India hoopte te profiteren van een lucratieve handelsdeal met de VS. In plaats daarvan krijgen Indiase bedrijven een importtarief van 50 procent om de oren. Het land kijkt daarom naar China of de EU als interessantere handelspartners, maar dat heeft nogal wat voeten in de aarde.
Door Iva Venneman
Fotografie Jelle Krings
De zwarte lapjes leer gaan door zeventig paar handen. Van grote lappen koeienhuid worden ze tot kleine onderdeeltjes gesneden. Eerst grof, dan verfijnd. Er wordt geschuurd, gesorteerd, geslagen, gevouwen, gestikt, geplakt. Net zo lang tot hier, in de fabriekshal in de Zuid-Indiase stad Chennai, het product tevoorschijn komt dat iedereen kent.
De productie van Tommy Hilfiger-portemonnees. Bij binnenkomst in de VS moet een importheffing van 25 procent, later deze maand 50 procent, worden betaald.
Bij Rittz Accessories, een lederwarenfabrikant, produceren de medewerkers binnenkort nog veel meer van dit soort portemonneetjes voor de export. Althans, dat dachten eigenaar Rajnish Kalani (53) en zijn zoon Raghav (23) tot voor kort. Alle seinen stonden immers op groen voor een lucratieve handelsdeal met de Verenigde Staten, India’s belangrijkste handelspartner.
Voor textiel- en lederwaren lag er volgens ingewijden een importtarief van nul procent op tafel. Rittz Accessories, dat onder meer voor merken als Tommy Hilfiger produceert, zou daarmee een voorsprong krijgen op concurrenten uit Vietnam en Bangladesh. Zo’n overeenkomst zou de hele Indiase maakindustrie een oppepper geven. Het zou meer banen creëren in fabriekshallen zoals in Chennai, waar vooral vrouwen in kleurrijke sari’s het werk doen.
Het sluiten van die handelsovereenkomst was vanuit India bezien ook een historische stap. De Indiase economie werd jarenlang met hoge tarieven afgeschermd van de rest van de wereld. Pas in de coronatijd ontstond er in het land een omslag in het denken. India realiseerde zich dat het meer moest exporteren om voldoende banen te creëren en investeringen binnen te halen. Het land zag bovendien momentum ontstaan toen landen hun afhankelijkheid van China probeerden te verkleinen. India wilde in dat gat stappen.
Het land sloot daarom onlangs al handelsakkoorden met Australië, Saoedi-Arabië en Groot-Brittannië. Maar een handelsakkoord met de VS, de grootste economie ter wereld, zou pas echt het verschil maken. De Indiase premier Narendra Modi was dan ook de eerste die in februari in het Witte Huis bij zijn oude vriend Donald Trump op bezoek ging. De twee mannen, die zich beiden graag als sterke populistische leiders presenteren, konden het goed vinden met elkaar. Dus de onderhandelingen moesten geen probleem vormen.
Toch kwamen de twee er niet op tijd uit. Op 1 augustus kreeg India een importheffing van 25 procent opgelegd. En alsof dat nog niet genoeg was, kondigde Trump vorige week een verdubbeling aan van dat tarief, omdat India ondanks de oorlog in Oekraïne olie uit Rusland blijft importeren. Dat tarief gaat eind augustus in.
En zo zag het land zichzelf plotseling op het strafbankje zitten, in een rijtje andere onfortuinlijke landen die de hoogste importtarieven moeten betalen in de VS. Een importtarief van 50 procent komt in de praktijk neer op een totale importstop.
Een vrachtwagen volgeladen met lapjes leer staat in dezelfde fabriekswijk als Rittz Accessories in Chennai.
Chennai, een industriestad ingeklemd tussen rijstvelden en de kust van de Golf van Bengalen, ontwaakt vroeg. Werknemers vegen hun ontbijt met een stukken naan van tinnen borden bij eettentjes langs de weg. Ze reizen nu nog per scooter naar hun werk, maar binnenkort kunnen ze ook de metro nemen. Tot die tijd liggen de straten in de stad open.
Het mislukken van de onderhandelingen met de Amerikanen is tegen alle verwachtingen in. De afgelopen maanden berichtten Indiase kranten keer op keer dat een handelsakkoord aanstaande was. De containers stonden al klaar in de haven van Chennai.
Containers op de kade van Chennai. Wanneer de importheffingen in de VS naar 50 procent gaan, komt dat feitelijk neer op een importstop, verwachten fabrikanten in de stad.
Het liep anders. In plaats van een nieuwe vriendschap ontwikkelde zich de afgelopen maanden grote irritatie tussen de twee leiders. Donald Trump bleef naar Modi refereren als ‘de koning van de tarieven’. Helemaal ongelijk had hij daarin overigens niet. Er zijn weinig landen die zo’n hoge verdedigingsmuur van heffingen om de eigen economie hebben gebouwd als India: gemiddeld 17 procent. Door buitenlandse ondernemers buiten de deur te houden, beschermde het land zijn eigen industrie.
Wat ook niet hielp was dat Trump maar bleef pochen over hoe hij in april een staakt-het-vuren tussen India en Pakistan had bereikt. Pakistan ging daarin mee, hetgeen werd beloond met liefst twee uitnodigingen van het Witte Huis. Modi, die geen bemoeienis duldt als het op Pakistan aankomt, kon er niet overheen stappen en weigerde de ijdele Trump tot diens ergernis de eer toe te kennen.
De twee leiders bleken daarnaast niet bereid of in staat de ander voldoende te gunnen aan de onderhandelingstafel. Landbouwproducten waren de grootste sta-in-de-weg, maar er was ook discussie over de mate van toegang tot elkaars auto- en staalmarkt. Het sterke-mannen-imago dat hen eerst bond, zat hen het afgelopen halfjaar dus juist in de weg.
Om de economische schade voor India te beperken heeft Modi nu drie keuzes. Stoppen met het kopen van olie van Rusland, de oudste handelspartner van India, iets waarvan Modi nu al laat merken dat hij dat niet gaat doen. Of toch meer concessies doen aan Trump, bijvoorbeeld op het gebied van landbouw. Of op zoek naar andere handelspartners om de afhankelijkheid van de VS te verkleinen. Maar dat laatste is niet zomaar geregeld.
Op een uur rijden vanaf het chaotische stadscentrum van Chennai grazen de melkkoeien van Venkatesh Mohanras in een modderig veld. De koeien die zwanger zijn of geen melk meer geven staan onder de overkapping in de schaduw – ‘natuurlijk brengen we ze niet naar de slacht, ze zijn heilig’. Verderop roert een medewerker in een pan ghee, Indiase geklaarde boter. Een staafmixer ratelt ondertussen door de rauwe melk.
Beelden van de kleine melkveehouderij van Venkatesh Mohanras.
Boerenbedrijven als deze zijn er volop in India. Nog altijd werkt zo’n 45 procent van de bevolking in de landbouwsector. Met 1,4 miljard Indiërs zijn er ook veel monden te voeden.
De handelsbesprekingen tussen India en de VS lopen precies hierop stuk. Donald Trump ziet in India een gigantische, onaangeboorde markt waar zijn eigen boeren zuivel, maïs en genetisch gemodificeerde gewassen als kikkererwten kunnen verkopen. Maar als Modi naar de boeren kijkt, ziet hij een groot deel van zijn achterban. Hij wil hen beschermen tegen dumping door gesubsidieerde boeren van buitenaf. Hij weigert daarom de Indiase tarieven op landbouwproducten te verlagen.
Mohanras, die met zijn blote voeten over zijn erf loopt, kijkt er met enige distantie naar. Maar, het moet gezegd, hij is een atypische Indiase boer, want hij werkt doordeweeks als advocaat. Hij begon zijn boerenbedrijf een paar jaar geleden om wat terug te doen voor de gemeenschap, en met oog op de toekomst: ‘Als ik over tien jaar met pensioen ga, loop ik hier rond, in plaats van achter de televisie te zitten.’
De 53-jarige Venkatesh Mohanras heeft een stem die steeds luider wordt naarmate hij langer aan het woord is. ’Waarom zouden we bang zijn voor concurrentie uit Amerika?
De 53-jarige man heeft een indrukwekkende buik en een stem die steeds luider wordt naarmate hij langer aan het woord is. ‘Waarom zouden we bang zijn voor concurrentie uit Amerika?’, zegt hij, eerst nog zacht. ‘Weet u hoeveel melk in dit land wordt gedronken? Hoeveel paneer (Indiase kaas, red.) hier wordt gegeten? Daar is gewoon niet tegenop te produceren.’
De kleine boeren die op het land van Mohanras bijklussen, zijn het met hem eens. Chakrapani V. heeft thuis drie koeien en drie stieren en lijkt daarmee meer op de gemiddelde Indiase boer. Van de melk die hij op de lokale markt verkoopt, komt hij niet rond. Vandaar dat hij op zijn 72ste nog blokken versjouwt voor de fundering van de nieuwe mestschuur van Mohanras.
De 72-jarige Chakrapani V. bouwt aan een nieuw onderkomen op een melkveebedrijfje in Kadalur.
‘Natuurlijk kunnen de Amerikanen hun melk hier ook verkopen’, zegt Chakrapani, terwijl hij het zweet van zijn voorhoofd veegt. ‘We kunnen niet verwachten dat wij wel toegang krijgen tot hun markt, maar zij andersom niet tot de onze. Iedereen moet wat kunnen verdienen.’
Wie deze boeren aanhoort, vraagt zich af waarom Modi zo hard strijdt om melkproducten en gemodificeerde groenten uit het handelsakkoord te houden. Maar de boer annex advocaat weet het wel. ‘Ik zou hetzelfde doen als ik de boeren uit Punjab (een grote landbouwstaat, red.) tevreden moest houden’, zegt hij. ‘Want voor je het weet zeggen ze: ‘Modi heeft het land in de uitverkoop gedaan.’
Een medewerker van een melkveebedrijf in Kadalur, ten zuiden van Chennai.
