EK hockey Met haar voornaam op haar rug wordt strafcornerkanon Yibbi Jansen zondagavond Europees kampioen en topscorer van het toernooi. Zoals ze aan haar carrière bouwde, bouwt ze nu aan het merk Yibbi. „Als iedereen naar je kijkt, dan is het heel knap dat je het gewoon weer doet.”
Yibbi Jansen in actie tijdens de gewonnen EK-finale tegen Duitsland (2-1).
Een nieuwtje voorafgaand aan het EK hockey in Mönchengladbach: Yibbi Jansen (25) speelt interlands vanaf nu met haar voornaam op haar shirt.
Het is iets kleins, maar toch niet onbeduidend. Jansen, in november verkozen tot beste hockeyster ter wereld, weet precies wat ze doet. Ze is hard op weg om het gezicht van deze hockeygeneratie te worden, een hockeysuperster. Iemand die niet alleen naast het veld om een selfie wordt gevraagd, maar ook in de supermarkt. Iemand die geen achternaam meer nodig heeft.
En dan helpt het natuurlijk ook dat je Yibbi heet. „Mijn ouders hebben me een unieke naam gegeven”, zegt ze zelf een paar dagen voor de finale. „Ik kan deze kans nu aangrijpen.” Het is, net als haar hoge staart met blonde krullen en haar witte haarband, „toch weer iets herkenbaars”.
Met haar ploeggenoten wordt Jansen zondagavond Europees Kampioen, ten koste van thuisland Duitsland. Een wedstrijd die na een sterke Nederlandse start met twee goals (Pien Dicke en Luna Fokke), toch nog heel spannend wordt, als Duitsland met wat mazzel scoort in het derde kwart. Het lukt Oranje niet de afstand te vergroten. Als Jansen met een tijdstraf op de bank zit, ziet ze hoe de Duitsers nog dichtbij de 2-2 komen. Maar de tijd tikt verder en het blijkt genoeg: opnieuw slepen de machtige Oranjevrouwen de Europese titel binnen, de vijfde op rij.
Jansen is met zes doelpunten topscorer van het toernooi én wordt verkozen tot speelster van het toernooi. Snikkend loopt ze terug naar haar teamgenoten, nadat ze kort voor de medailleceremonie de prijs in handen krijgt. Dicke gooit meteen een arm om haar heen. „Toch een beetje ontlading”, zegt ze na afloop. Opmerkelijk was het wel, normaal toont Jansen weinig emotie. Dat lukt haar gewoon niet altijd, vertelt ze. „Dus ik was best blij dat het nu wel kwam. Het is ook weleens lekker als je dat eruit kunt laten.”
Vooral in de halve finale bewijst Jansen hoe belangrijk zij als wapen is voor dit Oranje. Met haar dodelijke strafcorner breekt ze vrijdagavond eigenhandig het duel tegen Spanje open.
Jansen viert de 5-0 in de groepswedstrijd tegen Frankrijk. Foto Sem van der Wal
Dat was nodig ook, zegt ze na afloop. Want waar vooraf gespeculeerd wordt over een Nederlands doelpuntenfestijn, is het Spanje dat vroeg op voorsprong komt. Zelfs de Spaanse spits die de bal knap binnentikt, Patricia Álvarez, lijkt het amper te geloven. Met een verwonderde grijns zit ze, net gewisseld, op de bank.
Maar dan, in het tweede kwart, laat Jansen zich gelden. Haar eerste strafcorner van de wedstrijd wordt gestopt, maar de tweede, meteen daarna gegeven, gaat er feilloos in. Loeihard links langs de keeper. De stadioncamera schakelt vlug naar de tribune, waar haar ouders zitten. Veel hockeyliefhebbers zullen haar vader herkennen: oud-Oranje-keeper Ronald Jansen.
Jansen maakt er daarna nog twee (eindstand 3-1), waar ze eerder in dit toernooi nog meer moeite had met scoren. Met haar hattrick stuwt ze haar statistieken op naar een indrukwekkende 96 doelpunten in 98 interlands. Ook veelzeggend: wanneer de Spaanse lijnstop Coti Amundson met een katachtige beweging wél een corner van Jansen weet te stoppen, viert ze dat alsof het een doelpunt is.
Na afloop, in het hoekje van het stadion waar alle uit Nederland overgekomen familieleden even bijkletsen met de speelsters, staat ook Ronald Jansen, met een oranje Hawaiiketting over zijn witte overhemd. Jansen, die normaal ook de kritiek niet schuwt, spreekt bewonderend over het spel van zijn dochter. „Als je alle media-aandacht krijgt, als iedereen naar je kijkt, dan is het heel knap dat je het gewoon weer doet. Dat is natuurlijk waar het vaak fout gaat bij sporters. Maar bij haar voorlopig nog niet, blijkbaar. Ze weet de rust zelve te blijven, ze weet waar ze voor staat.”
Wat maakt Jansen nou zo sterk? Om te beginnen is ze gewoon een heel goede veldspeler, zegt Gilles van Hesteren. Van Hesteren was het afgelopen jaar coach van SHCH, de club in Bilthoven waar Jansen sinds 2019 speelt. „Je wordt niet de beste speler van de wereld alleen maar om een goede corner. Ze heeft veel techniek, creativiteit, ze durft een loopactie te maken, ze durft te dribbelen. Ze heeft een splijtende pass in huis en ook een hoge, lange bal.”
Yibbi Jansen in actie tegen Emilia Landshut van Duitsland tijdens een poulefase op het EK Hockey in Mönchengladbach.Foto Robin van Lonkhuijsen
Dat gezegd hebbende: haar corner is van wereldkwaliteit, zegt Van Hesteren. „Yibbi kan ze met heel veel schijn nemen. En met veel ontspanning, het is niet alleen kracht, maar ook souplesse, techniek. Ze heeft een goede versnelling, is net een elastiekje. En ze kan zich aanpassen aan het moment.” Als de bal niet lekker stil ligt, of niet op de goede plek, is Jansen toch in staat hem te maken.
Je moet daar stapje voor stapje beter in worden. „Het is een supercomplexe beweging, heel onnatuurlijk.” En ook mentaal is het nemen van zo’n corner lastig. „De druk ligt op jou.” Maar daar lijkt Jansen weinig last van te hebben, zegt hij. Neem ook die verkiezing van hockeyster van het jaar. „Je ziet vaak dat spelers dan eventjes wat minder presteren. Maar Yibbi niet, vind ik. Die laat zich niet gek maken.”
Al op heel jonge leeftijd is te zien dat Jansen een goede corner in zich heeft, weet Ronald Jansen. De keuze om zich te specialiseren komt echt van haar, zegt hij, maar hij kon zich er goed in vinden. „Ik heb vroeger wel tegen haar gezegd: probeer iets extra’s te kunnen. Als het dan gelijk is tussen jou en een ander, dan word je eerder gekozen.”
Jansen heeft „het geluk” dat Ronald strafcornergoeroe Toon Siepman kent, waar ze van jongs af aan al mee werkt. „Dan ging ze een keer in de twee maanden langs en gaf hij advies: doe een klein beetje meer dit of dat. Ik heb er geen kijk op. Maar het heeft haar 100 procent geholpen, want het is niet alsof ze boomstammen van armen heeft. Het is allemaal techniek, techniek, techniek.”
De keuze voor de corner is slim geweest, zegt Marc Lammers. Lammers, voormalig bondscoach van de vrouwen, was tien jaar terug samen met Ronald Jansen een periode trainer van het jeugdteam van Den Bosch waar Yibbi Jansen als jonge tiener hockeyde. De dochter van Lammers zat ook in dat team. Lammers herinnert zich nog hoe „fanatiek” Jansen altijd haar strafcorners oefende op het kunstgrasveldje achter in de tuin. „Ze is gewoon heel vroeg begonnen aan dat specialisme. En misschien was ze als hockeyer nog niet helemaal volgroeid, maar als je een goede corner hebt, maak je wel speelminuten en word je beter.”
Yibbi Jansen tijdens de Pro League-wedstrijd tegen Australia, in juni in Amstelveen.Foto Leiting Gao/SPP/Shutterstock
Duidelijke keuzes maken, dat typeert Jansen, zegt haar voormalig SCHC-coach Van Hesteren. Die strafcorner is daar maar een voorbeeld van, vindt hij.
Dat klopt wel, zegt Jansen zelf. Zo vertrok ze als 16-jarig talent van topclub Den Bosch naar degradatiekandidaat Oranje-Rood, met het idee dat ze daar meer speelminuten kon maken. Een beslissing die lang niet iedereen begreep. Jansen: „Toen voelde dat gewoon goed. Dat klinkt misschien enigszins zweverig, maar je kunt best voelen: dit past bij mij. En het heeft goed uitgepakt: ik heb veel strafcorners kunnen spelen, heb op het middenveld gestaan.”
Nog zo’n duidelijke keuze: op haar 21ste, niet lang voor de Olympische Spelen van Tokio, nam Jansen afstand van Oranje. Tijdelijk, al was dat toen natuurlijk nog niet zeker. „Ik kwam op mijn achttiende bij het Nederlandse team, heb daar een aantal jaar ‘bijgehangen’. Toen ik 21 was heb ik gezegd: op deze manier gaat het niet werken voor mij. Dit gaat niet bijdragen aan wie ik als mens en als hockeyster ben. Met het geloof: het gaat me ooit lukken.” Ook die keuze heeft haar veel gebracht, zegt Jansen. „Het is voor mij mentaal heel goed geweest. Het gaat aan je knagen als je ergens te lang op je tenen loopt.”
Bij de Olympische Spelen van Parijs speelde Jansen een sleutelrol. In een uiterst moeizame finale tegen China, waarin Nederland koortsachtig joeg op een gelijkmaker, scoorde Jansen in het laatste kwart met een strafcorner. Oranje won op shoot-outs.
Van Hesteren zag hoe daarna de Yibbi-gekte in alle ernst losbarstte. Na wedstrijden staat Jansen soms „met wel vijftig hockeymeisjes om zich heen”, die hopen op een selfie, handtekening, of haar witte haarband. „Ik heb ook weleens gezegd: Yibbi moet nu weg, ook al was dat niet echt zo. Maar anders blééf ze daar maar aan het veld staan.”
Jansen gaat steeds bewuster om met haar imago, zeker nu ze het afgelopen jaar steeds bekender is geworden. „Het is leuk om jezelf neer te zetten”, zegt ze er zelf over. Ze heeft, zeker voor een relatief kleine sport als hockey, veel volgers op Instagram (ruim 100.000). Ze post er sportfoto’s, wat sponsordingen en hier en daar iets van vakantie of een koffie op een terras.
Haar laatste post is een foto van haar shoot voor mannenblad FHM. In mei werd ze verkozen tot Sportvrouw van het Jaar – het magazine spreekt sinds dit jaar wegens de tijdgeest niet meer van ‘Mooiste Sportvrouw’. Jansen heeft er „het lef voor” om daar ‘ja’ op te zeggen, vindt Van Hesteren. „Vroeger werd het gezien als vleeskeuring. Genoeg meiden hebben er ‘nee’ op gezegd. Maar Yibbi die overlegt dat met wat mensen en beslist vervolgens: ik heb dat nog nooit gedaan, dat lijkt me leuk.”
Yibbi Jansen op 17-jarige leeftijd met haar vader Ronald in 2017. Foto: Andreas Terlaak
„In deze woke wereld vindt iedereen er natuurlijk weer wat van,” zegt Ronald Jansen. „Maar ik vind het mooi, een waardering voor zo’n kleine sport.”
En die naam achterop, dat vindt hij net zo goed mooi. „Iedereen kent haar als Yibbi, waarom zou je dan met Jansen op je rug lopen? Yibbi is gewoon een merk.” De bijzondere naam komt trouwens van haar moeder, die hem gehoord meende te hebben in een BBC-documentaire.
Ja, zegt Jansen zelf ook, Yibbi is een merk geworden. Een merk waar ze plannen mee heeft. „Ik heb daar zeker ideeën over.” Maar, ook al klinkt dat misschien „een beetje flauw”, nu wil ze daar nog niks over kwijt.
Maar hoe leuk hij dat merk ook vindt, uiteindelijk staat of valt alles met de sportprestaties, zegt haar vader. Dat is de basis, misschien nog wel meer zo gauw je als sporter een bekend gezicht wordt. „Want je weet ook hoe dat gaat. Als je niet meer presteert ben je als eerste aan de beurt.”
Daar hoeft Jansen, topscorer en speler van het toernooi, zich in Duitsland zondagavond in ieder geval geen zorgen over te maken. En ook na de wedstrijd is er weer al die aandacht. Journalisten staan voor haar in de rij. En daarna wacht nog het hoopvolle meisjesleger langs de kant, dat het op een gillen heeft gezet. „Ze zijn wel luid”, merkt Jansen op. Maar ze belooft dat ze straks langs loopt.
Ook de hockeymannen speelden dit weekend een EK-finale tegen thuisland Duitsland: een herhaling van de olympische finale van vorig jaar. Opnieuw kwam het zaterdagavond tot shoot-outs, nadat Duitsland vrij laat in de wedstrijd gelijk maakte (1-1). Ditmaal trokken de Duitsers aan het langste eind, met doelman Jean-Paul Danneberg in een heldenrol. De Nederlanders zagen vrijwel alle pogingen mislukken, waarmee een einde kwam aan een recordreeks van acht gewonnen shoot-out-series op rij. Zo ging Jorrit Croon, normaal bijna altijd trefzeker, net over de tijd. Croon zei tegen de NOS dat de zoemer eerder ging dan hij verwachtte en dat ook de keeper nog niet klaar stond.
Bondscoach Jeroen Delmee liet na afloop weten dat hij evengoed tevreden was over het spel van Oranje, dat in het tweede kwart op voorsprong kwam door een strafcorner van Tijmen Reyenga. „Ik denk dat we verder zijn dan in Parijs. Als ik kijk hoe we de wedstrijd gedomineerd hebben, hoe we gespeeld hebben, de energie die we uit willen stralen, de manier zoals we pressen. Maar er is maar een statistiek die telt: hoeveel ballen er in het netje liggen.” Zijn ploeg verzuimde een tweede goal te maken. Zo kon Justus Weigand, via een Nederlandse stick, in het vierde kwart gelijk maken.
Twee jaar geleden won Oranje het EK wel, een jaar later werd de ploeg olympisch kampioen en dit jaar wonnen de hockeymannen de Pro League, de competitie van beste hockeylanden wereldwijd. Delmee: „Het is de analyticus in mij, ik denk dat het goed is om een keer te verliezen, want dat wil je over een jaar niet.” Volgend jaar is het WK in Nederland en België. Sinds zijn aanstelling in 2021 verjongde Delmee flink – en met succes. „We hebben jongens die hebben eigenlijk nog bijna niks verloren. Die voelen toch ook maar even: het is niet normaal dat je wint.”
Source: NRC