Grachtenfestival Het Amsterdamse Grachtenfestival is de jaarlijkse springplank voor klassiek en jazztalent op ongewone concertlocaties als de ambtswoning, een oud stoomgemaal of de Bijenkorf. Maar onbetrouwbare concerttijden dragen niet bij aan een fijne festivalervaring.
Fleur Peereboom speelt een solo tijdens het optreden van de Chris Muller Bigband.
‘Water’ is dit jaar het thema van het Amsterdamse Grachtenfestival. Wat een vrolijkmakend pleonasme. Festival Oude Muziek, kijken jullie mee? Keertje iets doen met ‘Renaissance’? Kamermuziekfestival Schiermonnikoog, denk ook eens aan het thema ‘Eiland’.
De twee eerste dagen van het Grachtenfestival. Gehoord: 15-16/8, diverse locaties in Amsterdam.
Grachtenfestival t/m 24 augustus. Info: grachtenfestival.nl
Het is een fijn festival, het Grachtenfestival. Zo’n 150 klassieke en jazzconcerten zijn dit jaar verspreid over 81 locaties, soms behoorlijk bijzondere plekken zoals de ambtswoning van de burgemeester, de Bijenkorf en een heel aantal musea. Daarin krijgt vooral jong talent een waardevolle kans om publiek te vinden.
Op de opening vrijdagavond in de indrukwekkende Koningin Máxima Zaal van KIT (de nieuwe naam van het Koninklijk Instituut voor de Tropen) geeft altviolist Takehiro Konoe een voorproefje. Hij won vorig jaar de Grachtenfestivalprijs en is dus nu artist in residence. Met drie andere altviolisten speelt hij Fantasie voor vier altviolen van York Bowen, een tamelijk zeldzame bezetting. Altviolisten zijn gewend om als middenstem de hoge en lage stemmen te kleuren, en dat valt op als vier altviolen ineens zelf in de spotlight staan. Er zit een vriendelijke passiviteit in hun spel, waarin niemand het voortouw wil nemen. Ook Konoe op de eerste positie niet. Hij valt weg tegen tweede altviool Otoha Tabata, die de teugels in handen neemt en wier toon veel interessanter is om naar te luisteren.
Het is een beetje een anoniem begin van het festival. Dat maakt de Chris Muller Bigband, achttien mens sterk, goed met een oorverdovend feest. Vooral de geweldig opgebouwde solo’s van saxofonist Miguel Valente zijn een lust.
Zaterdagmiddag speelt de onvolprezen cellist Lidy Blijdorp (die in 2012 het Grachtenfestival Conservatorium Concours won) in De Meervaart uit het hoofd twee delen uit de Cellosuite van Gaspar Cassadó. Ze omlijst een programma waarin jong talent (allemaal vrouwen) om de beurt mag spelen. Daartussen valt vooral violist Vivian Giesbertz op met haar indrukwekkende vertolking van deeltjes uit Reena Esmails drishti, een samensmelting van Noord-Indiase en Europese klassieke muziek met als tooncentrum een flagiolet op E. Een technisch ontzettend moeilijk werk, zowel virtuoos meeslepend als meditatief verstild – met een moeilijk pad daartussen. Giesbertz is knap onderweg.
Het is mooi dat het Grachtenfestival zo ver buiten de grachten komt, ‘helemaal’ in Nieuw-West, met ruim 170.000 bewoners uit allerlei culturen het grootste stadsdeel van Amsterdam. Des te teleurstellender is het dat de kleine zaal maar voor een kleine helft gevuld is met een nogal homogeen ouder publiek, (visueel) niet anders dan bij concerten in het centrum, waarvan bijna de helft met busjes is opgehaald uit een ouderenhuisvesting. Gelukkig wel een uit de buurt.
Het handjevol jongeren dat komt luisteren, omhelst na het concert innig een van de musici: familie en vrienden dus. Ook op de andere concerten valt op hoe oud het publiek is, daartussen voel je je als jongere bezoeker toch een beetje alleen. Dat doen veel andere festivals, ook ver buiten de meest diverse stad van het land, toch beter.
Concreet probleem: het concert loopt bijna een kwartier uit. Uitloop is bij een gewone zaalprogrammering niet zo erg (al is het vervelend als je een trein moet halen), maar op een festival is zo’n kwartier schier-onvergeeflijk. Natuurlijk heb je thuis uitvoerig concerttijden naast reistijden gelegd en een mooie verheugplanning gemaakt. De reistijd tussen De Meervaart en het Concertgemaal in Amsterdam Noord is drie kwartier. Dat is te doen, zelfs met trage uitloop en een snelle plaspauze.
Maar níet als het concert een kwartier uitloopt. Ineens verandert de tussentijd in een uiterst stressvolle reis door het Amsterdamse verkeer, die alle ontspanning van het voorgaande concert compleet doet vergeten. Later blijkt dat alle bezochte concerten tot een kwartier uitlopen, wat het gevoel geeft dat je de programmering van het Grachtenfestival niet kunt vertrouwen. Ook dat doen veel andere festivals beter.
En dus zit er bij het Concertgemaal niets anders op dan maar buiten op een stenen randje te gaan zitten. Er staat een deur open, waardoorheen het inmiddels gestarte The Graces Piano Trio te horen is. Het Concertgemaal is een onderschatte concertlocatie in een oud stoomgemaal waar zestig mensen in passen, middenin het groen aan de Kadoelerbreek, een klein meertje. Aan het begin van Mendelssohns Eerste pianotrio, vliegt hoog een groepje kibbelende halsbandparkieten over. Aan het einde voelt zelfs een boomvalk zich veilig genoeg voor een sereen vluchtje over het water.
Tussen Mendelssohn en Sjostakovitsj’ Tweede pianotrio is er een vriendelijke medewerker die nog wel een stoel in de gang wil zetten. Binnen blijkt dit concert het hoogtepunt van de eerste twee dagen Grachtenfestival. Dat het The Graces Piano Trio jong talent is, is eigenlijk ongelofelijk. Violist Nata Roinishvili en cellist Silvia Gira zijn zo op elkaar ingespeeld, dat hun unisono’s klinken alsof ze door dezelfde twee handen worden gespeeld. Ze zoeken nog naar een meer bezonken klank, maar dat komt wel. Pianist Salome Jordania verrast al helemaal: zij heeft maar een paar tonen nodig om een wereld te scheppen. Het laatste deel, ‘Allegretto’, klinkt doodeng kolderiek, gemeen bijtend. Met dit trio moeten we rekening houden.
De Chris Muller Bigband op het openingsconcert van het Grachtenfestival. Foto Rob van Dam
De laatste locatie om je zaterdag op te verheugen is de Passenger Terminal, waar enorme cruiseschepen Amsterdam met golven toeristen overspoelen. Gaaf, wanneer kom je daar nou als je enigszins om het klimaat geeft? De grote open ruimte blijkt een geweldige concertzaal, waar slagwerker DOMNIQ (Dominique Vleeshouwers) solo wat van zijn eigen muziek en met klein ensemble werk van Glass speelt. Zijn eigen werk is ultiem dromerig, met veel lichtjes aangeslagen xylofoon in elektronische echo’s die in een mooi stereobeeld alle kanten opwapperen.
Dat DOMNIQ geen doodsimpele akkoordenschema’s gebruikt, en de vorm van zijn herhalingen continu verandert, houdt het gelukkig weg van neoklassiek, maar het is allemaal zó consonant dat het wachten is tot de eerste persoon met een duim in de mond op de grond glijdt. Als DOMNIQ de lieve geluidjes laat loopen in een steeds grotere chaos is het net alsof je aangevallen wordt door een groep bloeddorstige schattige puppy’s.
Spannender is de tweede helft: delen uit Glass’ Águas da Amazônia, een verklanking van meerdere rivieren in het Amazonebekken, oorspronkelijk uitgevoerd door een Braziliaanse groep die zelf hun instrumenten bouwden. Vleeshouwers vroeg speciaal toestemming om dat na te mogen doen. Volgend jaar gaat hij ermee toeren, en dit voorproefje doet daarop verheugen.
De xylofoon mist na de eerste helft z’n verrassende uitwerking, maar de slapaphone (een grote constructie van gestemde open PVC buizen waarop de slagwerker slaat met iets wat net geen tafeltennisbatje en ook net geen teenslipper is) is tamelijk spectaculair om in serieuze muziek te horen. De bassige toon is uiterst distinctief. Voor dat instrument, en ook voor de Zuid-Amerikaans luchtige fluituithalen (‘Hrrrff!’) van Maria Cristina Gonzalez gaan opvallend veel filmende telefoontjes de lucht in.
Grachtenfestivalpubliek luistert in de Dominicuskerk naar Kika Sprangers. Foto Rob van Dam
Source: NRC