In de berichtgeving over vrouwelijke slachtoffers van extreem geweld, soms tot de dood toe, ligt de focus vaak op de keuzes en de omstandigheden van de vrouw. Daarmee verschuif je de verantwoordelijkheid voor het geweld, betoogt Siem Rothengatter.
‘Bouchra (24) was veilig maar kon de roep van haar gewelddadige ex-man niet weerstaan.’ Met die woorden kopte de Volkskrant woensdag over de jonge vrouw die vorige week dood werd aangetroffen, nadat ze het blijf-van-mijn-lijfhuis had verlaten om haar ex-man te ontmoeten. Door te schrijven dat ze ‘hem niet kon weerstaan’, lijkt het alsof Bouchra zélf verantwoordelijk is voor haar dood. Dat is problematisch.
Door de aandacht te richten op het gedrag van het slachtoffer, raakt het geweld van de dader uit beeld. Alsof háár keuzes of ‘zwaktes’ verklaren waarom ze er niet meer is. Terwijl de werkelijkheid eenvoudig is: de politie vermoedt dat Bouchra stierf omdat haar ex-man besloot opnieuw geweld te gebruiken. Niet omdat zij iets ‘niet kon weerstaan’.
Over de auteur
Siem Rothengatter is docent Sociale Geografie aan de Universiteit van Amsterdam en schrijft over gender(on)gelijkheid voor het online journalistieke podium Red Pers.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Later op de dag wijzigde de Volkskrant de kop naar: ‘Ook in haar veilige opvang wist de gewelddadige ex-man van Bouchra (24) haar te bereiken.’ Een terechte aanpassing, maar daarmee blijft het bredere probleem bestaan. Media schuiven de verantwoordelijkheid voor femicide, vrouwen die vermoord worden omdat ze vrouw zijn, te vaak af op het slachtoffer of de omstandigheden.
Veel media schrijven geregeld over femicide alsof het gaat om ‘problemen in de relationele sfeer’. Kranten kopten bijvoorbeeld over vrouwen die door hun (ex-)partner werden vermoord of mishandeld met termen als ‘gezinsdrama’, ‘problemen in de relationele sfeer' en ‘crime passionel’. Alsof het geweld een toevallig uit de hand gelopen ruzie was, in plaats van het resultaat van een dader die kiest voor geweld.
Daarnaast wordt in de berichtgeving vaak gesuggereerd dat slachtoffers zelf verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zo publiceerde het Algemeen Dagblad een artikel met de titel: ‘Vijf redenen waarom Esmee niet bij haar gewelddadige partner wegging.’ En in hetzelfde stuk uit de Volkskrant over Bouchra stond: ‘De Syrische was niet de enige bewoonster van de vrouwenopvang die de roep van buiten niet heeft kunnen weerstaan.’
In beide gevallen verschuift de nadruk naar de keuzes van de vrouw, in plaats van naar het geweld van de man.
Vrouwen verantwoordelijk houden voor het geweld dat hen wordt aangedaan is schadelijk. Het dwingt hen voortdurend op hun hoede te zijn en geeft hen de schuld als ze in een ‘verkeerde’ situatie belanden. Dit is victim blaming: de schuld van het geweld wordt van de dader naar het slachtoffer verschoven. Veel vrouwen die uiteindelijk slachtoffer werden van femicide worstelden tijdens hun leven al met een groot gevoel van schaamte, wat hulp zoeken moeilijker maakt. Dit soort taal vergroot die last alleen maar.
Het verzachten van geweld met termen als gezinsdrama of crime passionel is problematisch voor zowel mogelijke slachtoffers van femicide als het maatschappelijke debat. Het versterkt het idee, dat zelfs binnen de politie leeft, dat femicide een plotselinge uitbarsting is, terwijl het in werkelijkheid vaak een vast patroon volgt van acht fases. Ook leidt de discussie over wat de vrouw wel of niet had moeten doen of welke relationele problemen er waren, af van waar het werkelijk om draait bij femicide: de mannelijke (ex-)partner die besloot geweld te gebruiken. De schuld ligt bij hem, niet ergens anders.
Naast de daders zijn ook wij als maatschappij verantwoordelijk voor het voorkomen van geweld tegen vrouwen. Femicide komt in Nederland schrikbarend vaak voor: elke acht dagen wordt een vrouw vermoord. In bijna 60 procent van de gevallen is de (vermoedelijke) dader een (ex-)partner, vrijwel altijd een man. Des te belangrijker is het om oplossingen te vinden om te voorkomen dat mannen geweld plegen tegen hun vrouwelijke partners. Dit begint bij het erkennen van de verantwoordelijkheid van de geweldplegers, niet van de slachtoffers of de omstandigheden.
Media hebben invloed op hoe we geweld en femicide begrijpen. Taal speelt daarin een cruciale rol: woorden zijn nooit neutraal. De manier waarop we schrijven en praten over femicide bepaalt waar de aandacht naartoe gaat. We moeten de focus verleggen van de keuzes van het slachtoffer naar het geweld van de dader, om zichtbaar te maken waar het echte probleem ligt.
Bouchra is niet dood omdat ze de roep van haar gewelddadige ex-man ‘niet kon weerstaan’; vermoedelijk stierf ze omdat haar ex-man opnieuw besloot geweld te gebruiken. Alleen door het zo te benoemen, kunnen we het echte probleem van femicide aanpakken.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant