De aanleg van een eigen zonnestroomnet is voor een afgelegen Nigeriaans dorp in financieel opzicht nog altijd schier onmogelijk. Nederlandse bedrijven en kredietverstrekkers springen in het gat dat commerciële banken hebben laten ontstaan. ‘Het is een bijkans oneindige markt.’
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Peter van Zwol staat voorovergebogen in een witte zeecontainer en tuurt naar een staalblauw apparaat, een zogenoemde omvormer, die stroom uit zonnepanelen en accu’s geschikt maakt voor het elektriciteitsnet. Straks, als de container op transport richting Afrika gaat, is hij tot de nok gevuld met dit soort apparaten en accu’s.
In de Haarlemse werkplaats van Independent Energy, het bedrijf dat Van Zwol in 2011 oprichtte, werkt hij met een medewerker aan wat het hart moet worden van een klein stroomnet dat binnenkort een Nigeriaans dorp in de staat Plateau van groene zonnestroom voorziet.
In dit Afrikaanse land schijnt de zon overvloedig, en dus is er volop potentie voor de productie van goedkope, groene elektriciteit. De producten van Independent Energy zijn dan ook gewild in Nigeria. Want de komst van een stroomnet betekent een vliegwiel voor de economie van een gemeenschap: de kapper kan ’s avonds doorknippen bij ledlicht, de plaatselijke sportbar kan voetbalwedstrijden op een tv-scherm tonen, inwoners kunnen vlees en andere bederfelijke waren koelen.
Toegang tot energie betekent vooruitgang, een natuurwet die ook in Afrika geldt. Maar Nigeria kent geen landelijk dekkend stroomnet; de overheid bouwt en onderhoudt stroomnetten alleen in en rond de grote steden. Daarom leggen steeds meer dorpen en afgelegen gemeenschappen zelf maar hun eigen stroomnet aan, vaak met hulp van buitenlandse bedrijven als Independent Energy.
De zon is overal, en gratis. Na de eerste investering in een zonnestroomnet zijn de operationele kosten daardoor laag. Zo komen zonnecentrales steeds meer in het bereik van kleine gemeenschappen.
Maar vergis je niet, zegt de Haarlemse ondernemer, de aanleg van een eigen zonnestroomnet is voor een Nigeriaans dorp in financieel opzicht nog altijd vergelijkbaar met een reis naar de maan. Kijk, wijst hij, staand in de zeecontainer, een minizonnestroomnet met zijn kabels, accu’s, zonnepanelen en omvormers kost zomaar een paar ton, en is dus onbetaalbaar.
De enige manier om een eigen elektriciteitsvoorziening te kunnen bouwen, is als een financiële partij het wil voorfinancieren, zegt zijn compagnon Frank Hoogers. Nadat het systeem is voorgefinancierd, betalen lokale bewoners en ondernemers de investering in kleine bedragen terug. Meestal gaan de betalingen via de mobiele telefoon, maar op sommige plekken ook door muntjes in de stroommeter te gooien, die op gezette tijden door de lokale ophaler wordt geleegd – vergelijkbaar met de gaspenningen die in Nederland tot in de jaren vijftig werden gebruikt. De betalingen van het minigrid van Independent Energy verlopen volgens het bedrijf vooral met de mobiele telefoon en het geldplatform Flutterwave.
Geen enkele commerciële bank wil deze projecten voorfinancieren, zegt Van Zwol. De bedragen zijn te klein, de risico’s te groot. De Wereldbank heeft wel een ondersteuningsprogramma, maar dat financiert slechts een deel van de investering en de betaling volgt pas als een project is opgeleverd. Dat kan soms wel 1,5 jaar duren, zegt Van Zwol. De kloof tussen investering en omzet is hierdoor vaak onoverbrugbaar.
Ook het Internationaal Energieagentschap constateert het probleem: het potentieel voor zonne-energie in zuidelijke landen is enorm, zei directeur Fatih Birol onlangs in de Volkskrant, maar er gaapt een enorm financieringsgat, waardoor het potentieel te weinig wordt benut.
Precies in dit gat is Atradius Dutch State Business gesprongen, dat exportkredieten verzorgt voor Nederlandse bedrijven, voornamelijk in de energiesector. Vroeger was Atradius DSB kind aan huis bij de fossiele jongens, maar sinds de klimaattop in Glasgow in 2021, toen Nederland beloofde een rem te zetten op het financieren van nieuwe fossiele investeringen, richt het bedrijf, met de Nederlandse overheid als enige opdrachtgever, zich naar eigen zeggen nu meer op de groene energiesector in opkomende landen in Azië, Latijns-Amerika en Afrika.
‘Wij willen de leemte vullen die banken hebben laten ontstaan’, zegt specialist exportkrediet Max ten Have van Atradius DSB. ‘Veel afgelegen dorpjes in Afrika zitten niet op het stroomnet en zullen er waarschijnlijk ook nooit een krijgen. Bovendien hebben de mensen daar amper toegang tot het bancaire systeem.’
De komst van elektriciteit lost dit op: dankzij een lokaal stroomnet kunnen inwoners hun mobiele telefoon opladen en daarmee toegang krijgen tot de digitale economie. Toegang tot elektriciteit levert een enorme economische impuls op, stelt ook Ten Have. ‘En een gezondheidsimpuls: bewoners hoeven ’s avonds niet langer te lezen en werken bij kaarslicht.’ Hierdoor verbetert de luchtkwaliteit in huis en daalt de kans op brand. ‘Kinderen kunnen doorleren en ouderen kunnen hun naaimachine blijven gebruiken. Elektriciteit stimuleert zo ondernemerschap.’
Doordat de exportkredietverzekeraar een deel van het risico op zich neemt, wordt financiering goedkoper. ‘We doen dit overigens met name voor Nederlandse ondernemers. Onze ondersteuning opent markten waarvoor partijen nu nog geen financiering krijgen’, aldus de kredietexpert.
Sinds kort wordt ook een nieuwe financiële route bewandeld om stroomnetten te kunnen ontwikkelen, met crowdfunding, onder meer via Lendahand. Dit is een onlineplatform dat particuliere, kleine geldschieters aan ontwikkelingsprojecten koppelt. Atradius DSB staat garant voor deze leningen, waardoor meer potentiële deelnemers durven in te stappen. In de toekomst hoopt het bedrijf ook pensioenfondsen te interesseren in het financieren van minigrids.
Toen Lendahand zijn crowdfundactie voor zogenoemde offgrid zonne-energiesystemen vorig jaar begon, was de benodigde 80 duizend euro in drie uur binnen. Dit jaar is een vergelijkbare actie opgezet, gericht op Zimbabwe, waarbij binnen drie uur ruim 250 duizend euro werd opgehaald. Het laat zien dat deze vorm van financiering toekomst heeft, aldus Ten Have.
De groene stroomcentrale die in Haarlem is gebouwd, kan straks 140 kilowatt vermogen leveren. Opgewekte energie die niet meteen wordt gebruikt, wordt opgeslagen in de accu’s. In totaal is er genoeg elektriciteit beschikbaar voor ongeveer 750 aansluitingen, die elk weer gemiddeld zes mensen van stroom voorzien.
Een van de voordelen van het concept is dat de installatie makkelijk kan meegroeien met het dorp. Als de vraag naar elektriciteit stijgt, kunnen er panelen en accu’s worden bijgeplaatst, zegt Hoogers. En als omliggende dorpen in de toekomst ook een eigen zonne-energiecentrale bouwen, kunnen de netwerken aan elkaar worden gekoppeld, waardoor een steeds groter net ontstaat. Dat drukt de kosten en vergroot de bedrijfszekerheid, aldus de Haarlemse ondernemer.
Ooit ging het in Nederland ook zo, zegt Hoogers. Aanvankelijk werd stroom in een dorp geleverd door de plaatselijke fabriekseigenaar met een generator, later ontstonden gemeentelijke energiebedrijven, die daarna landelijk werden en nu in handen zijn van multinationals als Vattenfall of Mitsubishi. Van Zwol: ‘In feite zijn we in Afrika een energiebedrijf aan het opzetten.’
De Haarlemse ondernemers zien dat de komst van een stroomnet een merkbaar effect heeft op de hele regio: zeker op dagen dat de lokale markt wordt georganiseerd, komen mensen vanuit omliggende plaatsen naar het dorp om bijvoorbeeld hun telefoon op te laden of blokken ijs te kopen, zegt Van Zwol. ‘Ook keren voormalige dorpsbewoners terug vanuit de stad, omdat de stroomvoorziening daar vaak minder betrouwbaar is en de dorpseconomie sneller groeit.’ Er liggen in het dorp domweg meer ondernemerskansen, aldus Van Zwol.
Dat het een succes is, blijkt volgens Van Zwol uit het feit dat de installatie die nu wordt verscheept, al twee keer zo groot is als de vorige. En de volgende belooft vier keer zo groot te zijn. Dit jaar worden er in totaal vijf opgeleverd en volgend jaar moet de teller op twintig staan. Groeikansen zijn er genoeg: alleen al in Nigeria zijn zeventig miljoen inwoners nog niet op het stroomnet aangesloten. Ten Have van Atradius DSB: ‘Het is een bijkans oneindige markt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant