Turkse Zwarte Zeekust Terwijl aan de noordkant de oorlog in Oekraïne woedt, wordt aan de Turkse zuidkant van de Zwarte Zee verkoeling gezocht door badgasten – ook Russen zijn hier nog steeds welkom. Een roadtrip door een vergeten gebied.
Door de eeuwen heen is het Zwarte Zee-gebied het toneel geweest van een lange reeks oorlogen. Nu volgt de wereld op de voet hoe de bittere strijd tussen Oekraïne en Rusland aan de noordkant van de zee verloopt. Veel minder aandacht gaat uit naar de Turkse Zwarte Zeekust, die zich 1.300 kilometer lang – van iets ten noordwesten van Istanbul tot de grens met Georgië in het oosten – uitstrekt. Het is een gebied met verlaten mijnplaatsen, vissershavens, theeplantages, een stad vol afbeeldingen van president Erdogan en drukke handel met Georgië. Verslag van een verkenning per auto door een onderbelicht gebied.
Al voor Eregli, het eerste, weinig opzienbarende plaatsje op de route, wordt duidelijk dat er één misverstand uit de wereld moet worden geholpen: de Zwarte Zee, Kara Deniz in het Turks, is niet zwart. Zeker als de zon erop schijnt is ze juist betoverend blauw, soms vermengd met groene tinten.
Bezoekers in het stadscentrum van Zonguldak
Zonguldak, een stoffige havenplaats aan de westkust, bloeide in de negentiende eeuw op dankzij steenkoolmijnen in de buurt. De laatste paar decennia is die industrie grotendeels verdwenen. Alleen enkele fabrieksruïnes, ongebruikte spoorlijnen en een monument van een mijnwerker, van wie alleen de helm en armen waarmee hij een brok steenkool omhoog heft zichtbaar zijn, herinneren hieraan.
Arif Kilicoglu (53), die op zondagmiddag in een shirt van de Istanbulse voetbalclub Besiktas op een bankje met uitzicht op de zee zit, heeft de bloeitijd van de kolensector nog meegemaakt. „Het leek Duitsland wel”, vertelt hij. „Van overal kwamen mensen hierheen om te werken. Mijn vader was ook mijnwerker. Rijk waren we niet. Met zijn elven sliepen mijn broers en zussen en ik in één kamer. Toch was het een mooie tijd.”
Arif Kilicoglu, in een shirt van de Istanbulse voetbalclub Besiktas, maakte de bloeitijd van de kolensector nog mee.
Spandoeken met portretten van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan en Mustafa Kemal Atatürk aan gebouwen in het centrum van Zonguldak.
Sinds zijn twaalfde verkoopt Kilicoglu groente en fruit in de bazaar. Hoewel de stad zichtbaar in verval is geraakt, blijft hij eraan verknocht. „Het is waar dat er vooral voor jongeren weinig werk is en dat velen daarom de stad verlaten, maar van de zee krijg ik nooit genoeg. Ik ben vaak met vrienden meegevaren, soms in sneeuwstormen beland. Maar ik blijf gek op de zee.”
De 42-jarige lerares handenarbeid Dilek Karabudok, gekleed in een geel-zwarte jurk, is vooral bezig met het lot van de Oekraïners aan de overkant van de zee. „Ik kan vaak amper naar het nieuws kijken”, zegt ze. „Het is zo verschrikkelijk allemaal. Ik heb vrienden die Oekraïense vluchtelingen hebben opgevangen. Eén vriendin is met een Oekraïner getrouwd. Mijn droom is samen met anderen in een karavaan de kust van alle Zwarte Zee-staten af te reizen en zo aan de vrede bij te dragen.”
Dilek Karabudok, lerares handenarbeid, is vooral bezig met het lot van de Oekraïners aan de overkant van de zee.
De stad Bartin ligt niet aan de kust. Maar zo’n tien kilometer verderop, bij de monding van een riviertje waar bewoners graag picknicken, is een basis voor onderzeeboten van de Turkse marine. Vanaf de openbare weg, naast een gewoon haventje, zijn door een hek twee tunnels zichtbaar, die in de rotsen langs de kust zijn uitgehakt om de onderzeeërs een veilige aanlegplaats te bieden.
De Zwarte Zee, vastgelegd vanaf een punt tussen Cide en Bartin in.
Analisten wijzen erop dat het Turkse militaire gewicht in de Zwarte Zee is toegenomen doordat Oekraïne de Russische vloot flink heeft beschadigd. Rusland kan geen versterkingen aanvoeren omdat Turkije sinds het begin van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland de Bosporus voor alle buitenlandse marineschepen afsluit. Turkije breidt zelf zijn marinefaciliteiten in de havens van Sinop en Samsun uit. Het heeft ook Oekraïne gesteund met onder meer drones, mede om te voorkomen dat Rusland te machtig wordt in de regio.
Badgasten op het strand van de Turkse kustplaats Amasra.
In het oude vestingstadje Amasra, fraai gelegen aan een baai tussen steile bergen, wemelt het zondagavond nog van de dagjesmensen. De laatste zwemmers drogen zich af op het strand en studenten spelen nog een potje beachvolleybal. Overal is de geur van gebakken vis te ruiken, van eettentjes langs de weg. Op het strand zijn ligstoelen te huur. Het geheel ademt de knusheid van Europese badplaatsen van vijftig jaar geleden.
De volgende ochtend – het is nog uitgestorven aan het strand – legt strandstoelen- en barexploitant Servet Kürkcü (56), gekleed in shorts, een wit T-shirt en zonnebril, uit dat aan de Zwarte Zee een andere strandcultuur heerst dan aan de Middellandse Zee. Daar zijn disco’s en chique restaurants en wordt veel meer verdiend. Hier komen veelal Turken met een wat kleinere beurs.
Volgens Servet Kürkcü heerst aan de Zwarte Zee een andere strandcultuur dan aan de Middellandse Zee.
Buitenlanders zijn er nauwelijks, afgezien dan van de boten uit Rusland die doorgaans één dag in de week aanmeren als onderdeel van een Zwarte Zee-cruise. Anders dan in de Europese Unie blijven Russen welkom in Turkije. „We zijn blij met de Russen”, zegt Kürkcü, terwijl hij de ene na de andere sigaret opsteekt. „De Turken geven de laatste paar jaar minder uit als gevolg van de economische crisis in Turkije. Daarom ga ik de prijzen dit jaar niet verhogen, ondanks de inflatie.”
Een paar straten verderop bevestigt Okan Kizilboga, die een souvenirwinkel heeft, dat het in Amasra economisch matig gaat. Veel jongeren zoeken hun heil liever elders. En de Russische toeristen? „Die gaan vooral naar de Migros-supermarkt om sterke drank te kopen of naar de apotheek voor medicijnen. Bij mij kopen ze maar zelden wat.”
Okan Kizilboga, eigenaar van een souvenirwinkel, merkt dat het economisch matig gaat in Amasra.
Lokale toeristen ontbijten op een terras van een hotel in Sinop.
Op een schiereiland ligt de eeuwenoude stad Sinop, die het dichtst bij de Krim ligt. Daarvan maakten de Russen gebruik door in november 1853, aan het begin van de Krimoorlog, de Turkse vloot in de zeeslag bij Sinop in de pan te hakken. De Turken hebben zich altijd verbonden gevoeld met de Krim, ook omdat de lokale Krim-Tataren net als zijzelf moslims zijn en een aan het Turks verwante taal spreken. Nog altijd leven er honderdduizenden mensen van Krim-Tataarse afkomst in Turkije.
Dikke stadsmuren herinneren aan de Byzantijnse tijd in Sinop, toen Grieken hier de toon aangaven. Eeuwen daarvoor verbleef de bekende filosoof Diogenes, stichter van de cynische school, hier. Hij woonde volgens de overlevering in een tobbe en had lak aan gangbare normen. Zijn behoefte deed hij waar het hem uitkwam, zonder zich te bekommeren om toeschouwers. Essentieel voor hem was zelfvoorzienend zijn, ook als dat een leven met minimaal materieel comfort betekende.
Dobberend op een bootje in de haven van Sinop vertellen zes vrienden – allen zestigers – dat het ruim 2.400 jaar later bijna onmogelijk is geworden als zelfstandig visser in je onderhoud te voorzien. Ze vissen allemaal nog een beetje, maar vooral voor de lol. Alleen grote bedrijven met grotere boten redden het nog. De vis in de Zwarte Zee is schaarser geworden en er gelden beperkingen van de vangsttijden en de hoeveelheden vis die gevangen mogen worden.
Vissersboten in de haven van Sinop.
De oorlog in Oekraïne heeft alles nog moeilijker gemaakt dan het al was. „We mogen nog maar in een veel kleiner deel vissen dan vroeger”, zegt de 62-jarige Ali, een van de twee vrienden die het nog lang als beroepsvisser volhield. „We houden allemaal van de Zwarte Zee, maar het is voorbij met de visvangst.” Sommige vrienden hebben hun boot verkocht. Wel komen ze nog graag bij elkaar op de boot van een van hen om bij het vallen van de avond onder het genot van meloenschijfjes, een sigaret en een drankje over de goede oude tijd te praten.
Waar Diogenes van op zou hebben gekeken is dat vorig jaar uit cijfers van TurkStat, het Turkse CBS, bleek dat de bewoners van Sinop de gelukkigste zijn van 81 onderzochte Turkse steden. „Ze zijn het gelukkigst omdat ze altijd bier en raki drinken”, grapt Melike Güler Yilmaz (43) die ’s ochtends met haar moeder een kopje koffie bij een café drinkt. Ze is de dochter van een visser en geboren in Sinop. Maar sinds haar zestiende woont ze in Izmir aan de westkust, Turkijes derde stad, waar ze trouwde en voor een bouwbedrijf werkt.
„De mensen in Sinop zijn vriendelijker en gastvrijer dan in Izmir”, zegt ze, terwijl haar in een groen jasje gestoken hondje tegen haar opspringt. „Ik kom hier nog graag,. maar ik zou er niet snel weer gaan wonen. Hier zitten vooral oudere mensen, het is saai. Ik heb een zoon van zeventien. Wat zou die hier in vredesnaam moeten doen?”
Samsun is de grootste stad in het Zwarte Zee-gebied. Het heeft een grote haven, veel handel en wat industrie, maar reisgidsen hebben er verder weinig bezienswaardigs kunnen ontdekken. Op twee dingen na: het Atatürk Museum in het centrum en een boot in de haven. Daar is met levensgrote poppen nagebootst hoe de vader van de natie, Mustafa Kemal Pasha, bijgenaamd Atatürk, op 19 mei 1919 fier van boord stapt om de herovering en de modernisering van Turkije in gang te zetten. Het is een datum die elk Turks schoolkind tot vervelens toe krijgt ingeprent. Nog altijd is 19 mei een nationale feestdag.
In het museum, gevestigd in een gebouw waar Atatürk enige tijd zijn hoofdkwartier had, zijn onder meer de koffer (inclusief scheerkwasten en borstels) en de slaapkamer te bezichtigen van de man die ruim honderd jaar geleden zijn land zo krachtig in seculiere richting duwde.
Een vrouw en haar kinderen staan voor een tableau met wassen beelden, dat de aankomst van Atatürk in Samsun in 1919 verbeeldt.
Kübra Kafkasli en haar dochters in het Atatürk Museum in Samsun.
Mode-ontwerper Kübra Kafkasli (38) leidt haar beide dochtertjes rond in het museum. Ze draagt geen hoofddoek, wel een modern broekpak. „Ik vind het belangrijk om aan mijn dochters te laten zien hoe het moderne Turkije is ontstaan”, zegt ze. „Door Atatürks komst veranderde alles, juist ook voor vrouwen.” Op de vraag of de geestelijke nalatenschap van Atatürk nog wordt gerespecteerd, antwoordt ze met een ferm „nee”. „Ik heb het gevoel dat we onder de huidige regering juist teruggaan naar de oude Ottomaanse waarden en dat is niet goed. Vooral voor vrouwen niet.”
De restanten van de voormalige goudmijn van een Turks-Brits consortium in het Turkse dorp Yokeri Tepeköy.
Bij het dorp Yokeri Tepeköy, een kilometer of vijftien ten zuiden van de provincieplaats Fatsa, staan wat gebouwen op een kale helling tussen de met dichte hazelaar-boomgaarden bedekte heuvels. Dit is de voormalige goudmijn van een Turks-Brits consortium. Het metaal werd gewonnen met behulp van het giftige cyanide, dat ook in het grondwater belandde. De notenoogst ging deels verloren en ook het drinkwater was hier en daar gevaarlijk vervuild. Na lang treuzelen beval een rechtbank begin vorig jaar sluiting van de mijn.
De goudmijn heeft tot veel verdeeldheid geleid in de dorpsgemeenschap. Sommigen verkochten hun land aan het bedrijf, anderen waren blij met een baan in de goudmijn. De inmiddels 70-jarige Cevat Atar zag er echter vanaf het begin een groot gevaar in. Hij weigerde zijn land te verkopen en op zijn oude dag werd hij milieuactivist. „Zie je, er groeit nog altijd niets”, wijst hij. „Het bedrijf beloofde om na zijn vertrek 200.000 bomen te planten, maar hoe hard ze ook met kunstmest probeerden acacia’s, die meestal snel groeien, te laten opkomen, er staat nog vrijwel niets.”
Cevat Atar weigerde zijn land te verkopen en werd op zijn oude dag milieuactivist.
Cevat Atars vrouw serveert thee, noten en honing.
Het gevaar van meer vervuiling is niet geweken. Turkije heeft een nieuwe wet in de maak, die het voor bedrijven makkelijker maakt onder milieueffectrapportages uit te komen. De goudmijn heeft inmiddels al meer land in de omgeving gekocht en de regering in Ankara kan elk moment toestemming geven voor de hervatting van de mijnbouwwerkzaamheden. „Turkije koerst onder deze regering af op zijn ondergang”, meent Atar. „Het is een beetje zoals aan het einde van het Ottomaanse rijk.”
In zijn huis, aan de overzijde van het dal van de goudmijn, serveert zijn vrouw gespaard gebleven hazelnoten. „Dit is het echte goud van dit gebied”, zegt Atar. „Dit kun je altijd blijven oogsten en het laat geen vervuiling achter. We leveren in Fatsa en omgeving 20 procent van de hazelnotenproductie in Turkije.” Voornaamste afnemer daarvan is het Italiaanse bedrijf Ferrero, dat onder meer Nutella maakt.
Dat nog niet alle leven hier is verdwenen, blijkt als we bij zonsondergang het dorp uitrijden. Vlak voor ons stuift een geschrokken jakhals over de weg.
Een schip in de Zwarte Zee, aan de kust van Trabzon.
Trabzon is vanouds een belangrijke schakel tussen Oost en West. Hier kwamen karavanen met in Europa gewilde goederen aan die vervolgens werden verscheept. Ook Marco Polo zou vanuit Venetië naar Trabzon zijn gereisd. Het was tot ruim een eeuw geleden bovendien een plaats met een grote Griekse gemeenschap, die vrijwel is verdwenen. Het hedendaagse Trabzon hoopt zijn oude rol weer op te pakken met handel met landen als Irak en Iran, maar is daar nog niet echt in geslaagd.
Werknemers tijdens hun pauze bij het Uzungölmeer in het noordoosten van Turkije.
Het Uzungöl-plateau is een van de belangrijkste bestemmingen voor Arabische toeristen.
Vooral jongeren in Trabzon klagen over een gebrek aan toekomstperspectief. „Ik zie hier buitenlanders winkelen en kwistig geld uitgeven. Dat irriteert me, omdat ik het zelf niet kan”, zegt Kilay Aygin (22) op een terrasje in de binnenstad waar ze met haar 18-jarige broer thee drinkt. Haar studie internationale betrekkingen heeft ze opgegeven, „omdat ik eigenlijk een hekel heb aan politiek”. Nu werkt ze in een kledingzaak. „Een eigen woning kan ik niet huren, want de prijzen zijn mede door de buitenlanders flink omhoog gegaan.”
Die ‘buitenlanders’ op wie Aygin doelt, zijn vooral Arabieren uit het Golfgebied, die de laatste jaren in steeds groteren getale naar het oostelijke Zwarte Zeegebied reizen en daar soms onroerend goed kopen.
In Trabzon klagen jongeren over een gebrek aan toekomstperspectief. Zoals Kilay Aygin, hier samen met haar broertje.
Wie het snel uitdijende Arabische toerisme van dichtbij wil zien, moet het Kackar-gebergte intrekken, ten zuidoosten van Trabzon. In een plaats als Uzungöl, schilderachtig gelegen tussen dicht beboste hellingen aan een meertje, zijn de Arabische bezoekers zelfs in de meerderheid. Veel vrouwen lopen er in het zwart en dragen een nikab.
Turkse bouwbedrijven met goede connecties met president Erdogan hebben er de laatste jaren een groot aantal hotels, appartementen, winkels, schiettenten en andere kermisactiviteiten uit de grond gestampt, waardoor het lieflijke plaatsje in hoog tempo is getransformeerd in een soort pretpark. Brede wegen met veel tunnels leiden naar dit „vakantieparadijs”, dat verschillende moskeeën telt. Hier en daar klinkt Arabische muziek.
Turkse winkeleigenaren spelen spelletjes.
„Ons trok deze plaats wegens het koele klimaat”, zegt Asma Alomani uit de Saoedische stad Dammam, die hier met haar gezin een week is en een wandeling langs het meertje maakt. „Bij ons in Saoedi-Arabië is het nu verschrikkelijk heet. Het is hier bovendien fijn voor de kinderen en we vinden het prettig dat er een beetje dezelfde cultuur heerst als bij ons.” Een nikab draagt ze niet, wel een hoofddoek. Haar Engels is veel beter dan dat van haar man.
Rize is de laatste jaren flink gegroeid. Het heeft een eigen vliegveld gekregen, nieuwe wegen en tunnels. Dat is mede te danken aan president Erdogan, wiens familie uit deze omgeving komt. Overal in de binnenstad prijken meer dan levensgrote afbeeldingen van de weldoener van deze plaats, van oudsher vooral afhankelijk van de vele theetuinen in de omgeving. In 2012 werd de lokale universiteit naar de president vernoemd.
„Hij is echt geweldig”, zegt een 55-jarige vrouw, die naast andere vrouwen op een bankje in een park zit, allen voorzien van een hoofddoek. Een van hen is druk aan het breien. „Mijn enige kritiek is dat de president nog geen afzonderlijke hoek voor vrouwen in het park heeft gereserveerd. Door allerlei opdringerige mannen voelen wij vrouwen ons daardoor niet op ons gemak.” Ze blijkt hoe dan ook geen hoge dunk van het mannelijke geslacht te hebben. Haar eigen man en haar zoon werken niet, zij verdient een beetje geld met een theetuintje buiten de stad. „Ik doe al het werk. In Rize laten de mannen het werk aan vrouwen over”, zegt ze en beent dan boos weg. Haar naam wil ze niet geven.
Vanouds stemt het Zwarte Zee-gebied overwegend conservatief, ook bij de laatste lokale verkiezingen. Dat geldt zeker voor Rize. Vooral ouderen zijn blij met de nadruk die Erdogan en zijn AK Partij leggen op traditionele islamitische waarden. Lokale jongeren worden er soms moedeloos van. „We houden niet van die meneer”, zegt de 24-jarige Emre Kantar, discreet verwijzend naar de president. „De economie draait niet, hij misbruikt zijn controle over het justitieel apparaat en de ethische normen zijn ver afgegleden onder hem. Zijn tijd is voorbij.”
Vrouwen in een park, met op de achtergrond een foto van president Erdogan.
Mannen in een park in Rize.
Ouderen blijven Erdogan echter op handen dragen, erkent hij, en dat zorgt voor wrijving tussen jongeren en hun ouders, zegt Kantar, die voor een logistiek bedrijf werkt. Kantars vriend, die voor een theebedrijf werkt en meeluistert, legt uit dat het moeilijk communiceren is met ouders die niet gewend zijn emoties te tonen of zelfs maar een persoonlijk gesprek te voeren. „Ik vraag wel eens: houden jullie wel van me? Dan zeggen zij: onze ouders lieten dat ook niet blijken aan ons, dus zeur niet.”
Al in de buitenwijken van Rize beginnen de steile heuvels, waarop thee wordt verbouwd. De smaragdgroene hellingen – het regent hier zo’n tweehonderd dagen per jaar – bieden op veel punten schitterende panorama’s, soms met de zee op de achtergrond. Deels zijn hier grote ondernemingen actief, maar ook veel particulieren verdienen zo een centje bij. „Ik heb maar ruim vier dunam [iets minder dan een halve hektare]”, zegt Abdurrahman Delal (59), die eerder vijftien jaar in Duitsland werkte. „Om een beetje van je thee te kunnen leven heb je wel drie keer zoveel land nodig.”
Vanaf de steile heuvels in Rize kijk je uit over theetuinen en de Zwarte Zee.
Abdurrahman Delal heeft een theetuin in de buitenwijken van Rize.
Het is nu geen oogstseizoen, daarom liggen de theetuinen er stil bij. Hij heeft net enige flinke takken van zijn lindebomen op de helling afgezaagd, die met een liftje omhoog worden gebracht. „Om lindenbloesemthee van te maken, voor mijn zuster”, lacht hij, en rijdt weg met een kleine tractor.
De Turkse grens met Georgië, die ten tijde van de Sovjet-Unie decennia lang gesloten was, is nu van beide kanten gemakkelijk te passeren. Bussen met Turkse toeristen keren net terug uit de Georgische stad Batoemi, waar veel goederen goedkoper zijn dan in Turkije. De 55-jarige Erol Yilmaz, een kok uit het Turkse Sakarya, staat voor zijn bus water te drinken. „Dit was de laatste etappe van een Zwarte Zee-busreis die we met een groep hebben gemaakt”, zegt hij, terwijl hij een vrouw afwimpelt die whiskyflessen en sigaretten aanbiedt. „Trabzon en Rize vond ik het leukste.”
Georgische burgers wachten aan de Turkse kant van de Sarp-grensovergang in Kemalpaşa.
Naast een betonnen muur van de grensovergang tussen Turkije en Georgië staat een groepje armoedig geklede Georgische vrouwen. Uit een Turks bestelbusje ontvangen ze zakken met bevroren vis. Puffend in de hitte zeulen ze die met zich mee de grens over, terwijl de ene na de andere vrachtauto passeert. De man van het bestelbusje legt uit dat de vrouwen de vis met enige winst aan Georgische restaurants hopen te verkopen.
Vlak naast een rommelig parkeerplaatsje staat een kantoortje van ‘Billionaire’, een organisatie die kaartjes aanbiedt voor een gelijknamig casino in Batoemi. In Turkije zijn casino’s verboden en daarmee hoopt Billionaire zijn voordeel te doen. Turken die hun geluk willen beproeven ontbreken echter deze ochtend.
Een jonge jongen ligt in de branding, vlak bij de grenspoort van Sarp in Kemalpaşa.
Source: NRC