Home

Trump verzint een laatste strohalm voor het noodlijdende Intel

Chipindustrie Met kapitaal van de Amerikaanse overheid en de Japanse investeerder Softbank moet chipmaker Intel van de ondergang gered worden. Het lijkt een laatste strohalm voor Amerika’s eigen chipindustrie.

Lip-Bu Tan, topman van Intel, werkte met Trump een voorstel uit dat Intel meer lucht moet geven om zijn fabrieken te vullen. Foto Andrej Sokolow/Getty

Lang, lang geleden, toen computers nog logge, beige apparaten waren, draaide de hele wereld op Intel. De processoren van de Amerikaanse chipfabrikant waren toonaangevend en namen vrijwel al het rekenwerk op pc’s en servers voor hun rekening.

Nu komen de meest geavanceerde halfgeleiders uit Taiwan (TSMC) of Zuid-Korea (Samsung). Dat zijn ook de bedrijven waar Apple, Nvidia en Tesla hun chips bestellen voor iPhones, AI-chips en zelfrijdende auto’s - zelfs Intel klopt bij TSMC aan om daar zijn AI-chips te fabriceren.

Voor de snelste halfgeleiders, cruciale bouwstenen voor de economie en defensieindustrie - is Amerika dus volledig afhankelijk van buitenlandse technologie.

Intel verloor de aansluiting met de Aziatische concurrentie: het kleunde mis bij de smartphonerevolutie en de AI-hausse en wachtte lang met het inzetten van ASML’s EUV-chipmachines om geavanceerde chips te maken. Zo ging er meer geld naar aandeelhouders, maar groeide de achterstand. Anno 2025 leidt Intel zwaar verlies, kreeg het wéér een nieuwe topman en ontslaat het 15 procent van het personeel.

On-mid-del-lijk

Nu de ooit zo lucratieve pc-markt opdroogt, dreigt de laatste grote Amerikaanse chipfabrikant om te vallen. Vandaar dat president Trump een reddingsplan overweegt waarbij de overheid 10 procent aandeel in Intel neemt. Het gaat omgerekend om een bedrag van 8,9 miljard euro.

Trump sneerde eerst dat topman Lip-Bu Tan on-mid-del-lijk moest opstappen, wegens vermeende belangenverstrengeling met China. Maar na een onderonsje in het Witte Huis werkt Trumps team met Tan aan een deal die Intel uit de malaise moet halen.

Om het goede voorbeeld te geven, nam de Japanse techinvesteerder Softbank al een belang van 2 procent in Intel. Zo’n kapitaalinjectie is niet nieuw: in 1982 nam IBM (bedenker van de beige oer-pc) een belang van 12 procent in Intel. De chipfabrikant ging toen bijna failliet door de concurrentie uit Japan.

Wel nieuw, opzienbarend zelfs, is dat de Amerikaanse overheid geld wil steken in een chipfabrikant. Gaat het plan van Trump en Tan door, dan is het de grootste reddingsoperatie sinds de bail-out van de banken na de financiële crisis in 2008.

Intel mag niet falen

Vanwege veiligheidsbelangen mág Intel niet omvallen, zegt Dan Hutcheson, chipexpert van onderzoeksbureau TechInsider: „Als Intel faalt, hebben de VS geen goede onderhandelingspositie met China. Zonder toonaangevende eigen chip-ontwikkeling en grootschalige productie in de VS kan China de Verenigde Staten de toegang tot geavanceerde chiptechnologie ontzeggen, door water en stroom af te sluiten van TSMC’s fabrieken, of het eiland in te nemen.”

De regering-Biden trok miljarden aan subsidies uit om chipfabrieken op Amerikaanse bodem te bouwen en de afhankelijkheid van Azië te verkleinen. TSMC en Samsung bouwen fabrieken in de VS, maar Taiwan en Zuid-Korea houden hun meest geavanceerde chipfabrieken wel in eigen land. Intel liep vast, ondanks 8 miljard subsidie, en pauzeerde de expansie in de VS wegens financiële problemen.

Onder Biden groeide de CHIPS Act uit tot een omvangrijk programma met veel federale controle, waarbij de overheid voorschreef hoe bedrijven hun zaken moeten regelen, tot aan personeelsbeleid en arbeidsvoorwaarden toe. Trump pakt het anders aan. In plaats van subsidies strooit hij met heffingen, en maakt hij één-op-éénafspraken met bedrijven. Dat gebeurde onlangs met Nvidia, over de export van hun chips naar China.

Als het zinkende chip-schip van Lip-Bu Tan blijft drijven, zou Trump kunnen verdienen aan de aandelen. Maar dat Intels sprookje goed afloopt, is allerminst zeker.

Nog tien jaar

Elke nieuwe generatie chips vergt duurdere fabrieken, met telkens duurdere chipmachines. Die kosten verdien je sneller terug als je niet alleen je eigen chipontwerpen produceert – zoals Intel – maar chips voor andere klanten maakt.

TSMC specialiseerde zich in die tak van sport en maakt alleen chips voor anderen. In vaktermen: pure foundry. Door zijn enorme schaalgrootte kan TSMC meer investeren in nieuwe techniek dan concurrenten en vergroot zo zijn voorsprong.

Intel streeft ook naar zo’n foundry-model en overweegt de fabrieken los te knippen van de afdeling die chips ontwerpt. Concurrent AMD deed dit al in 2009, toen het GlobalFoundries afstootte.

Hutcheson: „Intel moet wel een cultuur ontwikkelen waarbij iedereen in het bedrijf anders moet gaan denken over productie en relaties met klanten. Dat is niet eenvoudig. Het kostte GlobalFoundries tien jaar, maar ze werden uiteindelijk succesvol— net als Samsung.”

Zoveel tijd heeft Intel niet. De afschrijvingen drukken zwaar op de balans en nieuwe klanten zijn huiverig. Zelfs het Amerikaanse Tesla sloot voor zijn nieuwe chips een megadeal met Samsung, en niet met Intel. Door te dreigen met importheffingen op buitenlandse chips kan Trump Amerikaanse techbedrijven dwingen om meer bestellingen te plaatsen bij Intel. Maar als firma's er niet voor kunnen kiezen om de allerbeste chips te gebruiken, remmen de VS hun technologische voorsprong af.

De problemen van Intel zijn volgens Hutcheson financieel, niet technisch van aard: „Intel kreeg het voor elkaar om in vier jaar maar liefst vijf technologiesprongen te maken.”

Nieuwe productieprocessen bedenken is één ding, ze optimaal te laten werken is iets anders. Een chipfabriek heeft ‘volume’ nodig – zodat je meer ervaring en kennis opdoet om stapsgewijs het percentage foutloze chips te verhogen. Een hoge yield, dat lokt nieuwe klanten. Volgens Hutcheson gooide Intel echter zijn eigen glazen in toen het bedrijf besloot de productie van AI-chips aan TSMC uit te besteden.

En Europa dan?

Intel schrapt uitbreidingsplannen in het Duitse Maagdenburg. Daar zou een fabriek komen voor zeer geavanceerde chips, met tien miljard euro subsidie, verleend onder de EU Chips Act. Brussel overlegt nu over een vervolg, en over de nieuwe koers voor de Europese chipindustrie.

Frank Bösenberg van Silicon Saxony, het techcluster rond Dresden, denkt dat er behoefte blijft aan een Europese fabriek voor geavanceerde chips. „Die chips zijn nodig voor AI-datacenters die we willen bouwen volgens het Europese AI Continent Action Plan. En op den duur hebben de autosector en defensieindustrie ook snelle chips nodig. Het is van strategisch belang om niet afhankelijk te zijn van andere grootmachten.”

Nu Intel afhaakt kan TSMC overwegen om in Europa ook de (bijna) allernieuwste chips te maken. Een andere optie is het Japanse Rapidus, dat ook naar klanten zoekt. De Japanse techniek heeft wel een Amerikaans tintje: Rapidus gebruikt namelijk de productieprocessen van IBM.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Economie

Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt

Source: NRC

Previous

Next