Home

De Spaanse brandweer wacht op orders bij de zwartgeblakerde Picos

De meest verwoestende branden in dertig jaar bedreigen natuur, dieren en mensen in Noordwest-Spanje. Brandweerman Alfonso Álvarez stoort zich bij natuurgebied Picos de Europa aan het gebrek aan cooördinatie en de onervarenheid van zijn collega’s. ‘Ik ben op mijn 28ste al een van de veteranen.’

Door Marjolein van de Water

Fotografie César Dezfuli

Terwijl achter hem nationaal park Picos de Europa in vlammen opgaat, zit de Spaanse brandweercommandant Alfonso Álvarez al de hele nacht te wachten op orders. Achter de brandende bergen gloort de donderdagochtend al, en Álvarez (28) wordt met de minuut gefrustreerder. ‘Het is te gênant voor woorden.’

Hij krijgt zijn bevelen van een chef in het lokale commandocentrum, dat hier aan de voet van de Picos de Europa uit de grond is gestampt. Die chef wacht op orders van het regionale commandocentrum, dat weer vaart op het centrale commando.

En zo kan het gebeuren dat de lucht dik is van rook, de hemel oranje van vlammen, maar de zes mannen die onder Álvarez verantwoordelijkheid vallen, liggen te slapen in hun pick-up trucks. Wachtend op orders.

Links het commandocentrum van de brandweer aan de voet van de Picos. Rechts de voortwoedende branden in de Picos.

Spanje is in de greep van hevige bosbranden. Ze razen door Galicië, Extremadura en Castilla y León en zijn nu al de meest verwoestende branden die het land in de afgelopen dertig jaar heeft gezien. Sinds begin deze maand ging zo’n 3.440 vierkante kilometer in rook op, een gebied zo groot als Zuid-Holland. Er zijn vier doden gevallen en hoewel de intensiteit deze week is afgenomen, lijkt het einde nog niet in zicht.

Branden zijn niet nieuw in deze regio, maar dat ze zo dicht bij de dorpen komen en er soms zelfs overheen razen, dat hebben de meesten hier nog nooit meegemaakt. Gewapend met bezems, emmers en tuinslangen gaan de dapperste dorpelingen de vlammen te lijf.

Duizenden anderen zijn geëvacueerd en wachten op veldbedjes in grote evenementenhallen tot ze weer naar huis kunnen. Daar inspecteren ze de schade, hoestend van de as die door de lucht dwarrelt. Aasgieren cirkelen intussen boven verbrand vee op de velden, en eten gulzig van het zwartgeblakerde vlees.

Portilla de la Reina was volledig omringd door de natuurbranden.

Geëvacueerden worden opgevangen in Benavente, in de regio Zamora.

De oorzaak van de branden is meerledig. Door extreem veel regen in het voorjaar schoten gras en struikgewas hoog de lucht in. In de gortdroge en verzengend hete zomer verdorde die begroeiing waardoor een sigaret, of een vonk van een werktuig, kan leiden tot een verwoestende brand.

Tot overmaat van ramp heeft de brandweer een chronisch tekort aan middelen. ‘Mijn eenheid heeft 450 liter water maar geen brandslangen’, zegt Álvarez terwijl hij op een tank in de laadbak van zijn pick-uptruck wijst. ‘We hebben alleen rugzakken met een spuitarm die we met water kunnen vullen.’

Hoe snel het kan gaan, zagen ze in Portilla de la Reina, een schilderachtig dorpje op twintig minuten rijden van het lokale commandocentrum in Boca de Huérgano. De geur van verschroeid bos hangt woensdagmiddag in de lucht, maar voor het vuur dat verderop nog altijd zwarte rook uitspuwt is niemand hier nog bang.

© de Volkskrant / Eleanor Mohren. Bron: NASA MODIS (14:00 21 august). Kaartgegevens: OpenStreetMap contributors, Europese Commissie

Hoe snel het kan gaan, zagen ze in Portilla de la Reina, een schilderachtig dorpje op twintig minuten rijden van het lokale commandocentrum in Boca de Huérgano. Woensdagmiddag hangt de geur van verschroeid bos in de lucht, maar voor het vuur dat verderop zwarte rook uitspuwt is niemand hier nog bang.

‘Hier is geen bos meer dat kan branden’, zegt Merche, een vrouw van rond de vijftig die geen achternaam in de krant wil. Op de brug voor haar huis staart ze wezenloos naar de omringende bergen: tot voor kort een natuurparadijs in duizend kleuren groen waar toeristen uit heel Europa op af komen, nu een eindeloze zwarte vlakte met geraamtes van bomen. ‘Er is niks meer.’

Het vuur arriveerde aan de rand van het dorp, bij de herberg. Veel inwoners waren toen al geëvacueerd, maar Fernando Domínguez (54), eigenaar van het dorpscafé, bleef, samen met een aantal andere mannen. ‘Wie zou anders onze huizen redden?’

De brand omsingelde het dorp. De mannen zaten als ratten in de val en vochten de klok rond. De vlammenmuur was tien meter hoog, vertellen ze, maar ze wonnen: de negenduizend hectare groen die het dorp omringde is weliswaar verwoest, alle huizen zijn gered.

Fernando Domínguez, eigenaar van het café van het dorpje Portilla de la Reina (rechts).

Nu de adrenaline uit het lichaam is, drinken de mannen bier in het café van Domínguez, aan het einde van de enige straat links. De geharde bergbewoners zijn er de mensen niet naar om openlijk hun emoties te tonen, maar bareigenaar Domínguez maakt voor woede een uitzondering.

‘Waar waren de natuurbeschermers toen de boel hier in de fik stond?’, vraagt hij met felle blik. ‘Ze houden toch zo van beren en wolven, waarom kwamen ze dan niet helpen?’ Domínguez praat steeds harder, zijn woorden gaan gepaard met een indringende alcoholwalm. ‘Straks staan ze daar weer te vertellen dat we de bossen beter moeten beschermen’, zegt hij wijzend naar de televisie. ‘Steek het maar in mijn reet.’

De café-eigenaar is hier geboren en getogen. Hij nam de zaak over van zijn vader, en hoopt het bedrijf later weer door te geven aan zijn zoon, een zwijgzame jongen die vanachter de bar de klanten van bier voorziet. Aan de muur hangen foto's van rendieren, een gewei, en een oude luchtfoto van het dorp. Op de plank met sterke drank ligt een kogel.

Fernando Domínguez: 'Sinds het hier beschermd natuurgebied is, mogen we niks meer.'

‘Mijn voorouders wisten hoe ze branden onder controle moesten houden’, vertelt Domínguez, die na zijn eerdere tirade wat is gekalmeerd. ‘Maar sinds het hier beschermd natuurgebied is, mogen we niks meer.’ Vroeger maakten de dorpelingen zelf brandgangen in het bos, vult een vrouw aan de bar aan. ‘Nu krijg je bij wijze van spreken al een boete als je een takje breekt.’

De branden zijn ook niet los te zien van de leegloop van het platteland, zo klinkt het elders in de getroffen gebieden. Vroeger waren er gezamenlijke acties om de straten en omringende bergen vrij te maken van brandbaar struikgewas. Veel mensen hadden bovendien koeien of geiten, die het gras in de bergen kort graasden.

Nu een groot deel is vertrokken, voelen de achterblijvers zich niet verantwoordelijk voor de bouwvallen die zijn gebleven. En al die overwoekerde gebouwen en dichtgegroeide tuinen vatten makkelijk vlam.

De verwoesting in het plaatsje Palacios de Jamuz.

Aanvankelijk overheersten in de Spaanse media de verhalen over de vuurzeeën, pyromanen die nieuwe branden zouden aansteken en de moed van de dorpelingen. Inmiddels, zoals dat nu eenmaal gaat als zich ergens een ramp voltrekt, is de aandacht verlegd naar de schuldvraag. Politici proberen de verantwoordelijkheid bij andere politici te leggen, de nationale regering wijst naar lokale machthebbers en andersom.

In Castilla y León, waar brandweerman Álvarez werkt, zijn deze week demonstraties geweest. Zo’n zestigduizend inwoners hebben een petitie getekend waarin ze het aftreden eisen van zowel de lokale president als zijn minister van Klimaat, beiden van de centrumrechtse Partido Popular (PP). Ze hekelen onder meer hun bezuinigingen op brandpreventie.

Net als in een aantal andere bestuursregio’s heeft Castilla y León de korpsen die bosbranden bestrijden, geprivatiseerd. Werknemers krijgen iets meer dan het minimumloon, en worden doorgaans alleen in de zomer ingehuurd. 'Ieder jaar melden zich nieuwe jongens aan’, vertelt Álvarez. ‘Die krijgen een cursus en moeten meteen aan de bak. De meesten komen het jaar daarop niet meer terug.’

Het seizoenswerk staat goede preventie in de weg. ‘Als je de werknemers het jaar rond een contract biedt, kunnen ze in het voorjaar lage begroeiing en losse takken verwijderen in de bergen en dorpen’, zegt Álvarez. ‘Dan ben je alsnog een stuk goedkoper uit dan ieder jaar op grote schaal blushelikopters en vliegtuigen inzetten.’

Alfonso Álvarez, brandweerman uit Portilla de la Reina.

Zelf begon hij toen hij 18 was. ‘Ik heb daarna twee jaar in de supermarkt van mijn ouders gewerkt, maar we verdienden niet genoeg geld om met z’n drieën van te leven. Na het een tijdje op een konijnenfokkerij te hebben geprobeerd, keerde ik terug als brandweerman. Nu ben ik op mijn 28ste al een van de veteranen.’

Ook dit jaar bestaat zijn team grotendeels uit ‘eerstejaars’, die noodgedwongen meteen in het diepe gegooid zijn. Bij gebrek aan een kazerne verzamelen de manschappen zich voordat ze uitrukken op een stukje land waar Álvarez zijn kippen en fruitbomen heeft. ‘Zodat ze zich niet in het openbaar in hun pakken hoeven te hijsen.’

Maar het gebrek aan coördinatie, vooral tijdens de huidige noodsituatie, zit Álvarez het meest dwars. Hij en zijn mannen staan iedere dag stipt op tijd klaar, maar moeten dan geregeld nog een uur wachten voor ze horen waar ze heen moeten. ‘Vaak sturen ze ons naar een plek ver weg.Terwijl dichterbij huis ook manschappen tekort zijn.’

Het team van Alfonso Álvarez verzamelt zich voordat het uitrukt op een stukje land waar Álvarez zijn kippen en fruitbomen heeft.

Hier in Boca de Huérgano zouden ze vannacht de militairen helpen met het gecontroleerd platbranden van een stuk bos, om zo een brandgang te creëren om te voorkomen dat het vuur het dorp bereikt. Maar de uren tikken voorbij, het is inmiddels acht uur ’s ochtends, en ze staan nog steeds op de parkeerplaats.

Niet veel later zegt zijn leidinggevende dat ze naar huis mogen, onverrichterzake dus. Ondanks zijn frustratie hierover, peinst Álvarez er niet over om een andere baan te zoeken. ‘Samen een vuur de baas worden, dat gevoel is onbeschrijflijk’, zegt hij. ‘En mensen vertellen me deze dagen vaak hoe blij ze zijn met ons.’ Hij lacht: ‘En eerlijk gezegd zou ik ook niet weten wat ik anders moet doen.’

‘Overal waar je keek woedden meerdere branden tegelijk’

Kelly van Ruler (38) is een van de veertig Nederlandse brandweerlieden die de afgelopen weken in het Spaanse Galicië gingen helpen met het bestrijden van de natuurbranden, ook om ervan te leren. ‘Het was enorm pittig.’

Zuid-Europa zet zich schrap voor uitbreiding bosbranden in het weekeinde

Landen in Zuid-Europa zetten zich schrap voor uitbreiding in het weekeinde van de bosbranden die al weken de regio teisteren. Verwacht wordt dat de hitte in Griekenland, Spanje en Portugal tot maandag nog verder zal toenemen.

Europa moet zich veel beter wapenen tegen grote bosbranden, concluderen experts. Maar hoe dan?

Europa moet veel meer doen tegen ongecontroleerde natuurbranden zoals die van deze week in Zuid-Frankrijk, concluderen experts. ‘Preventie is cruciaal, hier zijn geen duizend blusvliegtuigen tegen opgewassen.’

Source: Volkskrant

Previous

Next