Ruhrtriennale Regisseur Ivo van Hove opent de tweede editie van zijn intendantschap van de Ruhrtriennale met liedjesvoorstelling ‘I did it my way’. De weemoed is raak getroffen, maar het bruggetje naar Black Lives Matter als tweede verhaallijn voelt gammel. Grootste attractie en ontdekking is de geweldige zangeres Larissa Sirah Herden.
Larissa Sirah Herden (midden) en Lars Eidinger (rechts) als ex-geliefden in ‘I did it my way’ van Ivo van Hove. Foto Jan Versweyveld
De titel zet even aan het denken. Met de liedjesvoorstelling I did it my way opent het tweede jaar van de Ruhrtriennale onder artistieke leiding van Ivo van Hove. De naam verwijst natuurlijk naar het liedje van Frank Sinatra, en naar de plot van de voorstelling. Een zwarte vrouw verlaat van de ene dag op de andere haar gezin en witte echtgenoot in suburbia om haar eigen identiteit te gaan zoeken. She does it her way. Maar het is lastig om, kauwend op die iconische songtekst, niet ook even te denken aan Van Hoves eigen ‘legacy’ bij International Theater Amsterdam. Tussen 2001 en 2023 stond hij er voor voorstellingen die bejubeld werden, tot vorig jaar bleek dat er bij ITA jarenlang sprake was geweest van een toxisch werkklimaat.
I did it my way. Concept en regie: Ivo van Hove. Decors/licht: Jan Versweyveld. Video: Christopher Ash. Choreografie: Serge Aimé Coulibaly. Muziek van Frank Sinatra en Nina Simone. Gezien: 21/8 Jahrhunderthalle Bochum. Aldaar t/m 31/8.
Concept
Uitvoering
Voor Van Hoves intendantschap van de Ruhrtriennale bleef die ontdekking zonder consequenties. De boe-salvo’s die donderdag klonken na I did it my way gingen over de voorstelling, een anderhalf uur durende hybride van zang en dans die inderdaad niet in de buurt komt van Van Hoves beste werk, zoals eerder dit jaar te zien was in een ijzersterke reprise van Angels in America bij ITA.
Van Hove, ook ervaren in Broadwaymusical, zet met I did it my way overwegend een genietbare en visueel zeer esthetisch uitgewerkte voorstelling neer. De eerste drie kwartier doen denken aan een highschoolmusical, een soort ‘Our Town’ met liefdesverdriet, met een tienkoppige band op het dak van het grote witte huis dat het decor vormt.
Frank Sinatra’s conceptalbum Watertown (1970) vormt daarbij het uitgangspunt, maar Van Hove voorzag de middle class-melancholie van een verlaten man van een extra laag: Nina Simone en Black Lives Matter. De verlaten witte man zingt Sinatra, zijn zichzelf zoekende zwarte vrouw (o.a.) Nina Simone.
Je snapt de castingkeuze voor de bekende Duitse acteur en rapper Lars Eidinger (de man). Al bevat de voorstelling geen gesproken woord, juist Eidingers ongeschoolde zangstem maakt zijn invulling van de liedjes menselijk en kwetsbaar. Maar voor het dragen van een hele avond schiet zijn expressieve charme toch tekort. Dat valt eens te meer op door de sterrenkracht van de geweldig zingende Larissa Sirah Herden (de vrouw). De emoties worden gespiegeld door vier uitstekende dansers, maar hun gepijnigde bewegingen (krampen, draaien, maaien) zijn vaak te expliciet om te ontroeren.
In de verhaallijn loop je soepel over de brug van zíjn verlatingspijn naar háár vrijheidsdrang. Wiebelig wordt het bij de erbij geprojecteerde historische beelden van Martin Luther King, de gewelddadige onderdrukking van de Civil Rights Movement en gelynchte slachtoffers. Billie Holidays ‘Strange Fruit’ (1939) beneemt je de adem en het energieke ‘To be Young, Gifted and Black’ (1970) is een halve eeuw later nog pijnlijk relevant, zo bewijst het publiek in Bochum (Old, Accomplished and White).
Maar dramaturgisch staat de mix van thema’s op wankele benen, en dat maakt het kijken ernaar ook ongemakkelijk. Of, met een goed Amerikaans woord, corny. Zeker aan het eind, waar harmonie-in-verscheidenheid lijkt te worden gepredikt met beelden van overvliegende vogels en een raster pasfotootjes van honderden Amerikanen van alle afkomsten.
Source: NRC