Nest De tweeling Alvin en Berget Lewis leidt compleet verschillende levens maar is onlosmakelijk verbonden door muziek. Tot hun tienerjaren deden ze alles samen. „Mensen zagen ons als één geheel.”
Twee keer heeft gitarist, componist, producer en bandleider Alvin Lewis (53) zijn tweelingzus Berget nu gebeld. Kom je? O, oké, je bent al in de buurt. Ja, we wachten. Maar nu is zíj het die hem weer belt. Want … waar is het nou precies? Zij was bij zijn huis afgezet, liep pardoes in de armen van schoonzus en soulsister Trijntje – en ja, dan kom je dus niet zomaar weg, snap je. Uitleg. Een gehaast ‘ja, ja’. Ophangen. Zuchtje. En dan die onvermijdelijke brede grijns bij Alvin: „Klassiek, dit.”
Deze zomer interviewt NRC broers en zussen in hetzelfde vak. Hoe werden ze wie ze zijn?
Lees hier alle afleveringen.
Zangeres Berget Lewis komt het pad opgelopen in een lang groen gewaad met roze details. Natúúrlijk heb je dit aan, schatert Alvin voor hij zijn zus een knuffel geeft waar de liefde vanaf spat. Want zie, hij draagt die kleuren ook, een overhemd met groene blaadjes. Zij: lange lichtroze nagels en getinte zonnebril. Hij: lichtroze sneakers en getinte zonnebril.
Ze spreken nooit af hetzelfde aan te trekken, maar toch doen ze het vaak, grijnzen ze naast elkaar aan tafel. Neem die keer, aldus Berget, dat ze een wit pak liet maken voor haar show in de Meervaart. Wit, dat draagt ze dus nóóit. En wat draagt haar broer, die even een paar nummers meedeed. Juist… wit. „Of we repeteren. Draag ik een grijs joggingpak. Komt hij vervolgens ook helemaal in het grijs aan.”
Zíj noemt hem Allie. Híj noemt haar Bogi (spreek uit: boggi), al van kleins af aan. Hij zegt eigenlijk nooit haar volledige naam. „Gisteren nog, toen we repeteerden voor het Lowlands-festival voor het optreden met het ZO! Gospel Choir. Ik gaf aan wat Bogi zou zingen en realiseerde me toen dat ze natuurlijk niet wisten over wie ik het had. Ik zei maar gauw ‘mijn zus’. Mijn ándere zus. Want onze oudere zus Donna leidt het koor.”
Zoals veel tweelingen voelen ze een sterke connectie. Hadden ze vroeger samen een geheimtaal, nog steeds voelen ze elkaar goed aan en reageren ze snel op elkaars signalen – hoewel ze compleet verschillende levens leiden. Ze zijn close, maar kunnen elkaar rustig een tijd niet zien of spreken. Alvin: „Als je eeneiig bent, doe je echt alles samen. Wij als twee-eiigen niet bepaald. Samenwonen met Berget, haha. Ik zou gek worden van haar en zij van mij. We zouden elkaar de hersens inslaan.”
Bulderlach.
Alvin Lewis (1971, Amsterdam) is gitarist, muziekproducent en bandleider. Hij maakt muziek voor theatershows en grote concertproducties als de Ladies of Soul. Hij speelt bij het ZO! Gospel Choir. Met zangeres Trijntje Oosterhuis heeft hij een samengesteld gezin van vier kinderen, ze wonen in Abcoude.
Berget Lewis (1971, Amsterdam) zong in de popband Total Touch en de Gospel Train. Ze maakt deel uit van het kwartet Ladies of Soul en maakte drie soloplaten. In 2010 richtte zij het ZO! Gospel Choir mede op. Ze woont met haar partner in Rotterdam.
Ze stralen het uit: vrolijkheid in het kwadraat. Maar twee totaal verschillende persoonlijkheden – je zou bijna zeggen: tegenpolen. De een stuitert vol energie de kamer in (Alvin), de ander kan óók druk zijn, maar observeert en vóélt liever eerst vanaf de zijlijn (Berget). De een denkt in structuren, de ander in klank, vibes, sfeer. Beiden zijn verbindende figuren. En wat hen onlosmakelijk verbindt? Muziek, met een hoofdletter.
Hij is de gitarist, zij de zangeres. Een muzikaal powerduo. Gospel- en soulmuziek vormt de basis van hun beider muzikale wegen. Denk Aretha Franklin, Earth, Wind & Fire, Stevie Wonder, Bob Marley – de platencollectie van hun ouders die ze thuis eindeloos draaiden. De krachtige gospelklanken uit de kerk. Samen in de succesvolle jarennegentig-popband Total Touch. En dan hun beider solocarrières.
Alvin heeft een studio waarin hij de muziek maakt voor theatershows en grote concertproducties als de Ladies of Soul. Daarnaast is hij bandleider van onder andere Trijntje’s Stevie Wonder-tribute, speelt hij gitaar in het swingende ZO! Gospel Choir en zijn er, natuurlijk, de optredens van zijn zus Berget. Die wist als zangeres vanaf eind jaren negentig gospel naar het grote publiek te brengen met haar soulvolle Gospel Train. Ze maakt deel uit van het succesvolle kwartet Ladies of Soul (met schoonzussen Edsilia Rombley en Trijntje Oosterhuis plus saxofoniste Candy Dulfer), is zangcoach, songwriter, maakte platen en zingt in het ZO! Gospel Choir.
De twee benjamins – ‘de baby’s’ – waren ze, in het Amsterdamse gezin met zes kinderen (drie dochters, drie zonen). Hun vader was Henry Ronde, Surinaams topmuzikant en componist die via onder meer zijn Silvertone Steelband de steeldrums in Nederland introduceerde. Ronde kwam in de jaren zestig naar Nederland met Alvin en Bergets moeder Olga Lewis. Zij was afkomstig uit het aan Suriname grenzende Brits Guyana, hij kende haar van een dansfeest.
De tweeling was altijd samen – in het stapelbed, in de klas, met dezelfde vriendjes en vriendinnetjes. Tot hun tienerjaren.
Berget: „Hij ging naar een andere school.”
Alvin: „In de zesde klas al. Jij bleef op onze oude school.”
Berget: „Hij was iets verder dan ik. Ik had nog even nodig. Ik werd niet toegelaten op die school.”
Alvin: „Onze moeder vond het niveau van lesgeven op de school waarop we zaten, niet goed genoeg. Een buurvrouw van ons was conrector of rector van een andere school. We moesten een toets doen om te kijken of we het niveau aankonden.”
Berget: „Die ik dus niet haalde.”
Alvin: „Ik was waarschijnlijk wat verder. Maar ik weet nog, toen ik in die nieuwe klas kwam, dat ik dacht, waar ben ik in beland?”
Het was een keerpunt, die splitsing. Even slikken ook. Want jarenlang waren ze simpelweg onafscheidelijk, als een tweestemmig akkoord. Alvin: „Mensen zagen ons niet als twee personen, maar als één geheel. Daar ga je als kind vanzelf naar leven. Tegenwoordig worden tweelingen al snel uit elkaar gehaald op school, dat was toen wel anders.”
Langzaam ontstonden er eigen vriendschappen, eigen werelden. Maar thuis, in dat gezellige huis vol broers en zussen, bleven ze altijd ‘de baby’s’. „We werden – en dat zeggen onze broers en zussen nog steeds – het meest verwend”, lacht Berget. Ze waren vijf jaar jonger dan de broer boven hen en zelfs twaalf jaar jonger dan de oudste. „De meeste feestjes, de meeste cadeautjes, de meeste aandacht. Maar ook: altijd de baby’s. We waren bijna achttien toen ik tegen mijn moeder zei: ‘Kun je ons alsjeblieft anders noemen?’”
Ze grinnikt. „Als ik daar nu aan terugdenk, vind ik het eigenlijk ook wel weer lief.”
Toen de tweeling in aantocht was, verhuisde het gezin van een te krappe woning in Amsterdam-West naar Amsterdam-Zuid. Er zijn warme herinneringen aan de ruime bovenwoning aan de Emmastraat, met glas-in-loodramen en de speciale lange bar met hoge krukken, nog gebouwd door hun handige vader, waaraan het hele gezin at. Nee, er was geen eettafel, schudden ze hun hoofd. Alvin proest het uit: „Daarin waren wij de enige, zag ik bij vriendjes thuis. Huh, hebben jullie geen bar dan? Aan tafel eten deden we alleen met kerst.”
Maar niet alles was rooskleurig. Dat huis in Amsterdam-Zuid kregen ze toegewezen door de gemeente. Toen de eigenaresse vernam dat er een zwart gezin in aantocht was, werd het aanbod meteen ingetrokken.
Alvin: „In Amsterdam-Zuid waren geen zwarte gezinnen.”
Berget: „Wij waren de eersten.”
Alvin: „Gaan we dit krijgen, dachten ze. Ze wilden ons niet. Het is tot een rechtszaak gekomen. Die werd door onze ouders gewonnen, wij konden daar gewoon gaan wonen. Maar er was veel racistische weerstand.”
Berget: „Wij kenden als kind geen verschil van kleur of wat dan ook. Er woonde daar voornamelijk oud geld.”
Alvin: „Maar er zijn zeker wel dingen gebeurd die niet oké zijn. Politie aan de deur, we zijn bedreigd met knokploegen, kan ik me herinneren. Er waren vooroordelen. Want je komt met z’n achten hè, een gezin uit een andere cultuur. De onderbuurvrouw kon ook klagen. Harde muziek, dansen, stampen, dit, dat. Ach, misschien. Maar mensen gaan wennen.”
Berget: „Het Vondelpark was vlakbij. Wij gingen ons er thuis voelen hoor. Mijn moeder heeft er 27 jaar gewoond.”
Alvin: „En wij hebben leren omgaan met de witte Nederlander. De eetgewoonten. Hoe kinderen hun ouders bij de voornaam noemden. Dat was in die tijd, jaren tachtig, een dingetje. Bizar, vond ik. Onze moeder was Mammie, een naam die in Guyana nog meer de betekenis heeft van hoofd van de familie.”
Berget: „Het gaat om respect. Tot het laatste moment ben ik u blijven zeggen.”
Thuis werd een mengeling van Engels, Nederlands en Surinaams gesproken. En ze bleven in touch met hun cultuur. Familie over de vloer, feestjes, veel lekker eten. Iedereen was welkom op de Emmastraat.
Alvin: „Weet je dat ik nog droom van dat huis.”
Uitroep van Berget: „Ik ook!”
Alvin: „Het stond laatst te koop. Ik zou het graag willen, man. Maar het is duur.”
Na de scheiding van hun vader voedde hun moeder de kinderen grotendeels alleen op; die namen haar achternaam (Lewis) aan. Vader Ronde stichtte een tweede gezin in Den Helder en kreeg nog drie kinderen. Dat ze hem in hun jeugd niet veel zagen, raakte hen diep. Alvin: „In de cruciale tienerperiode dat ik hem het meest nodig had, was hij er gewoon minder. Nu ik ouder ben, ben ik daar veel vergeeflijker over en zie ik dat mijn ouders deden wat ze konden. Ze kwamen van de andere kant van de wereld om hier iets op te bouwen. Dat is dapper. Ik zou dingen misschien anders aanpakken. Maar dat is waarom hij heeft geleefd: zodat ik het beter kan doen.”
Volgens Trijntje Oosterhuis hebben Berget en Alvin beiden een heel duidelijk „kompas voor waarachtigheid” en voelen ze alles haarfijn aan op intuïtie – „van hun moeder”. Hun moeder was een slimme, bedrijvige vrouw. Ze deed coupeusewerk, gaf daarin les en werkte zoveel ze kon. De oudere zussen, Valerie en Donna, moesten dan op de tweeling passen.
De opvoeding was strikt, herinneren ze zich, met regels en taken voor iedereen. Maar hun moeder was duidelijk: alleen zij mocht haar kinderen corrigeren. Alvin: „Dat zei ze ook tegen onze vader: ‘Niemand raakt de kinderen aan. Alleen ik.’ Dat was haar manier om iets van vroeger te doorbreken. De harde hand was het enige wat zij kende uit haar arme jeugd in Guyana – de mishandeling, intimidatie en pesterij door de zogenaamde vaders en stiefvaders.”
Toch was het geen huishouden van angst, stelt de tweeling. Eerder van focus. Discipline als bescherming. „Tough love”, omschrijft Berget.
Alvin, begripvol: „Het was ook controle en angst in een nieuwe omgeving, je emigreert naar een ander continent. Je hebt zes kinderen. Je kan de taal nog niet zo goed spreken. Dus je gaat ook proberen een soort bubbel te creëren waarin je controle kan uitoefenen.”
Berget: „Ze heeft ons nooit tegengehouden. Maar we moesten wel onze diploma’s halen. Ze zei: al moet ik meubels op mijn rug dragen, jullie gaan doen wat jullie willen doen.”
Hun ouders overleden in 2020 en 2021. Volgende maand reizen ze op uitnodiging van de VPRO naar Suriname en Guyana voor een documentaire over hun familiegeschiedenis. Ze gaan de geboorteplekken van hun ouders bezoeken. Ze kunnen niet wachten.
Want hoe ouder ze worden, hoe groter het gemis van die andere kant van hun achtergrond. Simpel: ze weten te weinig. „Onze ouders hoorden bij de generatie die zich vooral goed wilde aanpassen aan Nederland”, zegt Alvin. „Daardoor heb ik bijvoorbeeld nooit echt Sranan leren spreken. Voor mijn gevoel kennen we de kant van mijn moeder net iets beter. We aten bijvoorbeeld vaker Guyaans. Ik heb maar één foto van ons, als baby’s in een kinderwagen in Guyana.”
„Het is echt een bijzondere reis”, zegt Berget. „Dat ik dit met hem – ze knikt naar opzij – ga doen.” Alvin knikt: „En hoe we er samen op gaan reageren.”
Muziek was thuis overal. Er werd gebreakdancet in de keuken, gitaar gespeeld in de gang. De woonkamer veranderde vaak in een podium: limbodansen, onder de mattenklopper door, op Caraïbische muziek.
Hun moeder zag ieders talenten. Berget: „Ze zette mij op pianoles, mijn broer op gitaar. Een zus ging naar de modevakschool, er is een zus met een talen- en wiskundeknobbel waar je u tegen zegt en onze oudste broer kon prachtig tekenen. We waren allemaal anders, maar ergens hoorde het bij elkaar want iedereen was eigenlijk altijd bezig met muziek en dansen.”
Ze zagen het voor zich: samen als gezin op het podium. „We hadden altijd dromen”, zegt Alvin. „Echt van die plannetjes. Als we dit doen, dan worden we niet de The Jackson 5 maar The Jackson 6. We hadden ons zelfs ingeschreven voor televisieprogramma Stuif es in. Maar we werden afgewezen.” Die teleurstelling op zijn zesde hakte er in. „Maar achteraf is het goed dat we het geprobeerd hebben. We zagen al wat we konden worden.”
Berget en Alvin Lewis.
Gék was Alvin van zijn gitaren. En nog steeds. Zijn ogen glinsteren als hij vertelt over zijn eerste gitaartje, dat hij op zijn zevende kreeg van zijn oudere broer. Of dat hij als klein jongetje meespeelde met zijn neven die cassettebandjes opnamen op de slaapkamer – hij kon de maat slaan op het matras. Op zijn zestiende raakte hij bevriend met Tjeerd Oosterhuis, die om de hoek in de Van Breestraat woonde. Die speelde piano en had een zingende zus: Trijntje, die toen vijftien was. Alvin: „Nou, zo’n zingende zus had ik ook! Dus ik nam hen mee naar de kerk om naar Berget te luisteren.”
Er ontstond een warme vriendschap, beide families raakten verweven. Ze jamden bij elkaar op de slaapkamers. Niet veel later ontstond het bandje Total Touch, dat later grote hits kreeg als ‘Touch Me Here’ en ‘Somebody Else’s Lover’.
Van liefde tussen hem en Trijntje was overigens nog lang geen sprake, schudt Alvin resoluut zijn hoofd. „Je had Berget en Alvin, en Tjeerd en Trijn. En onze liefde was muziek. Dat was wat het toen was.”
