Home

Voetbaljournalisten die persvoorlichter worden: ‘In deze rol zie ik nog veel beter hoe alles werkt’

Het komt steeds vaker voor dat voetbaljournalisten de overstap wagen naar de andere kant: die als persvoorlichter van een club. Wat vinden ze daar leuk aan? En hoe denken hun collega’s daarover?

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Toen Kees Jansma, mastodont in de Nederlandse voetbaljournalistiek, in 2004 begon als perschef bij het Nederlands elftal, vreesde hij door oude vakbroeders voor ‘overloper’ te worden uitgemaakt en anders wel ‘met de nek te worden aangekeken’. Jansma: ‘Ik had dat wel begrepen, ik liep na bijna veertig jaar sportjournalistiek toch over naar het andere kamp.’

Van tegels lichten naar tegels angstvallig op hun plek houden: zo wordt de overstap van voetbaljournalist naar persvoorlichter bij een profvoetbalorganisatie gezien. Van kritisch ondervrager naar influisteraar van voetballers, trainers en bestuurders.

Jansma (78) was niet de eerste die de overstap maakte, hij was wel de bekendste en effende het pad voor anderen. Jansma’s opvolger Bas Ticheler was NOS-voetbalcommentator; er werken op de communicatieafdeling van de KNVB nog meer oud-voetbaljournalisten.

Ook Feyenoord heeft drie oud-sportjournalisten in dienst nu Robin Jongmans afgelopen zomer De Telegraaf heeft ingeruild voor de Rotterdamse topclub. Promovendus Telstar krijgt mediahulp van de ervaren voetbalcommentator Leo Driessen (ESPN, Viaplay, RTV Noord-Holland) en een jaar geleden verloor De Telegraaf Nick Tol al aan PSV.

Voetbal International zag clubwatchers overstappen naar dezelfde club die ze een dag eerder nog kritisch volgden voor het weekblad. Eerst Thijs Slegers (naar PSV), recentelijk Stef de Bont (naar FC Utrecht). Peter Wekking, oud-hoofdredacteur van het weekblad, is sinds kort hoofd communicatie van Heracles. Voetbalmaandblad Elf zwaaide Daan Schippers uit naar AZ en Nathalie Nuiten naar ADO Den Haag.

Is de voetbaljournalistiek minder leuk? Of is voetballers en trainers wapenen tegen journalisten leuker? En zouden ze eventueel nog terug kunnen?

Ontevreden voetbaljournalisten

Jansma heeft nooit iets gemerkt van animositeit naar aanleiding van zijn overstap, zegt hij. Grinnikend: ‘In mijn gezicht althans viel het me reuze mee. Misschien omdat ik in een tijd waarin er steeds minder mogelijk was juist openheid wilde creëren. Daar heb ik enorm mijn best voor gedaan en dat lukte toen gelukkig ook nog wel. Ook al kwam het er vaak op neer dat ik bij een hek langs het trainingsveld 93 voetbaljournalisten probeerde mild te stemmen, die ontevreden waren omdat ze iemand niet exclusief konden spreken. Om vervolgens in het spelershotel twintig hevig beledigde voetballers te manen toch maar te praten met die ‘wijsneuzen’. Ik chargeer nu, althans, wat die aantallen betreft.’

Zeker tijdens eindtoernooien, als de druk het grootst is op iedereen, moest Jansma laveren tussen de verschillende belangen, soms zelfs een beetje manipuleren. ‘Door goed ieders belang toe te lichten wilde ik dat het Nederlands elftal op een eerlijke manier in een zo positief mogelijk daglicht stond én dat media hun werk goed konden doen. Dat was soms enorm lastig, maar ik vond dat meestal leuk om te doen.’

Een andere reden voor Jansma om op zijn 57ste de job bij de KNVB te aanvaarden was dat het een soort vervulling van een jongensdroom was. Hij wilde simpelweg graag eens een voetbalteam op het allerhoogste niveau van dichtbij meemaken. ‘Als journalist heb ik er jarenlang dichtbij gezeten. Dacht ik. Maar in deze rol zag ik nog veel beter hoe alles werkt, wat voor spanning en druk er op coaches en spelers staat, de frustraties, de vreugde, de enorme professionaliteit ook. Mijn voetbalkwaliteiten waren bij lange na niet toereikend om daar deel van uit te maken. Ik heb alsnog op vijf eindtoernooien overal bovenop gezeten.’

Onvergetelijke, ongelooflijk verrijkende ervaringen, noemt hij het. ‘Sta je op het veld in Johannesburg voor de WK-finale, word je gebeld door de teammanager dat je snel moet komen omdat Nelson Mandela in de kleedkamer staat...’

Had Jansma al een lange carrière achter zich, en bovendien de luxe dat hij ook deels als journalist werkzaam bleef tijdens die perscheftijd bij Oranje (2004-2014), dat gaat niet op voor de meeste anderen.

Stap vooruit

Voor Nick Tol (31), sinds een jaar in dienst bij PSV, was persvoorlichter worden ook ‘geen langgekoesterde wens’, zegt hij eerlijk. ‘Ik liep na negen jaar een beetje vast bij De Telegraaf. Ik heb daar een geweldige tijd gehad, reisde jarenlang de wereld rond achter sporters aan. Maar met een gezin met jonge kinderen wilde ik niet meer lang weg zijn om een EK, WK of Olympische Spelen te verslaan, hoe gaaf die evenementen ook zijn.’

Bij De Telegraaf was hij bijna twee jaar nieuwschef, en zat hij dientengevolge de hele week achter een bureau. ‘Dat paste niet bij mij. Je kunt dan weer sportjournalist worden en niet meer de absolute topsport doen zodat je dichter bij huis kunt blijven, maar ik wilde een stap vooruit maken.’

Via via kwam hij in contact met PSV. Tol maakte melding van zijn switch op LinkedIn, hij kreeg bij dat bericht louter positieve reacties, ook van andere sportjournalisten. ‘Verrassend’, schreven er twee. ‘Heel jammer voor De Telegraaf, maar geweldig voor jou’, zo reageerde een collega. Ook op WhatsApp stroomden louter gelukwensen binnen.

Tol: ‘Dat is me heel erg meegevallen. Aan de andere kant is het ook echt een stap vooruit gebleken, vind ik. Ik zit bij een ambitieuze, prachtige, warme topclub. Ook hier heb je te maken met deadlines, met timing, met gebeurtenissen op de goede manier communiceren. De druk is hoog, je moet altijd bereikbaar zijn, er zijn bij PSV korte lijnen met de directie, met de trainer, spelers. Het is heel dynamisch.’

Hij leert ‘superveel’ nieuwe dingen. ‘We zitten nu bijvoorbeeld in een periode waarin de club echt veel transfers doet. Daar moet je telkens op het juiste moment op de juiste manier melding van maken. Ik schrijf de persberichten zelf, en kijk mee naar andere media-uitingen.’

Tol zit nu aan de andere kant van de persconferentietafel. ‘Daar wen je snel aan. Je spreekt nog steeds je oud-collega’s veelvuldig en moet nog steeds voortdurend messcherp zijn. Eerst omdat je zelf de vragen stelde, nu om het juiste antwoord te geven.’

Zijn doel is zo transparant mogelijk te zijn, in de geest van wijlen Thijs Slegers, die in 2023 overleed aan leukemie en wiens portret in de perskamer hangt als blijk van waardering voor zijn werk aan beide kanten.

Tol: ‘Ik sta journalisten altijd te woord, maar kan natuurlijk niet alles vertellen wat er gebeurt. Dat kan bepaalde processen zoals een transfer of een relatie verstoren. Maar ik heb een stelregel: ik lieg niet. Dan zeg ik liever: ik kan daar niets over zeggen.’

Duwtje in de positieve richting

Leo Driessen (70) wil als kersverse perschef van Telstar ook ‘geen spelletjes spelen’. ‘Ik geef de club graag een duwtje in de positieve richting, dat wel. Maar dat doe ik eigenlijk al jaren.’

Driessen is sinds 2021 gepensioneerd, maar werkt nog wel als freelancecommentator. Hij maakte nooit een geheim van zijn liefde voor Telstar. ‘Telstar is natuurlijk anders dan een topclub of het Nederlands elftal. We deden nooit mee om de prijzen, hebben weinig personeel. Bij Telstar was je jarenlang blij als er iemand kwam voor een stukkie of een item. Daar dacht ik graag over mee.’ Sinds de play-offs en al helemaal sinds de promotie is dat totaal anders. ‘Er komt enorm veel op ons af, de trainer moeten we af en toe zelfs in de luwte houden. Dat is ongekend.’

Driessen stapte op een meer officiële basis in bij de Velser club omdat eredivisionisten van de KNVB een perschef moeten hebben. ‘Dat kost weer veel geld, en dat hebben we niet, want we moeten al een nieuw veld en allerlei aanpassingen aan het stadion doen. Ik doe het als veredelde vrijwilliger, afwisselend met Tessa Daems. Voor Telstar is alles nieuw in de eredivisie, de club staat volop in bloei, ik vind het mooi dat van nabij mee te maken.’

Vorig seizoen was hij al een keer teammanager. Toen was dat misschien best apart omdat hij voor een van zijn werkgevers, ESPN, de eerste divisie becommentarieert en Telstar daar toen nog in uitkwam. ‘Maar ik heb geleerd: je doet het nooit voor iedereen goed, mensen hebben altijd wat te zeiken. Van dat gezeik ben ik door de promotie gelukkig wel even verlost. Hopelijk voor heel lang.’

Driessen gaat als perschef geen strakke grenzen trekken van wat journalisten mogen doen of niet. ‘Die gaan zich op een gegeven moment gaandeweg wel vormen. Het voordeel is dat ik weet wie hier komt voor wat makkelijke clickbait en wie echt een goed verhaal wil maken. Daar kun je toch wat in sturen.’

Bij Telstar zijn er, net als bij andere clubs, vaste momenten voor interviews, die tijdig aangevraagd dienen te worden. Ja, dat ging vroeger heel anders, weet Driessen, al sinds 1982 sportjournalist, als geen ander. ‘Ik weet nog dat Het Parool de telefoonnummers en adressen van alle Ajacieden publiceerde in de krant. Co Prins woonde achter me, je belde gewoon aan als je die wilde interviewen. In deze tijd gaat het anders. Ook bij Telstar moet je rekening houden met het programma van de spelers. Maar ik beloof plechtig dat als jij belt voor een interview met een speler dat ik daar altijd... serieus over ga nadenken.’

Openheid

In deze tijd zou Jansma niet graag meer als fulltime persvoorlichter werken, zegt hij. Hij meent dat de openheid verdwijnt. ‘Clubs zijn bedrijven geworden die veel geld willen verdienen, ook aan media. Ze hebben zelf media-afdelingen die elk nieuwtje en interview liever voor zichzelf houden en de deur alleen nog voor rechtenhouders een beetje openzetten. Ik zie dat ook bij FC Utrecht, waar ik in de raad van commissarissen zit. Ik vind dat geen goede ontwikkeling en zeg dat ook tegen Stef de Bont, onze persman, die daar als oud-voetbaljournalist voor openstaat.

‘Gooi de deuren open naar onafhankelijke media, zeker als het slecht gaat, als er ongefundeerde kritiek is. Je hebt altijd een pain in the ass onder de journalisten die de club volgt. Maar je moet je realiseren dat diegene een flink lezers- of kijkerspubliek vertegenwoordigt. Die moet je dus juist faciliteren, want dan schrijft hij of zij vermoedelijk niet alleen maar vervelende dingen, maar ook wat positieve.’

Hij graait terug in zijn tijd als perschef van Oranje. ‘Louis van Gaal kreeg als bondscoach echt niet de aardigste aanpak van sommige media. Maar met kerst gaf hij wel zeven exclusieve interviews aan journalisten die Oranje in weer en wind gevolgd hadden. Ik zat ook te glimmen aan het ontbijt als ik in Trouw een mooi interview met Nigel de Jong las dat wij met het communicatieteam hadden geregeld. Maar goed, misschien ben ik van de oude stempel, hoor.’

Kritiekloze uitingen

Nick Tol is dat niet. Hij stapte bij PSV in toen dat zelf al een indrukwekkend mediateam (PSV Media Productions) van 25 man had dat voortdurend documentaires, gelikte promofilms, aansprekende socialemediaposts, interviews, presentaties en weekoverzichten maakt. De kritiek vanuit traditionele, onafhankelijke media is dat die uitingen kritiekloos zijn en dat er zo weinig overblijft voor hen.

Tol: ‘Dat snap ik, omdat ik er zelf ook gewerkt heb. Ik ken de productiedruk, de deadlines, de noodzaak om een exclusief interview te hebben vlak voor een belangrijke wedstrijd. Ik kan dat als oud-journalist ook goed uitleggen aan spelers.’

Tol ziet het als zijn taak om traditionele media meer bewegingsvrijheid te geven. Hij wijst op het zomertrainingskamp, waar alle trainingen openbaar waren en er een mediadag was georganiseerd waarbij alle interviewverzoeken werden gehonoreerd, tegenwoordig een unicum. Zelfs middenvelder Guus Til, die al eens aangaf liever geen interviews meer te geven, schoof toen drie keer aan bij journalisten. Tol: ‘Ik denk dat PSV er ook baat bij heeft dat journalisten een goed werkklimaat hebben.’

Vlucht naar voren

Nathalie Nuiten (46), voorheen journalist van voetbalmaandblad Elf, adviseerde spelers als persvoorlichter bij ADO vaak voor de vlucht naar voren als er iets negatiefs gebeurde. ‘Ik weet nog dat Tom Beugelsdijk helemaal scheel werd gespeeld in de eerste helft bij RKC in een kansloos verloren wedstrijd. Hij werd in de rust gewisseld, was daar natuurlijk ziek van.

Ik zei toen hij gedoucht had: ‘Ben je afgekoeld?’ Hij knikte, maar ik zag dat hij nog steeds geen trek had in interviews, wat best te begrijpen valt. Ik zei: ‘Oké, je kan nu naar de pers gaan en gewoon vertellen dat je baalt of je doet het niet en dan ettert het nog de hele week door.’ Want ja, dat wéét je als oud-journalist. Nou, hij ging naar de media, stak de hand in eigen boezem, iedereen had daar respect voor en hij kon met een fris hoofd naar de volgende wedstrijd toewerken. Tom blij, media blij.’

Het influisteren van spelers en trainers wat ze moeten doen of zeggen is een aspect waar persvoorlichters vaak om verketterd worden. Een staaltje daarvan kwam prominent naar voren in de documentaire Dat ene woord, waarin Feyenoord een seizoen lang gevolgd werd. Zelfs de ervaren Dick Advocaat liet zich voor interviews instrueren door de perswoordvoerder.

Leuk en spontaan vertellen

Nuiten hoefde dat bij ADO zelden te doen. ‘Ik had trainers die zelf goed konden praten en nadenken. Hooguit zei je een keer na een zware nederlaag: koel eerst nog even af. Nou goed, als ik zag dat een journalist ergens op uit was, dan probeerde ik ze daar wel op voor te bereiden.’

Spelers gaf ze nauwelijks mediatraining. ‘We hadden veel Haagse jongens die hartstikke leuk en spontaan konden vertellen. Die moet je gewoon laten praten. We hadden maar twee spelregels: zeg niets waar je oma zich voor hoeft te schamen en onvrede over ploeggenoten of trainers spreek je tegen elkaar uit en niet in de pers.’

Dat gaat toch wel in tegen het werk van journalist. ‘Ja, maar je bent geen journalist meer. Dat moet je je wel realiseren. Ik denk ook dat het lastig zou zijn om weer in te stappen in de journalistiek.’

Geen vetpot

Op een uitzondering na gebeurt dat inderdaad zelden. Nuiten bleef in de woordvoering als freelancer, onder meer voor de gemeente Den Haag en nu voor het COA. ‘Ik kon nadat ik bij ADO was gestopt meer werk als woordvoerder krijgen, het betaalt ook beter. Dat was niet de reden om bij ADO in te stappen, want bij ADO was het geen vetpot. Zeker als je ziet hoeveel tijd je erin stopt.’

Werkweken van soms wel zeventig, tachtig uur waren geen uitzondering. ‘Ik was zes, zeven uur van tevoren bij een thuiswedstrijd, de volgende week moest ik drie uur van tevoren in Groningen zijn. Als persvoorlichter moet je dag en nacht bereikbaar zijn. Ik stapte in bij ADO, omdat ik het mooi vond om met een kleine groep mensen te proberen een chronisch hectische club de goede kant op te sturen.

‘Iedereen hielp elkaar. Ik heb staan dweilen omdat er lekkage was in de fanshop en ’s avonds nog een keer de deur van het stadion opengedaan omdat een echte ADO-familie de as van hun vader op zijn vaste plek wilde strooien. Het was onvergetelijk om dicht bij een voetbalteam te staan, onderdeel uit te maken van de staf. Mijn netwerk breidde zich bovendien enorm uit, daar profiteer ik nu nog van.’

Bewegingsvrijheid

Een voetbaljournalist kan ‘scoren’ met een primeur of bijzonder interview. Blust een persvoorlichter een oplaaiend brandje, dan krijgt hij of zij daar intern schouderklopjes voor, maar in voetbalpraatprogramma’s en columns volgt juist vaak hoon. ‘Er is ook een enorm verschil in bewegingsvrijheid’, aldus Nik Kok (42), freelance voetbaljournalist voor onder meer het AD en de NOS.

Hij werd jaren geleden gepolst door AZ om persvoorlichter te worden, maar bedankte voor de eer. ‘Het idee om eens dicht bij zo’n profteam te zijn sprak me wel aan. Maar ik zou het avontuurlijke en afwisselende van de sportjournalistiek teveel missen, schatte ik in, de onafhankelijkheid. Ik vind het nog steeds leuk om een tof verhaal of nieuwtje uit te diepen op de manier zoals ik dat wil. Je zit als persvoorlichter daarnaast ook vast in een stramien. Je agenda verloopt precies synchroon aan die van het eerste.’

Anderzijds merkt hij dat het voor freelance-voetbaljournalisten, ook door nieuwe wetgeving, best lastig is om iedere maand voldoende inkomsten te hebben. ‘Ik weet niet zeker of ik weer ‘nee’ zou zeggen als de kans zich voordoet.’

Dynamische baan

Tol maakte in zijn eerste jaar bij PSV ‘ongelooflijk veel mee’. ‘Het is allemaal nieuw natuurlijk, maar het is een ongelooflijk dynamische baan gebleken. Het schoot qua prestaties ook alle kanten op bij ons.’

Tol zat naast coach Peter Bosz achter de persconferentietafel na het bereiken van de titel op de laatste speeldag, terwijl spelers de trainer met champagne overlaadden. Een foto ervan plaatste hij op LinkedIn. Weer regende het gelukwensen. ‘Ik besef dat het niet elk jaar zo geweldig kan zijn, maar ik heb geen seconde spijt gehad.’

Jansma bleef zich altijd journalist voelen. ‘Ik zei na een paar jaar nog steeds tegen spelers en bestuur die klaagden over de werkwijze van sommige journalisten: ‘Zo werken wij nou eenmaal.’ Van Gaal had het bij zijn afscheidswoordje tegen mij over ‘jouw vrienden van de pers’. Hij bedoelde dat niet als compliment, maar zo zag ik het wel.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next