Online weerbaarheid Tijdens zomerkamp Stay Strong werken jongeren aan hun zelfvertrouwen en sociale weerbaarheid. Eerst zonder telefoon, dan mét. „Je wordt eigenlijk geforceerd om buiten te spelen. Leuk.”
Stay Strong zomerkamp van Stichting de Ster waar jongeren werken aan hun sociale weerbaarheid. Na het ontbijt wordt een lied gezongen.
In het dorpje Hei- en Boeicop, in het Groene Hart, staan ruim dertig tieners ’s ochtends vroeg buiten in een kring te wachten op de ochtendgymnastiek. Wende (15) vertelt dat ze zondagochtend bij aankomst op het zomerkamp haar smartphone direct moest inleveren. „Ik dacht dat het pas hoefde als je ouders weg waren, maar het was meteen. Dat vond ik niet zo fijn.” Vier telefoonloze dagen later mist ze het ding toch niet zo erg als ze dacht. „Als ik op school mijn telefoon moet inleveren, mis ik hem wel heel erg, maar hier doen we leukere dingen.”
Tijdens het kinderkamp ‘Stay Strong’, werken jongeren vijf dagen lang aan hun zelfvertrouwen en sociale weerbaarheid. De kinderen doen allerlei sport-en-spel-activiteiten, en tussendoor wordt er bewust tijd gemaakt om elkaar complimenten te geven en te reflecteren op gedrag en emoties. De kampen worden meerdere keren per jaar gehouden en georganiseerd door Stichting De Ster. Vriendschap, grenzen aangeven, omgaan met emoties en sociale druk staan centraal. Sinds een paar jaar is online weerbaarheid onderdeel van het programma. Deze woensdag, halverwege het zomerkamp, krijgen de tieners hun telefoons éven terug om daarbij stil te staan.
Twee begeleiders komen de accommodatie uit gerend voor de ochtendgym, de één in een glimmend superheldenpak, de ander in een jaren tachtig-sportmaillot met een volumineuze blonde pruik op. „Hebben we er een beetje zin in?!” roepen ze. „Wij zijn toxic positivity!” De kinderen joelen. „Oeee”, klinkt het, half bezorgd, half onder de indruk, als de gepruikte begeleider een split probeert en halverwege blijft hangen.
Voordat de jongeren hun telefoon terugkrijgen, worden de regels nog eens besproken door begeleider Mariska Peeters.
‘Toxische positiviteit’ komt op sociale media veel voor. Het betekent het ongezond wegdrukken van negatieve emoties, en alleen de positieve kanten van het leven laten zien.
De kampleiding ziet de laatste jaren steeds duidelijker dat offline weerbaarheid niet los te koppelen is van online weerbaarheid. „Sociaal contact vindt ook online plaats”, zegt psycholoog en directeur van De Ster, Merel Nederend. „Dat kan positief zijn: je kunt leuk contact hebben, makkelijker vriendschappen onderhouden of iemand blijven spreken die is verhuisd. Dat merken jongeren ook. Maar het online contact gaat de hele dag door. Dus als het negatief is, is het er óók de hele dag. Je vergelijkt je sneller met anderen, pesten gebeurt vaak online, en als je het gevoel hebt er niet bij te horen, kan je ook nog eens zien dat anderen afspreken zonder jou. Of het nu positief of negatief is: online contact maakt impact op je zelfbeeld.”
Buiten op het gras, na de ochtendgym, naast een weiland met koeien en paarden in de felle zomerzon, zeggen de jongeren zich zonder hun telefoon vrijer te voelen, niet verscholen achter een scherm en zonder het idee dat je gefilmd kan worden. „Als je je telefoon hebt, voel je je een beetje vast, in een gevangenis”, zegt Milou (14). „Je weet, als je hem weglegt, pak je hem snel weer, omdat je niet zonder kan. Maar als je hem een paar dagen niet hebt, voel je juist vrijheid.”
„Je wordt eigenlijk geforceerd om buiten te spelen,” zegt Luna (12). „Dat is wel leuk.”
„Het is ook gezelliger zonder telefoons,” reageert Milou. „Als we die nu zouden hebben, zouden we er allemaal op zitten te kijken. Nu kunnen we buiten frisbeeën, voetballen of basketballen. Gewoon rondrennen en leuke dingen doen, zelfs dansen op de tafel.” Floris (14) is erachter gekomen dat hij zonder mobiel „gewoon lol kan hebben met vrienden en contact kan maken met iedereen.”
Na het ontbijt krijgen de kinderen hun telefoons terug tot na het avondeten, moeten ze in een kring de regels bespreken. „Yes!” roept Wende, terwijl ze in haar handen klapt. Met haar vriendinnen van het kamp gaat ze straks TikToks maken, en ze willen elkaar toevoegen op WhatsApp en Snapchat.
De jongeren mogen hun telefoon komen pakken.
„Er kunnen online lastige situaties voorbijkomen,” zegt kampleider Mariska Peeters (35) tegen de kinderen. „Als je iets tegenkomt, kunnen we het daar samen over hebben.” Ze bespreekt de regels: vraag toestemming voordat je iemands foto online post. Online pesten is verboden, telefoons mogen alleen gebruikt worden tussen activiteiten door of wanneer de leiding het zegt.
„En niet op respectloze momenten op je telefoon zitten, bijvoorbeeld tijdens het eten”, vult een meisje aan. Een deel is het daar niet mee eens, tijdens eten ben je toch ook „vrij”?
Een meisje vraagt of je iemand die niet op de foto wil tóch online mag zetten, maar dan onherkenbaar „met een drol-emoji ofzo” over het gezicht. „Geen drol,” reageert haar buurvrouw meteen. „Iets liefs, zoals een hartje.”
„We experimenteren hier met wat kinderen moeilijk vinden, daar hoort ook de online wereld bij”, zegt kampleider Richard Machielse (31). „Hoe voeg je jezelf online bij een groepje dat je nog niet kent?”, voegt Nederend toe. „Mag je online dingen zeggen die je offline misschien niet zou zeggen? En: kom je voor jezelf op? Wat doe je wanneer iemand een foto van je deelt, zonder je toestemming?”
Als ze dan eindelijk hun telefoons in handen hebben, slaan Fedde (14) en Floris de handen ineen om een WhatsApp-groep samen te stellen met daarin alle kinderen van het kamp. Ouders worden gebeld en Snapchat-berichten van vrienden bekeken. Floris baalt er wel van dat hij zijn snapstreaks kwijt is, het aantal aaneengesloten dagen achter elkaar dat vrienden elkaar via Snapchat een foto of video sturen.
Bij Wende en Melina stromen de Whatsapp-berichtjes binnen. „Maar als we onze telefoons niet hadden teruggekregen, had ik het ook niet erg gevonden,” zegt Wende.
De spannendste stukken over de toekomst van tech, economie, klimaat en megatrends
Source: NRC