Anka Hashin Vaker niet dan wel denk je bij de verhalen van de Russisch-Nederlandse Anka Hashin: zoiets had Tsjechov ook kunnen schrijven. Bewonderenswaardig, maar Poging tot fiasco voelt daardoor ook als een anachronisme.
Anka Hashin
En toen was daar in 2022 opeens Schrikkeljaar, de door debutante Anka Hashin geschreven verhalenbundel die met de nodige geestdrift werd ontvangen. Deze krant noemde het bijvoorbeeld een „genot om te lezen”, terwijl HP/De Tijd het hield op een „verademing” omdat Hashin op papier zulke levensechte personages tevoorschijn wist te toveren.
Maar wie was deze Hashin? We zijn drie jaar verder en het is nog steeds een beetje een mysterie. Op de achterflap van haar tweede verhalenbundel Poging tot fiasco zien we een rokende vrouw staan met daarbij als summiere achtergrondinformatie dat ze in 1980 in Rusland werd geboren, behalve schrijfster ook kunstenaar is en dat ze nu in Den Haag woont. Ik maak er zo’n punt van omdat ik er nog niet helemaal van overtuigd ben dat Hashin daadwerkelijk bestáát. Op internet is er maar weinig over haar te vinden (wat anno 2025 toch een klein mirakel is, zeker voor zo’n relatief jong mens), maar wat nog veel meer achterdocht wekt is Hashins schrijven zelf, dat absoluut van kwaliteit getuigt, maar dat ergens óók overkomt als een enorme, langgerekte practical joke. Is dit echt het proza van een jonge, in het Westen woonachtige vrouw? Of geeft een heel andere schrijver zich hier uit als ‘Anka Hashin’ en serveert hij of zij onder dat pseudoniem ‘Russische’ verhalen uit alsof we nog in de negentiende of vroege twintigste eeuw leven?
Soms, vaker wel dan niet eigenlijk, denk je: zoiets had Tsjechov ook kunnen schrijven. Dan zit er niet alleen geen enkele verwijzing naar de moderne tijd in, maar dan draait het verhaal in kwestie ook om, tja, toch wat ouderwetse menselijke en literaire temperamenten, dilemma’s of plaatsen. Geldzucht. Jaloezie. Een bezoekje aan de „hippodroom”. De pensionering van een machinist. Je gaat er op den duur serieus rekening mee houden dat straks een personage zich af gaat vragen hoeveel ‘werst’ het nog is naar de eindbestemming.
Veel Rusland dus. Qua locatie, maar ook in de teksten zelf, die hier en daar opgevuld zijn met citaten en motto’s uit de Russische canon. En dan die namen. Strakh, heten ze, of Sjpoenka. Glashka. Sjoerik. Drapkin. En ze lopen rond in proza dat doorspekt is met aforismen-van-weleer. „‘Dom ben jij nog. De ware kunst wordt vaak pas op latere leeftijd verworven. Hoe zou men de schoonheid van de wereld kunnen begrijpen als men die niet ten volle ervaren heeft?’” zegt er eentje. Of ze zeggen dingen met een uitroepteken, nog zo’n typografisch relikwie uit vergeelde letterkundige tijden. „‘Tja,’ zou de smid bedachtzaam antwoorden. ‘In mijn tijd was je blij met wat je kreeg. We stonden met z’n honderden in de rij voor een stuk worst. Je hield het in je handen, je bofte zo, niet in woorden uit te drukken!’”
Het kan natuurlijk, dat iemand uit een ander land afkomstig is en tot in de haarvaten is doordrenkt met de klassieke literatuur uit dat land en er nu voor kiest om verhalen uit die traditie, van die snit, in het Nederlands te publiceren. Dat doet Hashin op een bewonderenswaardige manier, het zit ambachtelijk allemaal goed in elkaar. Maar voor de lezer die gelooft dat literatuur, dat kunst in het algemeen, een immer evoluerend organisme is dat ten allen tijde blijft ontplooien is Poging tot fiasco ook een raar anachronisme, een bronzen standbeeld waar we allang niets meer van te vrezen hebben.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC