De Schoolmeester De Nederlandse dichter De Schoolmeester ligt sinds 1858 begraven in Londen. Marita Mathijsen liet het verwaarloosde graf opknappen. „Niets verried dat hier de geniale taalkunstenaar lag.”
Het gerestaureerde graf van De Schoolmeester in Londen.
Legt u wel eens een bloem op het graf van een favoriete schrijver, schilder of zanger? Wie op Père-Lachaise in Parijs komt, ziet altijd verse bloemen op de graven van Jim Morrison en Oscar Wilde, en bij de urn van Maria Callas. Op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied zag ik onlangs nog een paar rozen liggen bij Herman Brood. Ikzelf leg elke keer als ik in Londen ben een boeket op het graf van Gerrit van de Linde, alias De Schoolmeester.
Gerrit van de Linde alias De Schoolmeester in zijn studententijd.
Zijn graf ligt op een heel klein historisch kerkhof in Hornsey, een achterafwijk in het noorden van Londen. In het midden ervan staat een prachtige dertiende-eeuwse toren. Daaromheen een bloementuin en grasvelden met grafstenen zoals ze behoren te zijn: oud, aangetast, maar met leesbare namen. Gerrit van de Linde ligt echter in een zompige hoek, tussen bramen, klimop, brandnetels, lege sigarettendoosjes, hondenpoep, condooms en etensverpakkingen. De tekst was toen ik er voor het eerst kwam nog goed leesbaar: ‘Sacred to the Memory of The Rev.d Gerard van de Linde Monteuuis of Cromwell House Highgate’. Maar in de loop der jaren werd de tekst onleesbaar en zakte de steen steeds schever weg in de zomp.
Wie is nu die Gerrit van de Linde (1808-1858) oftewel De Schoolmeester? In de negentiende en het grootste deel van de twintigste eeuw waren zijn humoristische gedichten heel populair. Ze zijn niet alleen geestig, ze munten ook uit door venijnige kritiek op de negentiende-eeuwse moraal. Versjes zoals ‘Een leeuw is eigenlijk iemand die bang is voor niemand’ kenden velen van buiten, en zijn geestige ‘Schipbreuk’ was op muziek gezet door Johan Wagenaar. Veel koren studeerden die cantate in. Schoolmeester was hij in het echt, in Engeland.
Restauratie van het graf door London Stone Conservation.
Waarom besloot ik me in te spannen om zijn graf te redden? Als student Nederlands ontdekte ik zijn brieven, zo rond 1974. Ik was op zoek naar een mooi onderwerp voor een scriptie, bezocht archieven, en stuitte op Van de Lindes correspondentie met Jacob van Lennep. Het zijn schitterende brieven, geschreven in een virtuoze stijl, maar vooral bijzonder omdat er een enorm en tot dusver onbekend schandaal aan het licht kwam dat zich in 1833 in Leiden afspeelde en toen alle tongen in beweging bracht.
De student Gerrit van de Linde had namelijk een affaire met de vrouw van een van zijn professoren. Met consent! Ze was zwanger geraakt – wat de professor zelf niet gelukt was. En student had óók nog een muzikantendochter een dikke buik bezorgd. De professorsvrouw onderging een abortus, het meisje kreeg een onecht kind. Allemaal openlijk te lezen in die brieven. Gerrit van de Linde ontvluchtte Nederland, de minnaressen en de schuldeisers, en begon in Londen de kost te verdienen als schoolmeester. Hij wist zich omhoog te werken, werd een respectabel man, trouwde met de Franse Caroline Monteuuis, kreeg met haar echtelijke kinderen, noemde zich dominee (reverend), en begon in Holland zijn geestige gedichten te publiceren onder het pseudoniem De Schoolmeester. Daarmee werd hij een publiekslieveling. Ik publiceerde in 1977 een bloemlezing uit zijn brieven, tien jaar later alles.
Dat graf, dat moest gered. Er is een fonds speciaal voor het redden van schrijversgraven: De Perzik van Onsterfelijkheid. Het valt onder het Cultuurfonds. Na de nodige formaliteiten kwam het bericht van een toereikende subsidie.
Het graf van De Schoolmeester voor en na de restauratie.
Tja: en dan slaat de geest op hol. Op Highgate Cemetery, tegenover het vroegere woonhuis van De Schoolmeester, ligt Lizzie Siddal begraven, de beeldschone vrouw met de rode haren van de schilder-dichter Dante Gabriel Rossetti. De ontroostbare Rossetti stopte een bundel ongepubliceerde verzen bij haar in het graf. Twee jaar later wilde hij ze alsnog publiceren, en hij groef ze op. Ze scheen toen nog net zo mooi te zijn als toen ze de kist in ging. Wat zou het graf van Van de Linde prijsgeven? Zou ik het geraamte van de man die ik zo bewonder om zijn briljante taalgebruik te zien krijgen? Zou zijn vrouw een bundel gedichten in de kist gestopt hebben? Of vond ik daar de brieven die zijn vriend Jacob van Lennep hem terugschreef en die nooit teruggevonden zijn? Of de pen die hij gebruikte?
Ik stond erbij toen de werkzaamheden begonnen. Vier loeisterke mannen van de firma London Stone Conservation maaiden in een paar seconden de braamstruiken, brandnetels, klimop en kleine struiken weg en richtten vervolgens een stellage op om de steen te verplaatsen. Ze trokken banden onder de steen en maakten die vast aan kettingen. Met een ratelend geluid dat zou passen in een horrorfilm trokken de kettingen aan, de steen hing in de lucht. De inhoud van het graf kwam tevoorschijn. Geen geraamte, geen bundel gedichten, geen brieven, geen pen. Alleen maar puin. Natuurlijk overwoog ik stiekem verder te graven, in de nacht, als de werklui weg waren – maar ‘tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’. De tweede werkdag reden de mannen een stoomapparaat naar de steen. Bij een hitte van 180 graden en in een wolk van stoom die de naburige planten verschroeide, kwam de tekst langzaam maar zeker scherp tevoorschijn. De derde dag ruimden de mannen een deel van het puin, bouwden ze een nieuw muurtje tegen toekomstige verzakking, en lieten ze met de precisie van horlogemakers de steen via de ratelende kettingen op zijn plek zakken. Met een spiedend oog heb ik het allemaal gadegeslagen, maar niets verried dat hier de geniale taalkunstenaar lag.
Er ligt weer een boeket op het graf van Gerrit van de Linde. De omgeving is schoon, de letters zijn leesbaar, de steen ligt recht. Waarom zo veel aandacht? Het gaat niet om dit éne graf: het staat symbool voor respect voor dat wat was, en daarmee voor dat wat ons gemaakt heeft. Wie dat respect niet heeft, die mist het ook voor het heden.
Het graf van De Schoolmeester ligt achter de dertiende-eeuwse toren van een klein historisch kerkhof in Hornsey.
Source: NRC