Home

De oorlog is soms een prachtexcuus

Rond de Indiëherdenking denk ik veel aan mijn oma, die de oorlog doorbracht in diverse interneringskampen op Java. Soms komen er tijdens de afwas of het nagelknippen plots momenten voorbij waar ik al decennia niet meer aan heb gedacht. Afgelopen week was er de herinnering waarin ik haar vroeg wat het ergste was wat ze tijdens de oorlog had geleerd.

„Dat er meer in me zat dan ik dacht”, zei ze.

„Dat is toch goed?”, vroeg ik.

„Nee,” foeterde ze, „want ik veranderde in iemand die ik niet had willen zijn.”

Voor de oorlog was ze de gevierde oudste dochter uit een rijke familie. Volgens haar broers en zus was ze indertijd naast kunstzinnig ook kil, iemand die het heerlijk vond om te worden bediend en trots was op haar poezelige pianohanden. De kamptijd deed een andere kant ontwaken. Ze brak in bij de voedselvoorraden, waar vervolgens het hele kamp voor gestraft werd. Niemand wist dat zij het was geweest, toen ze daar knielden in die kokendhete middagzon, dat zij als enige een volle buik had en zo de straf veel makkelijker volhield.

De voorbeelden zijn talrijk. Toen na de oorlog de revolutie uitbrak, wist ze door voor te kruipen een plekje in een eerdere trein naar Batavia te bemachtigen. Later hoorde ze dat de trein waar ze eigenlijk in had moeten zitten, bestookt was met granaten en dat er diverse passagiers waren omgekomen. Haar reactie? Dan hadden de anderen maar sneller moeten zijn.

Het liefst sta je er niet al te veel bij stil, maar soms dringen de herinneringen aan. Zoals die keer dat mijn nichtje en ik, we zullen een jaar of zes zijn geweest, bij haar logeerden. Toen het tijd werd om naar bed te gaan, nam onze grootmoeder alle knuffelbeesten in. Ook deelde ze mee dat er geen licht op de gang zou branden.

„Jullie moeten sterk worden”, zei ze dan.

Jarenlang heb ik willen geloven dat ze dat deed uit liefde, om ons te harden, en vatte ik de grijns die rond haar lippen speelde toen ze het licht uitdeed op als een teken van trots.

Maar wat als het dat niet was, maar gewoon leedvermaak. Door iemand die de oorlog als excuus had om de rest van haar leven boven alle kritiek verheven te zijn en kon doen wat ze wou.

Daar peins ik tijdens dit soort helwitte augustusdagen weleens over, terwijl ik de ene na de andere krans leg. Met een gebogen rug naar monumenten staar, die met iedere minuut stilte in omvang toenemen.

Ellen Deckwitz schrijft elke week op deze plek een column.

Source: NRC

Previous

Next