Home

Bestsellerschrijver Pat Barker: ‘Ik verafschuw de term ‘giftige mannelijkheid’. Zo’n etiket maakt het alleen maar erger’

De klassenmaatschappij is terug van nooit helemaal weggeweest in de Britse literatuur. Bestsellerschrijver Pat Barker, zelf ooit arbeiderskind, ziet de sociale mobiliteit stokken: ‘Vooral jongens hebben het zwaar.’

Eerder dit jaar beleefde de Britse, feministische schrijver Pat Barker een belangrijk en uiterst persoonlijke moment in haar leven. Voor het eerst zag ze, op 82-jarige leeftijd, een foto van haar vader. Een afbeelding, uit gemeentelijke archieven, van de man die er voor haar geboorte vandoor was gegaan. ‘Het was goed om zijn gezicht te zien. Ik ontmoette ook een nazaat van hem. Ze zei dat het verlaten van mijn moeder het beste was wat hij voor me had kunnen doen. Hij verwoestte alles wat hij aanraakte. Een lucky escape.’

Barker vertelt dit verhaal in het huis van haar dochter Anna, in de heuvels nabij Durham in het noordoosten van Engeland. Naast haar ligt Jack, een 11 jaar oude jack russell die een trapje nodig heeft om van de sofa te komen. Tegen het einde van het interview roept ze Anna erbij, om te praten over het nog uit te geven boek dat ze hebben gemaakt over de speurtocht naar hun vader en grootvader. ‘Drie generaties vrouwen, Anna, haar dochter en mezelf, op zoek naar de mysterieuze man zonder wie we niet hadden bestaan.’

ZOMERSERIE: SCHRIJVER IN EUROPA

Wat bindt Europese schrijvers? Is er sprake van een Europese cultuur? En hoe zie je die terug in de literatuur? Een wekelijkse interviewserie met zes prominente schrijvers. Deze week: de Britse schrijver Pat Barker. Lees ook eerdere interviews met de Duitse schrijver Caroline Wahl en de Belgische schrijver Gaea Schoeters.

‘In onze familie stond deze Schot bekend als ‘de Monarch van de Clan’, maar we ontdekten dat hij eerder ‘de Wezel van de Clan’ was. Hij was uit de luchtmacht gedeserteerd en werd tijdens de oorlog rijk op de zwarte markt’, zegt Barker. ‘Hij had elke maand een huis kunnen kopen, hij had zijn arme vrouw en kinderen kunnen onderhouden, maar al zijn geld stak hij in het gokken op paarden en windhonden. Alleen drinken deed hij niet. Zijn eigen vader was een gewelddadige alcoholist.’

Patricia Mary W. Barker werd in 1943 geboren op wat enkele jaren later de Britse bevrijdingsdag zou worden (‘Als klein meisje dacht ik dat het feest op 8 mei voor mij was’). Deze ontmaskerde man had invloed op haar leven, en daarmee ook op haar schrijverschap. Dat blijkt uit de titel van het te publiceren ‘memoir’: Dipped in Ink. Dat zijn woorden uit de laatste regels van een gedicht van de satirische Engelse dichter Alexander Pope. ‘Why did I write? Whose sin to me unknown/ Dipp’d me in ink, my parents’, or my own?

Met haar alleenstaande moeder Moyra trok ze indertijd in bij haar oma Alice en stiefopa William. Haar moeder trouwde en ging het huis uit, maar de jonge Pat koos ervoor om in het huis van haar grootouders te blijven. Nadat de snackbar van opa en oma failliet was gegaan, leefden ze van de bijstand, zo arm als een kerkmuis. Als eerste in de familie ging Pat studeren. Na haar studie internationale geschiedenis aan de London School of Economics werd ze docent en op haar 40ste debuteerde ze met Union Street.

Dat verfilmde debuut uit 1982 bestond uit zeven onderling verbonden verhalen over Britse arbeidersvrouwen wier levens tussen de restanten van de industrie worden gekenmerkt door armoede en geweld. Het zette de toon van haar schrijverschap en verankerde haar imago als stem van de arbeidersklasse. In de jaren negentig schreef ze, met in haar achterhoofd de bajonetwond van haar stiefopa, met Regeneration een trilogie over getraumatiseerde soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Lof oogstte ze voor haar ‘Trojaanse trilogie’, waarvan het slotdeel, The Voyage Home (vertaald als De reis naar huis), vorig jaar verscheen. In het derde deel ligt de nadruk op de traumatische nasleep van de Trojaanse Oorlog. Het perspectief ligt bij drie vrouwen. Clytemnestra wil zich wreken op Agamemnon, die hun dochter voor de oorlog heeft geofferd om de goden gunstig te stemmen. Cassandra, de seksslaaf van Agamemnon, voorziet haar dood en die van haar ‘eigenaar’. De verteller is Ritsa, een Trojaanse genezeres die moest werken als Cassandra’s bediende.

De drie vrouwen hebben één ding met elkaar gemeen: ze hebben kinderen verloren vanwege Agamemnons nietsontziende en egoïstische oorlogszucht.

Wanneer maakte u voor het eerst kennis met Homerus’ Ilias?

‘Op school. Ik zag het als een verhaal over twee mannen, Achilles en Agamemnon, die streden om een vrouw, de Trojaanse weduwe Briseïs. Ik stoorde me aan het feit dat zijzelf niet aan het woord kwam. Ze was als een pakketje dat van eigenaar wisselde. Daardoor verloor ik mijn interesse.’

Hoe kwam uw herontdekking van dit epos over de tienjarige belegering van Troje tot stand?

‘Ik werd gegrepen door het motto uit Philip Roths roman The Human Stain, namelijk dat de Europese literatuur, en daarmee de wereldliteratuur, is ontstaan uit een gevecht... een ruzie over het lichaam van een jonge vrouw. Een soort kroeggevecht. Het bracht me ertoe om de vrouwen uit Homerus’ werk een stem te geven. Van oudsher zijn vrouwelijke personages vaak afgeschilderd als eigendom of trofee.’

Welke vrouw boeide u het meest?

‘Ik ben eindeloos gefascineerd door Cassandra, de Trojaanse prinses die de maîtresse van Agamemnon wordt. De god Apollo schonk haar voorspellende gaven, maar omdat ze zijn advances weigerde, besloot hij haar te vervloeken. Hij spuugde haar in de mond, zodat niemand haar waarschuwingen zou geloven.

‘Ze waarschuwt de mensen die ze liefheeft, de inwoners van Troje, haar naasten. Ze voorspelt verdoemenis als Helena niet wordt teruggegeven. Zelfs wanneer Troje in de hens staat, wordt ze niet geloofd. Wanneer ze haar voorspellingen aan haar broer doorspeelt, wordt hij wel geloofd.

‘Het doet denken aan een Engelse komedie uit de jaren negentig, waarin een vrouwelijk personage niet wordt geloofd, maar als een man precies hetzelfde zegt, klinkt het: ‘Great idea!’ Er is in 2.500 jaar weinig veranderd.’

De vrouwen lijken meer sympathie te wekken dan de mannen.

‘Nou, probeer Agamemnon maar eens sympathiek neer te zetten. Toch zijn er momenten waarop hij menselijke trekken vertoont. Er is een scène waarin hij voor een feestmaal merels hoort zingen. De geluiden doen hem denken aan Troje. Ritsa ziet hem als een vermoeide man, die zich erop verheugt na tien jaar weer in zijn eigen bed te kunnen slapen.

‘De vrouwen vormen trouwens geen gezamenlijk front. Clytemnestra is een vakkundige en daadkrachtige koningin. Ze brengt niet alleen Agamemnon om, maar ook de zwangere Cassandra, terwijl ook zij een slachtoffer is. Clytemnestra ziet haar vooral als een jonge, knappe rivaal. Ritsa was het makkelijkst te beschrijven. Zij is een van de vrouwen uit de arbeidersklasse die is weggelopen uit mijn eerdere boeken. Krachtig en nuchter. Het meeste plezier beleefde ik aan de Furiën, de wraakgodinnen. Die hebben de tijd van hun leven aan het vervloekte hof van Agamemnon.’

Moest u bij het schrijven van de Trojaanse trilogie denken aan het heden?

‘Ja, ik dacht aan het lot van de kinderen, die altijd de grootste slachtoffers van een oorlog zijn. Dat zien we nu weer, in Oekraïne, in het Midden-Oosten. Zoals ook de mannen weer worden vermoord en de vrouwen tot slaaf gemaakt, een volk wordt uitgeroeid door moord en verkrachting.

‘Wat we ook terugzien is de cyclus van geweld, die overgaat van ouder op kind. Agamemnon wordt door zijn eigen vrouw vermoord, waarna hun zoon Orestes weer wraak neemt op zijn moeder. Wraakgevoelens zijn natuurlijk en makkelijk te begrijpen, maar ze kunnen fataal zijn. Ook op dat vlak is er opmerkelijk weinig vooruitgang geboekt.’

Er is veel aandacht voor de Griekse mythologie. Je hebt Emily Wilsons nieuwe Engelse vertaling van de Ilias en Stephen Fry’s hervertelling van de Odyssee. Komend jaar krijgen we Christopher Nolans fantasyverfilming van dat epos. Vanwaar die herwaardering?

‘We worden gebombardeerd met misdaad. Elke avond sterven er mensen op televisie, in het nieuws en in talloze wegwerpseries. Misschien keren we terug naar Homerus om meer te weten te komen over de onveranderlijke menselijke natuur. De verhalen uit de Griekse oudheid kunnen nog steeds boeien, terwijl iedereen weet hoe ze aflopen.

‘Wat ik heb proberen over te brengen, is dat de gewone bevolking wat gereserveerd stond tegenover die Griekse helden. Ze waren deels goed, maar over het algemeen gevaarlijk. Dat blijkt ook uit hun namen. Achilles betekent zoiets als ‘hij die de vechtende mannen verdriet bezorgt’. Odysseus staat voor ‘hij die pijn toebedeelt’.’

Zien we historische raakvlakken met de donkerste dagen uit de moderne Europese geschiedenis, met de Eerste Wereldoorlog bijvoorbeeld?

‘Ja, in het Britse onderwijs, zeker dat voor de elite, is altijd veel aandacht en bewondering geweest voor de Griekse oudheid, voor Achilles, Agamemnon en Odysseus. Er leefde een verlangen naar heroïek op het slagveld. Dat zagen we ook rond de Eerste Wereldoorlog, zeker in de beginjaren. De fataal gebleken Dardanellen-veldtocht van 1915 sprak helemaal tot de verbeelding, want in die contreien had ook Achilles gevochten.

‘De werkelijkheid bleek geheel anders te zijn. The Great War was een slopende slachtpartij. De loopgraven, net als later de concentratiekampen, hebben laten zien waartoe de mens in staat is. Nog steeds. In dat opzicht is die oorlog nog niet voorbij.’

Ook voor de Eerste Wereldoorlog is er in Engeland een toenemende interesse.

‘Rond de eeuwwisseling is de belangstelling toegenomen. Enerzijds omdat het tijd was om te reflecteren op een eeuw waarin Europa het epicentrum was van twee wereldoorlogen, en ook omdat ons land zelf betrokken raakte bij oorlogen in het Midden-Oosten. The Great War is symbool komen te staan voor alle oorlogen, net als de klaproos.

‘In Europa kijkt elk land op een eigen manier terug op het oorlogsverleden. Bij ons zie je een dubbele houding. Aan de ene kant wordt oorlog natuurlijk gezien als een verschrikking die zich nooit mag herhalen, maar tegelijkertijd wordt er grote waarde gehecht aan oorlogservaringen, aan de heroïek. In Amerika ligt dat anders. In de Amerikaanse geschiedenis is The Great War minder prominent aanwezig.’

De Britse klassenmaatschappij speelt een belangrijke rol in uw werk, ook in de boeken over de Eerste Wereldoorlog.

‘Een van de opmerkelijkste gegevens die ik bij mijn bronnenonderzoek tegenkwam, is dat officieren, die uit de betere klassen kwamen, gemiddeld 12 centimeter langer waren dan hun manschappen uit de arbeidersklasse. Voor de gewone soldaten was de oorlog zwaar. De overlevenden keerden met trauma’s terug, trauma’s waar weinig aandacht voor was. De klassenmaatschappij bleek niet te zijn veranderd.

‘Wat tijdens de oorlog wel veranderde, was de maatschappelijke rol van vrouwen, die meer vrijheid kregen. Veel van hen gingen in de oorlogsindustrie werken, wat beter betaalde dan hun eerdere betrekkingen. Hun mannen zaten voor een habbekrats als schietschijf in de loopgraven. Na de oorlog zwegen ze over hun ervaringen, mijn stiefopa ook.’

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde Groot-Brittannië, met het opzetten van de verzorgingsstaat, grote sociale mobiliteit en de krimp van het wereldrijk. Barker behoorde tot een generatie ‘noorderlingen’ uit de arbeidersklasse die succes zou genieten, net als de cultuurpaus Melvyn Bragg, toneelschrijver Alan Bennett, schilder David Hockney en historicus David Starkey.

Ze kreeg begin dit jaar van koning Charles de titel Dame, vanwege haar verdiensten voor de Britse literatuur. Ondanks al het succes is ze het noorden altijd trouw gebleven. Ze woont een kilometer of 50 van haar geboorteplaats Thornaby-on-Tees in het trotse graafschap Yorkshire. ‘Ik ben hier diep geworteld.’

Wanneer wist u dat u schrijver wilde worden?

‘Op mijn 10de. Ik bracht als meisje vele uren door in de bibliotheek en ontdekte dat mensen geld kregen voor het schrijven van al die mooie boeken. Mijn oma zei dat dat te weinig was en dat ik een echte baan moest zoeken. Dat deed ik, en aanvankelijk schreef ik in de avonduren.’

Wat las u zoal als tiener?

‘Jane Austen natuurlijk, maar ik vond de Brontës veel spannender. De ironie bij Austen ben ik later pas gaan waarderen. William Shakespeare verslond ik.’

Welke Europese schrijver is uw favoriet?

‘Albert Camus. Wat ik het meest bewonder aan zijn werk is de manier waarop hij abstracte ideeën combineert met emotionele diepgang, zodat de lezer wordt blootgesteld aan denken als gevoel en voelen als denken in één enkele, versmolten ervaring van een enorme kracht. Omdat hij over morele dilemma’s schrijft zonder valse hoop of wanhoop, kan hij generaties blijven aanspreken wier ervaringen met oorlog en ziekte heel anders zijn dan die van hemzelf, maar tegelijkertijd tragisch genoeg hetzelfde.

‘Eerlijk gezegd heeft mijn literaire vizier altijd de andere kant op gestaan, richting Amerika. Alice Walker, Toni Morrison, James Baldwin en George Saunders behoren tot mijn favorieten. Wat me treft in de Amerikaanse literatuur is het gemeenschapsgevoel, de koorzang die doet denken aan de Griekse koren. Een uitroep als ‘Praise the Lord!’ in een van Baldwins boeken. Dat spreekt me aan. Gezien de gebeurtenissen in het hedendaagse Amerika denk ik dat mijn collega’s aldaar genoeg stof hebben.’

Of Europa zich in literair-cultureel opzicht meer op zichzelf gaat richten, durft Barker niet te zeggen. Haar eiland dobbert een beetje in het midden, een positie die negen jaar geleden is versterkt door het referendum over de Brexit. Het noorden, haar noorden, stemde overwegend voor het verlaten van de Europese Unie. In het interview duikt het B-woord dan ook vanzelf op, wanneer het gaat over de geopolitieke deling van het Verenigd Koninkrijk, tussen het rijke zuiden en het armere noorden.

Hoe kijkt u aan tegen de Brexit?

‘Nou, ik weet niet hoeveel het te maken had met een afkeer van Brussel dan wel een afkeer van Westminster, van achtereenvolgende Britse regeringen. Er was een gevoel dat er iets moest veranderen. Wat me wel opviel, was dat er hier in het noorden vaak projecten waren die door Brussel werden betaald, maar waarvoor de plaatselijke overheid met de eer ging strijken. In de media die ik raadpleeg, hoor je vaak dat we weer bij de EU moeten komen. Dat zou langzaam helende wonden weer openrijten. Het laatste waaraan we nu behoefte hebben, is verdere verdeeldheid.’

Is er een Brexit-literatuur ontstaan?

‘Het is me niet opgevallen, eerlijk gezegd. Het lijkt erop alsof schrijvers, net als de leden van de regering, met een boog om dit taboe-onderwerp heen lopen. Een samenzwering van stilte.’

Wat is de trend in de Britse literatuur?

‘Jarenlang was er een focus op minderheidsgroepen, een obsessieve aandacht voor etnische afkomst. Amerikaanse invloed. Nu zien we weer dat er meer aandacht komt voor het klassiek Britse onderwerp dat ‘class’ heet. De sociale mobiliteit is aan het afnemen, mede door de enorme studiekosten. In mijn tijd was studeren goedkoop, je kreeg zelfs een beurs voor het lezen van boeken.

‘Vooral jongens uit de arbeidersklasse hebben het zwaar te verduren, door het gebrek aan perspectief en alle negatieve aandacht die ze krijgen. Ik verafschuw de term ‘giftige mannelijkheid’. Zo’n etiket maakt het alleen maar erger. De stap van puberteit naar volwassenheid is zwaarder dan ooit. Het is een goed teken dat de working class haar stem weer weet te vinden.

‘Ik was getroffen door Lowborn, een autobiografisch boek van een alleenstaande moeder uit Birmingham, Kerry Hudson, die is opgegroeid in een pleeggezin, slachtoffer is geworden van seksueel geweld en meerdere malen van school werd gestuurd. En aan al deze ellende heeft ze weten te ontsnappen. Ik bewonder haar veerkracht.’

Waar bent u nu mee bezig?

‘Het afronden van het memoir, dat grotendeels is geschreven door Anna en over anderhalf jaar verschijnt bij Penguin. Op mijn boeken ben ik nooit echt trots geweest, maar met Dipped in Ink zal dat anders zijn. Het is een ode aan de sterke arbeidersvrouwen door wie ik als kind omringd was.’

CV Pat Barker

1943 Geboren in Thornaby-on-Tees.
1962 Studeert geschiedenis en wordt docent.
1982 Literair debuut: Union Street.
1991-1995 Regeneration-trilogie.
1995 Krijgt Booker Prize voor de oorlogsroman The Ghost Road.
1997 Eredoctoraat aan The Open University in Milton Keynes.
2018-2024 Trojaanse trilogie: The Silence of the Girls (De stilte van de vrouwen); The Women of Troy (De vrouwen van Troje); The Voyage Home (De reis naar huis).
2024 Lid van de Fellowship of the British Academy.
2025 Krijgt de koninklijke eretitel Dame.

Pat Barker: De stilte van de vrouwen. Uit het Engels vertaald door Eefje Bosch. Ambo Anthos; 336 pagina’s; € 22,99.

Pat Barker: De vrouwen van Troje. Uit het Engels vertaald door Eefje Bosch. Ambo Anthos; 312 pagina’s; € 22,99.

Pat Barker: De reis naar huis. Uit het Engels vertaald door Eefje Bosch. Ambo Anthos; 320 pagina’s; € 24,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next