Thuis werd Aretha Franklins gospelplaat Amazing Grace grijs gedraaid – de beroemde live in een baptistenkerk opgenomen opnames uit 1972. Daarop zingt Aretha vol bezieling grootse gospelliederen – het is een overweldigend ‘worshipconcert’. Die muziek is de basis, knikken Berget en Alvin. „Als ik de plaat nu hoor, herinner ik me álles. Je skipte niks, dat ding bleef spinnen”, zegt Alvin. „De hele plaat, na school”, vult Berget aan.
Hun diepgelovige moeder nam haar kinderen vroeger zoveel mogelijk mee naar de Maranatha kerk van de Pinkstergemeente. Elke zondag gingen ze, vaak op vrijdag ook. Berget zong er met haar zus en haar moeder. De vreugde van het geloof en de muziek ten spijt, moest Alvin uiteindelijk vrij weinig van de kerk hebben – te hiërarchisch, niet zijn gemeenschap. Berget draagt zowel in haar muziek als haar privéleven nog het geloof met zich mee, al gaat ze ook niet meer naar de kerk.
Duizenden mensen moeten afgelopen zondag op Lowlands bij het optreden van het ZO! Gospel Choir iets gevoeld hebben bij Bergets gloedvolle uitvoering van de funky gospel ‘I’ve Got A Reason’. Dat ze echt wat kan met haar stem weet ze sinds haar zestiende, vertelt ze, toen ze zong in de Victory Outreach-kerk, een hechte gemeenschap waar gospel en geloof hand in hand gingen. „Daar ben ik me pas echt gaan ontwikkelen als gospelzangeres. Ik was verlegen, wist nog niet goed wat ik in huis had. Maar mijn koorleider, Johnny Wattimury, ik heb nog steeds goed contact met hem, die zag het meteen.”
Hij gaf haar met de solosong ‘My Soul Loves Only You’ geen tijd om te twijfelen. „Ik weet nog goed: het was een vrijdagavond, altijd een bijzondere avond in de kerk. Iedereen kwam opgedoft, de muziek ging nét wat harder, er werd meer gezongen, meer beleefd.” Met het koor achter zich begon ze te zingen, haar ogen naar de grond. „Maar toen … voelde ik de energie van de zaal. Mensen begonnen te klappen, er gebeurde iets. Echt iets. En dat raakte me. Dát was het moment dat ik dacht: oké, misschien moet ik hier iets mee gaan doen.”
„Kijk je eigenlijk nog naar de grond, Berget?”, plaagt Alvin, die het antwoord wel weet. „Soms nog wel”, klinkt het bedremmeld. Berget kan te veel nadenken, legt hij uit. Maar begrijp hem niet verkeerd. Hij is haar vurigste supporter en moedigt haar aan nog meer uit haar schulp te kruipen. Onbevangen zingen, zonder bijgedachten. Haar eigen projecten, haar eigen tournee.
Berget en Alvin Lewis.
Jaaaa, glinstert ze. Ze zal het maar zeggen, ze droomt van een rockproject. Soulvolle rockmuziek. En eigenlijk dan het liefst met haar broer, met wie ze een voorliefde voor rock deelt. Ja, die plaat samen, knikt ze ineens vol overtuiging, die gaat wel komen.
Samen voelt ze zich sterk en gesteund, legt ze uit. Zoals toen ze met zijn gitaarbegeleiding ‘What’s Love Got to Do with It’, de hit van haar heldin Tina Turner, zong bij The Ladies of Soul-concertreeks. „Dat was echt een wow-moment”, zegt ze. „Honderd procent”, knikt Alvin. Berget tegen hem: „Ik had dat ook toen we ‘Purple Rain’ deden. Dat moest gewoon samen. Ik vond het spannend, maar voelde: jij bent erbij, het is us against the world. Dan ga ik weer terug naar het gevoel van vroeger. Wij vroeger.”
Alvin: „Volgens mij leefden onze ouders toen nog.”
Berget: „Ja, mama was daar bij.”
Stilte, voor het eerst eigenlijk.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC