Financiële crisis 2008 Wat gebeurt er als verlichtingsfilosoof Adam Smith als geest in de wereld stapt van een megalomane bankier wiens bank tijdens de financiële crisis te gronde gaat? Daan van Lent ging naar Edinburgh voor een toneelstuk over de ondergang van de Royal Bank of Scotland. Om te beseffen hoe relevant het is de crash van 2008 op ons netvlies te houden.
De avond van vrijdag 3 oktober 2008 was er een om nooit te vergeten. Op een geïmproviseerde persconferentie stonden met zwaar vermoeide gezichten toenmalig premier Jan-Peter Balkenende, minister van Financiën Wouter Bos en DNB-president Nout Wellink op een rijtje om te vertellen dat ze het Nederlandse deel van ABN Amro hadden genationaliseerd en er 16,8 miljard euro overheidsgeld voor hadden uitgegeven.
Geschokt keken we elkaar aan bij de economieredactie van NRC. We besloten alle verhalen voor ons weekendkatern weg te gooien en binnen zes uur een totaal nieuwe krant te maken. Dit was historisch, nog nooit vertoond. Hallucinant.
Achttien dagen eerder was de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers failliet gegaan. Sinds die 15de september heerste blinde paniek. Beurzen klapten in elkaar. In de VS en Europa stortten spaarders zich op banken om het spaargeld van hun rekening te halen. Banken vertrouwden andere banken niet meer, zodat geldverkeer stil kwam te liggen. Het hele financiële stelsel stond op instorten.
Terwijl de verwarring compleet was, nationaliseerde de Nederlandse overheid een commerciële bank. ABN Amro behoorde – tot de overname en opsplitsing door Royal Bank of Scotland (RBS), Fortis en Santander een jaar eerder – met ING en Rabobank tot de drie Nederlandse bankgrootmachten die op Wall Street, in de City of London en in verschillende landen meespeelden. Voor een klein landje leverde die sterke positie in de financiële wereld een zekere nationale trots op. Een redding door in staatshanden te komen, voelde beschamend voor bankiers die zich kort daarvoor nog masters of the universe waanden.
De beelden uit die tijd kwamen weer op mijn netvlies op toen ik vier weken geleden het essay The rise and fall of Fred Goodwin las van Lionel Barber, voormalig hoofdredacteur van de Financial Times. Daarin schreef Barber over zijn herinneringen aan de megalomanie waarmee deze topman van Royal Bank of Scotland niet alleen zijn eigen bank, maar het hele Britse financiële stelsel bijna in de afgrond had gestort.
Ik sla er ook op aan, omdat juist RBS de partij was die in 2007 de zakenbank van ABN Amro had overgenomen. Daarmee werd de Schotse bank de grootste van de wereld, gemeten in balanstotaal. Vijf dagen na de nationalisatie van ABN Amro in 2008 nam de Britse overheid een meerderheidsbelang in RBS. Waar het kleine Schotland eerst zo fier was geweest op zijn eigen wereldspeler voelde die nationalisatie als een vernedering.
Aanleiding voor het essay van Barber was de première van het toneelstuk Make it Happen over de opkomst en ondergang van RBS, dat op het Festival van Edinburgh opgevoerd zou gaan worden. Ik besloot naar Edinburgh te reizen om het stuk te zien en regisseur Andrew Panton te spreken. Ik wilde zien en begrijpen waarom het zeventien jaar later relevant is, misschien wel relevanter dan ooit, om het verhaal over de financiële crisis aan een breed publiek te vertellen.
Als samenleving lijken we achttien jaar later die periode soms bijna te vergeten. Met onder meer Brexit, de Covid-pandemie, de oorlogen in Oekraïne en Gaza zijn er zoveel ingrijpende crises overheen gekomen. En dan worden op sociale media daarnaast nog eens allerlei vermeende crises uitgeroepen, zodat het nabije verleden van 2008 alleen nog maar sneller wegzinkt in een put van vergetelheid.
In de foyer van het Edinburgh Festival Theatre is regisseur Andrew Panton helder over de relevantie van zijn stuk. „We hebben nog steeds met de gevolgen van die periode te maken, maar er is een hele generatie die vermoedelijk niet begrijpt waarom”, antwoordt hij. „Veel mensen kennen het verhaal van Royal Bank of Scotland niet. Dat verhaal móét worden verteld.”
In het Verenigd Koninkrijk zijn nog geen speelfilms of theaterstukken over de ondergang van de Britse banken gemaakt, stelt Panton. Hij is artistiek directeur van het Schotse gezelschap Dundee Rep, dat voor Make It Happen samenwerkt met het National Theatre of Scotland. „Er zijn fantastische documentaires gemaakt en goede boeken geschreven. Maar bijna niemand heeft het op een toegankelijke manier kunnen brengen voor mensen die de financiële wereld niet al kennen. Met schrijver James Graham wilde ik vanaf het begin van dit project dat niemand in het publiek zich dom zou voelen. En we waren ervan overtuigd dat als je een toneelstuk maakt over banken en een wereldwijde financiële crisis, je veel humor in de voorstelling moet stoppen. Het moet satire zijn. Anders wordt het een dorre avond in het theater.”
Je zou het laat kunnen noemen. Al in 2012 bracht – in regie van de begin dit jaar overleden Johan van Doesburg – het Nationale Toneel een bewerking van bestseller De Prooi van Jeroen Smit op de planken: het relaas over de tomeloze ambities, interne machtstrijd en besluiteloosheid die ABN Amro te gronde had gericht. Een jaar later was dat boek de inspiratiebron voor een televisieserie.
In 2014 stonden de Verleiders met hun bijtende satire Door de bank genomen in de Nederlandse theaters, waarin de makers grote vragen stelden bij het geldstelsel en daarbij in hun overdrijving soms ver doorschoten. Ze waren de motor achter het burgerinitiatief Ons Geld, dat in 2020 leidde tot een advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over ons geldstelsel. Theatermakers als actievoerders.
Ook kwam het nodige uit de VS overwaaien. Zoals het toneelstuk The Lehman Trilogy, over de opkomst sinds de 19de eeuw van zakenbank Lehman Brothers, waarvan het faillissement de grote crash van 2008 inleidde. Het stuk werd zowel in het Verenigd Koninkrijk als in Nederland (in 2022 door ITA) opgevoerd. En er zijn de Hollywood-films, zoals Margin Call en The Big Short.
„Die concentreren zich heel erg op Amerika”, zegt Panton. „Wij willen laten zien dat een belangrijk deel van het drama zich in de straten van Edinburgh afspeelde. RBS had in deze stad een enorme invloed. Uiteindelijk waren het de uit Schotland afkomstige premier Gordon Brown en minister van Financiën Alistair Darling die RBS moesten redden. Dit is een Schots verhaal dat we zelf moeten vertellen!” Edinburgh is bovendien de plaats waar Adam Smith, beschouwd als de grondlegger van het kapitalisme, woonde en werkte. In een essay op de website van het National Theatre of Scotland stelt schrijver James Graham dat „kapitalisme in Edinburgh is geboren en er ook bijna ten einde kwam”. Graham is een in het Verenigd Koninkrijk vermaard scenarioschrijver van veelgeprezen toneelstukken en televisieseries.
Make It Happen is veel meer dan een geschiedenisles over een bank, zoals de Lehman Trilogy drie jaar geleden aanvoelde. Graham en Panton zetten Goodwin neer zoals Shakespeare de koningen in zijn tragedies. Hij is de zoon van een technisch tekenaar uit de arbeidersklasse, een accountant die als buitenstaander binnenkomt in de Schotse elite en de macht grijpt bij de bank. Vervolgens zet hij zijn hofhouding meedogenloos naar zijn hand.
Zo kunnen ze het verhaal vertellen hoe Goodwin het daarvoor wat ingedutte RBS tot een grootmacht maakte: door agressieve overnames, rücksichtslos mensen ontslaan bij overgenomen banken (dat leverde Goodwin de bijnaam ‘Fred the Shred’ op, Fred de Versnipperaar) en risicovolle financiële constructies. In satirische scènes wordt eerst in hoog tempo neergezet hoe hij de ouderwetse, golfende bankiers snel aan de kant zet, en hoe jonge hardwerkende en hard feestende bankiers hun plekken innemen. Met hen verandert hij de traditionele, beetje saaie bank die spaargeld altijd keurig wegzette in leningen en hypotheken, in een overnamemachine. Om na de nationalisatie als tragische held ten onder te gaan en verbitterd en eenzaam achter te blijven.
De groupthink binnen zijn organisatie wordt onderstreept door de bankiers steeds Goodwins slogan ‘Make it happen’ te laten uitroepen. Zo gaat de voorstelling ook over de toxische cultuur die zich in een grote onderneming kan ontwikkelen, wanneer een volstrekt niet-empathische leider de ambities opschroeft en de checks and balances laat verdwijnen. Goodwin geeft een stuntelende bankier voor een pitch precies de tijd die hij zelf nodig heeft om een banaan te pellen. Hij ontslaat de falende man. En Fred the Shred heeft zijn ‘corporate affair’ met een vrouwelijke manager, die in een seksscène Goodwin door het voorlezen van een overnamecontract opzweept naar een hoge mate van opwinding.
Terloops komen het opblazen van balansen, het risicovolle beleggen door banken en de enorme verwevenheid tussen Amerikaanse en Europese banken en schaduwbanken aan de orde. Dat banken hun traditionele rol hebben verlaten en grote risico’s zijn gaan nemen met het spaargeld van gewone mensen komt het sterkst tot uitdrukking in de scènes met politici die de bank uiteindelijk moeten redden. De verbijstering is groot op de gezichten van Brown en Darling als ze zich veel te laat realiseren wat er zich achter de balansen van de banken heeft afgespeeld. En zeker wat hun eigen versoepeling van regels en toezicht heeft veroorzaakt.
Maar de echt briljante vondst van de makers is om verlichtingsfilosoof Adam Smith als een geest Fred Goodwin te laten achtervolgen. Die ingeving kwam van film- en toneelacteur Brian Cox. Hij is onder meer bekend van zijn rol in de HBO-serie Succession, waarin hij de op mediamagnaat en miljardair Rupert Murdoch gebaseerde patriarch Logan Roy speelt. Panton: „Brian is heel gepassioneerd over Adam Smith en de geboorte van het kapitalisme. Hij kwam met het idee om Smith aan Fred voor te laten houden: what the f*ck are you doing?”
Cox maakt van Smith een vrolijke grijsaard, als de nar van de voorstelling die hilarische discussies aangaat met Goodwin. Als Goodwin het rauwe kapitalisme bejubelt, vraagt Smith: „Kapitaal-isme? Wat is dat?” Goodwin drukt zich lyrisch uit over ‘de onzichtbare hand’: de metafoor van Smith waarmee hij aangeeft dat wanneer iedereen zijn eigen belang nastreeft, dat de meeste collectieve welvaart oplevert, omdat markten zichzelf reguleren en corrigeren. Smith repliceert stomverbaasd dat hij die term slechts één keer in die zin gebruikt in zijn bekendste werk The Wealth of Nations.
De geest van Smith vindt het belachelijk dat Goodwin The Wealth of Nations zo prijst. „Je had mijn andere boek moeten lezen. The Theory of Moral Sentiments”, roept hij hem toe. Om uit te leggen dat niet het nastreven van eigenbelang zoals in The Wealth of Nations zijn centrale uitgangspunt is, maar dat je compassie met iedereen moet tonen. Pas als je ook voor anderen dan je naasten empathie kunt tonen, ben je in staat om te zorgen voor sociale samenhang en kun je een morele beoordeling vormen, houdt Smith een in verwarring rakende Goodwin voor.
Als Goodwin aan Smith vraagt wat hij heeft gedaan tussen twee bezoeken, antwoordt deze dat hij een premier op de kast heeft gejaagd. Wie dan? „Margaret Thatcher”, roept Smith vrolijk. Ook zij was een verklaard fan van de 18de-eeuwse filosoof. In één klap wordt zo afgerekend met het neoliberale gedachtengoed om markten alle vrijheid te geven en wordt het verhaal van RBS ook een stuk over de ontsporing van het kapitalisme in de afgelopen decennia.
In de pauze kom ik erachter dat van alle elf voorstellingen Lionel Barber juist dezelfde bezoekt als ik. Sterker nog, de voormalig FT-hoofdredacteur en inspirator van mijn tocht naar Edinburgh zit op de stoel achter mij.
Hij looft de portrettering van Fred the Shred, maar stelt ook dat deze in werkelijkheid nog „gemener en megalomaner” was.
Barber noemt het „essentieel” dat wij ons de lessen van de financiële crisis zullen blijven herinneren. „Banken hadden hun oorspronkelijke doel volledig uit het zicht verloren, om kredieten aan bedrijven te verstrekken en veiligheid van hun spaargeld aan spaarders te bezorgen. Alle banken waren stevig gaan gokken en betrokken bij financiële engineering [het construeren van ingewikkelde financiële producten]. Het was de grootste crisis sinds de crash in 1929.” Hij verwijst ook naar zijn essay, waarin hij aan het eind aanstipt hoe een nieuw schaduwbankensysteem is ontstaan, waarin mogelijk de volgende generatie ‘banksters’ zich ophoudt.
Zijn bericht versterkt mijn eigen gedachten. Terwijl banken door hogere eisen aan buffers voorzichtiger zijn, is er sinds 2008 een enorme schaduwbankensector gegroeid die privaat krediet verstrekt. Denk daarbij aan de grote private-equitymaatschappijen die eerder vooral als bedrijvenopkopers bekendstonden. Zij zijn fondsen van honderden miljarden begonnen, waarin institutionele beleggers – ook uit Europa – investeren in de hoop op hogere rendementen. Ze worden veel minder gereguleerd dan de banken.
Er is meer reden tot zorg. De euforie op beurzen is volledig terug. Deze kan zelfs niet door invoerheffingen en het verder onbegrijpelijke economische beleid van Donald Trump verstoord worden. De Amerikaanse president breekt in recordtempo regels af die waren opgetuigd om de financiële sector veiliger te maken. Hij geeft de volledig vrije hand aan cryptobeleggingen, waarin hij zelf grote belangen heeft. De schuldenberg is, zeker in de VS, hoger dan vlak voor de crisis van 2008.
In Europa liggen de banken meer aan de leiband en hebben ze zich richting de nutsbanken bewogen die ze ooit waren. Maar ook in Europa zwelt de roep om met deregulering het bedrijfsleven concurrerend te houden.
Is er dan geen les getrokken? Het financiële stelsel is niet wezenlijk veranderd sinds de crisis. Het is een kwestie van tijd – ook al kan dat nog enige jaren duren – tot het volgende Minsky Moment: een onverwachte ineenstorting van de financiële markten na een lange periode van voorspoed en speculatie op de beurzen waarin de schuldenberg groeide.
De hoogmoed en hebzucht van types als Fred the Shred zullen we tijdig moeten herkennen om niet weer verrast te worden. De herinnering aan de laatste grote crash zullen we levend moeten houden. Dat de geest van Adam Smith maar vaak ceo’s mag opzoeken.
foto Marc Brenner
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC