Beweeg! Denk na! Neuropsycholoog Erik Scherder blijft het maar roepen. Hij kan niet anders: ‘Je móét moeite doen om de kwaliteit van je hersens te handhaven.’ In zijn boek Liever moe dan lui trekt hij opnieuw ten strijde, nu tegen AI. ‘Afnemende Intelligentie, noem ik het.’
is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over media, populaire cultuur en muziek.
Liever lui of liever moe?
‘Om mensen te triggeren heb ik voor de titel van mijn nieuwe boek Liever lui dan moe veranderd in Liever moe dan lui. De subtitel spreekt mij nog meer aan: ‘Blijf Denken!’ Ik stel de vraag of AI goed is voor je lijf, en voor je hersens. Het antwoord: nee! Afnemende Intelligentie, noem ik het.
‘We denken te weinig en we bewegen te weinig. Daar strijd ik tegen. Dat is mijn missie. We zijn liever lui dan moe, dat zit in onze natuur. Het liefst kiezen we de makkelijkste weg, mentaal en fysiek. The law of the least mental effort en The law of the least physical effort, daar gaat mijn boek ook over.
‘Technologie helpt ons enorm om lui te zijn. Denk alleen maar aan de opkomst van de e-bike en de smartphone. Van een smartphone word je dommer, omdat je je hersens minder gebruikt. ‘O, ik zoek het wel even op.’ Een paar maanden geleden heb ik iemand in een fietsenstalling op zijn rug getikt toen hij een foto maakte van de rij en de plaats waar hij zijn fiets had gestald. Dan hoefde hij het niet te onthouden. Ik moest lachen. Denk zelf na. Rij twaalf, paal acht, dat kan toch iedereen onthouden? Op zo’n moment móét ik iemand aanspreken, ik kan niet anders.
‘Het klopt wel, ja, dat ik in al mijn boeken waarschuw. Maar dat is ook nodig. Je móét moeite doen om de kwaliteit van je hersens te handhaven. Als studenten hier op de Vrije Universiteit hun proposal voor hun masterthesis inleveren, vraag ik tegenwoordig hoelang ze in de Verenigde Staten hebben gewoond, of in Engeland. Want hun Engels is perfect. Chat GPT. Een doodklap! Dan maar minder goede Engelse zinnen! Mijn Engels is verre van perfect, maar ik heb er tenminste wel over nagedacht.’
Op tafel of aan tafel?
‘Ja, leuk. Tijdens colleges ga ik wel eens op tafel staan, om de mogelijke gevolgen van een herseninfarct en een halfzijdige verlamming uit te leggen; hoe je been dan beweegt. Het is best hilarisch om me zo te zien, maar een collegezaal is ook een theater, hè. Als ik bij de rand van de tafel sta, doe ik net alsof ik val. O jee, die oude man!
‘Toen ik voor het eerst bij De wereld draait door was, in 2013, was niet afgesproken dat ik in de uitzending op tafel zou gaan staan. Er waren ook studenten van mij uitgenodigd. Matthijs van Nieuwkerk vroeg ze hoe ik colleges gaf. Hij gaat bij ons op tafel staan, zei een student natuurlijk. Nou, zei Matthijs, ga je gang. Ik had natuurlijk ook nee kunnen zeggen, maar ach. Het bleek achteraf een trigger te zijn, ik kreeg wat bekendheid en kwam vaker op tv.
‘Later maakte ik drie afleveringen voor de DWDD University, er keken anderhalf miljoen mensen naar. Veel collega’s hadden kritiek op me. Ik had het wetenschappelijke verhaal versimpeld. Dat heeft me veel pijn gedaan, ik ben héél gevoelig voor kritiek. Als 99 mensen zeggen dat het oké is en eentje vindt het niks, luister ik vooral naar hem.
‘Over het algemeen vond ik het leuk, die aandacht. Ik kreeg ook veel positieve reacties en het streelde mijn ijdelheid. Aan de andere kant deed het pijn dat ik niks van mijn collega’s uit het veld hoorde. Iedereen zweeg. Dat veranderde toen mij in 2016 de Betto Deelman Prijs van de Nederlandse Vereniging voor Neuropsychologie werd toegekend, een belangrijke erkenning vanuit mijn eigen werkveld. Toen viel er wat van me af, helemaal toen een collega zei dat ze wel wat lang stil waren geweest. Dat vond ik ontzettend warm. Vooral die opmerking was een geweldig geschenk.’
Fiets of openbaar vervoer?
‘Ik ben een maniakale fietser en ook nog eens dwangmatige, omdat ik altijd aan mijn gezondheid denk. Ik fiets, weer of geen weer. Ik woon in de Watergraafsmeer, maar ik spreek altijd hier af, bij de VU. Zo dwing ik mezelf om op de fiets te stappen; een heel gewone stadsfiets.
‘Ik geef soms les op de vijftiende verdieping. Dan neem ik de trap. Onderweg moet ik wel even uitrusten, zeker als ik een zware tas bij me heb, maar ik kan het echt niet maken om in de lift te stappen. Dan lachen studenten me keihard uit. Om dezelfde reden zullen mensen mij niet snel op een elektrische fiets zien. Daar heb ik zo veel op afgegeven.
‘Men weet hoe ik erover denk.’ Lachend: ‘Mensen op Utrecht Centraal die op weg zijn naar de roltrap en mij zien, kiezen soms alsnog voor de gewone trap. Ze voelen zich betrapt. O jee, daar is Erik Scherder!’
Ard Schenk of Johan Cruijff?
‘Johan. Maar Ard heeft ook mijn grote liefde, hoor. Ik heb hem benaderd toen ik theaterlezingen ging doen. Ik doe mee, zei hij meteen. Dick Swaab, de neurobioloog, was er ook bij. Ik ben met hem bevriend en ik ben bij hem gepromoveerd. En we houden een wedstrijd wie het oudst zal worden. Hij heeft niks met bewegen. Ik haal adem, zegt hij, dat is voor mij genoeg beweging. Uiteindelijk hebben we samen een stuk of vijftien voorstellingen gegeven, samen met de Hersenstichting en Alzheimer Nederland.
‘Maar Johan, ja, Johan. Zo’n unieke, intelligente vent. Hij nodigde me in 2014 uit voor een seminar van de Cruyff Foundation in de Arena. Hij had me bij De wereld draait door gezien. Goh, dacht hij, die Scherder vertelt precies hetzelfde als wat ik al jarenlang doe; dat bewegen, sporten, ook goed is voor je koppie. We hebben een paar keer samen opgetreden. Hij wist precies hoe het zat. Hij vertelde en ik hobbelde erachteraan.
‘Jaren eerder had ik hem regelmatig gezien bij onze tennisclub VVGA in de Watergraafsmeer. Ik ben er al sinds mijn 8ste lid. Het oude Ajax-stadion lag naast de banen. Om er te komen moest je over een plank over het water lopen. Cruijff kwam soms met andere Ajax-spelers over de plank, zoals wij dat noemden. Dan dronken ze een biertje of gingen ze tennissen. Onvergetelijk.’
Tennisleraar of fysiotherapeut?
‘Fysiotherapeut. Ik was geen goede tennisleraar, het lag me totaal niet. Als fysiotherapeut ontdekte ik de gezondheidszorg, het werd mijn grote liefde. Ik ging werken in de Valeriuskliniek, een klein ziekenhuis voor psychiatrie en neurologie. Ik werd gegrepen door het brein en dat is nooit meer overgegaan. Naast mijn werk als fysiotherapeut begon ik aan een studie neuropsychologie. Ik was zeventig, tachtig uur per week bezig. Voordat ik docent aan de VU werd, moest ik een lange weg afleggen, maar in 2000 was het zover.’
Afhaalchinees of thuisbezorgd.nl?
‘We haalden onze maaltijden vaak bij wat we de groentejuwelier noemen. Dan hoefden we zelf niet meer te koken, die tijd konden we beter gebruiken. Tegenwoordig sta ik zelf weer meer in de keuken omdat veel minder zout veel gezonder is. Sterker nog, ik kook zoutloos en met veel verse groente. Salades eten we ook veel, en vis.
‘We zijn geswitcht omdat bij mij een progressieve vorm van aderverkalking is geconstateerd. Het is een chronische aandoening, in de loop der jaren neemt het toe. Ik weet het sinds de kerst. Het was een aardschok, want ik heb geen klachten en ik leef zo gezond mogelijk, op het dwangmatige af. Ik eet gezond, ik drink of rook niet en ik beweeg veel.
‘Ik was superdown. Wat is dit? En ik ben ook nog eens een hypochonder, dus ik maakte me enórm ongerust. Kan ik nog wel op dezelfde manier doorgaan, vroeg ik aan de cardioloog. Natuurlijk, zei hij, je hoeft de marathon toch niet te lopen?
‘Er is een scan van mijn hart gemaakt om te kijken of er afsluitingen waren in mijn aders. Het was niet helemaal goed te zien, maar er was gelukkig geen aanleiding voor hartkatheterisatie of stents. Dat was een grote opluchting. Ik ben mezelf gaan testen. Traplopen en zo. Dat ging allemaal goed. Ik ben nu maximaal beschermd. De kans dat er iets gebeurt, is heel klein.’
Zeven- of tienduizend stappen per dag?
‘Mijn boek is vooral een pleidooi om je hersens te blijven gebruiken, om te blijven denken. Maar in het tweede deel vertel ik alles over wandelen. Hoeveel stappen moet je per dag zetten om fit te worden of te blijven?
‘Het oude getal, tienduizend stappen, is achterhaald. Het advies is onlangs zevenduizend geworden, maar dat is een gemiddelde. Je ziet zelfs al gunstige effecten bij vijftienhonderd stappen. Niet voor iedereen is zevenduizend genoeg. Mensen met hart- of vaatproblemen bijvoorbeeld zouden tienduizend stappen moeten zetten.
‘Behalve een fietser ben ik ook een wandelaar, ja. Afgelopen weekeinde hebben we op het strand gewandeld, 25 duizend stappen. Ja, dat was op één dag.’
Erik Scherder. Liever moe dan lui. Athenaeum, €18,99.
1951 Op 1 december geboren in Amsterdam
1984 Studie klinische neurologie Vrije Universiteit
1995 Gepromoveerd aan de VU
2002 Bijzonder hoogleraar aan de VU
2004 Hoogleraar bewegingswetenschappen Rijksuniversiteit Groningen
2008 Professor neuropsychologie VU
2014 Eerste boek, Laat je hersenen niet zitten
2015 Presentator DWDD University
2016 Betto Deelmanprijs
2023 Opening eerste Erik Scherder Huis voor jongeren met hersenletsel
2025 Boek Liever moe dan lui
Erik Scherder woont in Amsterdam en is getrouwd met Sylvia Martens. Samen hebben ze drie kinderen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant