Home

Journalisten, hou op met die voxpopjes, want ze ondermijnen de democratische gezindheid

Een straatinterview in IJsselstein.Foto Sander Koning/ ANP

Onze samenleving kreunt en zucht onder een gebrekkige democratische gezindheid, en dat valt deels de journalistiek aan te rekenen. In mijn ogen hebben journalisten namelijk de expliciete taak om die democratische mentaliteit te voeden en laat de beroepsgroep daarin serieuze steken vallen. Om dit standpunt toe te lichten, zal ik enkele basale vooronderstellingen van stal halen die in deze vreemde tijden hun vanzelfsprekendheid verloren lijken te hebben.

Leven in een democratie is een feest, maar vereist ook een inspanning, namelijk: dat je je eigen kleine belevingswereld oprekt tot een waarlijk publieke ruimte. Je hoort als democraat te beseffen dat je jouw ruimte deelt met anderen die misschien behoorlijk van jou verschillen, maar die niettemin bij je horen en die vitaal zijn voor de samenleving. Democratie vraagt in de praktijk dus van je dat je de waarden en belangen van anderen tot je door laat dringen en actief in verband brengt met de jouwe. Ondanks al het gepraat over bubbels is het niet utopisch of onmogelijk om je eigen gezichtsveld op die manier op te rekken. Het is juist intrinsiek aan democratie - en die praktiseren we al zo’n twee eeuwen best aardig.

Marjan Slob is filosoof en voormalig Denker der Nederlanden

Journalisten ondersteunen een democratische samenleving door de gemeenschap (ons dus) te informeren over wat groepsgenoten bezighoudt die wijzelf niet zomaar te spreken krijgen – omdat het machthebbers betreft, of mensen die buiten onze directe leefwereld vallen. Het eerste wat journalisten daarbij te doen staat: over die anderen rapporteren op basis van feiten, en die feiten checken. De volle waarheid zullen journalisten daarbij waarschijnlijk niet achterhalen, maar dat hoeft ook niet. Zolang zij maar bepalen wat onwaar is; wat leugens zijn, of onjuistheden. Dat is een stuk gemakkelijker en meer dan genoeg om in de praktijk een zinvol en krachtig onderscheid te maken tussen news en fake news. Onderzoeken of de waarheidsaanspraken van medeburgers deugen, is de bijdrage van journalisten om de democratie gezond te houden.

Feiten checken en duiden

Als het goed gaat, storten journalisten hun bevindingen bovendien niet los over ons uit, maar wijzen zij op het verband tussen verschijnselen, uitlatingen, belangen en waarden. Zo’n overkoepelende duiding tilt informatie op tot inzicht. Je mag dus hopen dat journalisten niet alleen melden dat Elon Musk een rechtszaak tegen Apple begint omdat zijn eigen AI-tool niet prominent verschijnt in de Apple-store, maar dat ze ook schetsen wat er daarbij voor burgers op het spel staat in de wedren rond AI-dominantie.

Feiten checken en feiten duiden is de essentie van de journalistiek. En dat is ook precies het verschil met niet-journalistieke uitlatingen in de media – met items die willen vermaken, verkopen, verstrooien of influencen. Verwarrend genoeg worden ‘de media’ en ‘journalistiek’ in de praktijk vaak als inwisselbare begrippen gebruikt, terwijl lang niet alle items in ‘de media’ journalistiek van aard zijn. Niet erg; puzzels en juice hebben ook een functie. Wel denk ik dat journalisten het onderscheid met die andere media-uitlatingen zelf scherp moeten bewaken, want nu parasiteren die op het moeizaam opgebouwde gezag van de journalistiek.

Journalist zijn vraagt van je dat je constant reflecteert op wat je doet. Niet alleen om je vak te beschermen tegen dergelijke gezagsnoepers. Ook omdat journalistieke producten zelf óók weer feiten binnen de samenleving zijn. Kijkers en lezers trekken zich wat aan van de rapportages van journalisten. Ze zetten er hun hoofd naar. Journalistieke beschrijvingen van de samenleving veranderen die samenleving dus ook. Dat leidt tot een prangende vraag: hoe draagt de journalistiek zelf bij aan de sfeer in de samenleving?

Het komt misschien gemakkelijk over als ik dit zeg, maar zelf krijg ik een steeds grotere hekel aan al die gemakzuchtige peilingen, straatreportages en vox-popjes op straat of aan de praattafel in de avondshows. Ik vind dat journalisten zich echt eens serieus moeten afvragen wat zij daarmee aanrichten en uitstralen. Het is niet alleen dat journalisten van die meningen en peilingen zelf weer feiten maken die het daadwerkelijke (stem)gedrag van kijkers en luisteraars beïnvloeden. Ik denk ook dat het scoren van snelle meningen kwalijk is voor de democratische mentaliteit die journalisten juist zouden moeten voeden en koesteren.

Vanuit een democratisch ideaal gezien, zijn peilingen en snelle meningen giftig. Mensen worden daarin namelijk niet als burger aangesproken, maar als een soort beleidsconsumenten. Hen wordt gevraagd een losstaande opinie te geven, die zij op geen enkele manier hoeven te onderbouwen of in verband hoeven te brengen met de waarden en belangen van anderen – en vaak niet eens met andere waarden en belangen van henzelf. Sommige mensen willen zowel sneller over de A27 racen als Amelisweerd behouden, en journalisten laten hen ermee wegkomen. Terwijl meningen in de publieke ruimte dus juist op elkaar betrokken zouden moeten worden; zo’n accent op afwegingen en verbindingen is cruciaal voor een vitale democratie. De journalistiek geeft veel te vaak een podium aan beperkte en verbrokkelde kreten. Vanuit democratisch oogpunt lokken journalisten daarmee een onverantwoordelijke opstelling van burgers uit.

Gedeelde publieke ruimte

Journalist: geef ‘de mensen op straat’ vooral een stem. Maar neem daarbij niet het air aan van een soort cultureel antropoloog die simpelweg optekent wat deze vreemde stam nu weer denkt. Behandel hen als de medeburgers die ze zijn, en plaats hun mening ter plekke in de gedeelde publieke ruimte. Hecht hun kreten aan bestaande praktijken. Dus vraag een PVV-aanhanger: ‘Waarom zou Wilders er volgende keer wel in slagen om migranten tegen te houden?’ Vraag mensen die geloven dat bakken met geld voor de defensie-industrie Oekraïne gaat redden hoe zij dat precies voor zich zien, en waar dat geld vandaan mag worden gehaald. Laat demonstranten die het verkeer blokkeren uitleggen waarom zij Shell via de rechter aanklagen, maar illegaal gedrag in hun eigen geval gerechtvaardigd vinden.

Dat hoeft niet op snerende toon. Wees nieuwsgierig. Stel gewoon open vragen over de reikwijdte van standpunten. Zo’n benadering is wel zo eerlijk en respectvol, want als je mensen laat wegkomen met luchtfietserij en kretologie, gebruik je ze in feite als vulling voor je item of verhaal.

Voor de goede orde: ik pleit er niet voor om de stemming in het land te negeren; die stemming is ook een feit. Maar het louter herhalen van losstaande, onverantwoorde – in de zin van verder niet onderbouwde – opinies, is vanuit een democratische gezindheid bezien lui en schraal. Je dient er bovendien de zittende macht mee, omdat die zo leert welke thematische orgels ze moeten bespelen om de macht te behouden. Als je mensen naar hun mening vraagt, laat ze dan dus niet gloriëren in hun vijftien seconden roem, maar neem hen serieus als burger en vraag door. Op die manier maak je verbanden zichtbaar en dien je als journalist de democratie.

Wij burgers kunnen journalisten daarbij helpen. Bijvoorbeeld door een scherp verschil te maken tussen nieuws en informatie. Als je de uitslag van een wedstrijd of verkiezing wilt weten, kun je wel terecht bij een gratis nieuwssite. Het is dan immers al duidelijk wat relevant is; daar komt verder weinig duiding aan te pas. Maar voor informatie betaal je. Een journalist heeft dan namelijk werk voor jou verzet, door feiten te checken, te duiden, en in context te plaatsen. Zelfs als je het niet met die duiding eens bent, maakt die jouw eigen mening geïnformeerder, rijker en ruimer. Dankzij goede journalistiek kan jij kortom een betere democraat zijn. En dat wil je natuurlijk.

Source: NRC

Previous

Next