Met nog vier raceweekenden voor de boeg bezet Richard Verschoor de derde stek in de Formule 2-stand. De Nederlander kijkt tegen een achterstand van negentien punten aan op kampioenschapsleider Leonardo Fornaroli en heeft twee punten minder op teller staan dan runner-up Jak Crawford. Het is niet precies de uitgangspositie die Verschoor bij het ingaan van de zomerstop graag had gewild, aangezien de weekenden in Silverstone, Spa-Francorchamps en Boedapest niet helemaal naar wens zijn verlopen.
"De laatste paar weekenden gingen niet zoals ik wilde, nee. Het is wel een beetje à la Formule 2 natuurlijk, maar doet moet geen excuus zijn. Het was gewoon niet goed genoeg en ook wel echt balen. Ik was twee keer P11 in de kwalificatie en daardoor draaide ik net niet mee in de top-tien", duidt Verschoor op het reversed grid format. "Ik moet zeggen dat ik op dat soort momenten ook wel een beetje een nadeel van mijn gewicht heb gehad. Ik ben ongeveer tachtig kilo met alles aan. Qua regels pakken ze in de Formule 2 het gemiddelde van alle coureurs met nog een beetje erbij, maar daar zit ik zwaar boven doordat ik zo lang ben. Mensen zeggen misschien 'je moet afvallen', maar bij mij kan er eigenlijk niks meer af."
De lengte en daarmee samenhangend het gewicht vormen zodoende een 'kleine handicap' in de Formule 2, zoals Verschoor het zelf noemt. "We zijn onderaan de streep gewoon zo'n drie kilo zwaarder dan de rest. In Boedapest hebben we geprobeerd om dat te compenseren door in de kwalificatie minder brandstof mee te nemen, maar dat pakte helemaal niet goed uit. We hadden eigenlijk nog een rondje extra nodig, maar dat kon niet meer doordat we daar de benzine niet meer voor hadden." Verschoor en MP Motorsport worden min of meer gedwongen dergelijke risico's te nemen om geen nadeel te hebben. "En zelfs met meer risico, zitten we eigenlijk nog pas op hetzelfde gewicht als de rest. Ik wil dat zeker niet als excuus gebruiken, maar het is soms wel frustrerend."
Dat laatste geldt des te meer doordat de verschillen in de Formule 2 marginaal zijn en dergelijke details het verschil kunnen maken tussen een elfde startplek of een stekje bij de eerste tien. "We hebben het even uitgerekend en over alle circuits genomen mis je anderhalve tiende per ronde. Dat kan het verschil maken. Als je kijkt naar Fornaroli, die staat twee keer P10 en wint ook twee keer de sprintrace. Dat zijn toch twintig punten. Ik sta twee keer P11, en ja, dat is best frustrerend. Daar kun je nachten van wakker liggen en dat heb ik ook wel gedaan, alleen uiteindelijk schiet je daar niks mee op." Ondanks dat Verschoor de regelgeving 'enigszins raar' noemt, moet de Nederlander het ermee doen. "Wij zoeken natuurlijk ook naar mogelijkheden om de auto zo licht mogelijk te maken, maar je kunt het rempedaal er ook niet uithalen!", lacht het 24-jarige talent.
Het positieve nieuws is echter dat de achterstand in het kampioenschap ook na de voorbije drie raceweekenden nog maar klein is. Alles is nog mogelijk, zeker doordat Verschoor zich bij het Nederlandse MP Motorsport uitstekend op zijn plek voelt. " Ja, je merkt dat het een heel solide team is. Ze hebben veel ervaring en het team bestaat al lang uit overwegend dezelfde mensen. Intern merk je gewoon dat het goed loopt. Er zijn natuurlijk nog altijd wel dingen die beter moeten, zowel vanuit mijzelf als vanuit het team, maar we zijn heel open naar elkaar toe om dat te bespreken. Dat heeft ons eigenlijk het hele jaar al sterk gemaakt. Ik ben in algemene zin hartstikke blij met hoe het seizoen nu gaat. Ik denk dat ik echt niet mag klagen, want dit is eigenlijk waar ik al drie jaar van droom", duidt hij op het strijden om de titel.
Foto door: Formula Motorsport Ltd
Verschoor heeft bovendien vertrouwen voor de races die nog op de kalender staan, waarbij Baku op voorhand de grootste variabele lijkt. "Eigenlijk kijk ik uit naar alle circuits die nog komen, alleen had MP het vorig jaar misschien iets lastiger in Baku. Ik ging vorig jaar juist heel erg goed in Baku met pole-position en de overwinning, dus ik hoop dat ik daar misschien een beetje het verschil kan maken. Ik weet nog dat die Trident op de één of andere manier echt als een raket ging op stratencircuits, maar ik hoop dat we het dit jaar met MP ook kunnen laten zien. Daar praten we nu in ieder geval over. Vanaf de vierde of vijfde ronde van het kampioenschap hadden we het al over Baku en zeiden we vaak 'misschien kunnen we dit proberen of misschien kunnen we dat proberen'. De focus ligt op dat soort circuits, aangezien we in Monza, Qatar en Abu Dhabi normaal gesproken wel een goede auto moeten hebben."
Het maakt dat het doel van Verschoor nog onverminderd is om kampioen te worden. De vraag of hij met iets minder tevreden zou zijn dan de titel, beantwoordt hij resoluut met: "Nee." Een tweede plek in het kampioenschap zou in die zin al als een teleurstelling voelen. "Zeker. Ik heb ook vanaf het begin gezegd dat ik voor de titel wil vechten. Dat is natuurlijk al lange tijd mijn doel, maar ik heb dit jaar voor het eerst het gevoel dat het ook echt in mijn handen ligt. En dat vind ik om eerlijk te zijn wel een fijn gevoel."
Afsluitend komt natuurlijk de toekomstvraag op: waar heeft Verschoor zijn ogen idealiter op gericht na dit seizoen? Vorig jaar gaf hij in Assen aan dat zowel IndyCar als ook endurance goede opties zouden zijn voor de toekomst, al blijft het financiële plaatje altijd een belangrijke factor. "Eigenlijk is het voor mij nog steeds hetzelfde verhaal. Ik kan me niet zomaar ergens inkopen en dan laten zien. Dat is hoe sommige rijders het wel hebben gedaan in IndyCar, in LMP2 en tegenwoordig wordt er zelfs betaald voor Formule E-stoeltjes! Sommige rijders kunnen kansen kopen, maar die optie heb ik niet. Heel veel mensen denken 'waarom blijf je dan vijf jaar in F2?'. Maar dat is ook omdat ik het gevoel heb dat als ik het hier echt goed doe, dat ik dan wel zo'n kans krijg in plaats van dat ik tonnen moet meenemen."
"Dat wereldje is best lastig, al moet ik eerlijk zeggen dat er wel mooie gesprekken lopen. Die gesprekken zijn heel uiteenlopend, en de keuze die ik ga maken is honderd procent gebaseerd op de toekomst. Het lijkt me erg mooi om met een team of fabrikant langer aan een project te werken, samen ontwikkelen en er echt onderdeel van te zijn. Dat lijkt me heel gaaf." Of er daarbij meer aan endurance of pakweg IndyCar moet worden gedacht, laat Verschoor in het midden. "Of het nou een IndyCar-team is, LMP2 of een Hypercar-team, ik zou het vooral mooi vinden om mee te helpen aan het ontwikkelen van iets moois. Ik hoop dat het die richting opgaat, al blijft dat voor mezelf ook nog even spannend deze periode."
De kwestie van Verschoor staat tot slot niet op zichzelf. De financiën vormen in bredere zin een probleem voor jonge talenten die door willen breken. "Ik zie veel mensen om me heen, ook vaders van rijders die ik dan ken. Die proberen een beetje hetzelfde als ik, een strategie met verschillende partners. Dan krijgen ze wat centjes bij elkaar en kunnen ze nog een jaartje karten in Nederland, maar ja, die gastjes hebben natuurlijk ook de droom om de Formule 1 te halen. Maar hoe? Die moeten zes, zeven of acht miljoen bij elkaar vinden om daar te komen. Dat is vaak ondenkbaar." Een oplossing is niet meteen voor handen, in ieder geval niet voor talenten die niet in een juniorprogramma zitten. "Nee, dat denk ik niet. Tenzij de Formule 1 echt gaat instappen om dit probleem te verhelpen, bijvoorbeeld door meer geld te laten terugvloeien naar de Formule 2 en Formule 3. Maar anders blijft het voor heel veel talenten gewoon lastig", besluit Verschoor.
Foto door: Formula Motorsport Ltd
Source: Motorsport