Home

Het dementiedorpje waar je jezelf mag zijn (een beetje)

Zeventien was Carla de Leeuw toen ze begon als ziekenverzorgende in een verpleeghuis in Weesp. Voor ouderen met dementie. Het zag eruit zoals elk verpleeghuis er toen uitzag, en vaak nog steeds: hoogbouw met aparte afdelingen. De deur zat op slot. Kwam je erin, dan kwam je er niet meer uit.

In die tijd wilden vooruitstrevende bestuurders het Weesper verpleeghuis Hogewey aantrekkelijker maken. Wat nou, zeiden ze, als we de buitendeur op slot houden maar de deuren tussen afdelingen open zetten. Dan kunnen de bewoners door het hele pand wandelen.

Ik weet nog, zegt Carla, dat we onze wenkbrauwen optrokken. Dat is toch helemaal niet handig? Schep je net de aardappels op het bordje van mevrouw Jansen, is ze vertrokken naar een andere verdieping. Typisch zo’n plan dat is bedacht door iemand met goede bedoelingen vanachter een bureau.

Het ging toch door en viel alleszins mee. Naast de open binnendeuren, werd er geëxperimenteerd met verschillende leefstijlen: bewoners uit het Gooi houden vaak van klassieke muziek, willen geen pannen maar schalen op tafel en hebben behoefte aan privacy. Een bewoner uit een Amsterdamse volksbuurt wordt niet vrolijk van Bach, maar wel van Johnny Jordaan en vindt het prima als de borden in de keuken worden opgeschept. En iedereen kon dus bij elkaar op visite.

Het werkte als een tierelier.

We hadden in die tijd het geluk, zegt Carla nu, dat het verpleeghuis aan vervanging toe was. Er kwamen verschillende huizen voor terug voor zeven bewoners. Elk huis kreeg zijn eigen leefstijl. In 2010 was de nieuwbouw compleet.

Daarnaast kwamen er clubs en verenigingen: zang, muziek, schilderen, breien, bloemschikken, gymnastiek, zwemmen. Het idee erachter: geen bloemschikken op dinsdagochtend of je nou zin hebt of niet. Maar bewoners kunnen lid worden en gaan als ze zin hebben.

Zo ontstond De Hogeweyk, die in de volksmond ‘het dementiedorpje’ wordt genoemd, met een supermarkt, een koffie- en lunchcafé, een pleintje met een fontein en bankjes, een theater, een moestuin en een schoonheids- en kapsalon. Als bewoners ergens heen willen, moeten ze het huis uit. Net als in het echte leven. Binnen de dorpsmuren, dat dan weer dan wel. Het blijft een verpleegtehuis.

Wij komen ook niet zomaar binnen. Eerst door een poort en dan langs de receptie. Binnen krijgen we een beetje ‘Centre Parcs-gevoel’ – een veilige wereld binnen de omheining.

Dat gevoel is misleidend, zegt Carla, ze is nu 60. Het is hier niet alleen maar gezellig. Mensen wonen het liefste thuis, zo is dat nu eenmaal. Niemand komt hier vrijwillig. De mensen die je ziet rondlopen, koffie drinken, een boodschap doen of schoffelen, zijn relatief fit. De mensen die de hele dag voor zich uitstaren of in bed liggen, zie je als bezoeker niet. Ze zijn er natuurlijk wel.

We zijn een overheidsinstelling, we kunnen niemand weigeren en dat willen we ook niet, vertelt Carla. Dus krijgen ze ook mensen die door hun dementie onbegrepen gedrag vertonen, gaan vloeken of schreeuwen of die niets meer kunnen. En ook zij hebben te maken met tekort aan zorgpersoneel. „Zorg voor zeven mensen met dementie in één huis is topsport.”

Gelukkig is het in zo’n huis vanzelfsprekender voor bezoekende familieleden om een handje mee te helpen dan vroeger op een afdeling. Familie mag veeleisend zijn, vinden ze bij De Hogeweyk. Zélf zijn ze ook veeleisender geworden. Noodgedwongen, door personeelstekort. Dus niet alleen met ommetje maken met pa of ma, maar hup, schort voor en koffie schenken.

Source: NRC

Previous

Next