Drukhal De krant wordt digitaler en veelvormiger, papieren oplages slinken snel. Mediahuis sluit zijn drukkerij in Amsterdam, ooit de grootste van Nederland. Nu heerst er gelatenheid en weemoed.
De drukpers in Amsterdam kan 60.000 kranten per uur drukken.
De grote rollen papier vliegen nog even soepel door de drukpersen als altijd. Stroken krantenpagina’s razen zó snel door de tientallen meters lange machine – kadzjeng, kadzjeng, kadzjeng – dat met het blote oog niet valt te zien wat erop staat.
Dat wordt pas duidelijk – deze avond zijn het Trump en Poetin – als het bedrukte papier vliegensvlug machinaal is gesneden, gevouwen en geniet tot kranten die op een lopende band uit de drukpers komen, zo’n 60.000 per uur, om in stapeltjes samengebonden op pallets te belanden, klaar om door de nacht op weg te gaan naar de lezers in het land.
Meer dan een eeuw lang werd over de hele wereld op deze grootschalige manier de krant gedrukt. Maar wat is ‘de krant’ nog in deze tijd? De krant werd digitaal, steeds meer gelezen op laptops en telefoons. De krant werd ook podcast en video. De papieren krant is al jaren op zijn retour. De vraag ernaar slinkt snel. Dus worden drukpersen, van oudsher de stoere steunpilaren van de persvrijheid, steeds minder nodig.
Dat lot treft ook de grote Amsterdamse drukkerij van Mediahuis, in Nederland uitgever van onder meer De Telegraaf en NRC. Ooit de grootste krantendrukkerij van het land. Nog maar een paar nachten rollen daar die twee titels van de persen, en ook de regionale kranten Noordhollands Dagblad, Leidsch Dagblad, Haarlems Dagblad, IJmuider Courant en De Gooi- en Eemlander. Als de kranten van zaterdag 30 augustus zijn gedrukt, stoppen de persen er voorgoed.
Deze warme augustusnacht doen ze in de imposante drukhal aan de westkant van Amsterdam nog hun werk. Ritmisch dreunend, watervlug en met een industriële schwung, zoals ze in talloze films zijn verbeeld als hét symbool van nieuws en journalistiek in de twintigste eeuw.
Naar drukinkt ruikt het hier nauwelijks, wel hangt onmiskenbaar gelatenheid en weemoed in de lucht. Ron Schrijver (59) begon hier als 19-jarige, via de vader van een vriend die bij De Telegraaf werkte kwam hij binnen. Tegenwoordig is hij ‘eerste drukker’. Hij gelooft nog heilig in de papieren krant. „Die zal altijd blijven bestaan, dat kan niet anders”, verzekert hij, „al zal hij misschien duurder worden. Wat is er nou fijner dan thuis lekker met een bakkie koffie de krant lezen?”
Een paar relatief nieuwe machines gaan mee naar Leeuwarden, de grote persen gaan bij het oud ijzer.
Van de 68 werknemers van de drukkerij gaan er 12 over naar de drukkerij van Mediahuis in Leeuwarden, waar de meeste Nederlandse kranten van de uitgever voortaan gedrukt zullen worden. Schrijver is één van de 12 die meegaan naar het noorden.
De hele oplage van NRC zal vanaf 1 september gedrukt worden op de persen van Mediahuis in het Vlaamse Paal-Beringen, om vanaf daar door Nederland verspreid te worden. Is dat niet omslachtig? Is het nodig? „De voorkeur van de abonnees verandert”, begint Koos Boot, in de directie van Mediahuis Nederland verantwoordelijk voor de drukkerijen en alle regionale titels, zijn uitleg. „Er wordt steeds meer digitaal gelezen en we verwachten dat we digitaal hard blijven doorgroeien.”
„De totale oplages zijn stabiel, maar die van de papieren krant dalen sterk, vooral doordeweeks, met 8 tot 10 procent per jaar. Als je jaar op jaar een krimp van zo’n 10 procent hebt, gaat het hard – dat is een dramatische neergang.
Van de 68 werknemers van de drukkerij gaan er 12 over naar de drukkerij van Mediahuis in Leeuwarden.
„Daardoor is er in onze drukkerijen onvoldoende werk. Eerder hebben we onze drukkerij in Alkmaar al gesloten. Van de tien persen hier in Amsterdam zijn we al teruggegaan naar vier, waarvan er steeds maar drie in gebruik zijn. We zijn voortdurend ingekrompen. Dan moet je je afvragen: is het nog de moeite waard om zo’n grote drukkerij te hebben voor dit steeds verder slinkende aantal kranten? Is het niet veel efficiënter als je toe kan met een drukkerij minder?
