Home

Monique van de Ven: ‘Het is niet te doen, een kind verliezen. Ik denk ook bij die oorlogen: hou op!’

In de film Een vrouw als Monique speelt Monique van de Ven een oudere actrice die terugkijkt op haar leven. Haar eigen leven – waarin ze haar zoontje Nino verloor, nu 32 jaar geleden. ‘Weet je wat het gekke is? Ik mis Nino steeds meer.’

is tv-maker, schrijver en journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze bekendere Nederlanders.

‘Na Nino’s dood wilde ik nooit meer spelen’, zegt Monique van de Ven in de docufilm Een vrouw als Monique. Ze vertelt het aan een jonge Nederlandse fietser, gespeeld door Joes Brauers, die met pech strandt bij haar vakantiehuisje in Bretagne. Daar, tussen haar plakboeken, bereidt ze zich voor op een film waarin ze terugkijkt op haar leven. Op de rollen die ze speelde en de relaties die ze had. Zoals die met cameraman Jan de Bont, met wie ze vijftien jaar was getrouwd en elf jaar in Los Angeles woonde. En die met acteur en scenarioschrijver Edwin de Vries, met wie ze inmiddels 38 jaar samen is en twee kinderen kreeg: Nino en Sammie.

De fietser had qua leeftijd zo haar zoon Nino kunnen zijn, die 32 jaar geleden op bijna 2-jarige leeftijd overleed aan meningokokkensepsis – een zeer ernstige infectieziekte die veroorzaakt wordt door de bacterie meningokok.

‘Toen werd je gevraagd voor de hoofdrol in de film Lang Leve de Koningin’, zegt de jongen die een etmaal blijft, tot zijn fiets is gerepareerd.

Monique: ‘Ja, die rol heeft mijn leven gered. Ik kom altijd weer boven.’

De docufilm, waarin fictie en realiteit door elkaar lopen, is geregisseerd door Claire Pijman en gaat 13 september in première op het festival Film by the Sea. Van de Ven ontvangt daar ook de Career Achievement Award. Volgens festivaldirecteur Jan Doense behoort de 72-jarige actrice tot ‘de absolute royalty van de Nederlandse film’. Na amper een jaar op de Toneelacademie in Maastricht werd ze al door Paul Verhoeven gecast voor de hoofdrol in Turks fruit. Daarna volgden films als Amsterdamned van Dick Maas en series als Spangen en Dokter Deen. Ze won drie Gouden Kalveren en werd in 1999 uitgeroepen tot ‘Nederlands actrice van de eeuw’.

Hoe was het om jezelf te spelen?

‘Toen Claire zei: ‘Je gaat jezelf spelen’, dacht ik eerst: hoe doe ik dat dan? Hoe kom ik bij mij? Het is een gekke hybride vorm tussen fictie en non-fictie. Maar doordat we met een kleine crew werkten, ging het vanzelf. Ik zag het eindresultaat samen met Edwin en Sammie. Ze waren in tranen. Ze vonden het zo mooi en indrukwekkend. Ik ben er heel blij mee. Maar het was ook confronterend. Het is niet niks als je van beelden van je 19de, boem, ineens naar je 72ste snijdt.’

Waarom was Sammie ontroerd?

‘Ik denk dat hij niet alles wist, bijvoorbeeld over mijn relatie met Jan de Bont. En het gaat natuurlijk ook over zijn overleden broertje. Die laag ligt heel sterk onder de film. Misschien voelt niet iedereen dat, maar hij wel. En daar moest hij zo hard om huilen, denk ik.’

Je wordt in de film drie keer emotioneel. Is er een verschil tussen spelend huilen en echt huilen?

‘Zeker. Als je het speelt kun je je emoties meer controleren. De keren dat ik in deze film emotioneel word, speel ik het niet, dat is echt. Dat kwam ook door Joes, hij werd bijna mijn zoon. Hij was zo nieuwsgierig, wilde alles weten. Daardoor voelde ik me veilig en dacht: ik ga jou alles vertellen. Over mijn moeder, mijn vader, mijn rollen. Ik heb dingen gezegd die ik nog nooit in een interview of in het echte leven heb verteld. Door de vorm zat er een veiligheidsfilter tussen.’

In het eindshot zit je met een glimlach in de zon, alsof er een last van je is afgevallen. Edwin zei dat de kern van de film een catharsis is: een proces van emotionele zuivering, doordat je het allemaal vertelt aan iemand die je zoon had kunnen zijn.

‘Dat is ook zo. Het ruimt op. Zeker de dingen die ik nooit had verteld of emoties die onverwacht naar boven kwamen. Er zit een scène in waarin ik vertel over mijn vader, wat ik niet vaak heb gedaan. Hij stierf toen ik 5 was. Hij kwam met de lunch thuis, zei: ‘Ik voel me niet lekker’, en ging naar boven. Mijn moeder ging kijken en vroeg: ‘moet ik de huisarts bellen?’ ‘Nee, nee’, zei hij. Maar haar jongste zusje, die verpleegster was en toevallig bij ons logeerde, belde toch de dokter. Die kwam en zei: ‘Ik vertrouw het niet, ik kom over een uurtje terug.’ Toen was mijn vader dood.

‘Het was een hete zomerdag in juni. Daarom moest hij dezelfde dag worden begraven. Ineens lag hij in een kist met een glazen deksel in onze speelkamer. Voor mij was het net een sprookje, ik kon in die kist kijken en daar lag mijn vader.

‘Hij was de zoon van de burgemeester en bekend in het dorp, er kwamen waanzinnig veel mensen. Mijn moeder zei dat ik niet met haar en mijn broer en zus vooraan in de begrafenisstoet mocht lopen. Ze was bang dat ik misschien gek ging doen, ik was tenslotte 5, mijn broer en zus waren 8 en 9. Ik moest ergens achteraan lopen, met het kindermeisje Thea. Dat heb ik mijn moeder later zo kwalijk genomen.’

Wat heb je daardoor gemist?

‘Het gevoel dat ik erbij hoorde. Toen ik dit verhaal vertelde, kwamen mijn emoties weer naar boven. O ja, die woede zit er nog steeds, dacht ik. Gek hè?

‘Een ander onverwacht moment waarop ik emotioneel werd, was toen ik vertelde over mijn huwelijk met Jan de Bont. Tijdens de opnamen van Keetje Tippel waren we al een stel en was hij de cameraman. Toen ik mijn bloesje moest uittrekken, riep hij van achter de camera: ‘Hoer!’ Ik was woedend. Iedereen op de set hoorde het. Dat vergeef je iemand niet. Ik was nog jong, 21, en niemand greep in. Daarna moest ik ook nog met hem mee naar huis, want ik was met hem getrouwd.

‘Ik denk dat het jaloezie was, maar dat was absurd. We hadden net Turks Fruit gedraaid, waarin ik niets anders deed dan mijn bloesje uittrekken. Ik vond het echt heel gemeen.’ Ze staat ineens op. ‘Ik ga jou nog even wat kussentjes geven voor in je rug. Dan zit je lekkerder.’

Toch bleef je bij hem.

‘Ja. Dat was ook veilig. Ik was 21 toen we trouwden, hij was negen jaar ouder en ook een soort vaderfiguur. Uiteindelijk gingen we samen naar Amerika – allemaal grote stappen waarbij je niet snel zegt: ik stap op. We waren gesetteld in Los Angeles, hadden er een huis gekocht. Maar op een gegeven moment was het klaar. Ik draaide steeds meer in Nederland en kwam daar de aller-aller-allerleukste man ter wereld tegen. Toen was er geen houden meer aan.’

Edwin zei: ‘Toen ze van Jan de Bont af ging is ze ongelooflijk sterk geworden. Zelfstandiger. No-nonsense.’

‘Ik ben nooit heel onzeker geweest, maar Jan heeft me misschien wel onzeker gemaakt, ja. Als we samen waren was het leuk, maar zodra er derden bij kwamen, ging hij me corrigeren. Dan werd het onaangenaam. Het groeide ook scheef doordat hij in Amerika steeds meer kon draaien, terwijl het voor mij veel moeilijker was om rollen te krijgen. Niet dat ik daar erg mee zat, ik dacht al snel: weet je, ik ga lekker naar de universiteit in LA, en daar allemaal cursussen volgen. Maar gaandeweg dacht ik steeds vaker: pff, waarom zou ik dit allemaal nog pikken?

