is econoom en publicist.
Opeenvolgende kabinetten verzuimden om enkele grote vraagstukken ter hand te nemen. Toch werkten ’s lands ambtenaren gestaag door aan mogelijke oplossingen, geduldig wachtend tot er op een dag een politicus langs zou komen om het ambtelijke voorwerk om te zetten in politieke besluitvorming. Ons middenkabinet, waarvan de kern wordt gevormd door GroenLinks-PvdA, CDA, VVD en D66 (samen goed voor 82 zetels volgens de jongste Peilingwijzer), schat de ambtelijke arbeid op de juiste waarde. Vandaag: de gezondheidszorg.
Het zorgstelsel is een tijdbom, niet uitsluitend maar wel grotendeels door de vergrijzing van de bevolking. De ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte brengt in herinnering dat het Centraal Planbureau (CPB) al eens voorrekende dat de collectieve zorguitgaven tussen 2025 en 2060 toenemen van 11 naar ruim 16 procent van het nationaal inkomen, tenminste, als kabinetten tussentijds op hun handen blijven zitten.
Volgens de Studiegroep leidt de groeiende zorg tot drie verschillende maar samenhangende vraagstukken. Ten eerste: de personele houdbaarheid van de zorg. Zijn er wel genoeg handen voor aan het bed? Ten tweede: de financiële houdbaarheid. Als de zorg zoveel (collectieve) euro’s opslurpt, is er dan nog wel ruimte voor andere uitgaven aan bijvoorbeeld defensie en onderwijs? Ten derde, en mede als gevolg van de eerste twee: de maatschappelijke houdbaarheid. Is er nog wel draagvlak voor een solidair zorgstelsel als de boel qua financiën en personeel zo uit de klauwen loopt?
Tijd voor actie dus, ook en vooral in de langdurige zorg. Internationaal gezien is Nederland hierin uitzonderlijk. Het collectieve voorzieningenpakket is uitgebreid en de eigen betalingen zijn laag. Bovendien is de dienstverlening in de langdurige zorg versnipperd over drie verschillende wetten en uitvoerders, wat inefficiëntie in de hand werkt. Dus: het collectieve voorzieningenpakket kritisch tegen het licht houden; de eigen betalingen verhogen; en voor de langere termijn het stelsel aanpassen. Maar hoe dan?
Lang leve de ambtenarij! Want er ligt al anderhalf jaar een document klaar met de onwaarschijnlijk saaie titel Rapport technische werkgroep macrobeheersing zorguitgaven. Ambtenaren van Volksgezondheid, Welzijn & Sport en Financiën analyseren hierin het zorgstelsel en inventariseren tientallen mogelijkheden om (collectieve) kosten te beheersen. Die variëren van het verhogen van eigen betalingen, in de langdurige zorg maar ook in de curatieve sector (behandelen en genezen van ziektes en aandoeningen), via het afschaffen van ongecontracteerde zorg, tot het schrappen van huishoudelijke ondersteuning uit de Wmo. In totaal zijn er twintig hoofdlijnen uitgewerkt, met daarbinnen dan weer meerdere ‘uitvoeringsvarianten’. Het ligt allemaal panklaar te wachten op een middenkabinet dat de gevraagde politieke keuzes maakt.
Wat hebben al deze maatregelen en uitvoeringsvarianten gemeen? Dat ze, ten opzichte van nu, iets ‘afpakken’ van groepen burgers. Ze krijgen minder van het collectief (dan nu) of betalen zelf meer (dan nu), in afwachting van betere werking van het stelsel waarbij dan niet de burgers maar de uitvoeringsorganisaties minder geld krijgen (dan nu) of voor hetzelfde geld meer moeten leveren (dan nu). Het is dan ook niet gek dat ingrijpen in de zorg op zo weinig politiek enthousiasme kan rekenen. Je krijgt gegarandeerd boze burgers aan je broek. En boze bestuurders.
En toch moet het gebeuren. Voor ons allemaal. Tot nut van het algemeen. Dat drievoudige houdbaarheidsprobleem (personeel, financieel, maatschappelijk) lost niet vanzelf op. We moeten de politieke en bestuurlijke moed vinden te doen wat gedaan moet worden. Daar is ons middenkabinet voor.
Frank Kalshoven is econoom en publicist. Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.