Home

Na geweldsdelicten tegen vrouwen: hoe bespreken ouders hun zorgen met hun kinderen? ‘De stad is van iedereen. Ook van hen’

Onveiligheid Drie moeders vertellen hoe ze zich voelen over de veiligheid op straat van hun tienerdochters en -zoons. Ze zijn bezorgd, maar weten dat ze de teugels moeten laten vieren. ‘Mijn dochter fietst met een fluitje op zak.’

Vrijdagavond op het Leidseplein in Amsterdam. De 17-jarige Lisa uit Abcoude, die in de nacht van dinsdag op woensdag werd gedood, was op de terugweg vanaf het plein.

De grootste angst van elke vrouw en ouder. Zo noemde burgemeester Femke Halsema het lot van de 17-jarige Lisa uit Abcoude, die deze week na het uitgaan werd aangevallen op de fiets. Ze overleefde het niet. Vrijdag kwam de mogelijke dader in beeld: een 22-jarige man die een dag eerder was opgepakt voor een ernstig zedendelict.

Zelfde week, andere plek: een vrouw uit Zeist wordt in het bos verkracht op klaarlichte dag. De man had eerder die dag al een vrouw benaderd – hij vluchtte toen ze hard om hulp riep. De berichten uit Zeist en Amsterdam kwamen hard aan, ook bij ouders van tienerkinderen. Ze leiden tot vragen en discussies. Hoe bewaak je die dunne lijn tussen beschermen en loslaten? Wat is verstandig? NRC sprak drie moeders over hun zorgen, afspraken en het vertrouwen dat ze hun kinderen proberen mee te geven.

‘Ik vind het stuitend dat meisjes verweten wordt dat ze alleen fietsen’

Judith Fischer (49) heeft een zoon (18) en twee dochters (16 en 14). Het gezin woont in Amsterdam.

‘Tijdens onze vakantie in Italië kregen we het nieuws mee over de dood van de 17-jarige Lisa. Ik dacht dat mijn dochters het al wel via Snapchat hadden gehoord, maar toen ik er tijdens de koffie over begon bleek dat niet zo te zijn. Ze schrokken, maar bleven ook best nuchter. Op dat moment was veel nog onduidelijk. Ze zeiden: maar wat weten we nu eigenlijk?

“Als ouder ben je altijd bezorgd. Het blijft steeds zoeken naar de balans tussen vrijheid geven, vertrouwen hebben en toch oog houden voor de risico’s. We wonen in een buitenwijk van Amsterdam en je weet: in een grote stad gebeuren vervelende dingen. Gelukkig zijn de gebeurtenissen van deze week zeldzaam. Dat probeer ik mezelf voor te houden: Nederland is een van de veiligste landen ter wereld. Bijna nergens kunnen kinderen zo zelfstandig met de fiets ergens heen.

“In ons gezin zijn er geen regels, we maken wel altijd afspraken. Doordeweeks moeten ze vanwege school tussen 21.00 en 22.00 uur binnen zijn, in het weekend kijken we wat passend is. ‘Samen uit, samen thuis’ is daarbij een uitgangspunt. Ze kunnen ons altijd bellen: laatst was mijn dochter midden in de nacht haar vriendin kwijt op het Leidseplein. Haar telefoon was leeg en haar fiets stond ver weg. Ze was op een groepje meiden afgestapt en die hadden gezegd: we betalen je Uber of blijven bij je tot je ouders er zijn. Toen zijn we haar gaan halen.

“Ieder kind is anders: de een is voorzichtiger, de ander laconieker - daar probeer je als ouder rekening mee te houden. Bij onze dochters zitten we er misschien wat dichter op, omdat je ze onbewust kwetsbaarder acht. Tegelijkertijd werd mijn zoon op zijn veertiende tijdens een potje voetbal beroofd onder bedreiging van een mes, dat was een harde reality check. Wat ik echt stuitend vind, is de schuldverlegging: dat meisjes verweten wordt dat ze alleen fietsen, of ouders dat ze dat toestaan. Nee! Dat soort korte-rokjes-logica is de omgekeerde wereld. Laat héél duidelijk zijn wie fout zit. De stad is van iedereen, leren we onze kinderen. Ook van hen.”

‘Je kinderen volgen via hun telefoon geeft misschien een veilig gevoel, maar het lijkt me niet gezond’

Gerri van Gerner (47) en haar man hebben twee dochters (16 en 19) en een zoon (bijna 14). Ze wonen in Ommen.

„De jongste twee gaan op de fiets naar de middelbare school in Hardenberg, 17 kilometer heen en 17 terug, op een elektrische fiets. Natuurlijk heb ik ze gevraagd voorzichtig te zijn. Eerlijk gezegd heb ik ze uitgebreider gewaarschuwd voor de zware landbouwvoertuigen die langs hen denderen dan voor mannen met verkeerde intenties. Hoe verschrikkelijk het ook is wat er met het meisje van 17 bij Duivendrecht is gebeurd, het is gelukkig extreem uitzonderlijk.