‘Dat ik lang bij Jan ben gebleven, kwam ook doordat het me een bepaalde bescherming gaf. In die tijd waren er veel mannen verliefd op mij. Rutger (Hauer, red.) zei altijd: ‘De mannen willen Monique en hun vrouwen willen mij.’ Die mannelijke aandacht was behoorlijk heftig. Maar ik was er relaxt onder doordat ik niet zu haben was.’

De jonge fietser in de film zegt na het bekijken van je fotoalbums: ‘Je zal wel omkomen in de rollen.’ ‘Dat valt best mee’, antwoord jij, je vertelt dat het lastiger is op jouw leeftijd. Is dat weleens frustrerend?

‘Totaal niet. Ik heb altijd gezegd: jongens, ik heb twee handen aan mijn lijf, dan ga ik wel vakkenvullen bij de Albert Heijn. Waar moet je bang voor zijn? Als je niet bang bent, zijn er ook geen teleurstellingen. Maar natuurlijk is het voor ouder wordende actrices steeds moeilijker om rollen te krijgen. Daar zit een groot verschil met mannen.’

Snap je waarom dat is?

‘Mannen agen anders, bij hen zie ik de rimpels niet. Edwin ziet er fantastisch uit, ik zie geen verschil met 38 jaar geleden. Ik vind het nog steeds een mooie man, dat zeg ik ook bijna elke dag.’ Lachend: ‘Als-ie lief is.’

Heb je er zelf last van als een actrice veel rimpels heeft? Kun je je dan minder goed inleven in dat personage?

‘Nee. Ik heb misschien wel meer last van Nicole Kidman, waarbij ik denk: nou Nicole, die cosmetische ingrepen hadden wel ietsje minder gekund. Emma Thompson voelt toch echter. Ik zie zoveel dezelfde mensen, ze lijken allemaal op elkaar. Moet je hier in ’t Gooi kijken. Vroeger zei je: van achteren lyceum, van voren museum. Nu is het voor en achter lyceum. Dan denk ik: waar hou je op? Ga je nou ook nog die billen doen? Who cares! Zoek een partner die jou op alle manieren mooi vindt.’

Hoe sta je zelf tegenover fillers of botox?

‘Dat heb ik ook wel gedaan, tuurlijk, ik ben ook ijdel. Maar dat moet je dan blijven doen, nou, not. Uiteindelijk vind ik het er zo lelijk uitzien. Vrouwen die hun lippen laten doen, kunnen vaak niet eens naar hun eigen navel kijken. Het lijkt wel Duckstad, ze zien eruit als eenden. Nee, ik doe niks meer. Ik denk ook dat je afstand creëert met een gladgetrokken gezicht. Het isoleert je. Het is niet leuk om te kijken naar zo’n gladde kop waarop je geen emoties meer ziet.’

Jij bent op een bepaald moment door een hond in je gezicht gebeten. Wat is er precies gebeurd?

‘Door de hond van Melanie Griffith, ja. Het was een Afghaanse hond, met zo’n spitse snuit. ‘Hi Goldie’, zei ik. En: snap! Hij beet zo in mijn gezicht. Het lag helemaal open. Ik heb er nog steeds littekens van. Het was zondagochtend, we zijn meteen naar het ziekenhuis gegaan. ‘What kind of stitches do you want?’, vroeg de plastisch chirurg. ‘50, 100 or 250 dollars?’ ‘The best goddamnit!’, riep Jan, ‘It’s her fáce!’ Jan werd helemaal gek.

‘Een jaar later gebeurde er iets soortgelijks bij Jan. Tijdens een filmopname werd hij door een leeuw gebeten, hij werd zo gescalpeerd.’

Gescalpeerd?

‘De hoektanden van die leeuw gingen zo krrr, van zijn hoofd naar zijn nek. De helft van zijn schedelhuid lag eraf. Hij is met vliegende vaart naar het ziekenhuis gebracht. Hij had zo dood kunnen zijn, heel naar.

‘Melanie zei achteraf overigens met haar hoge, onschuldige stemmetje: ‘Well, yeah, he did it once before.’ Sorry!?, dacht ik. Gelukkig is het goed gehecht. Je ziet het soms bij een bepaalde belichting in films, maar het heeft me geen rollen gekost. Dat de rollen minder werden, is geleidelijk met het ouder worden gekomen. Maar ik heb natuurlijk een fantastische man die dan gewoon veertig afleveringen Dokter Deen voor me schrijft. En nu heeft hij weer een fantastisch Amerikaans-Nederlands script geschreven, mede geproduceerd door Reinout Oerlemans, waarin ik een hoofdrol speel. Als de financiering rondkomt wordt het volgend jaar opgenomen.

‘Toen Dokter Deen in 2018 stopte, dacht ik: hè hè, nu neem ik een sabbatical. Ik had 51 jaar aan één stuk door gewerkt. Ik had gewoon zin om ’s ochtends mijn krantje te lezen en niet om 5 uur op te staan voor een draaidag. Sindsdien heb ik het spelen niet gemist. Dat is heel gek. Ik denk wel dat het beter voor me is om af en toe te werken, maar je leven verandert gewoon; je wordt ouder en ook wel een beetje luier. Lekker in de tuin zitten, daarna het hondje een paar keer uitlaten, Wimbledon kijken en de dag is voorbij.’

Waar heb je het meeste geld mee verdiend, waardoor je nu niet vanwege geldzorgen de ene rol na de andere hoeft binnen te harken?

‘Huizen. Daar ben ik goed in. Dit huis hier in Blaricum kocht ik 33 jaar geleden zonder Edwin maar aan te kijken. Ik hoorde ‘dingdong’ – de volgende kijkers stonden op de stoep – en zei snel tegen de makelaar: ‘Wij nemen een optie.’ Het huis is inmiddels veel meer waard. Ons vorige huis was van een vriend van ons. Die vertelde dat hij ging samenwonen. ‘O, komt het te koop? Dan willen wij het wel hebben’, zei ik meteen. Na Amerika idem dito. Ik kwam terug uit LA en dacht: ik wil wel iets in Amsterdam kopen. Meteen kocht ik een waanzinnig loft op de vierde etage. Later een huis in Toscane. ‘Wat is dat daar beneden, een ruïne?’ ‘Ja’, zeiden een paar mensen, ‘die is te koop.’ ‘Dat gaan we doen’, zei ik tegen Edwin. We hebben er een nieuw huis op gebouwd, het twintig jaar later verkocht en van dat geld een huis op Vlieland gekocht dat we na twintig jaar ook weer hebben verkocht. Nou ja, zo.

Je zit eigenlijk in het onroerend goed.

‘Maar wel altijd voor mezelf. En dit huis verkopen we nooit. Nino heeft hier nog gewoond, al was het maar veertien dagen. Verder ben ik geen grote spender. Ik rij al honderd jaar in dezelfde auto, dat interesseert me niets. Dus ik kan gewoon met pensioen.’

Maar je gaat nu dus een film doen met Richard Gere.

‘Richard Gere?’

Ik dacht: ik doe een gokje. Zowel Reinout Oerlemans als Edwin willen de naam van je tegenspeler nog niet prijsgeven. Maar Edwin zei dat het een ‘heel grote jongen van 75, een van de bekendste acteurs van Amerika’ is.

‘Het is niet Richard Gere, wie het wel is mag ik nog niet zeggen. In eerste instantie zou het Dustin Hoffman zijn. Het was zo leuk, hij zei: ‘Hé Monique, wanneer gaan we samen een film maken?’ ‘Praat maar met Edwin’, zei ik. Maar Dustin is inmiddels te oud. Heel jammer, het is zo’n fantastische man.’

Jullie vieren vaak kerst met hem, begreep ik.

‘We zijn daar inderdaad vaak rond die tijd. De zoon van mijn beste vriendin, die ook heeft meegeschreven aan het script, is getrouwd met de dochter van Dustin. Daardoor zien we hem regelmatig met kerst.’

Een andere goede vriendin van je is Connie Palmen. Zij zei: ‘Iedereen zegt altijd dat Monique zo lekker ongecompliceerd is, maar mensen zijn complex, Monique ook.’ Waarin zit jouw complexiteit, denk je?

‘Geen idee... Misschien juist daarin, in dat ik niet-complex ben? Ik weet wel dat anderen het soms lastig vinden dat ik behoorlijk assertief ben. Ik zit er meteen, boem, bovenop. ‘O Monique, she is so opinionated’, zeiden ze in Amerika altijd.

Heb je in Amerika weleens last gehad van grensoverschrijdende situaties?

‘Jawel. Er waren producenten die me uitnodigden om een script te bespreken. ‘Let’s do it at my house’, zeiden ze dan. Vervolgens deden ze in een dun badjasje open. Ik zat ook eens bij iemand in de auto, middenin de stad, en opeens zag ik een enorme lul uit zijn broek komen. Ik stapte bij het eerste de beste stoplicht uit en stak mijn middelvinger omhoog. Ja, no way, dat gaat bij mij niet gebeuren. Dan maar geen rol. Dat kon me echt geen reet schelen. In Duitsland gebeurde het ook. Een producent ging veel te ver, en toen ik hem had afgeschud en naar mijn hotelkamer in München ging, stond ineens de hoofdrolspeler op de gang. Kom even gezellig mit mir mit, zei hij. Nein danke! Vreselijk. Onbegrijpelijk, toch?’

Dat je je vanaf het begin zo kordaat wist op te stellen.

‘Ja, maar dat komt ook doordat ik dat soort aandacht niet nodig heb. Ik kreeg al – en krijg nog steeds – heel veel aandacht. Dat ik me nooit gek heb laten maken door mannelijke aandacht, komt ook door mijn moeder. Van jongs af aan ramde ze erin: je moet onafhankelijk blijven. Je hebt je eigen mening, je maakt je eigen keuzes, je laat je niet gek maken door anderen.’

Toch noemde ze jou en je zus na het overlijden van jullie vader haar troostmeisjes.

‘Ja. Mijn broertje werd naar een kostschool gestuurd en mijn zusje en ik kregen de taak om haar troostmeisjes te zijn. Mijn eerste rol speelde ik toen ik 5 was, om mijn moeder gelukkig te maken. Daarna besloot ik actrice te worden. Dat extraverte heb ik mezelf toen aangeleerd.

‘Mijn moeder was slecht in het uiten van haar emoties, dus ik ging letterlijk op haar schoot zitten, haar huggen en haar warmte zijn, zodat ze wel iets moest voelen. Dat verzorgende zit heel erg in me, dat is het kussentje achter je rug.

‘Ze zorgde wel voor stabiliteit. Na mijn vaders dood – ze was 41 – nam ze meteen, hup, een baan. Ze deelde taken uit aan ons, stampte die erin. Toen ik jaren later nog een erfenis kreeg van mijn vader, gaf ik die meteen aan haar. ‘Nou wat leuk, dankjewel’, zei ze, en de volgende dag zaten we op het vliegtuig naar India. Zo iemand was ze. Tot haar 93ste woonde ze vlakbij in een verzorgingshuis. ‘O, is it you?’, zei ze altijd vrolijk als ik binnenkwam. Het was een leuke vrouw. Qua emoties misschien wat minder, maar ik kreeg genoeg hoor.’

Het lijkt dus wel te kloppen dat je vrij ongecompliceerd in het leven staat.

Lachend: ‘Ja, ik durf het alleen niet te zeggen. Ik ben een blij iemand, af en toe heel lui, maar ook lief en zorgzaam. Er is niet zoveel mis met mij. Dat is natuurlijk vreselijk om over jezelf te zeggen, maar zo is het wel. Net kwam Sammie onze hond halen en dan ben ik helemaal blij dat hij er is. Ik heb het goed.’

Hoe komt het dan dat zowel je man als je zoon moeten huilen als ze een film over jouw leven zien?

‘Ik ga een kaartje pakken dat Sammie voor moederdag schreef.’ Ze loopt de zonnige tuin uit en haar Blaricumse villa in.

