Home

Ik vroeg me af: waarom had ik dit meisje nog nooit op deze manier gezien?

Op de examenreis van 6 vwo stond ik bij de Mezquita, de moskee-kathedraal in Córdoba. Omdat op de school waar ik werkte veel leerlingen met een migratieachtergrond zaten, gingen we niet naar Rome, om de bakermat van ‘onze cultuur’ te proeven, maar juist naar een plek waar integratie overal te zien is. De Mezquita was eerst een Romeinse tempel, toen een kerk, toen een moskee en nu weer een kathedraal. Er is niet zoiets als een stabiele cultuur, schreeuwt Córdoba je toe.

Ik kan een klein beetje Arabisch lezen, dus toen ik me aan de grootste bups leerlingen ontworsteld had, ging ik rustig proberen wat te ontcijferen, tot er een leerling naast me kwam staan. Een typisch ‘vwo-6-meisje’: braaf, rustig, goede cijfers, maar niet opvallend. Ik had haar in de onderbouw in de klas gehad, maar ik moest even graven naar haar naam, dat zegt eigenlijk alles. Als ik je naam onthoud, zeg ik altijd tegen nieuwe leerlingen, is dat óf een heel goed óf een heel slecht teken.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Toen ze het eerste spoortje van mijn interesse waarnam, begon ze meteen honderduit te vertellen. Ze was de Koran in het Arabisch aan het lezen en ze wist van alles te vertellen over de geschiedenis van moskeeën want ze had zich voor de trip ingelezen. Hoe is dat dan bij ‘jullie’, mevrouw? Gelooft u? Wanneer gaan jullie eigenlijk naar de kerk? Hoe gaat een dienst?

Ik voelde me als afvallige kerst- en paaskatholiek heel ongemakkelijk als vertegenwoordiger van het christendom. Maar het was een gelijkwaardig gesprek zoals je bijna nooit met een leerling hebt; dat er geen hiërarchie is in wie wie iets leert.

Na verloop van tijd voegden zich steeds meer andere leerlingen bij ons groepje en we hingen aan haar lippen, zo intens luisterend dat een bewaker kwam vragen of ze niet aan het gidsen was (want dat mocht niet zonder vergunning).

Het was zo mooi om haar zo te zien opbloeien, maar tegelijkertijd voelde ik ongemak. Er kwamen vragen in me op waarop ik nu, anderhalf jaar later, nog op kauw. Waarom vond ik het zo ongemakkelijk om allemaal vragen uit oprechte interesse over het christendom te beantwoorden? Zo moet het dus voelen om, of je nu devoot moslim bent of lang niet altijd vast, tot token van je geloof gemaakt te worden. En niet heel toevallig een keertje, maar steeds maar weer, minstens iedere Ramadan.

Maar ook: waarom had ik dit meisje nog nooit zo gezien? Waarom zijn we er als school niet in geslaagd om een context te creëren waarin zij haar interesse voor de islam tentoon mocht spreiden? Had ze zich uit vrije wil iedere week uren verdiept in schaken, Chinees, programmeren of diepzeeduiken, dan hadden we haar op een podium gezet. Maar dit stukje van haar identiteit, dat willen we, al zouden we het niet openlijk toegeven, liever niet zien.

We willen niet dat jonge moslims van hun geloof houden, er Arabisch voor leren, de geschriften kennen. We hebben geleerd dat we er niks van mogen vinden en dat doen we braaf. Maar het met enthousiasme tegemoet treden? Nee, daar houdt het op.

Ik vind uit principe dat vrouwen de baas zijn over hun eigen lichaam, dus wil jij een hijab? Dat mag, dat is een recht waar we voor gestreden hebben. Mijn moeder mocht niet eens een broek aan naar school, ik mag in een rokje college geven. Maar als ik heel eerlijk ben, wil dat ik wel dat ze het kunnen kiezen, maar niet dat ze het kiezen.

Ik moest weer aan mijn leerlinge denken toen ik dit voorjaar het interview met schrijver Sinan Çankaya in NRC las. ‘Fuck integratie’, zo zei hij. ‘Ik zeg nee tegen integratie. Dat is een opdracht die eenzijdig bij de migrant is komen te liggen.’

Het doet pijn om dat te lezen, integratie is immers wat we altijd hebben nagestreefd – maar hij heeft gelijk. Onze stille aanname is altijd geweest dat de moslims (en alle andere nieuwkomers) zich aan onze vooruitstrevende maatschappij zouden aanpassen. Maar hoe vooruitstrevend zijn we eigenlijk als we wel tolereren, maar niet accepteren?

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next