Van buitenaf gezien lijkt het erop dat Andrea Stella's periode als teambaas van McLaren vrij soepel is verlopen. Na het vertrek van Andreas Seidl aan het begin van het seizoen 2023 nam de Italiaan het roer over. Hij leidde een technische herstructurering die het team in de tweede helft van dat door Red Bull gedomineerde seizoen tot een vaste podiumkandidaat maakte. De volgende grote stap kwam in mei 2024, toen McLaren uitgroeide tot het meest constante, competitieve team van de Formule 1. Het resulteerde in de eerste constructeurstitel in 2024 en een tweede op rij lijkt vrijwel zeker nu het team elf van de eerste veertien Grands Prix van dit seizoen heeft gewonnen.
Het is dan ook geen overdrijving om Stella – die het vertrouwen geniet van CEO Zak Brown – de architect van McLarens wederopstanding te noemen. Toch verliep het traject sinds december 2022 zeker niet zo eenvoudig als het van buitenaf leek. Stella moest ook moeilijke keuzes maken. Maar de 54-jarige Italiaan is nooit iemand geweest die erkenning voor zichzelf opeist.
"Allereerst: ik ben erbij gekomen, maar ik heb het nooit alleen geleid", zegt hij in gesprek met Motorsport.com. "Zak en ik hebben altijd zeer nauw samengewerkt, waren erg op elkaar afgestemd en we hebben een leiderschapsteam om ons heen gevormd waarmee we zeer verenigd zijn. Er is niets in deze sport dat je alleen doet – zelfs niet als het gaat om moeilijke beslissingen nemen of het analyseren van het team om te begrijpen hoe je het moet verbeteren. Wat zijn de gebieden die je moet consolideren of versterken? En waar moet je echt ingrijpen, omdat we anders nooit bereiken wat we willen – of niet snel genoeg? Het is altijd teamwork geweest. Het is uiteraard geen enorm breed team, maar Zak en ik worden goed ondersteund op het gebied van mensenkennis en techniek."
Andrea Stella en Zak Brown timmerden de laatste jaren hard aan de weg bij McLaren.
Foto door: Andy Hone / Motorsport Images
Stella's eerste maatregel was het invoeren van een structuur met verschillende technisch directeuren voor elk belangrijk prestatiedomein. Deze structuur werd in april en mei vorig jaar verder verfijnd na het vertrek van David Sanchez. Neil Houldey werd technisch directeur engineering, Mark Temple schoof door naar de rol van technisch directeur performance en Peter Prodromou kreeg de leiding over aerodynamica. Door deze herverdeling kwam Red Bull-aanwinst Rob Marshall vrij om zich volledig te richten op zijn rol als hoofdontwerper.
Marshall en Prodromou zijn goede voorbeelden van wat Stella vond dat McLaren nodig had om terug aan de top te komen: enerzijds het binnenhalen van sleutelpersonen van rivaliserende teams, zoals Marshall, en anderzijds het nieuw leven inblazen van McLarens eigen ingenieurstalent dat in het verleden mogelijk over het hoofd werd gezien of onderbenut door de verticale hiërarchieën. De vlakkere structuur vereiste bovendien dat leiders zich toewijdden aan collectieve besluitvorming.
"De eerste stap was om het team in kaart te brengen en te bepalen wat wel en wat geen wereldkampioenschapsmateriaal is", legt Stella uit. "Maar ook: wie zijn de sleutelpersonen die hun eigen domein moeten leiden? En tot slot geloofden we in een model dat gebaseerd is op samenwerking. Ik herinner me nog goed dat er bij de aankondiging dat we van één naar drie technisch directeuren gingen, veel vragen waren over wie dan de beslissingen zou nemen. Voor mij is dat nooit een probleem geweest, omdat mijn manier van werken zo samenwerkingsgericht is dat wie niet zo'n instelling heeft, simpelweg überhaupt niet aan tafel zit."
"Beslissingen ontstaan meestal uit een kritische massa aan informatie, niet omdat er ergens een dictator is die op een bepaald moment de knoop doorhakt. Zak en ik geloofden dat dit kon werken. Sindsdien hebben we Rob Marshall toegevoegd als vierde technisch directeur en de dynamiek is nog steeds hetzelfde gebleven. Maar de culturele basis en gedragskenmerken mogen nooit verwateren, anders begint dit model te lijden. Het vereist dus veel aanwezigheid en een goed begrip van wat er binnen het team gebeurt om deze manier van werken te beschermen. Het zijn de menselijke interacties die echte betekenis geven aan wat we bereiken."
Andrea Stella vindt het in zijn rol als teambaas belangrijk dat alle personeelsleden zich ook echt betrokken voelen.
Foto door: Mark Sutton / Motorsport Images
Ondanks zijn bescheidenheid heeft Stella genoeg om trots op te zijn na de afgelopen tweeënhalf seizoen. Gevraagd naar wat het meest bevredigende aspect is van het leiden van McLaren naar een wereldtitel, zei hij dat hij daar "duizend verschillende antwoorden" op zou kunnen geven – en dat ze allemaal kloppen – maar uiteindelijk wees hij op de manier waarop hij iedereen binnen het team van meer dan duizend mensen onderdeel heeft kunnen maken van die reis.
"Het bijdragen aan het binnenhalen van een kampioenschap voor McLaren is zeker een van de hoogtepunten", zegt hij. "Niet alleen vanwege de erfenis van het McLaren Formule 1-team, die natuurlijk overweldigend is en laat zien hoe prestigieus en bevredigend dit is, maar ik denk ook aan de duizend mensen en de manier waarop dit gevierd is. Ik heb veel kampioenschappen gewonnen [bij Ferrari], maar bij deze was echt iedereen zó blij, omdat iedereen voelde: 'Dit is van mij, dit heb ik verdiend, hier heb ik aan bijgedragen, ik ben samen met dit team gegroeid.' Voor mij is het dan ook het meest bevredigend dat ik iedereen bij McLaren dit gevoel en een besef van voortdurende vooruitgang heb kunnen geven. Er zit bijna meer voldoening in de reis dan in het uiteindelijke resultaat. Uiteindelijk zijn het de menselijke interacties die echte betekenis geven aan wat we bereiken."
Source: Motorsport