De recente oproep om de nacht, naar aanleiding van de moord op de 17-jarige Lisa in Duivendrecht, als vrouw ‘op te eisen’ klinkt nobel, maar is niet effectief. Als vrouwen kunnen we beter bewust zijn van het speelveld waarop we ons bewegen.
Laat ik vooropstellen: de recente gewelds- en zedenmisdrijven tegen vrouwen zijn vreselijk. Met dit stuk wil ik dan ook geen vingertje wijzen, femicide vergoelijken of vrouwen verantwoordelijkheid opleggen. In essentie ben ik het eens met de boodschap, maar ik wil wel graag nuance aanbrengen nu vrouwen massaal oproepen tot ‘het opeisen van de nacht’.
Het opeisen van de nacht: het klinkt krachtig. In eerste instantie voelde ik dat ook zo. Maar hoe vaker ik deze slogan voorbij zie komen op Instagram, hoe meer ik vrees voor een groeiend gat in het debat over gendergelijkheid.
Over de auteur
Belle Bomers is tekstschrijver.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Bij alledaagse vormen van intimidatie (‘alledaags’ en ‘intimidatie’ in één zin, het blijft ronduit belachelijk, maar dat is niet het punt dat ik nu wil maken), zoals nageroepen of nagefloten worden, vind ik het idee van ‘opeisen’ krachtig. Het laat zien dat we ons niet laten wegjagen, maar dat we onze plek in de publieke ruimte moeten innemen. Omdat het ons basisrecht is. Maar tegenover ernstig geweld, zoals we die afgelopen week hebben gezien, houdt deze oproep geen stand.
Want wat deze incidenten blootleggen, laat zich in mijn ogen herleiden tot twee, fundamentele factoren:
- Er lopen blijkbaar mannen vrij rond die rijp zijn voor tbs. We kunnen eisen stellen, zoals meer surveillance, strengere wetgeving of sneller ingrijpen. Maar feit blijft: er zullen altijd gewelddadige mannen zijn zonder geweten.
- Biologische verschillen. Mannen zijn nu eenmaal fysiek sterker dan vrouwen. In een situatie van fysieke confrontatie is de kans groot dat de vrouw het onderspit delven.
Dit zijn twee feiten waar we ons toe moeten verhouden. En met die realiteit in het achterhoofd, vraag ik me af hoe realistisch het dan is om op te roepen dat we de nacht moeten opeisen. Met pijn in mijn hart noem ik dat, voor nu, toch echt een utopie.
De praktijk wijst uit dat er werk aan de winkel is. Veel werk. Maar het opeisen van de nacht impliceert dat wij vrouwen die nacht nog niet hebben. Ik vrees dan ook voor het ontstaan van een frame dat riskant is voor de gendergelijkheid, omdat sommige mannen daadwerkelijk zullen gaan geloven dat zij ’s nachts de dominante partij zijn. Met alle gevolgen van dien.
Daarnaast kunnen mannen met een redderscomplex zich gaan opwerpen om vrouwen te beschermen (als ik de psychologie mag geloven, is dat een heerlijk gevoel). Wil je niet door mij beschermd worden? Dan is het je eigen schuld als iets je overkomt. Tot slot gaan vrouwen mogelijk geloven dat zij beschermd en gered moeten worden.
Maar als we vrouwen als machteloze wezens neerzetten zodra de zon ondergaat, wat doet dat overdag dan met ons beeld van vrouwen? Hoe geloofwaardig is een vrouw als CEO als we stellen dat de nacht (nog) niet van haar is?
Waar ik bang voor ben, is dat ‘het opeisen van de nacht’ een nog groter gat slaat in onze toch al scheve man-vrouw verhoudingen, waarbij het chaperonneren als een boemerang vanuit de middeleeuwen onze huidige tijd binnen slaat. En dat terwijl we juist op weg zijn naar meer gelijkwaardigheid.
Liever zou ik het hebben over het kennen van óns speelveld, waarbinnen wij ons relatief vrij kunnen bewegen. Dat van straatverlichting en drukte, maar ook dat van bewust kiezen waar je gaat en staat.
Hoewel dit beperkend klinkt en daarmee pijnlijk blootlegt hoe hardnekkig de scheve man-vrouwverhoudingen zijn ingebakken, zie ik dit bewustzijn niet als een nederlaag en al helemaal niet als capitulatie. Liever zie ik dit als strategie: een manier om risico’s te beheersen die aanwezig zijn, zoals weer is gebleken.
Risico’s die onzichtbaar zijn (totdat het te laat is) en kunnen leiden tot incidenten die niemand ooit mag overkomen, maar wel gebeuren. Een structureel vraagstuk in plaats van individueel probleem. Ik beschouw het als een strategie zonder schaamte, zónder victim blaming. Je verwacht van vallende regen immers ook niet dat het stopt als jij naar buiten gaat. Dat is niet reëel. Liever pak je met opgeheven hoofd een paraplu, of de auto.
De nacht hoeft niet opgeëist te worden. We hebben haar al. Alleen moeten wij, vrouwen, haar doorkruisen zoals zij nu is. En niet zoals we zouden willen dat ze is, hoe mooi dat streven ook is.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant