Home

Opinie: We zullen later met schaamte en afschuw terugkijken op het systeem van dierenleed

Wat kunnen wij, als bezorgde dierenartsen en als getuigen van het dagelijks lijden in de veehouderij, nog doen om duidelijk te maken dat het dierenleed geen enkel moreel doel dient?

Vier jaar geleden werd door beide Kamers een wetswijziging aangenomen om landbouwdieren een dierwaardiger leven te geven. Na boerenprotesten werd dit niet uitgevoerd, maar vroeg de minister organisaties uit de landbouwsector en detailhandel om samen met de Dierenbescherming tot een convenant te komen. Dit zojuist ondertekende convenant echter is zwaar teleurstellend met weinig concrete verbeteringen voor het dierenleven.

Geen wroetmogelijkheden voor het varken, geen weidegang voor koeien, en nauwelijks meer ruimte of levensvreugde voor de dieren. Bovendien met de wetenschap dat convenanten met de industrie zelden worden uitgevoerd.

Ook in de komende jaren zal de agro-industrie doorgaan met het opsluiten, verminken en doden van miljoenen dieren onder omstandigheden die we voor geen enkel ander levend wezen zouden accepteren. En wíj, consumenten, blijven het accepteren en hun vlees en eieren kopen. Efficiënt, noodzakelijk en goedkoop.

Over de auteurs

Arabella Burgers, Anne Hanssen en René van der Luer zijn alle drie dierenarts, oprichters en voormalig bestuursleden van Caring Vets. Tegenwoordig zijn zij lid van de Commissie voor Advies van Caring Vets.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Intelligent en sociaal

Als dierenartsen weten we hoe landbouwdieren leven. Een moedervarken, intelligent en sociaal, ligt vastgeklemd tussen stalen stangen. Ze kan zich niet omdraaien. Haar biggen worden veel te vroeg bij haar weggehaald en geplaatst in betonnen donkere barakken dicht op elkaar om vet te mesten, want de moeder moet opnieuw geïnsemineerd.

Vleeskuikens groeien zo snel dat hun poten het gewicht niet meer kunnen dragen en zij brandblaren krijgen door de uitwerpselen waar zij op liggen. Van de leghennen heeft ruim 80 procent een gebroken borstbeen door de onnatuurlijke productieomstandigheden.

Kalfjes worden direct na de geboorte bij hun moeder weggehaald en eenzaam in een kooitje gestopt, omdat moeders melk voor de verkoop is. De koeien raken uitgeput door het produceren van veel te grote hoeveelheden melk. Na gebruik worden de dieren op transport gezet en geslacht, in doodsangst en met ernstig dierenleed.

Dit zijn geen uitzonderingen. Dít is ons veehouderijsysteem. Stel je voor dat dit honden of katten zou betreffen. We houden van onze hond en knuffelen onze kat. We veroordelen dierenmishandeling met overtuiging. Hoe kunnen we dan zo weinig empathisch zijn voor landbouwdieren?

Morele splitsing

Robert Sapolsky beschrijft dit als een morele splitsing die we maken tussen ‘wij’ en ‘zij’ – gebaseerd op soort, ras of geslacht. Zoals we dat ook zien bij slavernij of genocide. We verhogen de waarde van degenen die bij onze groep behoren: ‘wij’ met onze huisdieren verdienen een goed leven en ‘zij’ de landbouwhuisdieren, betalen onze goedkope producten met hun lijden en dood.

‘Productiedieren’ kunnen daardoor routinematig behandeld worden op manieren die we bij elk ander voelend wezen zouden verafschuwen. Verstopt achter woorden als ‘slachtgewicht’, ‘zeugenproductie’, ‘kostenpost’ en ‘uitval’, wordt verhuld dat het gaat om dieren met gevoelens, die pijn, angst en frustratie kunnen ervaren. Hun identiteit verdwijnt en wordt gereduceerd tot gewicht, rendement en efficiëntie. Want ‘zij’ zijn bedoeld voor de slacht en ‘wij’ eten graag goedkoop vlees.

Hannah Arendt noemde het de banaliteit van het kwaad: grote misstanden ontstaan zelden uit kwaadwillendheid, maar juist doordat mensen simpelweg hun werk doen, hun rol vervullen, en het geheel uit het oog verliezen. Niet door slechteriken, maar door gewone mensen – boeren, dierenartsen, transporteurs, slachthuismedewerkers – die vaak oprecht denken dat ze iets goeds of noodzakelijks doen.

Wij spreken ons uit als vertegenwoordigers van Caring Vets, een vereniging van dierenartsen voor dierenwelzijn, en van Caring Movement, een vereniging van artsen, dierenartsen, boeren en anderen die zich inzetten voor een betere planeet. En we gaan in gesprek binnen en buiten onze beroepsgroep, met politici en beleidsmakers. Maar al te vaak worden onze zorgen echter weggezet als overdreven, activistisch of strijdig met voedselzekerheid. Alsof compassie een luxeprobleem is.

Garantie voor voedselzekerheid

Maar het tegendeel is waar. De veehouderij zoals die nu bestaat, verslindt grond, water en plantaardige eiwitten en calorieën om daarna op een bijzonder inefficiënte en vervuilende manier te worden omgezet in dierlijk eiwit. De beste garantie voor échte voedselzekerheid ligt in een systeem dat vooral plantaardig, duurzaam en rechtvaardig is. Een systeem dat ruimte biedt aan leven – niet aan leed.

Dus wij stellen de vraag aan u, de politiek, de burger, de consument: wat kunnen wij nog doen, als bezorgde dierenartsen, als getuigen van het dagelijks dierenleed in de veehouderij, om duidelijk te maken dat dit lijden geen enkel moreel doel dient? Dat dit convenant géén wezenlijke verbetering betekent? Behalve blijven spreken, blijven schrijven, blijven hopen dat de samenleving opstaat, wat rest ons nog?

Zolang dit systeem als normaal of noodzakelijk geldt, verandert er niets. Zolang dieren ‘de ander’ blijven, een anonieme massa waar we liever niet over nadenken, zijn we allemaal medeverantwoordelijk. Voor een systeem waar we later met schaamte en afschuw op terug zullen kijken.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next