Kortom, toegeven op dit punt zou voor Modi politieke zelfmoord zijn. Maar de hoge tarieven vanuit de VS zijn ook ongunstig. Dat weet hij zelf ook. Op de dag dat Trumps nieuwe tarieven van kracht werden, zei hij tegen de Indiase kranten: ‘Ik ben bereid om een persoonlijke prijs te betalen om de boeren, veehouders en vissers te beschermen.’
Om de afhankelijkheid van de VS te verkleinen kijkt India logischerwijs naar China of de Europese Unie, met wie het ook al een tijd in gesprek is over een handelsakkoord. Maar van een handelsdeal met de EU zullen sommige Indiase producenten niet direct profiteren. Europese regelgeving, zoals de belasting op CO2-uitstoot, houdt hen namelijk alsnog buiten de deur. In India zien sommigen die regels als oneerlijke handelsbelemmering of bemoeienis van buitenaf. Dat bemoeilijkt de onderhandelingen tussen India en de EU.
Een beveiliger en werknemers van het staalbedrijf Tusyan Steel in Chennai.
Op de eerste verdieping van een kantoor in Chennai lijkt het alsof je de comedyserie The Office binnenwandelt. Vier collega’s werken achter scheidingswanden in de kleuren mintgroen en grijs. De airco is ingebouwd in een systeemplafond.
Tulsyan Steel is een beursgenoteerd Indiaas staalbedrijf, gespecialiseerd in brandwerende stalen buizen die in funderingen van huizen terechtkomen. Het bedrijf produceert niet op zijn maximale capaciteit. Maar de kans dat het binnenkort opschaalt, is klein. ‘Handelsakkoorden zijn wel goed voor India als geheel’, zegt marketingmanager Nirmal Kumar. ‘Maar de staalsector heeft er weinig aan.’ Want Indiase staalfabrikanten produceren weliswaar goedkoop, tegelijkertijd stoten ze daarbij ook wereldwijd de meeste CO2 uit.
Nirmal Kumar, hoofd marketing van staalbedrijf Tusyan Steel.
Verderop, in een islamitische wijk in Chennai, komt de oproep tot het vrijdaggebed maar net boven het geluid van de metaalverwerkende machines uit. Familiebedrijf J.S. Industry produceert reserveonderdelen voor grondverzetvoertuigen zoals graafmachines en shovels.
Het werk gebeurt in een donkere ruimte waar de machines soms maar een meter uit elkaar staan. Arbeidsmigranten uit andere staten doen het zwaarste werk, zoals de 38-jarige Mahesh Kumar uit de staat Bihar. Samen met zijn collega’s tilt hij kilo’s bouten in een metalen kist, die daarna met een hijskraan op een vrachtwagen wordt geladen. Zijn werkdagen beginnen om 6 uur ’s ochtends en eindigen om 9 uur ’s avonds.
De 38-jarige Mahesh Kumar bij J.S. Industry draagt een geel T-shirt vol zwarte vegen slippers bij het laden van kisten vol metalen bouten.
J.S. Industry produceert vooral voor de Indiase markt en blijft dat waarschijnlijk voorlopig nog doen, zegt eigenaar John Milton. ‘Europese en Amerikaanse bedrijven vinden dat we eerst moeten verhuizen naar een grotere fabriek, voordat ze zaken met ons kunnen doen.’ Die verhuizing staat volgende maand te gebeuren. Maar het is daarna nog steeds de vraag of dit bedrijf kan voldoen aan de Europese regels rondom arbeidsomstandigheden, die vermoedelijk onderdeel zullen zijn van een handelsovereenkomst met de EU.
De leerfabrikant is beter voorbereid op het aanboren van nieuwe markten. Medewerker Mality Gonashegar (40), een vrouw in een mosgroene sari met gouddraad afgewerkte mouwen, ‘scheert’ smalle lapjes leer, zodat die beter kunnen worden gevouwen en gestikt. Terwijl ze de randen langs de machine haalt, spatten aan de onderkant van het apparaat de vonken ervan af, zo heet wordt het. Maar het deert haar niet. Sinds kort houdt een plastic kap ze tegen. Het is het gevolg van een Europese keurmerk dat het bedrijf in januari kreeg, zegt eigenaar Rajnish Kalani. ‘Dus wij zijn er klaar voor.’
De Kasjmirvallei is sinds juni voor het eerst per trein verbonden met de rest van India. Naast een fysieke verbinding, moet de spoorweg culturele uitwisseling op gang brengen met dit betwiste gebied. Maar niet iedereen is daar blij mee.
In februari kreeg Narendra Modi nog een knuffel van de Amerikaanse president Donald Trump, nadat de Indiase premier hem mega-orders voor Amerikaans olie en gas in het vooruitzicht had gesteld. Daarna dreef Trump Modi in rap tempo in de armen van de Chinese leider Xi Jinping.
India heeft geïrriteerd gereageerd op het dreigement van de Amerikaanse president Donald Trump om het land te raken met ‘aanzienlijke’ verhogingen van de handelstarieven. Trump wil India straffen omdat het op grote schaal Russische olie afneemt.
Source: Volkskrant