We zijn er bijna!, zes afleveringen, elke dinsdag bij Omroep Max. Veertien stellen en twee alleenstaanden, begeleid door presentator Martine van Os, reizen tezamen door Zuidwest-Frankrijk. Een greep.
‘Mensen, ik ben ome Ger, jullie reisleider. Ik ben oud-militair en ik zit op de grens van horen en niet horen. Dus als je goeiemorgen zegt en ik antwoord niet, dan is dat omdat ik je niet heb gehoord.’
‘Het wordt heel spannend, hè. Eens kijken wat we allemaal gaan meemaken.’
‘Het is een gemêleerde groep, van midden 50 tot vet in de 80.’
Over de auteur
Arno Haijtema is redacteur van de Volkskrant en tv-recensent.
‘Het is voor het eerst dat we zo ver met de caravan hebben gereden. Twee keer Veluwe, dat is al onze ervaring.’
‘Ik denk dat-ie zo wel waterpas staat.’
‘Na een paar dagen ken je de hele groep. Dan krijg je vanzelf contacten.’
‘Ik doe de afwas om m’n man te ontlopen. Hij doet de auto, dan kan ik me er niet mee bemoeien.’
‘Potjandorie, wat een verwennerij.’
‘Een goeie tournedos, goed gepeperd, dat is mijn eten.’
‘Wraps met zalm. Die moest op.’
‘Ik zeg altijd bonjour. Soms antwoordt een Nederlander met: hallo!’
‘De wandelschoenen zijn voor deze vakantie in het vet gezet.’
‘Gezellig, even snuffelen op de markt.’
‘Ik heb pinda-notenallergie, dus dat brood is niet voor mij.’
‘Kijk, heek. Dat was vroeger een heel goedkope vis.’
‘Hij weet dat, hij is ooit begonnen al visverkoper.’
‘Wij zijn echte wandelaars. De vierdaagse, zaterdagen. Sinds de Arbo-arts zei: naar buiten. Lopen!’
‘O-sa-su-na. O-sa-su-na, Baskisch voor proost. Lastig uitspreken als je een gebit hebt.’
‘Baskische pannenkoeken met spek. Er zit weer een kilootje bij.’
‘Het ziet er heel anders uit dan ik me had voorgesteld.’
‘We komen wel aan onze stappen vandaag.’
‘We hebben best veel meegemaakt, maar een kaarsje branden, daar geloof ik niet in.’
‘Ja, een soort reisdagboek.’
‘Pain raisin. Als Ger brood gaat halen, neemt hij altijd iets lekkers mee. Hij kan de verleiding niet weerstaan.’
‘Op zondagochtend naar de kerkdienst luisteren. Als we op excursie gaan, kan dat niet. Dan doen we het later, met de app.’
‘Een handwasje hoort erbij op de camping. Zo, beetje water voor de planten, hup.’
‘Kijk, mooie palmboom. Zal ik even gaan zitten voor een foto?’
‘We kennen hier alle planten, we hebben allebei de tuinbouwschool gedaan. Maar zij is het enige dat ik eraan heb overgehouden.’
‘Mensen, ik word niet geplaagd door kennis van de regels. We hebben onze eigen vakantieregels. Het moet vooral gezellig zijn.’
‘Ik gooi met oude ballen, maar het werkt.’
‘Je leert elkaar hier heel anders kennnen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns