dat we gratis geld krijgen, is echt wel voorbij.’

Schoner alternatief

In Mangily werkt Anka met een pilotprogramma waarbij Duitse ontwikkelingsorganisaties de helft van de stroomkosten voor zo’n zestig kleine ondernemers betalen. Winkel- en minirestauranteigenaar Hermann (46, hij heeft geen achternaam, wat vaker voorkomt op Madagaskar) is daarbij aangesloten. Op een tafeltje staan twee grote rijstkokers waarin rijst pruttelt, verderop ligt een elektrische inductiekookplaat. Hermann wijst naar het binnenplaatsje achter het huis. ‘Vroeger kookten we alles buiten, op houtskool.’

‘Ik ben blij dat er nu schonere alternatieven zijn’, zegt hij. ‘Er zijn zo veel bomen gekapt dat je nu honderden meters moet lopen voor het bos begint.’ Hermann zegt te merken dat het dorp de afgelopen decennia opwarmde, de lucht viezer werd en er zelfs minder vogels zijn dan voorheen. ‘Wij zijn niet degenen die klimaatverandering veroorzaken, maar wel degenen die ervoor kunnen zorgen dat de gevolgen hier niet worden verergerd.’

Verantwoordelijkheid

Bedrijven als Anka komen vooral af op dorpen en kleine steden met veel bedrijven die bereid zijn om voor elektriciteit te betalen, zegt energie-expert Tavernier. ‘Daar zit de grootste meerwaarde van deze minigrids’, zegt hij. ‘Er zijn talloze bedrijven die hun productiviteit met stabiele stroom een grote impuls kunnen geven. Hotels kunnen plots kamers met airconditioning aanbieden, restaurants kunnen vis en vlees invriezen.’ Woningen worden desgewenst ook aangesloten, maar om verkoop aan particulieren is het de stroombedrijven over het algemeen niet te doen – daaraan valt niet genoeg te verdienen. Volgens Tavernier verklaart dat waarom de bedrijven de meer afgelegen, kleinere dorpen overslaan.

In de dorpskliniek van Mangily vraagt verloskundige Sitraka zich openlijk af of het wel verstandig is dat bedrijven de verantwoordelijkheid van de staat overnemen. Terwijl haar collega’s hun telefoons wegleggen om de eerste patiënt van vandaag te helpen, een baby die haar eerste vaccinaties krijgt, loopt Sitraka naar een put op de binnenplaats van de kliniek, en haalt een emmertje troebel water naar boven. Ze legt uit dat de kliniek geen stromend water heeft, enkel dit vieze, verzilte grondwater. ‘Moeten we wachten tot er weer een ander bedrijf komt dat hier stromend water aanlegt?’, vraagt ze sarcastisch. ‘Het wordt tijd dat de overheid haar zaken op orde krijgt. Met alleen elektriciteit zijn we er nog niet.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next