Bij terugkomst leest ze voor: ‘Lieve mam, fijne moederdag. En gefeliciteerd met je prachtige en ontroerende film. Wat een mooi leven.’ Als je kind dat zegt, is dat toch mooi? De film is heel goed gelukt, vind ik zelf. Het is voor hem ook niet makkelijk geweest om zijn broertje te verliezen en dat gat te moeten opvullen. Hij schrijft altijd: ‘liefs, zoons’. Dat vind ik zoiets liefs. En dat hebben we zelf ook goed gedaan. We hebben hem altijd betrokken bij ons verdriet, ons gemis, er altijd over gepraat. Hij gaat er hartstikke goed mee om.

‘Onze vrienden ook. Elk jaar gaan we naar het graf van Nino en altijd staat daar dezelfde groep mensen. Zonder dat we het ooit hebben afgesproken. Als je zo’n kring om je heen verzamelt in je leven, word je vanzelf een gelukkig mens.’

Had je enig idee hoe je ermee om moest gaan toen je zoon overleed?

‘Nee. Maar toen Nino zo ziek was en het er slecht uitzag, zeiden een paar verpleegkundigen tegen ons: ‘Eén ding, jullie moeten het samen doen. Samen hulp zoeken. Dat is heel erg belangrijk.’ De volgende dag belde Edwin meteen psychiater Louis Tas.

‘In het ziekenhuis zag ik al wat een fantastische man Edwin is. Hoe hij met de situatie omging, met mij en met Sammie. Nadat Nino was overleden, reden we terug naar huis. Ik keek hem aan en dacht: bij jou ga ik nooit meer weg. Dat iemand zo kan zijn, zo niet egocentrisch. We hebben het echt samen gedaan, dat heeft ons gered. En Louis Tas ook. Daarna zijn we gewoon doorgegaan bij hem, en dan met relatietherapie.’

Wat heb je van Louis Tas geleerd?

‘Luisteren. Op een gegeven moment luisterde Edwin niet meer. Hij had een depressie waarin hij steeds dieper wegzakte en ik kon hem niet meer bereiken. Maar als we in een driehoek zaten en ik aan Louis vertelde dat ik Edwin niet kon bereiken, hoorde hij het wel. Dankzij Louis hebben we leren praten met elkaar.’

Kan een psychiater in zo’n situatie iets zeggen wat verlichtend werkt?

‘Hij zette vooral iets in gang. Als je zo iemand niet hebt, kan je verdriet stil komen te staan, hij maakte het vloeiend. En hij legde uit dat iedereen op zijn eigen manier en op zijn eigen tijd met rouw omgaat. Dus als ik ineens heel hard moest huilen omdat Nino er niet meer was, en weer naar zijn graf ging, wat Edwin allemaal niet deed, zei Louis dat ik niet moest denken dat Edwin er niet mee bezig was.’

Heb je ook weleens gedacht: dit is te groot om te dragen, ik ga hier gewoon helemaal aan onderdoor?

‘Ja, maar ja, daar zat die vier maanden oude Sammie aan tafel. Tuurlijk dacht ik heus weleens: ik hou ermee op. Maar no way, er was nog een stralend jongetje waarvoor we er moesten zijn. Weet je wat het gekke is? Ik mis Nino steeds meer. Ook omdat er nu meer tijd is voor reflectie. Ik word niet meer afgeleid door werk, en Sammie heeft minder tijd. Je raakt je kind toch een beetje kwijt als hij uit huis gaat, samenwoont en een drukke baan heeft. Maar ik vind het ook lekker.’

Om Nino te missen?

‘Ja, om met hem bezig te zijn. Nu Sam 32 is, denk ik vaak: o, hoe zou Nino nu geweest zijn?’

Wat voor kind was hij?

‘Een heel blij jongetje. Altijd stralend. Hij ging op tafels staan, hij was superblij. Sammie was veel meer ingetogen, maar du moment dat Nino doodging, veranderde Sammie in een vrolijk jongetje, alsof hij iets overnam. Hij werd heel extravert. Een troostkind, weer.’

Een herhaling van de geschiedenis.

‘Grappig hè? Hoe klein hij ook was, hij heeft het toch gevoeld, denk ik. Ja natuurlijk heeft hij gevoeld dat er iets vreselijks was gebeurd.

‘Het fijne was dat regisseuse Esmé Lammers een half jaar na Nino’s dood op de stoep stond en zei: ‘Ik wil dat jij de koningin in mijn film Lang Leve de koningin gaat spelen. Je moet het huis uit.’ Ik dacht: ik ga nooit meer spelen, ik blijf hier thuis en zorg voor Sammie. Maar ineens stond ik weer op de set. Esmé heeft me door een heel nauw gangetje naar het licht geduwd.

‘Ik weet nog goed dat Edwin en ik daarna voor het eerst weer op vakantie gingen – dat doe je in het begin ook niet meer. We stonden in Zwitserland op een berg en ineens zag ik dat de lucht blauw was. Ik had voor mijn gevoel alsmaar donkere wolken gezien.

‘Het is niet te doen, een kind verliezen. Ik denk ook bij die oorlogen: hou op! Weet je hoeveel moeders nu kinderen verliezen! Het zijn allemaal jonge jongens die naar het front met Oekraïne worden gestuurd. Ik word er krankzinnig van. Vreselijk. Al die moeders die kapotgaan van verdriet. En voor wat? Voor een stukkie grond? En er wordt nauwelijks over hun verdriet gesproken, hè. Dat valt me echt op. Ik ben er woedend over. En al die kinderen die in Gaza doodgaan. Ik word er helemaal gek van. Vreselijk.’

Hoe is het je gelukt om ondanks Nino’s overlijden een ongecompliceerd iemand te blijven?

‘Dat heeft bijna alles te maken met mijn zonnige karakter. Daar heb ik zelf niet zoveel voor hoeven doen. Misschien heb ik het ook wel van mijn moeder geleerd. Doorgaan. Ik weet nog goed dat mijn moeder op haar sterfbed lag. De arts zei: ‘Jullie moeten nu afscheid nemen, want het kan zo afgelopen zijn.’ Ik ging bij mijn moeder in bed liggen en toen zei ze: ‘Nou, welterusten en tot ziens.’ Zo ging ze dood. Ze heeft mijn leven makkelijker gemaakt door zo’n voorbeeld te zijn. Start de auto niet? O, dan ga ik het zelf even proberen. Jongens, even duwen! Zo oplossingsgericht ben ik ook.

‘Natuurlijk zijn er genoeg dingen niet goed gegaan in mijn leven. Maar het gaat erom hoe je ermee omgaat.’

Connie Palmen zei over jou: ‘Die hartelijke, ongecompliceerde houding tegenover het leven ontwikkel je om je tere wezen, dat ook in haar huist, te beschermen. Daar laat ze heel weinig mensen toe. Iedereen heeft manieren gevonden om kwetsbaarheid te beschermen. Ik herken die schijn van hartelijkheid en aaibaarheid, dat is een kenmerk van juist ontoegankelijke mensen.’

‘Diepzinnig, Con. Jezus. Ik heb helemaal niks op te houden. Ja, het zou best kunnen dat ik als jong meisje mijn moeder gelukkiger probeerde te maken en dat ik daardoor een vorm heb gevonden van leuk, aardig en zorgzaam zijn. Maar ik ben blij met die zorgzaamheid, want het geeft veel terug.’

Daarna: ‘Het zou best kunnen dat het een vorm van bedekken is, maar ik zou niet weten welke kwetsbaarheid ik wil toedekken. Over Nino ben ik altijd open geweest, en niet ontoegankelijk of onbenaderbaar.’

Ik las dat jij en Edwin na de column van Theo van Gogh, die schreef dat het effectbejag was dat jullie bij Sonja Barend vertelden over jullie overleden zoon, er acht jaar niet over hebben gesproken in de openbaarheid.

‘Hij schreef dat het een hele troost was dat Nino niet voor niets was gestorven, want nu konden papa en mama nog jaren op tournee met zijn nagedachtenis. Die column had hij hier in de bus gedaan, hè? Persoonlijk. Zodat hij zeker wist dat we het zouden lezen. Het was echt heel erg. Ook omdat je je niet kon verdedigen. Ook niet nadat Theo van Gogh dood was. We konden niet roepen: we zijn blij dat hij dood is. Dat hebben we allemaal voor ons gehouden. Daar heeft Louis Tas ons ook weer heel erg bij geholpen. Ga op je handen zitten, niet reageren, dan kunnen ze er verder niets mee. Het heeft wel een scheuring in onze vriendenkring veroorzaakt. Er waren toch nog mensen die Theo zagen en uitnodigden op hun verjaardag. Dan gingen wij niet meer. Dat kon ik niet aan. Dat iemand zo vernietigend kan zijn, daar kan ik me nog zo kwaad over maken. Dat is misschien het kwetsbare wat Connie bedoelt. Ik ga water halen voor jou en voor mij.’

Bij terugkomst vertelt ze over de film die ze voor Sammie maakte. ‘De titel is Sammie the movie; het leven is een feest. Ik had 55 uur aan filmpjes, vanaf zijn geboorte tot zijn 21ste verjaardag, teruggebracht tot een uur. Ieder jaar interviewde ik hem. De film begon met beelden van Nino die over mijn dikke buik aaide, waarin Sammie zat. Hij geeft er een kusje op. Daarna zag je ze samen in bad zitten. Maar op een gegeven moment zijn er ineens geen beelden meer waarop Nino staat en weet je dat hij dood is. Ik heb Sam nog nooit zo hard zien huilen als bij het zien van die film. Het leidde tot een enorme ontlading bij hem.’

Is de titel van die film ook zoals jij het ziet: het leven is een feest?

‘Ja, het is een feest. We leven! Als je niet meer leeft, is het kut. Dus als we dan nog leven, laten we dan nog maar een beetje genieten.’

Wist Nino dat hij doodging?

‘Hij was nog een soort van bij in de ambulance. Ik bleef tegen hem zeggen: ‘Nien, het komt allemaal goed, het komt echt goed schatje, mama is bij je, mama is bij je.’ In het ziekenhuis was hij al heel snel buiten bewustzijn. We zijn dertien dagen bij hem geweest. Ik denk niet dat hij zelf wist dat hij doodging. Op een gegeven moment zag ik een schaduw door zijn lichaam gaan, en dacht ik: hij is er niet meer. Heel raar. Ja... Dat zijn dingen die je niet snel vergeet.

‘Edwin en ik hebben het ook nog steeds over ‘Nino-luchten’. Vlak voordat hij doodging kwamen er allemaal stralen door de wolken heen. Als die er nu zijn, zeg ik: ‘Nino is er. Hai Nien.’ Ja, je moet toch wat.’

Ja.

Zacht: ‘Geniet maar van je kind.’

Ik heb gehoord dat als je kind een naar ongeluk krijgt, je niet verschrikt moet kijken als moeder, maar beter kunt zeggen: ‘Niks aan de hand, komt goed.’

‘Komt goed, ja.’

Dat was ook de reflex die jij had.

‘Zeker, ja, meteen. En ik ben ook blij dat ik dat heb gezegd. Terwijl we toen al hadden gehoord dat het om nekkramp ging, een soort meningitis. We wisten meteen hoe erg het was. Daar gaan soldaten aan dood. Maar zal ik jou eens even iets anders geven? Een glaasje wijn bijvoorbeeld? Een jus d’orange? Of liever een groentesapje?’

Cv Monique van de Ven

28 juli 1952 Geboren in Zeeland, Noord-Brabant.

1971-1972 Toneelacademie Maastricht, waar ze vanaf geplukt werd door Paul Verhoeven voor Turks fruit

1973 Hoofdrol in Turks fruit, bekroond met Gouden Kalf voor beste film

1975 Keetje Tippel

1979 Een vrouw als Eva

1981 Hoge hakken, echte liefde

1984 Gouden Kalf voor haar hele oeuvre

1986 De aanslag

1987 Iris

1988 Amsterdamned

1990 Gouden Kalf voor beste actrice voor Romeo

1995 Lang Leve de koningin

1999 Uitgeroepen tot Nederlands actrice van de eeuw

1999-2006 Hoofdrol naast Linda de Mol in dramaserie Spangen

2007 Zadelpijn

2008 Regiedebuut met Zomerhitte

2012-2018 Hoofdrol in dramaserie Dokter Deen

2018 Gouden Kalf voor de filmcultuur

2025 Release Een vrouw als Monique (13/9 op Film by the sea in Vlissingen) en Career Achievement Award

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next