„Voor de mensen die in Amsterdam werken, is het zuur. Maar sommigen gaan mee naar Leeuwarden, anderen zitten tegen hun pensioen aan of hebben elders een baan gevonden. Het is technisch geschoold personeel, daar is veel belangstelling voor. Voor de mensen die hier heel lang werken is het hoe dan ook triest – maar het is de economische realiteit.”
En wat betekent het voor de lezers, bijvoorbeeld die van NRC, dat hun krant vanaf 1 september uit het Belgische Paal-Beringen moet komen, zo’n 20 kilometer ten noorden van Hasselt? „De krant zal eerder moeten ‘zakken’, zoals dat heet, om hem naar de drukkerij te sturen”, zegt Patricia Veldhuis, hoofdredacteur van NRC. „Door de week zullen we om 20.00 uur ’s avonds klaar moeten zijn, op vrijdag om 18.00 uur. Alles moet twee uur eerder, zodat de vrachtwagentjes met kranten op tijd naar Nederland kunnen rijden.”
„De papieren krant zal daardoor soms minder actueel zijn, bijvoorbeeld als er een laat Kamerdebat is. Maar nog slechts een heel kleine groep lezers leest alleen de papieren krant. De meesten lezen óf alleen digitaal, óf papier en digitaal. Het meeste wat wij maken wordt op de telefoon ‘geconsumeerd’. Wij volgen de lezer daarin: zo belangrijk als vroeger de voorpagina was, is nu het onderwerp waar we ’s morgens de site mee openen. Daar vind je dan dat actuele verslag van dat Kamerdebat.”
„Er zijn nog steeds hardcore fans van de papieren krant. Maar een papieren krant maken is duur: papier, drukken, distributie en bezorging. Binnen een jaar of vijf moeten we kijken: is dat financieel nog te doen?”
Tot de laatste kranten in Amsterdam zijn verschenen, bemannen Arno Blom (57) en Richard van Es (60) het bedrijfsbureau van de drukkerij. Ze onderhouden onder meer de contacten met de redacties van de kranten, ze plannen de productie, bestellen het papier, de inkt – vroeger werk voor vijf man, nu nog maar voor hen samen. Mooi en afwisselend werk, vinden ze allebei. Zicht op een nieuwe baan hebben ze nog niet.
De hele oplage van NRC zal vanaf 1 september gedrukt worden op de persen van Mediahuis in het Vlaamse Paal-Beringen.
„Het is heel moeilijk voor ons”, zegt Blom, die in 1991, tijdens de bouw van de drukkerij op deze locatie, in vaste dienst is gekomen. „We hebben allemaal wel een afvloeiingsregeling gekregen, maar je werkt tot 30 augustus, en op 1 september sta je bij het UWV.
„Ik was altijd trots op onze persen. Vanuit de hele wereld kwam men kijken, tot aan mensen van The New York Times aan toe, naar onze unieke gelijkvloerse opstelling van de persen en naar de machine die we hier ontwikkeld hebben om de kranten automatisch op pallets te plaatsen.”
Het is alsof Blom nog amper kan geloven dat de tijd zijn drukkerij heeft ingehaald. „Die persen van ons kunnen zo verschrikkelijk veel pagina’s drukken, en zo verschrikkelijk veel katernen – dat monster, ik zeg het liefkozend, kan alles aan.”
Was er vroeger elders in de wereld nog wel eens belangstelling voor oude drukpersen uit Nederland, die tijd is voorbij. Ook in Afrika en Azië leest men de krant op de telefoon. Een paar relatief nieuwe machines gaan mee naar Leeuwarden, de grote persen gaan bij het oud ijzer.
„Ik heb altijd de hoop gehad”, zegt Bloms collega Van Es, die al ruim veertig jaar bij de drukkerij werkt, „dat wij zouden overleven, dat werk van de andere drukkerijen naar ons zou komen. Maar de bazen in België hebben anders beslist. Iedere dag in de trein naar m’n werk denk ik: nu nog acht dagen, nu nog zeven dagen, nu nog zes dagen…”
„Elke dag kom ik langs het hoofdgebouw van De Telegraaf, waar vroeger de oude drukkerij was en waar ik ben begonnen. Af en toe loop je met tranen in je ogen. Maar ja, de tijden veranderen, de mensen veranderen – het is niet tegen te houden.”
Oplages van de papieren krant dalen sterk, vooral doordeweeks, met 8 tot 10 procent per jaar.
De spannendste stukken over de toekomst van tech, economie, klimaat en megatrends
Source: NRC