„In de winter, als ze tot laat les hebben en het vroeg donker is, nemen ze de trein naar huis. Dat hebben we afgesproken, al vinden ze het zelf niet eng. Op een deel van de route ligt de ventweg verscholen achter bomen en struiken. Dat vind ik in het donker een onprettig stuk.

„Over de dood van het meisje heb ik nog niet met mijn dochters gesproken. De kinderen waren de afgelopen dagen niet veel thuis, maar ik vind het ook niet heel nodig. Ik wil ze niet bang praten. Uiteindelijk lijdt men het meest aan het lijden dat men vreest.

„De oudste studeert in Nijmegen. In het begin lag ik wakker van het idee dat ze ‘s avonds laat uit het centrum van Nijmegen naar haar vriendje fietste, die een kamer heeft buiten het centrum. Dat was voor het eerst dat ik daarover piekerde. Ze vond het goed te doen. En ze bleek meestal met een vriendin te fietsen die daar ook in de buurt woont.

„Als mijn zoon uit gaat als hij wat ouder is, zal het minder een issue zijn. Dat heeft te maken met fysieke kracht. Een man vreest een beer, een vrouw vreest een man, zegt mijn zus altijd. Als een man een meisje van 18 aanvalt, heeft ze een groot probleem. Bij een jongen van 18 wordt dat een stuk lastiger.

„In de provincie is het gewoner dat tieners overal op de fiets heen gaan dan in de Randstad, denk ik. Er is geen andere optie, tenzij iemand met een auto brengt en haalt. Je ziet vaak een hele sliert als er ergens een feestje is. Wij deden dat vroeger ook. Dan fietsten we naar Zaal Dijk, een discotheek in Lemele. Ik heb mijn ouders nooit gehoord over de gevaren onderweg.

„Ouders zijn angstiger geworden, denk ik. Mijn dochters vertellen wel over andere ouders die op elk moment van de dag kunnen zien waar hun kinderen zich bevinden, via een app op de telefoon. Soms ook bij 18-plussers. Het geeft misschien een veilig gevoel, maar het lijkt me niet gezond voor de kinderen. Het is een beetje cliché, maar opvoeden is ook loslaten.”

‘Het klimaat voor meisjes is niet plezierig. De maatschappij is individualistischer geworden’

Martine van ’t Veld, heeft met haar man Ralph een dochter (13) en een ‘bonuszoon’ (19). Ze wonen in een bosrijke wijk van Zeist.

„Wij zijn een vrij open gezin. We bespreken dingen die in het nieuws zijn heel bewust. Dat vorige week bij ons in de buurt een vrouw is aangevallen, leeft heel erg in de vriendinnengroep van onze dochter. Laatst fietsten ze met z’n drieën. Dan is een van de meisjes echt angstig.

„Onze dochter heeft er zelf naar gevraagd. ‘Wat doe ik als ik alleen fiets?’ En dat is onvermijdelijk, ze fietst altijd een stukje alleen door de wijk. En de wijk hier is heel groen en bosrijk. ‘Hou goed je omgeving in de gaten’, zei ik. Als een groepje achter haar aan fietst, gaat ze eventjes een stuk harder fietsen.

„Ze is zeker niet bangelijk. Ze observeert. Dat heb ik bij haar aangewakkerd. Net als haar zelfbewustzijn. ‘Loop rechtop. Straal zelfverzekerdheid uit. Ga op je gevoel af en ga snel weg als het niet veilig voelt.’ Wat kun je als ouder méér doen?

„Toen ik zo jong was als zij, woonde ik in een dorp, daar gebeurde weinig. En ik had ook echt een puberbrein: mij zal heus niks overkomen. Mijn dochter gaat daar veel bewuster mee om. De kinderen krijgen nu ook veel meer mee op sociale media.

„Het klimaat voor meisjes is niet plezierig. De maatschappij is individualistischer dan in mijn meisjestijd. Op elkaar letten vanuit zorg voor elkaar is minder geworden, dat merken mensen van de lhbti-gemeenschap ook. Gevoelsmatig wordt de groep die niet op elkaar wíl letten, groter. De maatschappij heeft zachtheid nodig.

„Toen mijn dochter acht of negen was en net met vriendinnen overdag alleen naar hockey mocht fietsen, kocht ik een veiligheidssetje voor haar. Met een fluitje. ‘Wat heb je nou gekocht, mam’, zei ze. Ze vond het vooral eng, ze gebruikte het niet. Maar nu fietst ze wel bewust met een fluitje op zak.”

Source: NRC

Previous

Next