Home

Europa een continent op sterven na dood? Schrijver David Szalay kan het niet meer aanhoren

Ja, er is iets licht bedrukkends aan het Europese culturele klimaat op dit moment, zegt de Hongaars-Engelse schrijver David Szalay. Maar pas op voor te veel ernst, waarschuwt hij, want dan komt de literatuur in gevaar.

‘Stel, je laat iemand een foto van deze plek zien’, zegt schrijver David Szalay (51). Hij wijst op de omgeving van het rustige terras in Pécs. Voetgangers trekken langs de pastelkleurige fin-de-sièclepanden, op zoek naar de koelte van de schaduw. Het is een lome zomermiddag in de Hongaarse provincie. ‘Dan bestaat er geen twijfel over dat dit Europa is.’

Maar wat maakt Europa precies Europa? Het is een van de vragen die Szalay onderzoekt in zijn oeuvre sinds het met loftuitingen overladen Wat een man is uit 2016. Hij brak internationaal door met deze roman, die op de shortlist van de Booker Prize stond. Ook zijn novelle Turbulentie uit 2018 werd zeer goed ontvangen. Szalays jongste en zesde roman Het vlees verscheen begin dit jaar en staat op de longlist voor de Booker Prize.

ZOMERSERIE: SCHRIJVER IN EUROPA

Wat bindt Europese schrijvers? Is er sprake van een Europese cultuur? En hoe zie je die terug in de literatuur? Een wekelijkse interviewserie met zes prominente schrijvers. Deze week: de Hongaars-Engelse schrijver David Szalay. Lees ook eerdere interviews met de Britse bestsellerschrijver Pat Barker, de Duitse schrijver Caroline Wahl en de Belgische schrijver Gaea Schoeters.

De boeken vormen een schets van het moderne Europa en zijn een zoektocht naar de identiteit van het continent. Die begint bij Szalay zelf. Zijn vader is Hongaars, zijn moeder Canadees. Hij werd geboren in Montréal, groeide op in Londen en woonde sindsdien in verschillende Europese hoofdsteden, waaronder Brussel en Boedapest. Nu woont hij met zijn vrouw en drie kinderen in Wenen.

Szalay komt net uit Slovenië, waar hij een huis in de bossen heeft. ‘Daar verricht ik het zware werk voor mijn romans.’ Tussen Het vlees en zijn vorige roman zaten flink wat jaren. ‘Ik was begonnen aan een andere roman, maar heb die opgegeven. Daarna moest ik weer bij nul beginnen. De druk was groot: één roman opgeven kan nog, maar twee… Deze moest lukken.’

Nu is hij in Pécs, de stad waar zijn ouders een huis hebben en waar hij een aantal jaar woonde. ‘Mijn vader komt hiervandaan, hij verliet het land eind jaren zestig. Als kind kwam ik in Pécs om mijn familie te bezoeken. Het was een vreemde plek voor me. Later heb ik hier een paar jaar gewoond, en twee van mijn kinderen zijn hier geboren. Om nou te zeggen dat het voelt als thuis… Ik voel me er niet volledig op mijn gemak. Maar het is een belangrijke plek voor me.’

Is er een plek waar u géén buitenstaander bent?

‘Lange tijd had ik geantwoord dat in elk geval Londen mijn thuis was, waar ik woonde totdat ik in de 30 was. Daar woon ik inmiddels al vijftien jaar niet meer. Het is ingewikkeld, zelfs toen ik in Londen opgroeide. Ik heb een overduidelijk niet-Britse naam. In het Verenigd Koninkrijk was ik niet per se een buitenstaander, maar zeker een atypisch geval.

‘In Hongarije en op andere plekken waar ik heb gewoond, ben ik beslist een buitenstaander. Ik heb een Hongaarse achtergrond maar ik spreek de taal niet goed, ik ben er niet in opgevoed. Misschien zou ik me dan meer Hongaars voelen. Voor mijn vrouw is het anders, zij beheerst het Hongaars (Szalays echtgenote heeft net als hij een Hongaarse vader, haar moeder is Duits, red.). Zij heeft een ingewikkeldere relatie met het land dan ik, door de taal heeft ze een sterkere emotionele band.

‘In West-Europa bestaat soms het beeld dat Hongarije een soort Rusland is, een totalitaire staat. Zo voelt het niet als je hier bent. Maar er zit iets lelijks in de politiek, wat erg bedrukkend kan zijn. Zeker als je Hongaars begrijpt. Het is een van de redenen waarom we naar Wenen zijn verhuisd. Zelf bewaar ik een zekere afstand tot het land, dat is een comfortabele positie.’

Helpt het een schrijver om een buitenstaander te zijn?

‘Het heeft in elk geval een grote invloed op hoe ik schrijf, en waarover. Het geeft me een Europees perspectief. Ik voel me niet meer volledig thuis in Londen, niet in Hongarije en nog minder in Wenen. Tegelijkertijd kan ik met zekerheid zeggen dat ik me thuisvoel in Europa. Ik voel me Europees. Het schrijven is een zoektocht naar wat dit precies betekent. Mijn recente boeken spelen zich af op meerdere plekken in Europa en gaan over mensen die door Europa bewegen. Ik verken dat Europese gevoel.’

Wat een man is bestaat uit negen vertellingen, met uiteenlopende mannen in een andere levensfase. Ze bewegen kriskras door het continent; onder anderen jongeren op reis, geliefden uit verschillende landen die elkaar treffen, mannen op werktrips en een uitgebluste Schot in het Kroatische achterland. De werktitel van de roman was eerst Europa. Wat de personages gemeen hebben, is dat ze in crisis verkeren. Nog een overeenkomst is dat ze niet in staat zijn om daarmee om te gaan. Het is een herkenbare tragiek: ze hebben min of meer door wat het probleem is, maar zijn niet bij machte daar iets aan te doen.

Szalays geserreerde maar fijnzinnige observaties steken scherp af tegen banale decors: provinciesteden, goedkope vakantiebestemmingen, tankstations en Europese vliegvelden waar je nog niet dood gevonden wilt worden. In de woorden van de London Review of Books: ‘Een tweederangs EasyJet-Europa.’ Het levert droogkomisch existentialisme op.

Wat een man is is ook een roman over globalisering en verbinding. Het Europa dat Szalay schetst is nauwer verweven dan ooit: Europeanen reizen van hot naar her, de grenzen zijn open, er vindt een eindeloze uitwisseling van kennis, kapitaal en lichaamssappen plaats. In Turbulentie, oorspronkelijk geschreven als twaalf korte verhalen voor de radio, trekt Szalay dit idee door. Elk verhaal draait om iemand die een vliegtuig neemt; hun verhalen worden als een ketting aan elkaar geregen: in onze geglobaliseerde wereld hebben we meer met elkaar gemeen en zijn we meer verbonden dan we denken.

Het vlees vertelt het levensverhaal van de Hongaarse István, die op 15-jarige leeftijd met zijn moeder naar een nieuw stadje verhuist. Zijn leven ontspoort op jonge leeftijd. Via een carrière in het leger en een baan als beveiliger vecht hij zich binnen in de rijkste echelons van de Londense society – om uiteindelijk alles weer te verliezen. Het gaat over het lichaam, specifiek het mannelijke lichaam, over lust, geweld en ambitie, over de verlangens van het vlees en het verstand dat erachteraan hobbelt.

Beweging staat centraal in uw romans: over grenzen, door tijd, door sociale klasse. Het is meer dan een techniek om het verhaal voort te stuwen. Beweging is de essentie.

‘Zulke verhalen hebben een grote aantrekkingskracht op mij. Het is niet enkel mijn persoonlijke ervaring, hoewel die er wellicht de oorsprong van is. Allebei mijn ouders hebben het grootste deel van hun leven doorgebracht in andere landen dan de plek waar ze zijn geboren. Daar ben ik mee opgegroeid, het idee om ergens anders naartoe te gaan was niet vreemd, het leek juist heel normaal.

‘Afgelopen decennia zijn veel mensen in Europa op drift geraakt, simpelweg omdat het mogelijk was. Er zijn veel mensen in mijn positie, denk ik, die zich op meer dan één plek thuisvoelen en tegelijkertijd nergens echt thuisvoelen, behalve in Europa. Mijn eigen ervaringen dwingen me om over Europa te schrijven vanuit dit weidse perspectief, in plaats van vanuit één enkel land.’

Het vlees volgt de Hongaarse István, die naar het Verenigd Koninkrijk trekt. Hij klimt tot grote sociale hoogtes en tuimelt dan weer naar beneden. Wat wilde u beschrijven met dit personage?

‘Rond de tijd dat ik zelf naar Hongarije verhuisde, had ik neven die juist de andere kant op gingen, naar het Verenigd Koninkrijk. Binnen de inmiddels natuurlijke verplaatsing van mensen binnen Europa heb je een specifieke dynamiek, de beweging van oost naar west.

‘Dat maakt Het vlees ook een roman over Europa, in het bijzonder over de mensen die naar West-Europa trekken als een gebied van mogelijkheden. Natuurlijk om economische redenen, maar het biedt ook een kans om jezelf opnieuw uit te vinden. Ik ken veel Hongaren die om die reden naar Engeland zijn vertrokken. De roman gaat over hoe dat uitpakt, en verkent ook waar de grenzen van die ambitie liggen.’

Voor sommigen in zijn omgeving blijft István een indringer, een verdachte Oost-European.

‘In zekere zin wel. Maar hij krijgt toegang tot een bepaalde elite en besloten delen van de Britse samenleving. Het is niet alsof ze de deur in zijn gezicht dichtsmijten. Het is veel subtieler. Toen ik opgroeide was er geen grote gemeenschap uit Hongarije of Polen in Engeland, die kwam pas later, na de uitbreiding van de Europese Unie. Sindsdien zijn er ook meer clichés: Oost-Europeanen als een soort dubieuze figuren, een beetje als het hoofdpersonage in Despicable Me. Toch heb ik nooit het gevoel gehad dat er grote discriminatie of antipathie tegen Oost-Europeanen in Engeland was.’

Heeft de Brexit invloed gehad op hoe u zich in Londen voelde?

‘Ja, ik denk het wel. Rondom de Brexit hing een lucht van vijandigheid jegens elke vorm van buitenlandse invloed. Ik was er erg teleurgesteld en verdrietig over.

‘Bovendien kwam Wat een man is slechts enkele weken erna uit, terwijl de roman het tegenovergestelde van de Brexit is. Londen is de enige plek die vaak terugkomt in de roman. Er bestond een gevoel dat Londen de informele hoofdstad was van het nieuwe Europa dat ik beschreef. Dat idee is duidelijk vernietigd door de Brexit.’

Is de roman de kunstvorm bij uitstek om Europa te benaderen?

‘Ja, want de roman is veelomvattend. Je kunt er veel in kwijt en het kan een bepaalde complexiteit aan. Abstracte zaken die moeilijk te bevatten zijn, kun je benaderen met concrete verbeelding. Op die manier beland je bij iets wat betekenisvol en echt is. Als ik ergens een duidelijke mening over heb, vind ik het niet echt interessant om daar een roman over te schrijven. Het zijn juist zaken waar ik geen heldere mening over heb, waarover ik me moeilijk kan uitdrukken, waarbij het loont om er fictie van te maken.’

Uw personages zijn geen helden of antihelden. Ik zou eerder zeggen dat het non-helden zijn: weinig opvallende types, mannen die wat aanmodderen. Wat trekt u daarin aan?

‘Ik beschrijf graag gewoonheid, het dagelijks leven en mensen die weinig opmerkelijk zijn. Zelfs in ongewone situaties interesseert vooral het gewone me. In Het vlees keert István terug van de oorlog in Irak, waar hij als soldaat van het Hongaarse leger heeft gediend. Ik beschrijf hoe ze wachten om naar huis te gaan, zich heel erg vervelen en daarna uitgaan in Boedapest. Ik voelde me er direct toe aangetrokken om Istváns ervaring te beschrijven vanuit die verveling.

‘De uitdaging is om dat interessant te maken op papier. Het leven kan dan wel gewoontjes zijn, een boek mag dat niet zijn. Dat kan door humor te gebruiken. Toen ik Wat een man is schreef, voelde het voor mij natuurlijk om het op te schrijven als een komedie. Ik beleefde er veel plezier aan om het te schrijven als een grappig boek.’

Ook het tragische wordt in Szalays handen tragikomisch: een oligarch die zelfmoord wil plegen door van zijn jacht in zee te springen, bedenkt zich dat het waarschijnlijker is dat hij op een van de lagere dekken van zijn decadente schip te pletter valt. ‘Niet wat hij in gedachten had. Hij heeft hier helemaal niet goed over nagedacht.’ De ontroering houdt zich schuil in het humoristisch beschreven falen.

We leven in behoorlijk ernstige tijden. Is er nog wel genoeg humor, onder meer in de Europese literatuur?

‘We lopen het gevaar om heel serieus te worden. Er is niet genoeg oneerbiedigheid. Er is te veel eerbied en te veel conformisme. We zijn allemaal heel ernstig en vroom over ons eigen waardenstelsel. Dat is een gevaar voor de literatuur, want dan wordt het saai.

‘Er is iets licht bedrukkends aan het culturele klimaat op dit moment. Maar kijk naar Boccaccio of naar Chaucer (schrijvers uit de 14de eeuw, red.): zij leefden in behoorlijk nare tijden en schreven heel geestige boeken. Ik denk ook niet dat onze tijden uniek zijn in hun verschrikkelijkheid. Komedie is bovendien een manier om daarmee om te gaan, dus het is eigenlijk heel belangrijk.’

Afgelopen jaren is er in Europa en daar voorbij een discussie aangezwengeld over mannelijkheid: van ‘toxic masculinity’ tot aan een zogenaamde ‘crisis van de moderne man’. Hoe kijkt u daarnaar, als schrijver voor wie mannen in crisis literaire brandstof zijn?

‘Toen ik Wat een man is schreef, was ik me nauwelijks bewust van dit debat. Ik ontdekte het pas bij de ontvangst van de roman en tijdens de interviews die ik deed. Maar het was geen zelfbewuste agendering van vragen rondom mannelijkheid. Ik probeerde op droogkomische wijze het gedrag te beschrijven dat ik observeer bij mannen om me heen en bij mezelf.

‘Bij het schrijven van Het vlees was dit een stuk lastiger, want toen was ik wel op de hoogte van dit debat. Maar ik wilde niet dat de roman daar een opzichtige en zelfbewuste bijdrage aan zou leveren. Er bestaat natuurlijk de vraag wat een man precies is of moet zijn, dat is denk ik altijd kwestie van debat geweest. Er zijn sociale verwachtingen en normen, maar die zijn altijd in beweging. We moeten niet denken dat er vroeger een soort vast en onveranderlijk idee van mannelijkheid bestond.

Het vlees bevat een verwijzing naar Hamlet. Shakespeare schreef dit vier eeuwen geleden en je zou het kunnen lezen als een toneelstuk over een mannelijkheidscrisis. Prins Hamlet is een student in Wittenberg, met andere woorden, hij leert zijn hersens te gebruiken. Zijn vader verschijnt als geest in volle wapenrusting en roept hem op tot geweld. Het hele toneelstuk draait om deze spanning. Hamlet zit vol zelfhaat omdat hij niet het soort man is die ondoordacht en instinctief geweld gebruikt. Dat hij er zo lang over peinst, maakt die zelfhaat alleen maar groter: een échte man zou weten wat te doen.

Hamlet is geschreven in een tijd waarin Europa veranderde. Gemilitariseerde samenlevingen transformeerden in samenlevingen die waren gegrondvest op de wet, waar mensen die konden denken en schrijven de lakens uitdeelden. Mijn punt is: de crisis van de mannelijkheid is een continu iets, het is al eeuwen gaande en er zal ook niet snel een einde aan komen.’

Europa is veranderd sinds het verschijnen van Wat een man is. Het decor voor die roman waren open grenzen en eindeloze mogelijkheden. Inmiddels zijn grenscontroles terug, is de sfeer pessimistisch en wint nativisme aan kracht.

‘De atmosfeer is beslist anders. Maar ik denk dat eurosceptische leiders niet op dezelfde manier eurosceptisch zijn als de Britten die de Brexit aanvoerden. Het Verenigd Koninkrijk maakt nog altijd deel uit van Europa natuurlijk, maar niet meer van het fluïde Europa van voor de Brexit. Politici als Meloni en Orbán bekritiseren de Europese Unie maar zijn tegelijkertijd erg gericht op Europa. Hun nativisme is zelfs een soort ‘euronativisme’: ze hebben het over de ‘Europese beschaving’, niet over de Italiaanse of Hongaarse beschaving.

‘Mijn romans hebben de mens en het individu als uitgangspunt. Politiek die dat niet heeft, wordt hardvochtig en lelijk. De Europese politiek is een rommeltje, maar de krachten van buiten die Europa bij elkaar houden, worden sterker. Een Europa dat echt gefragmenteerd raakt, zou weerloos zijn tegenover Amerika, Rusland en China.

‘Om niet gedomineerd te worden door krachten van buiten, moet Europa bij elkaar blijven. Ik zou een parallel trekken met Italië in de renaissance, hoewel er vast een historicus is die dit onderuitschoffelt. Toen had je allemaal strijdende stadstaten die in feite waren overgeleverd aan grotere buitenlandse mogendheden. Maar zo bekeken is de huidige reden voor eenheid meer angst dan idealisme.

‘Wanneer mensen spreken over Europa als een ‘vermoeid en oud’ continent: daar kan ik geen geduld voor opbrengen. China is ook oud. Dat de geschiedenis lang teruggaat, betekent niet dat er sprake is van een onafwendbare neerval, alsof je stervende bent. Europa is een prachtige plek. Ik hoop dat we onze zaken op orde krijgen, omdat Europa de wereld iets te bieden heeft. Het zou gewoon zonde zijn als dit uitdooft.

‘Ik zou nergens anders willen wonen. Wat het precies is, laat zich moeilijk vastpinnen. Het is prettig om hier te leven. Maar we leven in een heel competitieve wereld. Europeanen zijn te ontspannen, wellicht is het hier wel te prettig. De behaaglijkheid van Europa bevat misschien ook de zaden van zijn vernietiging.’

David Szalay: Het vlees. Uit het Engels vertaald door Auke Leistra. Nijgh & Van Ditmar; 344 pagina’s, € 23,99.

Wat een man is (vertaling Auke Leistra) en Turbulentie (vertaling Lidwien Biekmann) verschenen beide bij Nijgh & Van Ditmar.

CV David Szalay

1974 Geboren in Montreal.

1975 Verhuisd naar Londen.

1996 Rondt studie Engels aan Oxford af.

1996-2003 Werkt in de reclamebranche.

2008 Debuutroman London and the South-East (in het Nederlands verschenen als Mag ik u een aanbod doen?.

2016 All that man is (in het Nederlands verschenen als Wat een man is), internationale doorbraak en shortlist Booker Prize.

2018 Turbulence (Turbulentie).

2025 Flesh (Het vlees), longlist Booker Prize.

Source: Volkskrant

Previous

Next