Home

‘Met zijn kalme liefde bood hij me meer vertrouwen dan mijn horkerige, onervaren leeftijdsgenoten’

Frouwkje is nog geen twintig als ze voor het eerst op bezoek komt bij ome Ko, een alleenstaande man van in de zeventig. Voor de intense band die ze ontwikkelen bestaat eigenlijk geen woord. Wat deed haar jaar in, jaar uit naar hem terugkeren?

Frouwkje (71):

‘Ik was bijna 20 toen ik als student aan de sociale academie een oudere man kreeg toegewezen om af en toe te bezoeken. Ome Ko heette hij en hij woonde op een halve woning in de Van Beuningenstraat in Amsterdam. Ik belde aan. Langs het steile trappenhuis hing een lang touw waarmee hij de deur opende en ergens op de tweede verdieping wachtte hij me op in een spierwit overhemd.

‘Hij keek me aan met vriendelijke ogen, maar ook wantrouwend, want de stagiaire voor mij was zonder iets te zeggen weggebleven. Binnen voelde ik me meteen thuis. Niet omdat ome Ko me aan thuis deed denken, maar juist omdat hij me niet aan thuis deed denken. Mijn ouders behoorden tot de notabelen van het dorp en op een of andere manier had ik me altijd prettiger gevoeld bij de buren, een echtpaar dat in een knopenfabriek werkte en een plank met een gerimpeld gordijntje had als laaghangend keukenkastje.

‘Mijn moeder kon nogal dominant zijn en had de neiging zich mijn leven toe te eigenen. Bij de buren, die ik zelfs vader en moeder noemde, werd niets van me verwacht. Daar kon ik zichtbaar zijn en onzichtbaar tegelijk.

‘Aan de muur hing een grote spiegel waarin ome Ko een ansichtkaart uit Benidorm had gestoken. Dat verbaasde me. In het gezin waar ik vandaan kwam, gebruikten we spiegels alleen om in te kijken. Even later, aan tafel, vertelde hij een beetje over zichzelf. Over mijn achtergrond, mijn familie, kon ik zwijgen. Op een of andere manier vertegenwoordigde ome Ko de eenvoud van het dorp dat ik miste, maar een derde vader werd hij niet.

Een wijze man

‘Na die eerste keer bleef ik hem opzoeken, ook toen mijn stage allang was afgelopen. Mijn tweewekelijkse bezoekjes werden iets waarop ik me verheugde. Wat was het precies dat me telkens deed terugkomen, jaar in, jaar uit? Sommigen zullen het een diepe vriendschap noemen, want liefde tussen een 70-jarige en een 20-jarige valt lastig te begrijpen.

‘Ik leerde van ome Ko hoe je moest omgaan met verdriet, met het leven. Hij was een wijze man die had gevaren tot hij een gezin kreeg en uit verantwoordelijkheidsgevoel aan wal ging werken en spijt kreeg van alle vissen die hij had gedood. Was dat opzienbarend? Was wat we hadden opzienbarend?

‘Binnen de gedeelde stilte in die halve woning: ja. Verliefd was ik niet, dat is een te expliciete, bijna te platte term voor wat ik voelde. Ik heb meerdere malen de aanvechting gevoeld hem aan te raken, hem te omhelzen, misschien een zoen te geven, maar ik heb het nooit gedaan, bang iets kapot te maken. De veiligheid die ik voelde als we bijvoorbeeld samen naar muziek luisterden – ik zie hem nog zo’n band op de spoel van zijn recorder zetten, nadat hij me gevraagd had wat ik wilde horen, Brahms of liever Mozart – was de veiligheid van een man die het beste met me voorhad, die van me hield, zonder ooit ook maar een toespeling te maken op intimiteit of seks.

‘Heel af en toe maakten we een wandeling, maar meestal zaten we thuis aan zijn tafel, terwijl mijn vingers door de hoge polen van het Perzisch kleedje gleden. Het was ome Ko en ik, verder niemand. Op één hartsvriendin na wist geen enkele vriend of familielid van ons. De interpretaties van anderen zouden de zuiverheid alleen maar bederven. Als mijn moeder van ons had geweten, had ze er zeker op aangedrongen hem eens mee naar huis te nemen. Ze was gek op wat ze ‘zielige mensen’ noemde. Maar ome Ko bleef van mij.

Platonisch

‘Op een dag kreeg ik twee woordenboeken: Frans-Nederlands en Nederlands-Frans. In een ervan had hij geschreven: voor mijn platonische liefde Frouwkje. Die term komt waarschijnlijk het best in de buurt. Met zijn kalme liefde schonk hij me meer vertrouwen dan mijn horkerige, jeugdige, onervaren, misschien wel zelfgerichte mannelijke leeftijdsgenoten konden.

‘Elk van onze ontmoetingen verliep op eenzelfde manier. Ik ging zitten, hij maakte thee en koffie, ik luisterde naar zijn klachten over de verloedering van de buurt en naar de muziek die we samen uitzochten. Een keer was ik uit eten met een vriend op wie ik een oogje had. Hij vroeg mij naar de belangrijkste mensen in mijn leven en toen ik ome Ko noemde, schrok ik, want ik besefte dat vandaag onze tweewekelijkse afspraak was. Achter in de zaak vond ik een telefoon en toen ome Ko opnam was hij razend. Hij zei dat hij me nooit meer wilde zien. ‘Nooit meer, hoor je.’

‘De volgende dag ben ik toch gegaan. Een beetje norsig deed hij open. ‘Maar ome Ko’, zei ik toen ik boven was, ‘weet u waarom ik onze afspraak was vergeten?’ Zijn gezicht klaarde op toen hij het antwoord hoorde. ‘O, je bent verliefd’, zei hij opgelucht. ‘Natuurlijk, dan snap ik het.’

‘Jaloezie, bezitterigheid, irritaties, geen van de bekende liefdesdemonen had vat op ons. Ome Ko liet zich liever leiden door verwondering. Zoals die keer dat hij mij de verrekijker liet zien die hij had gekocht. ‘Kijk, als ik aan dit knopje draai, is die man aan de overkant heel dichtbij.’ Natuurlijk wist hij hoe verrekijkers werkten, natuurlijk had hij er eerder een gehad, maar hij koos ervoor naar zijn omgeving te kijken als iets waardoor hij dagelijks werd verrast. Op die manier keek hij ook naar ons.

‘Op zijn begrafenis, jaren later, was in de aula alleen de eerste rij en een deel van de tweede gevuld. In de week voor zijn dood had hij de antibiotica waar het verpleeghuis op aandrong, geweigerd. Hij wilde sterven en bliefde beslist niemand aan zijn sterfbed, ook mij niet.

‘De momenten dat ik nu aan hem denk, zijn de momenten waarop ik moed nodig heb. Zoals laatst bij mijn oogoperatie. Ik denk terug aan een vrolijk, opgewekt iemand met wie ik een grote connectie deelde die ik diep in mijn ziel verborg. Pas nu ik zelf 70 ben, begin ik dit verhaal te delen. Mijn huidige partner is de eerste die ik over ome Ko heb verteld. Ze lijken op elkaar, denk ik: zoals ome Ko weinig bevestiging nodig had, zo gunt ook mijn man mij alle ruimte. Liefde is soms heel eenvoudig: samen zijn, soms praten en elkaar dan weer laten.’

De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Frouwkje ­gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.

OPROEP

Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.

Meedoen? Mail een korte ­toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next