Home

Het recht contra de terroristische watermeloen

Meneer, u weet waarvoor u terecht staat?” „Verheerlijking van terrorisme, vertelde de agent die mijn handen aan elkaar had gebonden met van die tiewraps.”

„Begrijpt u waarom?”

„Ik neem aan dat de gewone handboeien op waren.”

„Ik bedoel: begrijpt u waarom u wordt verdacht van verheerlijking van terrorisme?”

„Nou nee, niet echt. De agenten hadden niet zo heel veel zin om onze vragen te beantwoorden. Later hoorde ik wel dat het om de T-shirts ging die we droegen.”

„Daar stond een afbeelding van een watermeloen op, klopt dat?”

„Oef, daar heeft u me. Op heterdaad, het spel is uit. Sluit me op en gooi de sleutel weg!”

„Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat u dit allemaal als een grapje ziet, maar het gaat hier wel om een misdrijf waarvoor u een forse gevangenisstraf kunt krijgen.”

„Dat begrijp ik, meneer de rechter. Goed dat hiertegen wordt opgetreden. Nu is het nog een watermeloen, maar what’s next? Een appel? Een citroen? Een ananas? Een banaan?”

„Bedoelt u daar iets mee?”

„Nou ja, ik bedoel eigenlijk altijd wel iets met wat ik zeg, zo werkt taal nu eenmaal.”

„Goed, even terug naar die watermeloen. Dat is een symbool voor de steun aan Hamas, bent u daarvan op de hoogte?”

„Ik weet dat de minister dat vindt ja, of eigenlijk het hele kabinet, maar wij bedoelen het zeker niet zo. En als je naar de geschiedenis kijkt dan is onze interpretatie ook veel logischer. De watermeloen is al tientallen jaren een symbool van Palestijns verzet.”

„Dat kan zo zijn, maar de wetgever heeft nou eenmaal anders bepaald.”

„Dan verschillen de wetgever en ik van mening, dat is gelukkig niet verboden in Nederland.”

„Nou ja, in dit geval is dat natuurlijk wel verboden. Althans, u mag die mening best hebben, maar u ging een stap verder, u uitte die mening ook.”

„Ik had nooit gedacht dat ik dit nog eens zou zeggen, maar we hebben toch vrijheid van meningsuiting in Nederland?”

„Zeker, maar die is niet onbeperkt. Zo mag u ook niet aanzetten tot haat of geweld.”

„Dat doe ik toch ook niet?”

„Dat beweert ook niemand, dat zijn weer andere wetsartikelen. Het gaat hier om het verheerlijken van terrorisme.”

„Ik moet eerlijk zeggen dat ik nooit heb geweten hoe je dat doet, verheerlijken. Ik dacht eigenlijk dat je dan op z’n minst een altaartje moest bouwen of zo. Maar als het niet aanzet tot haat of geweld, wat is dan het probleem?”

„Ook dan is het verheerlijken van terrorisme niet iets dat past bij onze westerse waarden.”

„Maar niet iedereen in het Westen heeft toch dezelfde waarden? One man’s terrorist is another man’s freedom fighter, toch? Dat is juist een van de westerse waarden, dat je verschillende overtuigingen mag hebben.”

„Zo komen we niet verder, u verzint een heel gesprekje tussen mij en uzelf om een punt te maken, prima, maar u bent nu gewoon onnodig filosofisch aan het doen. Wie denkt u eigenlijk wel niet dat u bent? Theodor Holman?”

„Nou, dat is een uitstekend voorbeeld, die heeft inderdaad heel andere waarden dan ik. Hij verheerlijkt weer andere dingen.”

Source: NRC

Previous

Next