Home

Uiteindelijk zal de AI-revolutie ons richting het veldrijden drijven

Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Toen in het wielrennen tien jaar geleden het gerucht ging dat er toprenners bestonden die een hulpmotortje in hun frame hadden verstopt, nam paranoia de toch al argwanende sport even helemaal over. Als dit waar was, dan was dat erger dan de ergste doping. Er verschenen suggestieve filmpjes online van renners die wel heel plotseling versnelden als niemand keek, er werden speciale röntgenapparaten naar wedstrijden gebracht om het binnenste van de fietsen te controleren en er werd één renner betrapt, een Vlaamse junior-veldrijder.

Af en toe denk ik nog aan haar, bijvoorbeeld als mijn mailprogramma na een paar moeizaam geformuleerde regels plots vraagt of het ergens mee kan helpen. Veel mensen die een motortje in een racefiets beschouwen als superdoping, zien een AI-gegenereerde brief als een handigheidje. Misschien terecht, ik weet het niet, ik weet alleen dat mens en machine in beide gevallen op een voor mij ongemakkelijke manier samen optrekken. Ik zou best eens iets willen opzoeken op ChatGPT, maar iets in mij zegt dat ik daarmee een deur openzet die ik nooit meer dicht krijg.

Deze week las ik dat schrijver Mark Lawrence van slag was door de uitslag van een door hemzelf georganiseerde schrijfwedstrijd tussen vier gelauwerde fantasyschrijvers en AI. Het verhaal van de computer kreeg de meeste complimenten: ‘Lawrence ervaart het als een enorme schok dat synthetische fictie hoger scoort dan de vruchten van ‘grote auteurs die prachtige verhalen schrijven vol ziel, hart, humor en intelligentie’.’ Het restje hoop in het nieuws zat erin dat AI momenteel nog geen hele roman kan schrijven. Maar Lawrence ‘sluit inmiddels ook niet meer uit dat dat nog gaat gebeuren’.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik kan Mark Lawrence geruststellen: gaat gebeuren. Want AI kan alles (behalve misschien: van slag zijn). En die roman gaat gelezen worden en ook prima verkocht: bij de betere boekhandel zal er een apart hoekje komen met ‘door mensen geschreven romans’, die wel iets duurder zullen zijn. En geen mens zal er aanstoot aan nemen, op een paar auteurs, een vakbondstype en een enkele cultuurpessimist na. Sic transit maak maar af, Word.

In een column van Sander Duivestein las ik hoe techbedrijven momenteel het AI-script voor de toekomst uitrollen. Korte samenvatting: je baan gaat eraan. Ik kon een klein glimlachje niet onderdrukken toen ik las hoe vetbetaalde consultants vrezen voor hun toekomst, tot ik me realiseerde dat die grijns een wat linksige afgeleide was van het ressentiment dat Jan Postma deze zomer prachtig omschreef in De Groene Amsterdammer, in een essay over AI-kunst: ‘een afgunstige, hatelijke woede over het niet te verkroppen feit dat er mensen zijn die dingen kunnen, die zich de moeite hebben getroost iets te leren door iets te doen en die daarmee hun leven betekenis hebben kunnen geven. Daarin schuilt de verlekkerdheid. Dat wat voor jou waardevol is, kan ik met één druk op de knop van die waarde ontdoen.’

De strijd tussen toewijding en efficiëntie is allang beslist, buiten ons zicht en in het voordeel van de laatste. Maar behalve afgunst en efficiencydwang is er volgens mij nog iets aan de hand. AI legt de lat lager. Gemerkt en ongemerkt. Hoe meer je wordt blootgesteld aan AI-mails, AI-liefde, AI-kunst, AI-nieuws, met hoe minder je genoegen zult nemen. Je zult nauwelijks merken hoe de ziel verdwijnt uit elke vorm van contact en uiteindelijk zal iedere afwijking van het patroon je als onverdraaglijk voorkomen. Om af en toe toch nog iets van menselijke feilbaarheid te ervaren, zul je je tegen die tijd noodgedwongen tot het veldrijden moeten wenden.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next