Protesten Servië Het is al zo’n negen maanden chaos in Servië. De oproeppolitie arresteerde bijna vijftig mensen in het hele land en meldde dat de afgelopen dagen meer dan dertig agenten gewond raakten bij de confrontaties.
Anti-regeringsdemonstranten tijdens een protest nabij het kantoor van de Servische Progressieve Partij in Belgrado.
De aanhoudende protesten in Servië tegen president Aleksandar Vucic en zijn regering zijn de afgelopen dagen geëscaleerd. Dat melden internationale persbureaus vrijdag. Anti-regeringsdemonstranten vernielden in Novi Sad de kantoren van de regerende Servische Progressieve Partij (SNS) en raakten in Belgrado slaags met politie en aanhangers van de president.
In Novi Sad, de op één na grootste stad van het land, sloegen demonstranten de ramen van het SNS-partijgebouw in, gooiden meubels naar buiten en spoten rode verf over de ingang. Een politieagent loste een schot in de lucht toen demonstranten naderden, wat paniek veroorzaakte. De oproeppolitie arresteerde bijna vijftig mensen in het hele land en meldde dat de afgelopen dagen meer dan dertig agenten gewond raakten bij de confrontaties.
De protesten, die inmiddels ruim negen maanden duren, begonnen na het instorten van het dak van een gerenoveerd treinstation in Novi Sad in november, waarbij zestien mensen omkwamen. Dat leidde tot beschuldigingen van corruptie bij door de staat uitgevoerde infrastructuurprojecten. Sommige protesten trokken honderdduizenden mensen hebben aan.
In de loop der maanden is een bredere beweging ontstaan tegen de uitholling van de democratische rechtsstaat onder Vucic, die sinds 2014 aan de macht is. Volgens ngo Freedom House heeft zijn partij SNS „politieke rechten en burgerlijke vrijheden gestaag uitgehold, waardoor er druk ontstaat op onafhankelijke media, oppositiepartijen en maatschappelijke organisaties”. Op de corruptie-index van Transparency International staat Servië inmiddels op plaats 105, een daling van 63 sinds 2016.
De kern van de protestbeweging wordt gevormd door studenten, die zich nadrukkelijk niet willen verbinden aan politieke partijen. Ze nemen besluiten tijdens openbare bijeenkomsten en er is geen centrale leider.
Andrej Vučić werd gefilmd terwijl hij demonstranten “Ustaše” noemde, een scheldwoord voor Kroatische fascisten uit de Tweede Wereldoorlog. De regeringspartij gebruikt de term vaker om critici van president Vučić te beledigen. De betogers eisen vervroegde verkiezingen, maar de president weigert en bestempelt hen als “vijanden van hun land”, beweert zonder bewijs dat de protesten door het buitenland worden aangestuurd en kondigt meer arrestaties aan.
De betogers eisen vervroegde parlementsverkiezingen, maar de president weigert daarop in te gaan. Hij bestempelde hen als „vijanden van hun eigen land” en noemde de demonstranten „Ustase”, een scheldwoord voor Kroatische fascisten uit de Tweede Wereldoorlog. Zonder bewijs stelde hij dat de protesten door het buitenland worden aangestuurd en kondigde hij extra arrestaties aan.
Servië is kandidaat-lidstaat van de Europese Unie, maar maakt volgens de Europese Commissie onvoldoende vooruitgang op het gebied van de rechtsstaat.
Leden van het Servische oproerpolitie staan tegenover demonstranten.
Source: NRC