Exportrestricties In een omstreden deal heeft Donald Trump de uitvoer van AI-chips naar China toegestaan. Zorgen over nationale veiligheid negeert hij en dat plaatst Nederland in een lastige positie met ASML.
Hoofdkantoor van chipmaker Nvidia in Santa Clara, Silicon Valley, Californië, waarmee president Trump onlangs een omstreden deal sloot.
‘Deze chip is obsolete; achterhaalde techniek die China allang heeft.” Dat was het antwoord van Donald Trump toen hem deze week gevraagd werd waarom hij chipmaker Nvidia tóch toestemming gaf om AI-chips aan China te leveren.
Maar de bewuste processor – modelnaam H20 – is zeker geen ouwe meuk. Vier maanden geleden zetten de VS deze chip nog op de verboden lijst. De redenering destijds: het is voor de VS gevaarlijk als China over meer rekenkracht kan beschikken en met kunstmatige intelligentie betere (cyber-)wapens en drones kan produceren.
In vier maanden Trump kan er veel veranderen. Deze week bevestigde de Amerikaanse president, niet zonder trots, dat hij een deal had gesloten met Nvidia-topman Jensen Huang. In ruil voor ondertekende exportvergunningen voor de H20 deelt Nvidia 15 procent van de omzet met de Amerikaanse overheid. Gebaseerd op Nvidia’s verwachte omzet uit China, gaat het vermoedelijk om een bedrag van 2,5 tot 3 miljard dollar.
Trump vroeg eerst 20 procent, vertelde hij aan journalisten, maar accepteerde Huangs snelle tegenbod van 15 procent. Concurrent AMD, dat ook AI-chips maakt, ging akkoord met dezelfde voorwaarden, om niet nog meer achterstand op marktleider Nvidia op te lopen.
Dit handjeklap tussen president en de Nvidia-topman ondermijnt het complexe stelsel aan exportregels dat Amerika zijn eigen chipindustrie en de rest van de wereld oplegt. China krijgt geen snelle chips uit de VS en kan ook niet de meest geavanceerde chipmachines kopen, zoals de cruciale lithografiesystemen van ASML. Zo houdt het Westen zijn technologische voorsprong ten opzichte van China langer vast, is het idee. De afgelopen jaren legde Amerika, met Nederland in het kielzog, China telkens strengere beperkingen op, maar Trump doorbreekt nu dat patroon.
De ‘commissie’ die Nvidia moet betalen voor toegang tot de Chinese markt is op z’n zachtst gezegd onconventioneel – de constructie vertoont trekjes van beschermingsgeld. Belastingen en tarieven zijn een zaak voor het Congres, de Amerikaanse wet verbiedt heffingen op export. Waar het geld zou belanden en hoe het geïnd kan worden, is ook onduidelijk.
Het is sowieso een strategische blunder om deze chip naar China te exporteren, schreven twintig experts in een open brief die onder anderen is ondertekend door twee voormalige veiligheidsadviseurs van Trump.
De H20 is weliswaar geen hardloper als het gaat om het trainen van AI-modellen, maar het is wel een chip die over snel computergeheugen beschikt, onmisbaar om AI-opdrachten te verwerken.
Democraat Raja Krishnamoorthi van de China-commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden reageerde verontwaardigd op de Nvidia-deal. „De regering kan de export van halfgeleiders niet duiden als een bedreiging voor de nationale veiligheid en tegelijk als inkomstenbron gebruiken. We geven China en onze bondgenoten het signaal dat er over onze principes te onderhandelen valt.”
Volgens John Moolenaar, de Republikeinse voorzitter van de China-commissie, begaat het Witte Huis een denkfout door te beweren dat de H20-chips niet in de buurt komen van wat de allersnelste Amerikaanse AI-chips kunnen. De processor presteert in elk geval „substantieel beter” dan wat Chinese fabrikanten zoals Huawei kunnen produceren, schreef Moolenaar in een brief aan Howard Lutnick, de Amerikaanse minister van Handel.
Howard Lutnick heeft het echter niet voor het zeggen – hij volgt de aanwijzingen van Trump op. De Amerikaanse president wuift zorgen over nationale veiligheid weg als hem dat beter uitkomt en dat is een koerswijziging ten opzichte van de regering-Biden.
President Joe Biden probeerde de nationale veiligheid en economische motieven van elkaar te scheiden, om op die manier ook bondgenoten ervan te overtuigen het Amerikaanse exportbeleid tegen China te ondersteunen. Dat was een traag en moeizaam proces, vertelt Thea Kendler, expert in exportregulering. Zij was onderminister bij het Bureau for Industry and Security, de instantie die de exportregels uitvoert. Kendler onderhandelde met Amerikaanse chipbedrijven en die in Nederland en Japan. Ze werkt nu bij advocatenkantoor AkinGump. „De regering-Biden deed er eeuwen over om besluiten te nemen, omdat er lang op alle ideeën werd gekauwd en het Witte Huis alles over-analyseerde. Maar je kunt beter wat langer nadenken dan wat er nu gebeurt: op goed geluk, al improviserend, beleid maken.”
Trump zet exportrestricties in als troefkaart in de handelsoorlog met China. Zo legden de VS in juni de export van ontwerpsoftware voor chips naar China aan banden. Een maand later, na de handelsbesprekingen met China in Londen, werd die restrictie ingetrokken.
Kendler: „Ik denk niet dat alles meteen op tafel lag. Maar zodra je duidelijk maakt dat überhaupt over exportbeperkingen te onderhandelen valt, is de reactie: oké, blijkbaar valt dus overal over te praten.”
China, dat de VS in zijn greep houdt met restricties op zeldzame metalen en magneten, wil dat Washington de exportbeperkingen op speciaal computergeheugen voor AI-chips (high bandwidth memory) schrapt. Daarmee zouden Chinese bedrijven zelf snellere AI-chips kunnen maken. „Dat zou zo... kortzichtig zijn”, zegt Kendler – ze pauzeert even om een passende formulering te vinden.
Maar zakenman Trump geeft nationale veiligheid niet altijd de hoogste prioriteit. Dat bleek al tijdens zijn vorige regeerperiode. In 2020 verbaasde Trump vriend en vijand door te suggereren dat de VS het Chinese techbedrijf Huawei – staatsvijand nummer één volgens veel Amerikaanse politici – wel van de zwarte lijst konden halen als hem dat een betere deal met China opleverde. De portemonnee wint het wel vaker van de principes.
„De grote vraag is: staat de regering-Trump nog altijd achter het algemene exportbeleid of is nu alles onderhandelbaar? Want dat zou grote gevolgen hebben voor onze nationale veiligheid”, zegt Ted Dean. Hij was adviseur van de voormalige handelsminister Gina Raimundo en werkt tegenwoordig bij Amerikaanse denktank DGA/Albright Stonebridge Group.
Trump heeft de deur voor de volgende deal al op een kier gezet: de president liet doorschemeren dat hij Nvidia ook wel een afgeknepen versie van de volgende generatie AI-chips naar China wil laten verkopen, maar dan tegen een commissie van 30 tot 50 procent.
Dat riekt naar afpersing: voor Nvidia is de enorme Chinese AI-markt te belangrijk om mis te lopen. Nvidia-topman Jensen Huang heeft de president ervan overtuigd dat het beter is om China ‘verslaafd’ te houden aan Nvidia-chips en de bijbehorende software. Anders zouden Chinese bedrijven overstappen op de nationale alternatieven, zoals de AI-chips van Huawei. Dan zou uiteindelijk Nvidia het onderspit kunnen delven, net zoals Huawei ooit marktaandeel van Nokia en Ericsson afsnoepte.
Nvidia is vooralsnog de standaard voor vrijwel alle AI-ontwikkeling, ook in China. DeepSeek, het Chinese AI-bedrijf dat begin dit jaar met een verrassend goed AI-model op de proppen kwam, kampt volgens de Financial Times met gebrek aan rekenkracht: er zijn te weinig Amerikaanse chips beschikbaar om de volgende versie van het DeepSeek-model te trainen. De Chinese alternatieven van Huawei schieten volgens DeepSeek tekort. Dat is een teken dat de exportrestricties die de VS en zijn bondgenoten opleggen toch een vertragend effect hebben.
Zodra bekend werd dat de Nvidia de H20-chip mocht exporteren, liet Beijing fijntjes weten dat Chinese bedrijven beter chips van eigen bodem konden gebruiken voor ‘gevoelige’ overheidsprojecten.
„We lijken afstand te nemen van de samenwerking met onze bondgenoten – terwijl dat de beste manier is om nationale veiligheid te garanderen”, zegt Thea Kendler.
Nederland legt zelf exportrestricties op aan chipmachinemakers ASML en ASM International omdat het standpunt van het (demissionaire) kabinet is dat China uit het oogpunt van nationale veiligheid niet over de allernieuwste chiptechnologie mag beschikken.
De Verenigde Staten dwongen wel strengere maatregelen voor ASML af dan Den Haag zelf wilde nemen. Trumps koerswijziging ten opzichte van Nvidia maakt het lastiger om soortgelijke afspraken in de toekomst te maken, legt Ted Dean uit: „Nu de regering-Trump zegt dat de VS sommige geavanceerde chips aan China verkopen en de overheid er zelfs geld mee verdient, wordt het moeilijker om af te dwingen dat een Nederlands bedrijf geen winst zou mogen maken met de verkoop van apparatuur die China in staat stelt hetzelfde soort chips te maken.”
Het is onwaarschijnlijk dat ASML zich zelf bij het Witte Huis meldt om een deal te sluiten voor mildere exportregels: het afbreukrisico is groter dan de mogelijke winst. China zou een balletje over ASML kunnen opgooien in de onderhandelingen met de VS, maar de kans is klein dat Washington de teugels laat vieren: de chipmachines zijn daarvoor toch te belangrijk.
Trumps kersverse AI Action Plan, gepubliceerd in juli, beschouwt exportbeleid als een onmisbaar element om Amerika een technologische voorsprong op China te garanderen. En datzelfde AI Action Plan wil bondgenoten dwingen om strengere exportmaatregelen te nemen. Desnoods met de foreign direct product rule, een exportwet waarmee de VS ook buiten de eigen landsgrenzen het beleid bepalen.
Hoe wispelturig ook, de wil van Washington is nog altijd wet.
Wat kunnen we verwachten van weer vier jaar Trump?
Source: NRC