is socioloog en columnist van de Volkskrant.
Het is nog niet zo lang geleden dat Nederlandse vrouwen in hoge mate rechteloos waren. Dat betrof meer dan hun ‘handelingsonbekwaamheid’ en ontslag bij huwelijk. Zie bijvoorbeeld de wijze waarop in de naoorlogse decennia ongehuwde moeders en hun kinderen werden behandeld. Door het onderzoeksrapport van hoogleraar pedagogiek Micha de Winter, Schade door schande, en interviews met enkele ‘afstandsmoeders’ kwam deze misstand onlangs even in de aandacht.
Schrijnend zijn ze, de ervaringen van de ten minste dertienduizend, veelal minderjarige vrouwen die zwanger raakten en hun kind na de bevalling afstonden. Of beter: móésten afstaan, al was er formeel dan ook geen sprake van dwang. Schuld aan hun harteloze bejegening was niet één bepaalde instantie maar de conservatief-seksistische, door christelijke vrouwenhaat getekende samenleving. Buiten verlichte kring (communisten, feministen, NVSH-leden, socialisten) was ongehuwde zwangerschap een ramp en een schande. Meisjes werden van school gestuurd en zelfs door hun familie verstoten, bijvoorbeeld omdat vader als winkelier vreesde klanten te verliezen.
De strafbaarheid van abortus, het verbod op de vrije verkoop van voorbehoedsmiddelen en het ontbreken van uitkeringen en voorzieningen voor ongehuwde moeders waren te wijten aan de politiek. Maar het waren niet de politici die een meisje, zodra ze zichtbaar in verwachting was, naar een instelling verbanden tot ze zonder dikke buik weer fatsoenlijk thuis mocht komen. Dat deden mensen met de macht om morele oordelen en zwaarwegende adviezen uit de spreken over andervrouws levenswandel – ouders, dokters, dominees, maatschappelijk werkers, priesters en psychiaters. Zij bestempelden de zwangeren als zondig, debiel of gestoord.
Het waren eveneens ouders, kerk en hulpverleners die hun wijsmaakten dat afstand doen van hun kind de enige optie was. Voor ‘haar bestwil’ heette dat. In werkelijkheid werd deze meisjes de regie over hun leven ontnomen. Maar liefst de helft van de jonge vrouwen die hun kind afstonden, had het willen houden.
Alleen al de bevalling was vaak traumatisch. Meisjes werden soms geblinddoekt, zodat ze hun kind niet konden zien. Sowieso werd de baby meteen bij de moeder weggehaald. Recht op inzage in de gegevens om eventueel later contact te leggen had ze niet. Voor de adoptiewet van 1956 werden afgestane kinderen veelal grootgebracht in tehuizen, wat soms een levenslang gevoel opleverde ongewenst te zijn.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Tot de belangrijkste door feministen in de jaren zeventig ontmaskerde misvattingen, behoort het idee dat moederschap de natuurlijke bestemming is van vrouwen, waarnaar zij vanzelfsprekend verlangen. ‘Moederschapsideologie’ noemden we dat. Feministische onderzoeksters lieten zien dat niet de ‘natuur’ maar samenleving, politiek en religie bepaalden of en hoe vrouwen kinderen kregen. Een grapje, dat sommige lezers nu nauwelijks zullen begrijpen, was toen een eye-opener. Nadat de dokter de urine van een patiënte heeft getest, volgt deze dialoog: ‘Gefeliciteerd, mevrouw. Ik heb goed nieuws.’ ‘Het is juffrouw, dokter.’ ‘O, excuus, dan heb ik een slecht bericht voor u.’
Moederschap heette de ‘natuurlijke’ bestemming van vrouwen – maar wel op voorwaarde van een huwelijk. Zonder toezichthouder/kostwinner hoorde een vrouw geen moeder te zijn. Tezelfdertijd werden gehuwden die zónder nageslacht door het leven wilden, immoreel geacht.
Religieuze uitzonderingen daargelaten, is ongehuwd een kind grootbrengen inmiddels geaccepteerd. Maar van de naargeestige overtuiging dat baren het levensdoel van vrouwen is, zijn we nog niet verlost. Childless cat lady noemde J.D. Vance zijn rivale Kamala Harris en dat was bedoeld als dodelijke belediging. De oerconservatieve roomse vicepresident is niet de enige die kinderloze vrouwen ziet als ‘mislukt’. Dat concludeer ik althans uit de podcast Niet in mijn buik van Olga Oost, over sterilisatie.
Sterilisatie mag in Nederland. Niettemin blijkt het vaak lastig om van de huisarts de verwijzing naar een gynaecoloog te krijgen, die voor deze operatie nodig is. (De veel ingrijpender beslissing zwanger te worden vereist geen toestemming.) Door Oost geïnterviewde vrouwen en zijzelf moesten langs meerdere artsen en soms zelfs een psycholoog. Alsof een vrouw die geen kind wil geestelijk toch niet helemaal in orde is. Alleen moeders boven de dertig worden probleemloos doorgestuurd.
Vanzelfsprekend moet een huisarts haar patiënte duidelijk maken dat sterilisatie in beginsel definitief is en dat ze spijt kan krijgen. En het lijkt me wijs om depressieve patiëntes of een kersverse 25-jarige weduwe te adviseren deze beslissing nog wat uit te stellen. Maar laat artsen die nog behept zijn met een moederschapsideologie hun macht niet opnieuw tegen vrouwen misbruiken.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns