Keffiyeh Bezoekers die een keffiyeh dragen mag de toegang tot concentratiekampmonument Buchenwald ontzegd worden. Een Duitse rechtbank oordeelde woensdag dat vrijheid van meningsuiting in dit geval ondergeschikt is aan het gevoel van onveiligheid dat het zien van de sjaal kan oproepen.
Volgens een rechterlijke uitspraak mag het concentratiekampmonument Buchenwald mensen met een keffiyeh weigeren aan de poort
Concentratiekampmonument Buchenwald mocht een vrouw weigeren vanwege de Palestijnse keffiyeh-sjaal die zij droeg. Zo heeft een Duits gerechtshof woensdag geoordeeld. In zijn uitspraak stelt het hof dat de vrijheid van meningsuiting waar de vrouw zich op beriep niet zwaarder weegt dan „het doel” van de stichting achter het monument, en dat het gevoel van veiligheid van Joodse bezoekers in deze vooropstaat.
Afgelopen april was de tachtigste verjaardag van de bevrijding van Buchenwald, een van de grootste concentratiekampen van nazi-Duitsland. Bij de herdenking ter gelegenheid hiervan mocht een vrouw niet naar binnen omdat zij een keffiyeh omhad. Hierop wendde de vrouw zich tot de rechtbank met een verzoek om voor een andere herdenking, die deze week plaatsvindt, wél toegang te krijgen tot het terrein terwijl ze de traditionele Palestijnse sjaal draagt. Dit verzoek werd woensdag afgewezen. Volgens het hof heeft de organisatie van Buchenwald het recht haar – en andere bezoekers met een keffiyeh – die toegang te ontzeggen.
Tegenover het hof verklaarde de vrouw zelf dat zij met het dragen van de sjaal een politieke boodschap wilde afgeven tegen de „eenzijdige partijdigheid” van de organisatie van Buchenwald inzake het beleid van de Israëlische regering. Die boodschap, geuit in haar kledingkeuze, zou volgens het hof zonder twijfel het gevoel van veiligheid van „veel Joden” die het monument bezoeken in gevaar brengen. En dat, vindt het hof, „hoeft de gedaagde niet te accepteren”. Het vonnis werd uitgesproken door een hoger gerechtshof en is dus definitief.
Vorige maand nog kreeg de organisatie van de gedenkplaats Buchenwald een golf van kritiek over zich heen nadat een interne hand-out voor identificatie van antisemitische en racistische bezoekers was uitgelekt. In de hand-out kwam ook de keffiyeh aan bod. Het kledingstuk zou volgens de documenten nauw verbonden zijn met „het streven naar de vernietiging van Israël”, en het dragen van de sjaal was „hoogstwaarschijnlijk” een uiting van sympathie voor „militante vijandigheid” jegens dat land. Ook de leus „Ceasefire Now” en watermeloenen – vaak gebruikt als symbool voor solidariteit met Palestijnen – werden in de documenten gelinkt aan „Israël-gerelateerd antisemitisme”.
De directeur van het monument verklaarde later in Duitse media dat de hand-out op sommige punten fouten bevatte en aangepast moest worden. Over de keffiyeh zei hij toen dat die niet per definitie verboden was op de gedenkplaats. Maar als de keffiyeh in combinatie met „andere symbolen” gebruikt wordt om een statement te maken dat „nationaalsocialistische misdaden relativeert”, kan bezoekers gevraagd worden bepaalde „symbolen” te verwijderen. De directeur benadrukte vervolgens dat het echte probleem waar Buchenwald mee kampt niet Israël-gerelateerd antisemitisme is, maar eerder Duits rechts-extremisme. Vandalisme uit die hoek neemt volgens hem de afgelopen jaren sterk toe.
De keffiyeh wordt sinds de start van oorlog in Gaza weer vaker gedragen als een symbool van steun aan de Palestijnen. In Duitsland, waar kritiek op Israël erg gevoelig ligt en waar Berlijnse autoriteiten in april vier pro-Palestina activisten het land uit wilden zetten vanwege hun deelname aan universiteitsprotesten, was de sjaal al vaker onderwerp van controverse. In de Duitse hoofdstad kregen scholen vorig jaar al toestemming om keffiyehs en Palestijnse vlaggen te verbieden.
Ook in de Bondsdag was heibel over de keffiyeh. Toen volksvertegenwoordiger Cansin Köktürk (Die Linke) eind maart op haar eerste dag in het Duitse parlement een kleine variant van het zwart-wit geruite accessoire droeg, pleitten drie CDU-parlementariërs direct voor een verbod daarop in de plenaire zaal. De christen-democraten zagen de sjaal als „symbool van politiek geweld” dat in strijd zou zijn met „de waardigheid” van het parlement. Bondsdagvoorzitter Julia Klöckner (ook CDU) zei daarop tegen het Duitse tijdschrift Der Spiegel dat ook zij van mening was dat het politieke debat „uitsluitend door het woord” gevoerd moet worden. Meningen uiten door middel van spandoeken, stickers of kledingstukken is niet toegestaan. „Ik raad alle collega’s aan om niet te proberen twijfelgevallen te veroorzaken,” waarschuwde Klöckner.
Daar trok Köktürk, die de sjaal droeg om aandacht te vragen voor de mensenrechtenschendingen van de Israëlische regering tegen de Palestijnen, zich weinig van aan. In juni kwam de politica gekleed in een T-shirt met daarop het woord „Palestine” naar de Bondsdag. Dat ging Klöckner te ver. Toen Köktürk weigerde zich om te kleden, werd ze door de voorzitter de plenaire zaal uitgestuurd.
Source: NRC