Home

‘Niemand wilde dat hij er als een kasplantje bij kwam te zitten’

Na een ernstig ongeval met een onduidelijke oorzaak werd de schoonvader van Nicolette in coma gehouden. De familie moest een beslissing nemen: krijgt hij straks nog een menswaardig bestaan?

Nicolette van der Mark (58, communicatie-adviseur): ‘Wat er precies gebeurd is met mijn schoonvader, zullen we nooit weten. Toen hij op straat werd gevonden door de kapper van verderop was hij al buiten bewustzijn, we hebben het hem nooit kunnen vragen. Natuurlijk heeft dat wel geknaagd. Is hij zijn evenwicht verloren in het raam van het pakhuis dat hij aan het verbouwen was? Is hij op de heftruck gaan staan en gaan wankelen? Of heeft hij een TIA gehad en is hij daardoor naar beneden gevallen?

Er waren geen getuigen, er zijn geen camerabeelden. Je krijgt geen antwoord op die vragen. Daar kan ik ook wel weer in berusten. Ik kan dingen heel makkelijk wegstoppen. Luikjes dicht, dan is het er ook niet. En als ik mijn hoofd wil leegmaken, ga ik met de hond wandelen. Hè, Bumper? Een hond luistert vaak beter dan een mens.

‘Mijn schoonvader, Jos, was aannemer, al jaren gepensioneerd. Maar hij was niet zo’n goede stilzitter, dus hij had een pandje gekocht om op te knappen. Dat was wat hij het liefste deed. Op maandag 31 mei 2021 was hij daar aan het werk, in de binnenstad van Schoonhoven. Vertrouwd terrein voor hem, hij woonde er ook. Een kennis had een lading bakstenen met een vorkheftruck omhoog gebracht en Jos stond op de eerste verdieping in het raam om ze naar binnen te halen.

Op een gegeven moment is die kennis weer weggegaan. De vorken van de heftruck stonden nog omhoog met een pallet stenen erop, niet alles was al naar binnen. Mijn schoonvader moet verder zijn gegaan met sjouwen. Daarbij is hij misschien op de pallet gaan staan, en is die gaan kantelen – de hoogte was slechts een meter of drie, maar toen de kapper hem vond zag het er meteen slecht uit. Jos was bewusteloos en zat onder het bloed.

‘In het Erasmusziekenhuis in Rotterdam werd vastgesteld dat hij twee gebroken polsen had. Dat wijst erop dat hij zijn val heeft willen breken, en dus geen TIA had toen het gebeurde. Maar nogmaals: zeker weten doen we niets. Hij had ook gebroken nekwervels, zijn neus was gebroken en hij had, naast een hoofdwond, diverse bloedingen in zijn hersenen: een grote links en een paar kleinere aan de rechterkant. Op de spoedeisende hulp stond een hele batterij artsen klaar. ‘Dit is heel ernstig’, werd meteen gezegd.

‘Levenwaardig’

‘Ik zat in de kop van Noord-Holland voor een tweedaags werkoverleg toen het gebeurde. Dat heb ik meteen afgebroken toen ik door Leon, mijn man, werd gebeld. Via Google kon ik de locatie van mijn schoonmoeder volgen, die in de ambulance was gestapt. Leon deed dat ook, hij was nog eerder in het ziekenhuis dan zijn vader. De volgende dag ben ik gegaan. Jos lag inmiddels aan de beademing op de intensive care, contact met hem krijgen was niet mogelijk. Hij was in slaap gebracht. Dat was het beste, volgens de artsen. De druk in zijn hersenen was te hoog om hem te opereren. ‘Er is hersenletsel, hij wordt niet meer de oude’ – dat hadden ze inmiddels ook al gezegd.

‘Ik heb die ochtend als een tennisballenkanon vragen op de ic-verpleegkundige afgevuurd. Wat staat mijn schoonvader te wachten, wat staat óns te wachten, wat zijn de vervolgstappen? Hij moet eerst van de beademing af, werd toen geantwoord. Daarna wordt bekeken welke schade hij heeft. En of hij naar huis kan, of dat het een verpleeghuis moet worden, ‘maar dan zijn we weken verder’.

‘De volgende dag hadden we een familieberaad met de artsen. Mijn schoonzus was met mijn schoonmoeder in het ziekenhuis. Leon en ik volgden het gesprek thuis via Facetime, net als Leons jongste zus en haar man en kinderen – het was coronatijd. ‘We kunnen geen wonderen verwachten’, zeiden de artsen, het woord ‘levenswaardig’ viel. ‘Denk erover na, hij zal niet meer kunnen klussen. Welke kwaliteit van leven zou voor hem zelf nog acceptabel zijn?’

Het dalen van de hartlijn

Toen heeft mijn schoonmoeder heel stoer gezegd: ‘Ik breek liever één keer mijn hart volledig dan elke dag een beetje.’ Niemand wilde dat hij er als een kasplantje bij kwam te zitten, dat had hij zelf al helemaal niet gewild. Hij was wel 77, maar hij had de conditie van een man van tien jaar jonger – niet iemand om kwijlend in een rolstoel te belanden.

‘De volgende dag is hij van de beademing gehaald. We mochten er ondanks de coronatijd met de hele familie bij zijn, met zijn elven stonden we rond zijn bed. Een voor een werden de apparaten afgekoppeld. Je ziet op een beeldscherm dan heel snel de hartlijn dalen, binnen een paar minuten was die volledig vlak. Wat ik toen dacht? Ik dacht aan mijn vader. Op precies dezelfde manier had ik zeventien jaar eerder aan zijn bed gestaan. Die ging op 1 maart naar de dokter en is op 1 april begraven, na complicaties bij de operatie aan een fistel.

‘Best uniek dat ik bij allebei bij het moment van sterven ben geweest. Maar bij mijn vader was het toch anders, toen hebben we als familie geen beslissing hoeven nemen. De artsen van mijn schoonvader zeiden overigens: ‘We houden ruggenspraak met u, maar wij zijn het die de beslissing nemen.’ Dat doen ze heel goed, dan ga je je later niet schuldig voelen, of piekeren: hebben we hem nou vermoord?

Weinig woorden

‘Het is leger zonder hem. Na zijn pensioen vond hij zijn draai niet, mijn schoonmoeder zei: ‘Jos, ga in godsnaam iets dóen.’ Toen is hij een dag per week in het autobedrijf van Leon en mijn broer komen helpen, dat ze overigens weer van mijn vader overgenomen hebben. Elke woensdagochtend kwam hij bij ons om 7 uur ’s ochtends al een bakkie doen en dan gingen ze aan de slag. Gaf ik hem nog een banaan mee – dat soort dingen mis je nu. Ik kon goed met hem opschieten. We gingen met zijn vieren op vakantie; naar Rome, naar Napels, naar Moskou en Sint-Petersburg zijn we geweest – wij regelden de reis en mijn schoonouders vonden alles leuk en goed. Jos was een man van weinig woorden, maar ik zag dat hij genoot.

‘Ik kon ook alles tegen hem zeggen. Toen zijn eerste kleinkind 1 jaar werd – van Leons tweelingzus, wij hebben geen kinderen – kwam hij niet op de verjaardag, want Jos was altijd aan het werk. Toen heb ik gezegd: joh, neem je niet af en toe de verkeerde beslissing? Niet dat daar nou echt een gesprek uit voortkwam, maar het zette hem wel aan het denken, volgens mij. Maar ach, mijn vader was ook zo, die was ook altijd bezig in zijn autobedrijf. Het is die generatie, dat zijn geen praters. En andersom ben ik ook nooit echt het gesprek aangegaan, zo van: wat houd je bezig, hoe was je jeugd? Soms denk ik: heb ik ze nou eigenlijk gekend?

‘Bij mijn moeder en schoonmoeder zou het nog kunnen. En moeten misschien, want ik ben me inmiddels heel bewust van onze sterfelijkheid. Maar ik weet niet, het zal struisvogelpolitiek zijn, het komt er niet van. En misschien is het ook niet nodig, we zijn er toch wel voor elkaar.’

Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next