Mijn kinderen en ik kamperen ieder jaar een week met een eclectische groep mensen van wie de voornaamste binding is dat de volwassenen ooit samengewerkt hebben. Alle leeftijden zitten in onze groep, van 11 tot 66, en iedereen gaat op een volstrekt natuurlijke manier samen. Elke avond kookt een van de grote mensen, er dan worden er stoelen en tafels en vorken gesleept naar de tent van de kokende in kwestie, en daar eten we dan pasta, of rijst, of pasta, waarmee alle Bertolli-dromen die eenieder ooit gehad heeft – en
wie heeft die niet? – in vervulling gaan.
Op deze camping, en op meer campings waar ik ben geweest, dient de plank bij de wasbakken in het sanitairblok als plek om overgebleven voedsel neer te zetten. Iedereen die kampeert, blijft aan het eind van de week zitten met een half flesje olijfolie, een half pak penne en een pot pindakaas waar maar drie smeren uit zijn, en de meeste mensen op deze camping laten die
restjes dan achter op de plank in het badhuis.
Als kind uit de armetierige jaren tachtig vind ik het geen enkel probleem om daar halve pakken fruithagel op te pikken. Op de vorige camping waar ik deze zomer was, heb ik op de eerste, zeer regenachtige dag zelfs een halve fles rosé geconfisqueerd. Hij heette Kleine Vriend. Ik wist dat ik hem die avond nodig zou hebben en bedankte in stilte de net vertrokken kampeerder die hem in het badhuis had achtergelaten.
Mijn kinderen hebben me inmiddels verboden om eten mee te nemen waar andere mensen met hun mes in kunnen hebben gezeten – jam, boter, Nutella. Ik ben het daar wel mee eens. Maar een halve fles zonnebloemolie en een halve fles Dreft zal ik altijd meepakken.
Een van de vrienden die bij onze groep hoort, kan verschrikkelijk goed koken. Het is namelijk haar beroep. Zij tilt het gratis eten van het plankje naar een hoger niveau. Ze maakt er hele maaltijden van, voor vijftien man. Op dag twee aten we bij haar de lekkerste aardappelsalade die ik ooit gegeten heb, en ik hou al erg van aardappelsalade, dus dat zegt wat. De elementen die haar geïnspireerd hadden, waren een zak aardappels en een halflege pot augurken die iemand in het badhuis had nagelaten voor de vinder. Dat was zij. Gelukkig.
Met ons gezelschap tierelierden we de hele avond over hoe lekker die aardappelsalade was. Hij was dan ook perfect, met, ontfutselde ik aan haar, een deel kwark en een deel mayonaise, omdat mayonaise iets heel goeds is, maar soms net teveel in een aardappelsalade.
Ik ga dit uiteraard thuis namaken, maar het zal nooit hetzelfde zijn, want het komt niet van een plank met restjes in de afwashoek van een camping.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant