Home

Een circulaire economie is alleen haalbaar als vervuiling door plastic wordt gestuit

De opmars van plastic gaat voorlopig ongehinderd door. Een nieuwe poging om wereldwijde vervuiling door plastic te stuiten, is jammerlijk mislukt tijdens de plastictop in Geneve.

De afgelopen twintig jaar is de productie van plastic verdubbeld, voor de komende 35 jaar wordt een verdrievoudiging verwacht. Omdat slechts een klein deel daarvan gerecycled wordt en het grootste deel wordt verbrand of gestort, dreigt de wereld te worden bedolven onder een ondraaglijke vervuiling. De prijs wordt vooral betaald door ontwikkelingslanden, waar veel van het plastic uiteindelijk beland.

Het laat opnieuw zien hoe snel de wereld is veranderd. In 2022 was er een brede bereidheid om de groei van de plasticsoep een halt toe te roepen: er moest een akkoord komen, besloten de lidstaten van de Verenigde Naties. De eerste poging in Busan, Zuid-Korea, eind vorig jaar mislukte. Na de tweede mislukking moet worden gevreesd dat een akkoord definitief onhaalbaar is. De wereldwijde wil om iets tegen de vervuiling te doen, heeft met de verkiezing van Donald Trump een te harde klap gekregen.

Plastic wordt vooral gemaakt door olieproducerende landen. Die zijn zeer gehecht aan hun verdiensten, zeker omdat een andere pijler onder hun rijkdom, fossiele brandstoffen, ook in gevaar is vanwege de energietransitie. Ze proberen de bal terug te kaatsen. Niet de productie van plastic is het grote probleem, maar de recycling. Daar moet alle energie in worden gestopt.

De recycle-industrie heeft het juist heel moeilijk. Nieuw plastic, ook wel virgin plastic genoemd, is zo goedkoop dat recyclen bijna niet winstgevend te maken is. In Nederland alleen al zijn de afgelopen anderhalf jaar tien recyclebedrijven failliet gegaan.

Recyclen wordt pas winstgevend als nieuw plastic veel duurder wordt, bijvoorbeeld door plastic zwaarder te belasten. Dat heeft als bijkomend voordeel dat de fabrikanten die veel plastic gebruiken, worden verleid minder te gebruiken. Of ze worden gedwongen de belasting door te rekenen aan de consument die dan eerder voor een alternatief zal kiezen. Als de wereld niet minder wil produceren dan moeten landen van goede wil, zoals de Europese, zorgen dat de consumptie omlaag gaat.

De discussie over het belasten van plastic had lang de wind mee. De EU voerde in 2021 een plastictax in, van 0,80 euro voor elke kilo plastic. Nadeel is dat deze belasting moet worden opgebracht door de lidstaten, die in principe niets aan de plasticproductie kunnen doen. Ze beloofden dat ze die zouden doorrekenen aan het plastic verbruikende bedrijfsleven, maar daarvan is weinig terechtgekomen.

Nederland had tot voor kort plannen om plastic zwaarder te belasten. Dat zou de schatkist 576 miljoen euro moeten opleveren, maar bij de onderhandelingen over de Voorjaarsnota werd die maatregel geschrapt. Het Nederlands bedrijfsleven zou te veel benadeeld worden ten opzichte van de internationale concurrentie, was de analyse. De rekening voor dit uitstel wordt waarschijnlijk doorgeschoven naar de Nederlandse burger.

Ook de toeslag op wegwerpbekers en wegwerpfrietbakjes, die twee jaar geleden werd ingevoerd, dreigt te sneuvelen.

Dit zwabberbeleid is niet bevorderlijk voor de hoognodige transitie. Europa wil in 2050 een volledig circulaire economie hebben, waarin alle grondstoffen worden hergebruikt. Dat is alleen haalbaar als er in Europa met overtuiging wordt gewerkt aan het terugdringen van de consumptie, en als alle landen dezelfde belasting heffen op plastic en dezelfde recyclestrategie volgen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next