In het wielrennen is gewichtsverlies bij vrouwen én mannen een probleem, maar vooral bij vrouwen wordt het publiekelijk besproken. Een vloek of een zegen?
Pauline Ferrand-Prevot viert haar overwinning aan het slot van de Tour de France Femmes, begin deze maand.
Of ze van plan was om meer af te vallen. Of dat de manier is om de Tour de France Femmes weer te winnen. Of afvallen de sleutel is tot goede prestaties in de toekomst. Tachtig procent van de vragen die Demi Vollering tijdens de afsluitende persconferentie in Frankrijk kreeg, gingen volgens ’s werelds beste wielrenster over haar gewicht.
„Ik begrijp het, dat is sport”, schreef de kopvrouw van FDJ-SUEZ op Instagram. Ze is niet de lichtste in het peloton, gaf ze toe, maar haar lichaam is wel „sterk, slank en capabel”. En haar lichaam forceren? Dat nooit. „Bij elke beslissing die ik in mijn carrière neem, stel ik mijn gezondheid voorop. Altijd.”
Vollering noemde haar collega Pauline Ferrand-Prévot, winnares van de Tour de France Femmes, niet bij naam. Maar die moet in haar gedachten zijn geweest, want ook zíj werd tijdens het wielerevenement veelvuldig aangesproken op haar gewicht. In amper drie maanden tijd had de Française volgens kenners naar schatting vijf kilo verloren. Daarmee zou ze een slecht signaal geven aan jonge meiden, was de kritiek op sociale media.
„Jonge meisjes observeren ons”, schreef Vollering in haar Instagrampost. „Ze horen wat we zeggen – en wat we niet zeggen. Wat we laten zien. Wat gevierd wordt als ‘de weg’ naar succes. Soms wordt een zaadje geplant. Ze praten er misschien niet over. Of beseffen zelfs niet dat het iets schadelijks wordt. Daarom hebben wij – als topsporters, teams en sport – een verantwoordelijkheid. […] Omdat wanordelijke gedachten stilletjes kunnen groeien en lang verborgen kunnen blijven.”
Ferrand-Prévot haastte zich te zeggen dat wat ze doet „niet 100 procent gezond” is, maar dat ze op een verantwoorde manier met haar gewicht omgaat. Ze realiseert zich dat ze niet het hele seizoen „superdun” kan zijn, en probeert langzaam af te vallen, zodat ze op het juiste moment op het juiste gewicht zit. „Ik heb niet extreem gereden en had na negen dagen racen nog steeds kracht over”, verzekerde Ferrand-Prévot.
Haar knappe overwinning werd overschaduwd door alle aandacht voor haar gewichtsverlies. Gebeurt dat bij mannelijke wielervedetten ook? Of: in die mate?
„Nee”, schrijft wielerjournalist Anne-Marije Rook in Cycling weekly. We beschouwen „mannelijke prestatieoptimalisatie” als „puur atletisch”. Het gewicht van een sportvrouw wordt daarentegen een kwestie van publieke zorg en moreel oordeel. Wat deed Ferrand-Prévot nou zo anders dan andere topsporters die hun lichaam afstemmen op topprestaties, vraagt Rook zich af. Haar antwoord: ze deed het als vrouw. „Die gendergerelateerde blik, de opmerkingen, de gecodeerde bezorgdheid, de nonchalante kritiek, vertelt meer over ons dan over haar. Het is een flagrante dubbele standaard (…) Als we Ferrand-Prévot gaan ondervragen, moeten we elke man in de bergen op dezelfde manier ondervragen.”
Ik ben het met haar eens. Dat neemt niet weg dat wielrensters lijden onder de (soms zelf opgelegde) druk om af te vallen in aanloop naar belangrijke races. In een interview met de Franse krant L’Humanité zei renster Cédrine Kerbaol dat haar sport „in een gevaarlijke fase” is beland. Alles moet sneller, sterker en lichter in het booming vrouwenwielrennen. Maar dat mag nooit ten koste gaan van de mentale en fysieke gesteldheid van rensters, zei ze.
Om meer aandacht voor dit probleem te vragen creëerde Kerbaol de Instagrampagina @f.e.e.d_powr (Fuelling for Endurance, Energy, and Durability), waar rensters hun verhaal kunnen doen. Zo schrijft de Nieuw-Zeelandse Kim Cadzow dat ze niet meer fietst in groepsverband, omdat rensters alleen maar praten over wat ze wel of niet kunnen eten. Ze spreekt van „een giftige gemeenschap”.
Je weet dat je te ver bent gegaan als je nauwelijks meer uit bed kunt komen, je haar uitvalt of je botten breken, aldus Cadzow, maar zie dan maar eens een deskundige te vinden die de oorzaak – té lang, té licht rijden – bij de wortels aanpakt. „Als twintigers hebben we de lichaamsfuncties van een 80-jarige oma. Je begint je af te vragen: ga ik het ver schoppen in mijn leven?”
Elf jaar oud onderzoek onder 37 Australische wielrensters, gepubliceerd in International Journal of Sports Physiology and Performance, laat zien hoe lang dit probleem al speelt. Zesendertig rensters vonden dat ‘vrouwelijke wielrenners een gewichtsbewuste groep vormen’. Twaalf zeiden dat hun coach of sportdirecteur ‘op enig moment in de afgelopen 12 maanden ontevredenheid had geuit over hun lichaamsgewicht’. Meer dan de helft dacht minstens één keer per week na over gewichtsverlies, van wie een klein deel maaltijden oversloeg, of lang trainde zonder te eten. Vijf waren met een ‘eetstoornis’ gediagnosticeerd. Ruim een derde leed aan ondergewicht, volgens de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie.
Dat kan serieuze consequenties hebben, schrijven de onderzoekers. Voor de immunologie, voortplanting, de gezondheid van botten, het hart en de psyche, om er een paar te noemen. Zo hadden elf van de achttien rensters die niet aan de pil waren, last van menstruatiestoornissen. Tien waren langer dan drie maanden niet ongesteld geweest. Een gevolg van een aandoening die RED-S wordt genoemd: Relative Energy Deficiency in Sport. Gezondheidsproblemen als gevolg van een energietekort.
„Een veelbesproken onderwerp”, noemde de Britse renster Laura Kenny menstruatiestoornissen tegenover de BBC. „Er zijn vrouwen die moeite hebben gehad en moeite zullen hebben om zwanger te worden vanwege de ongezonde levensstijl van sporters.” Sportvrouwen geven volgens Kenny „dingen op die ze diep van binnen graag willen”.
Best een uitdaging: een probleem aan de orde stellen zónder er „een kwestie van publieke zorg en moreel oordeel” van te maken, zoals Rook het noemt. En dat in een tijd dat vrouwensport snel aan populariteit wint, maar seksisme onverminderd hoog blijft, zoals het Mulier Instituut eerder dit jaar constateerde.
Source: NRC