Home

Frenna is weer kleurrijk en héérlijk zomers, sopranist Samuel Mariño stort zich ditmaal op het romantische repertoire

Albums van de week Frenna mengt op heerlijk zomerse wijze zijn mix van hiphop, afropop en r&b weer met invloeden uit Ghana, Brazilië, Nigeria en Curaçao. Op zijn tweede cd kiest sopranist Samuel Mariño veel muziek die nog nooit eerder door mannelijke zangers is opgenomen.

Frenna is weer heerlijk zomers, maar hoe gaat hij zich vernieuwen?

Het vorige album van Francis ‘Frenna’ Edusei, PINK SUMMER, was het meest gestreamde album van 2024 en won ‘Album van het jaar’ bij de FunX Awards. Een jaar later is er alweer een nieuwe plaat: Bloodline, waarmee Frenna zijn ingezette lijn doortrekt. Op dertien tracks mengt hij zijn kenmerkende mix van hiphop, afropop en r&b met invloeden uit Ghana, Brazilië, Nigeria en Curaçao weer op heerlijk zomerse wijze.

Pop

Frenna

Bloodline

In de kunst, en in muziek in het bijzonder, is een multiculturele achtergrond vaak een sleutel tot vernieuwing. Wie uiteenlopende culturele tradities op een artistieke manier kan laten samenkomen, heeft een rijk palet om mee te werken. Kleurrijk is Frenna’s muziek zeker. Met gastbijdragen van onder anderen Stonebwoy, Shallipopi en Hamza, is het duidelijk dat Frenna zich op Bloodline meer dan ooit richt op de internationale luisteraar. ‘ZAAZAA’, zijn samenwerking met de Nigeriaanse Shallipopi uit mei werd de zomerhit van 2025, en staat al tien weken hoog bovenaan in de Top 40.

Openingstrack ‘Bloodline’ met de Ghanese ster Stonebwoy is een ode aan Frenna’s Ashanti-voorouders. Hij laat een voice-over zeggen: „From the heart of the Ashanti kingdom, a divine bloodline has journeyed across time, into the Netherlands. Frenna now thrives in the multicultural Dutch society, embracing diverse influences, he transforms his surroundings, into a unique sound. His influence extends beyond genres, setting trends and shaping the future of the Dutch music industry.” Nu valt er in de kunst veel te zeggen voor het zogeheten ‘show don’t tell’ principe maar toch, een beetje arrogantie is bij Frenna niet erg. Hij doet het namelijk wel, dat trend zetten met diverse invloeden, en het transformeren van zijn Hollandse omgeving. Al lijkt het op dit album nét wat minder ambitieus uitgewerkt dan op zijn vorige drie albums.

Eigenlijk wordt het album pas na de zomerhit ‘ZAAZAA’ echt interessant: ‘hopi amor’ is een Curaçaose jam, met duidelijke invloeden van tambú, de traditionele dansmuziek van het eiland, die ooit is ontstaan tijdens de slavernij. Pas in de jaren zeventig kreeg het opzwepend ritmische tambú de nodige erkenning als traditionele volksmuziek. Tegenwoordig is het een stijl die sterk beïnvloed is door muziek uit het nabijgelegen Venezuela en Cuba. Een Zuid-Amerikaanse touch dus, die zich op het album van Frenna doortrekt in ‘mas q nada’, een interpretatie van de hit ‘Mas Que Nada’ van Sergio Mendes (dat weer een cover was van de Braziliaanse Jorge Ben Jor uit 1963).

Een van de hoogtepunten is ‘BIG TIME’ met de Belgische rapper en producer HAMZA, een repetitief clubknallertje, dat nostalgie naar r&b uit de jaren nul oproept. Het sampletje aan het begin is subtiel, maar niet te missen. Andere hoogtepunten zijn de laatste twee tracks: de ingetogen emotionele afropoppy ballades ‘outkast’ en ‘dont’ let me go’.

Over de gehele linie is Bloodline een minder energiek album dan PINK SUMMER, maar met ‘ZAAZAA’ had Frenna de zomerhit dit jaar toch al te pakken. De vraag die geleidelijk aan achter de horizon begint op te doemen is wat daarachter ligt. Want na een paar sterke albums in een vergelijkbare, internationale categorie, is de vraag hoe Frenna zijn unieke stijl gaat vernieuwen.

Jonasz Dekkers

Sopranist Samuel Mariño stort zich op het romantische repertoire

Het verhaal van Samuel Mariño is zonder meer opvallend. De Venezolaanse zanger heeft het zeldzame stemtype ‘sopranist’ – een man met hetzelfde hoge register als een vrouwelijke sopraan. Voor sopranisten is een glanscarrière weggelegd in het repertoire uit de zeventiende en achttiende eeuw. In die tijd werden immers hele volksstammen jongetjes gecastreerd om hun hoge stem te behouden. Operacomponisten schreven hun beste rollen voor zulke ‘castrati’.

Klassiek

Samuel Mariño

Lumina

Mariño’s stem bleef op natuurlijke wijze hoog, wat hem heel geschikt maakt voor dat virtuozenrepertoire. Zijn debuutalbum voor Decca in 2022, Sopranista, stond dan ook in het teken van die muziek.

Nu wil hij iets nieuws. Op zijn tweede release stort hij zich op het romantische repertoire. Mariño kiest veel muziek die nog nooit eerder door mannelijke zangers is opgenomen. Op zich een prima idee, maar het is vernieuwing zonder substantie.

Het resultaat is het muzikale equivalent van een doosje Merci. Toegankelijke zoete meuk, van alles en nog wat, en daarom ook nét niets. De tracklist van Lumina is zo’n willekeurig samengestelde potpourri van populaire ditjes en datjes dat er zelfs met de beste wil van de wereld geen chocola van te maken valt.

Van het ‘Lied aan de Maan’ uit Dvoráks Rusalka scheren we langs de ‘Ave Maria’s’ van Schubert en Gounod naar liederen van Reynaldo Hahn en Richard Strauss. Opgefluft met Händel-aria’s (want toch een beetje barok) tussendoor, ‘The last rose of summer’ en de ‘Hymne à l’amour’ van Edith Piaf.

Dertien mopjes muziek in niet minder dan zeven talen, de een nog houteriger dan de andere. De toelichting meldt trots dat Mariño zowaar les heeft genomen om zijn Tsjechische dictie op te vijzelen voor de aria uit Rusalka. Toe maar. Dat is ten eerste nogal wiedes als je in een vreemde taal wilt zingen, en ten tweede hadden vooral wat lesjes Frans en Duits ook niet misstaan.

„Ik weet dat ik er goed in ben om mensen te raken met mijn stem en ze aan het huilen te krijgen”, meent Mariño. Hij is zo gebrand op dat effect dat hij zich vastklampt aan zijn dunne, engelachtige timbre en niet tot nauwelijks bezig is met de tekst. Rommelige frasering, rare klankvervormingen – alles in dienst van het halen van een zuivere noot. Dat een platenlabel als Decca hier geld tegenaan gooit, spreekt boekdelen over hun muzikale visie: een uniek verhaal is commercieel aantrekkelijker dan een goede zanger.

Op zijn debuutalbum werkte Mariño tenminste nog samen met een gerenommeerd barokensemble. Nu neemt pianist Jonathan Ware de helft van de begeleiding voor zijn rekening; de rest komt van het Covent Garden Sinfonia, een professioneel derderangsorkest dat, voor de goede orde, (hoorbaar) niet gelieerd is aan het operahuis Covent Garden. Decca vindt Mariño’s verhaal inmiddels kennelijk zó verkoopbaar dat ook een goedkope begeleiding wel volstaat.

Marnix Bilderbeek

Ook uitgekomen

Opnemen zonder plan. Ruimte vinden tussen de noten. Dat is de basis van de samenwerking tussen gitarist-producer Blake Mills en meesterbassist Pino Palladino. Het duo experimenteert op deze tweede plaat samen verder, tussen alle genres door. In een sonisch klankavontuur dat doorvlochten is met melodische baslijnen, is er veel te ontdekken. Maar ligt ook verveling op de loer. (Amanda Kuyper)

Als de jonge Black Keys konden tijdrijzen, zouden zanger-gitarist Dan Auerbach en drummer Patrick Carney zichzelf onmiddellijke een ongenadige afranseling komen geven. Wat???!!! Maken jullie nu gelikte glitterdisco, gladde soul en brave clichéfunk???!!! Pak aan!!! Van alles wat de band de eerste zeven albums zo uniek maakte – rauwe, ongepolijste maar tegelijkertijd eigentijdse en originele neo-blues – is op hun dertiende plaat No Rain, No Flowers jammer genoeg weinig meer overgebleven dan ongevaarlijke, inwisselbare wachtkamermuziek. (Frank Provoost)

„FUCK ZURK! MARK IS DONE!” John Dwyer heeft zijn anger management nog lang niet onder controle, en dat is uitstekend nieuws. Want daardoor is de dertigste (!) plaat van zijn band Osees weer een onvoorspelbare orkaan van chaos en rumoer geworden, waarop punk en psychrock met razende fuzzgitaren en trippy kinderorgeltjes je danig door elkaar schudden en techbro’s en despoten de rambam kunnen krijgen. „RATS DONE! FLIES ARE DONE! WE ARE ONE! REVOLUTION’S COMING!” (FP)

De Ierse folkies van Kingfishr zagen hun haastig geschreven clublied voor het lokale bierteam uit Limerick (‘Killeagh’) ontploffen op TikTok. Op debuutalbum Halcyon flirt het trio – vrijdag nog op Lowlands – behalve met hun Keltische roots ook met Sam Fender (‘Man on the Moon’) en The War on Drugs (‘I Cry, I Wept’). Sympathiek, maar soms zitten het bombastisch gebrul van zanger-gitarist Eddie Keogh en de onweerstaanbare neiging tot het maken van meelallers („La-la-laaai!”) goede liedjes nog in de weg. (FP)

Meer albums: nrc.nl/albums

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next