is eindredacteur en televisierecensent van de Volkskrant.
Voor mijn kortstondige carrière als zomercolumnist genoot ik een kortstondige carrière in het uitgeefvak, waar ik me bekwaamde in gewetenloos roddelen over schrijvers, dingen zeggen als: ‘een stofomslag, altijd chic’, en beoordelen of een boek ‘iets was’, ja of nee. Dat laatste werd mij als student bijgebracht door Paul Sebes en Willem Bisseling, eigenaren en naamgevers van het toonaangevende Amsterdamse literair agentschap. De opdracht die zij mij bij een masterclass gaven: bepaal binnen drie minuten of het manuscript dat voor je neus ligt publicabel is.
Sensationeel, natuurlijk – het naïeve idee dat een boek iets sacraals is, in plaats van een product, werd in twintig rondes van drie minuten keuren tenietgedaan. Vooral Sebes presenteerde het uitgeefvak als dat van een goudzoeker: wie oog had voor wat commercieel werkte kon binnenlopen, zoals dat henzelf zichtbaar was gelukt, het muffe collegezaaltje vulde zich met de geur van grachtengordel (vermoedelijk iets van parfumhuis Creed, cederhout, eikenmos).
Lichtelijk verbaasd was ik dus toen diezelfde Paul Sebes afgelopen maandag een opiniestuk publiceerde in NRC, waarin commercialisering juist wordt gehekeld: ‘Als het boek verdwijnt, verdwijnt ook het denken.’ Stukken over de leescrisis zetten zelden aan tot lezen want zijn steevast moralistisch en stijfjes, zo ook dit betoog, een stokpaardjesparade over telefoonverslaving, verengelsing en AI. Het boek zou als intellectuele krachtbron verdwijnen uit het centrum van onze cultuur.
Niets aan toe te voegen, Sebes’ stokpaardjes zijn mijn stokpaardjes, tot mijn oog viel op die ene alinea, over de feminisering van het uitgeefvak. En ja hoor – ik was weer eens vast komen te zitten in seksistische drek, vrijwel onopgemerkt dit keer, in wat oogde als zo’n correct, obligaat stuk. (Een trendje, bleek twee dagen later, want ook Max Pam vond in podcast Met Groenteman in de kast dat ‘literatuur iets vrouwelijks was geworden’. Zelfs Arnon Grunberg lijdt hieronder, schijnt.)
‘Mannen lezen nauwelijks meer, het uitgeefvak feminiseert’, begon Sebes. ‘Het verdwijnen van de mannelijke schrijver en lezer is geen triviaal verschijnsel, maar een symptoom van een verschuivend boekenlandschap. Uitgevers richten zich op een vrouwelijk publiek van 30 tot 65 jaar, met voorkeur voor relationele dynamiek, historische troost en soms wat licht psychologisch inzicht.’
Hadden wij vrouwen het weer gedaan, met onze persoonlijke wissewasjes.
Fascinerend hoe Sebes zijn kortzichtigheid zo etaleert door alles wat vrouwen aanraken af te doen als oppervlakkig, kleinburgerlijk, pathetisch – het is hoe modernisten Menno ter Braak en E. du Perron in de jaren dertig een hele generatie schrijfsters buitenspel zetten, door te suggereren dat vrouwelijke auteurs een literaire eenheid vormden, ze terug te brengen tot hun onderwerpkeuze. Het is waarom schrijverscollectieven als FixDit zich nog altijd hard moeten maken voor meer diversiteit in de schrijverswereld, waarom de literaire waardering voor vrouwen nog altijd achterblijft op hun mannelijke en normbepalende collega’s.
Wat Paul Sebes niet verstaat, is wat voor mij de kern is van literatuur: diepgang zit niet in de onderwerpen, en of die zogenaamd mannelijk en diepgaand (Adolf Hitler! Bourgondiërs!) of vrouwelijk en oppervlakkig zijn, maar in hoe je die onderwerpen aanvliegt. Hij meent dat de hedendaagse romaninhoud richting veiligheid en herkenbaarheid verschuift, precies het verwijt dat altijd heeft geklonken over zogenoemde damesromans. Voor mij onbegrijpelijk wanneer je agentschap geweldige geëngageerde schrijfsters als Manon Uphoff, Lotte Kok en Anja Meulenbelt vertegenwoordigt.
Nattevingerwerk bovendien, want ik heb de laatste jaren geen Oek, Adriaan of Geert bedreigd gezien. Het steekt dat Sebes de groep lezers die het Nederlandse boekenvak nog enigszins overeind houdt (en ja, misschien met commerciële damesfictie, maar iemand moet dat parfum betalen), tot de oorzaak van de ontlezing bombardeert. En, een denkfout: dat wat geschreven is door vrouwen, is niet per se alleen vóór vrouwen. Hier spreekt geen man die zich daadwerkelijk zorgen maakt om de teloorgang van Het Denken, hier spreekt een man in het nauw.
Sla eens zo’n ‘damesboekje’ open, zou ik zeggen: drie minuten lezen is voldoende.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant