Home

Vijf niet te missen schepen op Sail, van het kleinste tot een van de grootste

De botenparade vertrekt woensdag van IJmuiden naar Amsterdam voor Sail 2025. Welke moet je volgens Volkskrant-journalist én zeilliefhebber Toine Heijmans in elk geval zien?

Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver en zeiler.

1. Zalmschouw

Dit is het kleinste bootje van de vloot, maar van het grootste belang omdat de zalmschouw een vrijwel vergeten Nederlandse geschiedenis vertegenwoordigt: die van de riviervisserij op en rond de Nederlandse stromen – en de ondergang ervan. Schouwtjes zijn langwerpige schuiten van een meter of zes met een oplopende steven, hoge boorden en een ronde kont om de netten binnen te halen. De vissers leefden onder een katoenen huik dat over het voorschip was gespannen.

Lang werden ze door de arme oeverbewoners gebruikt in het trekseizoen, als de rivieren glinsterden van zalm, steur, elft en fint, vissoorten die daarna in korte tijd min of meer werden uitgeroeid. In hun eenvoud zijn zalmschouwen van generatie op generatie vervolmaakt tot doelmatige scheepjes die hun omgeving dienden in plaats van andersom. Maar in de 20ste eeuw werden ze genadeloos ingehaald door de tijd: durfkapitalisten investeerden in grote gemotoriseerde schepen en industrële viskades waarmee enorme netten (‘zegen’) van oever tot oever door het water werden getrokken.

Die vissers namen meer dan ze zelf nodig hadden, namelijk alles, en veroorzaakten daarmee de hun eigen ondergang en die van de vis. Met de beroepsvisserij op de rivieren verdween de zalm, de steur, de elft en de fint, al worden er verwoede pogingen ondernomen ze weer terug te brengen. De zalmschouw staat daarmee voor de tijd waarin de mens de natuur nog boven zich duldde en ermee samenleefde.

2. B.A.P. Unión

In de categorie groot en spectaculair spant de B.A.P. Unión de kroon. Niet alleen is het schip immens met een lengte van 115 meter, maar ook is het voor het eerst te zien op Sail. Geen wonder, want het schip is vrijwel nieuw (2015), gebouwd als trots eerbetoon aan het land van herkomst, Peru. Alleen al de natievlag op het achterschip heeft meer vierkante meters dan een theaterdoek, een goede vergelijking want in wezen is dit ook een toneelvaartuig. Net als andere zeilkastelen vaart deze viermastbark de wereld rond als promotiemateriaal voor haar land (en voor het trainen van mariniers).

Grote kans dat de bemanningsleden bij het invaren van Amsterdam als acrobaten op de ra’s staan, in blinkend opgepoetst showtenue. Mooi, want de grootste nog zeilende schepen ter wereld, de Sedov en de Kruzenshtern, werden niet uitgenodigd voor Sail.

Die zijn Russisch. Gebouwd in de jaren twintig waren het de laatste tall ships die een vergeefse poging deden de opmars van de brandstofmotor bij te houden. De B.A.P. Unión bewijst dat de uitgestorven klasse van windjammers een eeuw later nog steeds in leven is, maar nu in een retro-versie. Van werkpaarden zijn het showpaarden geworden, met dank ook aan het nationalisme.

3. Gipsy Moth IV

Sir Francis Chichester (1901-1972) is de Britse zeilheld die in 1966-’67 in recordtijd solo rond de wereld zeilde met het 16 meter lange jacht Gipsy Moth IV, en daarmee het tijdperk opende van de grote oceaanraces. Zestig jaar later heeft zich dat ontwikkeld tot een wedloop van krankzinnige carbon zeilmachines die op draagvleugels over de oceanen scheuren; het record staat op veertig dagen.

Jammer dat deze trimarans niet te zien zijn op Sail als toonbeeld van de spectaculaire ontwikkeling die het zeilen doormaakt (al zijn de Nederlandse wedstrijdschepen JaJo en Boudragon wel aanwezig). Maar de gerenoveerde kits (tweemaster) van Chichester is er wel. Met z’n zware mahoniehouten romp en geknepen kont is het naar de huidige tijd een ouderwets jacht; het wordt door liefhebbers zeilend gehouden.

Het schip heeft heerlijke lijnen, maar een bokkig karakter. Chichester zelf was er matig tevreden over, ook al bezorgde de boot hem wereldfaam. Na zijn recordtocht schreef hij: ‘Ze is chagrijnig, moeilijk en heeft minstens drie bemanningsleden nodig – een persoon om te navigeren, een olifant om de helmstok te besturen en een chimpansee met armen van meer dan twee meter om beneden de uitrusting te bedienen.’ Prachtig, want over de ultramoderne racebakken die tegenwoordig met 30 knopen per uur rond de globe gaan, kunnen de schippers precies hetzelfde zeggen.

4. Witte Swaen

Het herbouwen van historische zeilschepen is geen sinecure vanwege de kosten en inspanning. De Batavia bijvoorbeeld, het in Lelystad als leerproject voor werklozen gebouwde spiegelretourschip dat dreigde weg te rotten, krijgt met grote moeite en overheidssteun als het goed is alsnog een plekje op de wal als museumschip.

Toch blijven eeuwenoude scheepstypes als deze tot de verbeelding spreken: de Kamper Kogge is op Sail, net als de kraken Nao Victoria en Nao Santa Maria, en volschip El Galéon. Maar ga vooral kijken naar de Witte Swaen, een replica van het schip waarmee Willem Barentsz in 1596-’97 op Nova Zembla strandde in zijn zoektocht naar de noordoostelijke doorvaart. Dit schip is vrijwel nieuw en heeft nog maar weinig zeemijlen onder de kiel. Gedoopt in 2018, is het in Harlingen gebouwd door vrijwilligers uit 32 ton eikenhout en 5 ton historisch ballastlood.

Nabouwen is moeilijk, want tekeningen zijn er niet en veel scheepsbouwkennis is met de eeuwen verloren gegaan – ook over de reis van Barentsz zijn er nog steeds veel vragen. Wat meteen opvalt is de kwetsbaarheid van de Witte Swaen: met 24 meter lengte is het naar de huidige maatstaven een klein schip, zeker voor de noordelijke oceaan. En het varend houden blijkt geen sinecure. De stichting die de Witte Swaen beheert is permanent op zoek naar vrijwilligers en donateurs.

5. Belem

Franse schepen zijn elegant en snel (en kwetsbaar gebouwd, zeggen Nederlandse zeilers er dan monkelend bij), en dat geldt ook voor de heerlijke schoeners en barken die naar Amsterdam komen, met elegante namen als Belle Poule en Le Français. Maar kijk eens naar de lijnen van de Belem, een driemastbark uit Brest die rechtstreeks uit de belle époque komt gevaren.

Ooit een zeilend vrachtschip op de oceaan (die bestaan nog, en gaan volgens sommigen een gouden toekomst tegemoet, zie de brigantijn Tres Hombres uit Den Helder) werd het in 1914 verbouwd tot een luxejacht, voor de Britse hertog Hugh Richard Grosvenor die er nota bene stalen masten op liet installeren en twee motoren, en het schip een Victoriaanse balustrade toedacht, waarna het door een Italiaanse eigenaar nog eleganter werd verbouwd.

Inmiddels wordt de Belem geëxploiteerd door een stichting opgericht door Franse zakenlui, en maakt ze deel uit van een rondreizende armada aan tall ships – net als de meeste grote schepen die deelnemen aan Sail Amsterdam. De Belem komt nu van Sail Bremerhaven, waar bijvoorbeeld ook de B.A.P. Unión te zien was, en de Belle Poule. Daarvoor namen ze deel aan Hanse Sail in Rostock. Zo blijven die schitterende schepen in leven.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next